Vorige week is hij overleden, onze lieve, mooie kater. Het was onvermijdelijk, want hij was te ziek en de beslissing die je als 'baas' dan moet nemen in overleg met de dierenarts voelt ongemakkelijk. "Op weg naar een plek vol licht en liefde" staat er op het uitvaarcertificaat dat het dierenuitvaartcentrum ons na Ischa's crematie heeft gestuurd. Ongetwijfeld goed bedoelde troost, maar voor mij hoeft dat soort teksten niet, te veel een poging om het dier te vermenselijken en bovendien te sentimenteel naar mijn smaak.
Het huis is leeg zonder Ischa en we missen hem. Toch wordt dit geen sentimenteel verhaal, eerder een klein eerbetoon aan een geliefd huisdier. Het zal niet gaan over zijn laatste weken, waarin hij nog wel trek had in eten, maar moeite had om het naar binnen te werken. Ook gaat het niet over zijn tred, die deed denken aan de gang van een oude dronkaard. Evenmin wil ik het hebben over de constante snottebel die aan zijn neus hing en die ik als bij een klein kind geregeld met een zakdoekje trachtte te verwijderen.
Nee, veel liever vertel ik over zijn eigenaardige gewoonte om niet op schoot te willen zitten, maar wel tegen je aan. Zodra ik mij 's avonds op de bank had geïnstalleerd kwam Ischa naast en tegen me aan zitten. Hij was daarin niet eenkennig, ook als andere leden van het gezin, vriendinnen van de zonen of andere bezoekers plaats namen in zijn buurt, liet hij zich graag aaien en strekte zich behagelijk uit. Openstaande slaapkamerdeuren zag hij als een duidelijke uitnodiging om prinsheerlijk op bed plaats te nemen. Hij zag er zelfs geen been in om gezellig naast me te komen liggen bij de yogaoefeningen.
Toen we hem net hadden was hij nog een jonge schuchtere kater. Een bijna verlegen kat die zich niet liet horen, het eerste jaar heeft hij niet gemiauwd. Spinnen, nog zo'n typisch kattengewoonte, behoorde ook niet tot zijn vaardigheden. En ondanks zijn flinke postuur en statige uitstraling was hij allesbehalve de schrik van de buurt. Nee, zelfs in zijn eigen tuin was hij niet echt de baas over andere katten. Twee maal heeft hij iets van een jachtinstinct aangeboord en kwam hij met een vogeltje aanzetten, jonge exemplaren, al half aangeschoten, die geen partij voor hem waren. Zijn zucht naar avontuur beperkte zich tot een landing op het dak, nadat hij door het open zolderraam was gesprongen en met geen mogelijkheid meer wist hoe hij terug moest keren naar de veilige haven van de zolderkamer. Ook nam hij eenmaal een snoekduik door het keukenraam naar buiten, omdat hij schrok van een huiskamer vol visite die als een man juichend overeind sprong omdat Nederland een doelpunt scoorde tijdens het WK voetbal van '98. Hij liet zich pas weer zien toen de laatste gast was vertrokken.
Bijna iedereen die kennis maakte met Ischa was verkocht, omdat hij zo lief en aaibaar was. Bijten en krabben was ver beneden zijn waardigheid. Ook kleine kinderen , die vaak niet zachtzinnig met dieren omgaan, liet hij verdraagzaam begaan.
Onnodig te vermelden dat Ischa veelvuldig op de foto is gezet, als oogappel van het gezin. Al die herinneringen en foto's vormen een klein monumentje voor Ischa in onze hoofden en harten.