woensdag 22 december 2010

Consumptiemaatschappij

Boodschappen doen is echt een hobby van me. Niets heerlijker dan wekelijks de geslonken voorraad voedsel en al het andere waar een huishouden niet buiten kan weer op peil brengen door tassen vol van de winkel naar huis te slepen. Vooral zo vlak voor de kerstdagen als het gezellig druk is overal, beleef ik 'my finest hour'. Wat is het toch fantastisch om je samen met andere liefhebbers in het gedrang te storten teneinde het laatste winkelwagentje te bemachtigen. Geleid door het dictaat van een grote boodschappenlijst loop ik opgewekt door de supermarkt, onderhand behendig andere winkelaars met karretjes ontwijkend. Ontdek ik een leeg schap dan ben ik blij dat er een beroep wordt gedaan op mijn vindingrijkheid. Helemaal niet erg dat het zorgvuldig uitgekozen voorgerecht moeilijk uitvoerbaar wordt zonder dat ene speciale ingrediënt. Dan verzin ik ter plekke toch een alternatief en anders probeer ik het morgen gewoon nog een keer.
Als ik alles in de auto heb gezet staat er al een kandidaat voor mijn parkeerplek met draaiende motor te wachten tot ik vertrek. "Nee mevrouw, ik ga nog niet weg, ik mag gelukkig nog een paar winkels bezoeken".
Thuisgekomen wacht me nog zo'n zalige klus: alle boodschappen netjes op de daarvoor bestemde plek opruimen. Vriezer en koelkast snorren van genoegen na ontvangst van de verse lading. En ook ik ben helemaal in mijn element: wat een welbestede dag.    

Oef! De buit is weer binnen. Nou ja, bijna dan.

zaterdag 18 december 2010

Het nieuwe werken


Telewerken, thuis werken, het nieuwe werken: allemaal benamingen voor een fenomeen dat al ongeveer tien jaar langzaam, maar zeker bezig is aan een opmars. Minder files, minder luchtvervuiling, minder energie-verbruik en meer mogelijkheden om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. Vanwege alle digitale middelen is het in vele gevallen heel goed mogelijk om een of meer dagen thuis te werken. Sommige werkgevers zijn er nog huiverig voor; bang om de controle te verliezen? Contact met collega's in levende lijve blijft belangrijk, niet alleen voor het werk, maar ook voor de sociale contacten. 
Gisteren was ik blij dat ik de auto ingepakt in de sneeuw kon laten staan. En hoe verder de dag vorderde hoe blijer ik werd dat ik een dag thuis kon en mocht werken. Het weer- en verkeersalarm dat halverwege de dag werd afgegeven bevestigde de juistheid van mijn beslissing om de relatief korte afstand naar het werk die dag toch maar niet af te leggen. 
Ook vandaag hebben we het nog niet gewaagd om met de auto buiten het dorp te gaan. Een afspraak met vrienden in het midden van het land hebben we afgezegd. De virtuele varianten voor een dergelijk bezoek, zoals chatten, skypen, google talk, etcetera vind ik maar matige alternatieven, dus maken we daarvoor gewoon een nieuwe afspraak.


   

zondag 12 december 2010

Witte wereld

   

"Mam, ik heb leuk nieuws" zegt mijn oudste zoon tegen me deze zomer na een gezamenlijk potje tennis. Daar ben ik altijd voor in, dus ik luister aandachtig. Hij vertelt me met trots dat hij zijn vriendin op haar verjaardag ten huwelijk gaat vragen. Ik zal niet zeggen dat ik wist wat hij me ging vertellen, maar geheel onverwacht was het niet. Ik reageer naar mijn idee heel enthousiast, want dat ben ik ook, maar na een paar minuten vraagt hij enigszins beschroomd of ik het wel leuk vind. Leuk??? Wat een vraag, ja natuurlijk vind ik het ongelofelijk leuk en ik val hem om de hals om mijn vreugde kracht bij te zetten. Het nieuws moest even landen, maar sindsdien zorgt het voor een aangenaam soort opwinding. Ik heb gemerkt dat dit trouwens niet alleen geldt voor de direct betrokkenen, maar ook voor hen die er verder af staan. "Ik heb gehoord dat je zoon gaat trouwen" is een veelvuldig, half vragend, uitgesproken zin mijn kant op sinds het nieuws zich heeft verspreid. Op mijn volmondige bevestiging volgt niet zelden een spervuur aan vragen over het aanstaande huwelijk. Mensen hebben behoefte aan goed nieuws en ik wil ze hierin graag laten delen.
De opwinding bereikte deze week een voorlopig hoogtepunt toen ik mee mocht met de aanstaande bruid, haar moeder en schoonzusje, om een bruidsjurk uit te kiezen. Ik voelde me zeer vereerd dat ik door mijn schoondochter in spé gevraagd werd mee te gaan voor de aanschaf van wat toch wel het pièce de la résistance van een bruiloft is. Vooral nadat bleek dat mijn eigen zoon tegenover zijn aanstaande twijfels had uitgesproken over mijn lust om mee te gaan. 'Mijn moeder houdt immers niet van winkelen' was zijn argument. Het klopt dat ik de passie voor dit typisch vrouwelijke tijdverdrijf niet deel met mijn seksegenoten, maar een bruidsjurk uitkiezen is iets heel anders dan winkelen, natuurlijk.
Deze vrijdagavond is het dan zover en worden we op afspraak ontvangen in het bruidshuis. Na een welkom met koffie/thee en bonbons houdt de enthousiaste eigenaresse eerst een uitgebreid exposé over de filosofie, werkwijze en (on)mogelijkheden van haar bruidsmodezaak. Het is duidelijk dat een en ander serieus wordt aangepakt. De keuze voor een bruidsjurk is niet zelden een emotionele aangelegenheid leren we al snel en vandaar ook haar aanbeveling om de jurk na aanschaf het liefst thuis te bewaren, zodat bij een eventuele brand in de winkel, zoals vorig jaar in een bruidshuis in Almere, de jurk er ongeschonden vanaf komt.
Gelukkig komt de eigenaresse na dit geschetste schrikbeeld ter zake door eindelijk met het passen te beginnen. Nadat de benodigde onderkleding is aangetrokken krijgt de lieve, geduldige aanstaande bruid jurk na jurk aangetrokken en dat is steeds weer een feest om te zien. Bijna zonder uitzondering staan ze haar buitengewoon goed en dat maakt de keuze bepaald niet gemakkelijker. Wij toekijkers geven alleen onze mening als de bruid daar om vraagt of als ze onzeker is over een keuze. Dat levert ons een compliment op van de verkoopster die ijzingwekkende verhalen vertelt over huilende bruiden die ze moet beschermen tegen het commentaar van haar gevolg. Om Sylvia Witteman aan te halen: "Ik verzin dit niet".
Het spreekt vanzelf dat ik geen mededelingen doe over de jurk die uiteindelijk als laatste overblijft. Dat is het geheim van de bruid en haar samenzweersters. Na drie uur en een kwartier staan we weer buiten, een sprookjesachtige belevenis rijker.
Twee dingen weet ik heel zeker: dat de bruid er straks schitterend uit zal zien en dat mijn zoon een enorme bofkont is.


 

zondag 5 december 2010

Imago

"Wil je je stem uitbrengen" is het onderwerp van de e-mail die ik onlangs ontving van schrijver Arthur Japin. Het is niet dat ik een online relatie onderhoud met deze gerenommeerde auteur, maar ik heb vorig jaar twee maal via de mail contact met hem gehad vanwege een lezing in de bibliotheek. Van dit contact maakt hij nu dankbaar gebruik om mij, en vele anderen ongetwijfeld, een oproep te sturen om op hem te stemmen in de 'meest sexy vegetariër verkiezing'. Nu kunnen vegetariërs een potje bij mij breken - mijn vader, twee vriendinnen en een schoondochter eten geen vlees - en eerlijk gezegd was ik ook wel benieuwd naar de andere kandidaten, dus klikte ik op de bijgaande link die verwees naar de site van Wakker Dier . Er kon gekozen worden uit acht mannelijke en acht vrouwelijke kandidaten, waarvan ik er een aantal niet kende, maar dat kan aan mijn gebrek aan RTL- en SBS-kennis liggen. Helaas voor Japin heb ik gestemd op cabaretier Jeroen van Merwijk, omdat ik hem een leuke man vind, niet zozeer vanwege zijn sexy looks.
Op de site zag ik verder dat de verkiezing al een paar jaar gehouden wordt, blijkbaar uit een behoefte om het vegetarisme een ander, hipper, imago te geven. Het lijkt me geen bezwaar, zolang de boodschap maar overeind blijft. Zelf ben ik samen met M. zeven jaar vegetariër geweest, totdat ons oudste kind een dermate slecht eetgedrag ging vertonen dat we besloten er af en toe wat vlees tegenaan te gooien. Het kind bleek een echte vleesliefhebber, tja je kunt het treffen. Nu de zonen het huis uit zijn keren we zoetjesaan weer terug naar het bijna vleesloze leven en noemen we onszelf parttime vegetariërs.
Als zo'n verkiezing kan bijdragen aan het afwerpen van het geitenwollensokken-beeld dat sommigen nog hebben van vegetariërs wil ik daar graag aan meedoen. Misschien is het ook wel een idee voor de beroepsgroep waartoe ik behoor. Ook bibliothecarissen hebben 'last' van een imago dat niet geclassificeerd kan worden als sexy. Duf, saai, stil en streng zijn kwalificaties die de bibliotheek en haar medewerkers nog steeds aankleven. Dat dit geheel onterecht is weet iedereen die regelmatig in een hedendaagse bibliotheek komt. We zijn er alleen niet zo goed in dat veranderde imago over het voetlicht te brengen. Bibliotheek Amsterdam heeft een paar jaar geleden een dappere poging gedaan door teams van aantrekkelijke jonge dames in een uitdagend T-shirt de straat op te sturen om nieuwe leden voor de bibliotheek te werven. Een verkiezing van de meest sexy bibliothecaris m/v lijkt me een mooie volgende stap. Alleen nog even op zoek naar geschikte genomineerden........
Overigens is de verkiezing bij Wakker Dier alweer een ronde verder. Jeroen en Arthur liggen er allebei al uit. Ze passen waarschijnlijk nog onvoldoende bij het nieuwe imago.

woensdag 1 december 2010

Twijfel

Vanaf 1980, met een kleine onderbreking van anderhalf jaar, ben ik werkzaam in de openbare bibliotheek. In vier verschillende bibliotheken heb ik wisselende functies gehad en heel vaak maakte collectievorming een onderdeel uit van mijn werk. Collectievorming betekent in mijn werkwereld het aanschaffen en saneren van al die materialen die in de bibliotheek te vinden zijn. In de huidige praktijk zijn dat boeken, cd's, cd-roms, daisy-roms, luisterboeken, dvd's en games.
Ondanks dat ik het dus al lang doe verveelt het me nog steeds niet, ik vind het zelfs een van de leukste onderdelen van mijn werk. Het is werk dat iedere week terugkomt en waar ook een zekere tijdsdruk op zit, want binnen een bepaalde termijn moet er besteld worden. Voor Katwijk bestel ik samen met twee gewaardeerde collega's de nieuwe materialen voor vijf vestigingen. Een van de segmenten waarvoor ik verantwoordelijk ben is de non-fictie voor volwassenen. Elke week moet uit een aanbod van zo'n 150 titels non-fictie een keuze worden gemaakt. Dat is wat je noemt een uitdaging als je bedenkt dat er van die 150 boeken zeker 100 tot 110 titels niet gekocht zullen worden. Voor boekenliefhebbers als wij aanschaffers natuurlijk zijn, valt het dan ook niet mee om iedere keer weer zoveel mooie, interessante of belangrijke boeken niet te kopen. De uitleencijfers van non-fictie laten al jaren een dalende lijn zien en derhalve is dit collectieonderdeel al behoorlijk geslonken ten gunste van fictie dat op meer belangstelling van het grote publiek kan rekenen. Vreemd genoeg is het aanbod aan uitgaven in het non-fictie segment niet gedaald, integendeel, er verschijnt meer dan in het pre-internettijdperk.
Natuurlijk is er ook binnen de non-fictie onderscheid te maken tussen titels die wel en niet of minder succesvol zullen zijn in hun bibliotheekcarrière. Dichtbundels behoren bepaald niet tot de publiekslievelingen en worden door ons dan ook mondjesmaat aangeschaft.
Vorige week zat er in de weekaanbieding een dichtbundel van, een mij onbekende dichter, Pieter Boskma, getiteld "Doodsbloei". Een uitgave met 252 gedichten die Boskma schreef naar aanleiding van het (veel te vroege) overlijden van zijn vrouw. Het boek kreeg een goede recensie en zou de ware poëzieliefhebber vast kunnen bekoren. Maar, oordeelde ik, dit soort 'moeilijke' poëzie loopt heel slecht in Katwijk en het boek zou nauwelijks de kast uitkomen. Mijn eindoordeel luidde: niet aanschaffen.
De volgende dag zag ik een interview met de dichter in de Volkskrant van die dag en het ging natuurlijk over de bewuste bundel. Wat toevallig. In het stuk werden enkele strofen uit "Doodsbloei" weergegeven en daaruit bleek dat de gedichten niet moeilijk, maar juist toegankelijk waren. Tevens werd een boekhandelaar aangehaald die meldde dat er veel vraag was naar de bundel van Boskma en dat er in korte tijd al een derde druk was verschenen. Het interview en de geciteerde passages maakten indruk op me en mijn twijfel van de vorige dag over wel of niet aanschaffen was weer terug en eigenlijk meteen weer weg. Het was een gemiste kans om deze dichtbundel niet in de collectie op te nemen. Gelukkig kon ik de dag daarna mijn fout herstellen. Nu maar hopen dat deze gedichten ook hun weg vinden naar het bibliotheekpubliek, al is het maar een bescheiden weg.

woensdag 10 november 2010

Sentiment


















Met een doffe knal valt het ontbijtbordje op de bodem van de lege afvalcontainer in stukken. Een kort moment voel ik heimwee: weer een onderdeel minder van ons eerste en eigenlijk enige echte servies. Even daarvoor had ik uit de richting van het bordje een droog geluid gehoord dat klonk als 'knap'. Vanwege een blijkbaar al aanwezige barst waren de hete falafelballetjes, afgedekt met aluminiumfolie, net teveel voor het oude bord.
Van het 34 jaar geleden met veel zorg uitgekozen servies Faenza van Arabia uit Finland, rest nu nog slechts drie dinerborden, twee ontbijtbordjes, twee diepe borden, een klein ovenschaaltje en een grote vleesschaal. Alleen de twee schalen zijn nog in goede staat, de borden hebben barsten, of er zijn stukjes afgebroken. Omdat ik het nog steeds een heel mooi ontwerp vind kan ik het niet over mijn hart verkrijgen de aangetaste serviesstukken weg te doen, ze worden gebruikt tot ze uit elkaar vallen.
Arabia bestaat al 130 jaar en maakt, zeker sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw, moderne veelal strakke design-achtige serviezen van stoer aardewerk of elegant porselein. Het tijdloze zwart-wit servies Faenza stal destijds ons hart, maar omdat het nogal prijzig was duurde het jaren voordat we een redelijke hoeveelheid serviesgoed bij elkaar gekocht hadden. Een zoveel-delig servies is het alleen nooit geworden, op zeker moment kwamen er kinderen en hadden we andere financiële prioriteiten. Maar ik had altijd de hoop en verwachting dat we het servies zouden kunnen aanvullen zodra onze geldelijke situatie daarvoor weer aanleiding gaf. Helaas tegen de tijd dat we dat punt hadden bereikt werd het servies door Arabia uit productie genomen. Uiteraard hebben we in de loop der jaren ander serviesgoed erbij gekocht. Vanuit praktisch oogpunt- kinderen in huis- was dat van veel goedkopere kwaliteit en ontwerp dan ons 'echte' servies. Later zouden we wel weer eens een nieuw mooi servies aanschaffen. Het is nu later, maar nog steeds staat er een allegaartje in de kast van min of meer gehavende borden, schalen en kommen. Het is een combinatie van belachelijke zuinigheid (want wat doe je met al dat eetgerei dat nog 'goed' is) en de nergens op gebaseerde hoop het oude servies ooit nog aan te vullen, die me weerhoudt van het serieus op zoek gaan naar een complete vervanging. Zou dat nou sentiment zijn?
Gelukkig heb ik de folder nog uit 1978.


Arabia maakt nog steeds serviezen en valt nu onder de beroemde, eveneens Finse, Ittala groep.

zondag 31 oktober 2010

Afterparty

De sporen van feestvreugde zijn 's morgens nog goed zichtbaar op de aanrecht. Ook in de rest van de keuken en op de vloer in de woonkamer zijn tal van aanwijzingen te vinden over wat zich de vorige dag in ons huis heeft afgespeeld. Zo'n 25 mensen, familie en vrienden, waren te gast voor een borrel en een hapje ter ere van de verjaardagen van man en zoon. Een dergelijk feestje vraagt de nodige voorbereiding en daarom sta ik vrijdagavond al een taart te bakken. Op zaterdag doe ik 's morgens de laatste boodschappen, om daarna snel de keuken in te duiken, want er moeten twee hartige taarten, een plaatpizza, twee salades, guacamole, gehaktballetjes en kipsaté gemaakt worden. Het is een race tegen de klok om alles op tijd klaar te krijgen en er tevens voor te zorgen dat ik nog gelegenheid heb om even uit te blazen en me om te kleden. Ondanks de inspanningen die de voorbereiding van zo'n feestje vergen begin ik er toch steeds weer opnieuw aan, omdat de voldoening van een gezellige party in je eigen huis altijd enorm is, zelfs op 'the morning after'. Wat ik doe is de voorwaarden scheppen, de gasten zelf zijn het die de gezelligheid maken. Ik vind het altijd weer een wonder en een genoegen om mee te maken hoe zo'n divers gezelschap (van 8 tot 82 jaar) zich mengt en er geanimeerde gesprekken ontstaan. Dat deze gezelligheid goed is voor de eetlust wordt altijd duidelijk als het buffet wordt geopend. De eettafel die afgeladen staat met allerlei voedsel ziet er binnen de kortste keren uit alsof er een wolk sprinkhanen is langsgekomen. In een spanne tijds van hooguit een half uur is alles waarvoor ik een aantal uren in de keuken heb gestaan op. Dat hierbij ook graag een goed glas geestrijk vocht wordt gedronken zal de lezer al vermoeden: de lege wijn- en bierflessen spreken voor zich. Gelukkig blijft de hoeveelheid daarvan binnen de perken. Het is wel prettig dat we dankzij de wintertijd een uurtje langer in bed mogen blijven liggen. Tenslotte wacht de volgende morgen het overschot van een losbandig leven. Dat wordt afwassen, opruimen, stofzuigen, dweilen..........

woensdag 20 oktober 2010

Vraag en aanbod

Echte schoonheid zit van binnen. Dat kan waar zijn, maar het oog wil ook wat en daarom heb ik deze zomer besloten om vier keer per jaar de schoonheidsspecialiste te bezoeken. Niet dat ik nu ineens mijn wimpers wil laten verven of mijn bovenlip nodig geharst moet worden. Nee, het gaat mij alleen om het verwijderen van ontsierende dingetjes die zich vastzetten in de huid. Een zogenaamde mini- gezichtsbehandeling is het, die evengoed nog bijna een uur duurt.

Het meisje dat mij behandelt is aardig en ze blijkt al op de hoogte van mijn wens om niet aan de wenkbrauwen geëpileerd te willen worden. Dat doe ik namelijk liever zelf omdat ik niet het risico wil lopen met dunne strepen door het leven te moeten. Mijn weigering drie maanden geleden op dit punt kwam mij op een lichtelijk gepikeerde opmerking te staan van de toenmalige schoonheidsspecialiste van dienst. Ze was duidelijk in haar beroepseer aangetast.
Net als ik me een beetje begin te ontspannen, wat niet zo makkelijk is als er ondertussen met geniepige prikjes van alles uit je huid wordt geperst, vraagt het meisje of ik ook oogcrème gebruik. En meteen weet ik weer waarom ik de gang naar de beautysalon jarenlang heb uitgesteld. Ze mogen me met zachte handen, voedende peelings en rustgevende maskers bewerken, maar ze moeten geen lastige vragen stellen die alleen maar kunnen leiden naar het (letterlijk) aansmeren van een product. Een product dat ik volgens de dames toch echt moet gaan gebruiken om mijn arme huid te beschermen tegen het onherroepelijke verval.
Ik vertel gedwee, je ligt er tenslotte toch een beetje onderdanig bij op zo’n luie stoel onder een verwarmde dikke handdoek, dat ik geen oogcrème gebruik. De lieve schoonheidsspecialiste legt me enthousiast uit dat de huid rondom de ogen extra droog is en daardoor gevoelig voor vuil dat zich onder andere uit in gerstekorreltjes. Ze heeft er zojuist een paar ontdekt rond mijn ogen. Ik kan een diepe zucht nog net onderdrukken voordat ik ter verdediging van mijn nalatig gedrag aanvoer dat ik altijd nogal huiverig ben voor allerhande smeersels vanwege mijn tamelijk gevoelige huid. De rode blossen op mijn wangen, die ik al van kindsbeen af heb, zien er misschien wel gezond uit, maar worden toch voornamelijk veroorzaakt door een dunne, naar allergie neigende huid. Voor mij dus geen eau de toilette of crèmes met parfum en andere allergene rommel. Mijn behandelaarster begrijpt het allemaal heel goed en bezweert me dat het zalfje dat ze in de salon gebruiken echt voor alle huidtypen geschikt is. Ze heeft nog nooit meegemaakt dat iemand er last van had. “Weet je wat, ik geef je een paar proefjes mee, dan kan je het gewoon uitproberen” zegt ze op een montere toon, die eigenlijk geen tegenspraak duldt. Lafhartig zeg ik dat het me een uitstekend idee lijkt. En net als drie maanden geleden ga ik heen met een paar monsters die mij hoogst waarschijnlijk niet zullen verleiden tot aankoop van een tube of potje.

In de bibliotheek hebben we al een paar jaar geleden besloten om, in navolging van commerciële bedrijven, meer vraaggericht te werken en niet meer uitsluitend aanbodgericht. Soms vraag ik me af of ‘profit’ bedrijven wel zo vraaggericht werken als zij ons willen doen geloven. Er moet immers verkocht worden en als er geen vraag is, dan wordt die wel gecreëerd. Dat laatste moeten we dus nog leren in de bibliotheek. We moeten ervoor zorgen dat de diensten die we aanbieden zo goed zijn afgestemd op onze klanten dat het lijkt alsof we maatwerk leveren. Als we de klanten daarbij net zo in de watten leggen als in de schoonheidssalon zullen ze vast vaak terugkomen.

zaterdag 9 oktober 2010

Make-over


Voor



















Op deze plek heb ik al vaker mijn verhouding tot huishoudelijk werk verklaard. Kort gezegd: het is niet mijn hobby. Op deze prachtige herfstdag met zomerse trekken zie ik dat de laagstaande zon genadeloos het achterstallig onderhoud aan de ramen blootlegt. Spinnenwebben waar goudgele bladeren in blijven hangen en een onmiskenbaar waas van vuil maken een eens-in-de-zoveel-tijd schoonmaakwoede in mij wakker.
Een groot voordeel van zo'n reinigings-oprisping is dat je echt resultaat ziet. Wat dat betreft geldt: hoe viezer hoe liever.
Nadat ik de noodzakelijke boodschappen voor het weekend heb gehaald en een korte lunch heb genuttigd wil ik aan de slag. M. zal zo thuiskomen van de wekelijkse wandeling met z'n moeder, dus dan kan hij me mooi helpen. Ai, dat valt tegen, daar belt M. met de mededeling dat hij nog even meegaat met mijn 82-jarige schoonmoeder, want er moeten bij haar een paar ramen worden gelapt. Het is er echt de dag voor, blijkbaar.
Gewapend met emmers, sponzen, en een zeemleren lap begin ik met de voorkant van het huis. En direct zie ik iets waar niet aan te ontkomen is. Het afdakje boven de voordeur ziet er niet uit. Omdat ik vanwege mijn geringe lengte het afdakje meestal oversla als ik de ramen lap heeft zich inmiddels een lelijk groenige aanslag vastgezet. Maar deze keer mag het afdakje niet aan sop en doek ontsnappen: het moet dan maar wachten tot M. thuis is.
De voor-, achter- en zijkant van het huis knappen zienderogen op met het verwijderen van de sluiers voor de ramen en en passant veeg ik ook de reeds gevallen bladeren op. Dat laatste is een tamelijk zinloos karweitje in de herfst, maar alla, ik ben nu toch bezig.
Als M. is bijgekomen van de al even noodzakelijk gebleken arbeid bij zijn moeder, bestijgt hij de ladder om het afdakje een schrobbering te geven. Het resultaat is oogverblindend en wordt door mij met de fotocamera vastgelegd bij wijze van een voor/na vergelijking.
 
Na


We staan voldaan het resultaat van ons werk van een afstandje te bewonderen als M's oog valt op de daklijst en regenpijp die in 20 jaar nog niet zijn schoongemaakt. Maar dat huzarenstukje laten we toch nog maar even liggen tot het voorjaar. 

 






woensdag 6 oktober 2010

Vrijheid

Dit stukje zit al een tijdje te draaien. Vanaf het moment dat CDA en VVD zich serieus gingen richten op een coalitie met steun van de PVV voel ik de behoefte om deze ontwikkeling in de Nederlandse politiek hier te becommentariëren. Om mijn verbijstering en zorgen te uiten over het gegeven dat twee partijen die ik, hoewel het niet mijn politieke kleur is, altijd als fatsoenlijk heb beschouwd, zich zo naïef uitleveren aan een beweging die het begrip vrijheid van allerlei voorwaarden voorziet. (Les 1: Hoed u voor bewegingen die het woord vrijheid in hun naam hebben staan) Ik wilde wachten met het schrijven van dit stukje totdat het CDA eindelijk zijn besluit had genomen. Theoretisch was het mogelijk dat de leden van deze partij op tijd in zouden zien dat ze een heilloze weg bewandelen die niet alleen slecht zal uitpakken voor het land, maar ook voor de eigen partij. Omdat het CDA zelden duidelijke keuzes maakt geloofde ik er niet in, maar hoopte er wel op. Tenslotte bleek afgelopen zaterdag dat er wel degelijk CDA-ers zijn die niet verblind worden door het verlangen naar macht, maar wel degelijk vanuit hun principes keuzes maken. Maar goed, het kabinet VVD/CDA met gedoogakkoord (laat ik nou altijd gedacht hebben dat gedogen een linkse hobby was) komt er, dus staat niets mij in de weg mijn bezwaren ertegen te spuien. Echter de argumenten die er zijn tegen deze onzalige constructie zijn al door velen verwoord in diverse media. Ik kan mij natuurlijk ook voegen bij het koor en betogen dat het dom is om te denken dat een beweging als die van Wilders salonfähig gemaakt kan worden door hem in te kapselen. Wilders laat zich niet inkapselen, het is eerder andersom: de partijen die met hem samenwerken zullen hun taalgebruik en ideeën steeds meer op hem afstemmen, uit angst zijn steun te verliezen. Door de gekozen constructie, de PVV zit immers niet in het kabinet, laten de andere partijen zich gijzelen en blijft Wilders buiten schot en kan hij zonder zelf enkele verantwoordelijkheid te nemen, veel invloed uitoefenen.

Nee, al die overige argumenten tegen zal ik maar niet herhalen, het neigt naar preken voor eigen parochie. Wat ik eigenlijk onder woorden wil brengen is, waar nu precies mijn angst voor de politieke toekomst van ons land uit bestaat. Aan een vaag unheimisch gevoel over de ontwikkelingen hebben we (ik) tenslotte niet zoveel.
Nadat ik gisteren de korte column van Arnon Grunberg op de voorpagina van ‘de Volkskrant’ heb gelezen weet ik precies waar het om gaat. Hij schreef over het beroep dat Wilders altijd doet op de vrijheid van meningsuiting het volgende: “Maar een maatschappij waar alles gezegd en geschreven kan worden is geen vrije maatschappij, het is een maatschappij waar het woord niet meer serieus wordt genomen. Een maatschappij in verval dus. “
Een Deense journalist en docent, die sinds drie maanden in Nederland woont, onderstreept vandaag in ‘de Volkskrant’ de woorden van Grunberg in een opiniestuk, waarin hij zijn zorgen uit over de gevolgen die een minderheidskabinet met gedoogsteun van een extreemrechtse partij heeft voor het publieke debat. In Denemarken is er de afgelopen jaren volgens de journalist sprake geweest van radicalisering van het publieke debat met alle gevolgen voor het democratisch gehalte ervan. De journalist eindigt zijn stuk als volgt: “Politici zouden het goede voorbeeld moeten zijn in een sober en democratisch debat zonder subjectieve generalisaties en opmerkingen die neigen naar racisme. Wanneer onze politieke leiders deze democratische toon laten varen, is dat het begin van een algeheel afglijden in onze democratie. En een democratisch publiek debat is moeilijk te herstellen als het eenmaal verloren is gegaan.”

Laat ik voorop stellen dat ik over het algemeen een optimist ben. Maar de laatste tijd dringen pessimistische gedachten over de politiek in Nederland zich bij mij op. Het is goed dat er schrijvers en journalisten zijn die met weinig woorden veel weten te zeggen. Je kunt je er door gesterkt voelen, of je op andere gedachten laten brengen. (Les 2: Lees originele denkers)


zondag 26 september 2010

Telefoongesprek

Plaats: Slaapkamer
Tijdstip: Zondag 01.50 uur
De telefoon gaat vlak boven mijn hoofdkussen. Het is een onheilspellend geluid als je ligt te slapen. Wanneer er 's nachts wordt gebeld is er iets aan de hand. Nog zeer slaperig kijk ik op de wekker voordat ik de telefoon opneem, maar ik neem niet echt waar hoe laat het is.
Ik: "Hallo"?
Stem aan de andere kant van de lijn: "Goedenavond, of eigenlijk goede morgen, mevrouw, u spreekt met -helaas heb ik zijn naam niet onthouden- "van de politie Haarlem".
Hoewel er reden zou zijn om heel erg te schrikken blijf ik doodkalm, het zal de slaperigeheid zijn.
Agent: "Het spijt me dat ik u moet lastig vallen, maar er is een aangifte gedaan door een vriend van uw zoon. De vriend heeft bij een ruzie vanavond klappen opgelopen en heeft daarvan aangifte gedaan. De aangewezen dader ontkent en nu willen we graag uw zoon even spreken, omdat hij getuige is geweest."
Ik: "Mijn zoon woont hier niet meer, hij is een paar weken geleden op zichzelf gaan wonen".
Deze mededeling slaat de agent even uit het veld, maar niet voor lang. Hij doet nog eens zijn verhaal over wat er gebeurd is en betoogt nogmaals dat het toch wel heel belangrijk is dat hij mijn zoon te spreken krijgt. Inmiddels ben ik al wat wakkerder en beginnen mijn hersenen op volle toeren te draaien. De agent noemde de plek waar het voorval had plaatsgevonden en ik kon mij niet voorstellen dat Robert daar deze nacht met een vriend geweest zou zijn. Het is een straat met dure huizen, grenzend aan Haarlem, waar je niet doorheen komt op weg naar een uitgaansgebied en er woont voor zover ik weet geen bekende van Robert. 
Voordat ik de agent het mobiele nummer van Robert ga geven, moet ik eerst meer zekerheid hebben over de herkomst van dit voorval.
Ik: "Hoe was u naam ook alweer en hoe weet ik of ik echt met de politie spreek?"
Agent: "Ik ben...... van de politie Haarlem en ik bel namens de politie Heemstede waar de aangifte is binnengekomen. Normaal gesproken had de politie Heemstede inderdaad bij u aan de deur gestaan, maar ze hebben het heel druk, daarom verlenen wij assistentie, vandaar dat ik u bel." Nog eens vertelt de agent waarom hij zo graag mijn zoon wil spreken.
Ik: "Maar hoe heet mijn zoon dan?" De agent noemt een naam en adres.
Ik : "Dat is mijn zoon niet".
Agent: "Bent u niet mevrouw..... en woont u niet in de.........straat?"
Ik: "Nee, ik ben mevrouw S. en ik woon niet in de ..........straat". Dit gesprek krijgt surrealistische trekken.
Ik: "Welk telefoonnummer heeft u gebeld?" De agent noemt een nummer, waarvan alleen de eerste 4 cijfers gelijk zijn aan ons nummer".
Ik: "U heeft een ander nummer gebeld en dat is......." Ik hoor bijna het schaamrood aan de andere kant van de telefoonlijn op de wangen van de agent verschijnen.
Agent: "Het spijt me verschrikkelijk, mevrouw, ik heb u wakker gebeld, excuses". Gevoelens van opluchting, verbijstering en mededogen voor die arme agent strijden om voorrang. De beste man moet nu weer iemand uit zijn bed bellen. Ik ben niet boos en moet eigenlijk lachen om de enorme spraakverwarring.
Ik: "Ik ben wel blij dat ik me geen zorgen meer hoef te maken om wat er gebeurd is, ik wens u succes met het onderzoek."
Agent: "Ik begreep het al niet dat u zoon niet meer thuiswoont, nogmaals mijn excuses en mijn naam is........., mocht u nog behoefte voelen om maandagochtend met het bureau te bellen, dan weet u met wie u gesproken heeft.
Ik: "Het is niet zo erg, goede nacht". 
Agent: "Dag mevrouw".

Het lukt me pas na geruime tijd weer in slaap te vallen.

zondag 19 september 2010

Uit huis


Voor de laatste keer hoor ik die woensdag de klanken van The Doors de twee trappen van ons huis afrollen. Begeleid door de muziek van de legendarische band uit de sixties is mijn jongste zoon bezig om zijn verhuizing voor te bereiden. Zijn bed moet uit elkaar, het bureau moet ontruimd worden en kleren moeten worden uitgezocht. Hij zal diezelfde dag al slapen op zijn nieuwe adres en dan is het vertrek van het tweede en laatste kind uit het ouderlijk huis een feit.
Toen de oudste zoon ruim anderhalf jaar geleden op zichzelf ging wonen en ook nu weer bij het vertrek van nummer twee wordt mij regelmatig gevraagd of ik het erg vind dat ze niet meer thuiswonen. Als ik dan antwoord dat ik het niet erg vind, heb ik altijd het gevoel dat ik moet uitleggen waarom niet. En eigenlijk weet ik het niet. Het zou heel logisch zijn als ik het wel vervelend zou vinden. Ik ben tenslotte in totaal zo'n 26 jaar bezig geweest met en in beslag genomen door het welzijn van die twee wezens op aarde die me het allerliefste zijn. Als je moeder bent (voor vaders zal het vast ook gelden) zijn je kinderen toch het belangrijkste dat je 'hebt'. Dat is zo als ze klein zijn en dat blijft zo als ze groot zijn. Desondanks heb ik er nooit moeite mee gehad als de jongens een paar dagen gingen logeren of als ik ze ging uitzwaaien voor een schoolreisje. Met de moeders die tot tranen geroerd de bus nakeken heb ik me nooit kunnen vereenzelvigen. Integendeel, ik verheugde me op een vrije dag die ik naar eigen inzicht kon invullen.

Ouders worden niet voorbereid op het vertrek van hun nageslacht. Als het eerste kind zich aandient word je al ver voor de geboorte door deskundigen en mensen in je omgeving ingelicht over alle veranderingen die het hebben van een kind met zich meebrengt. En ook als het kind er eenmaal is laten consultatiebureau, grootouders, vrienden en een leger aan andere deskundigen zich regelmatig horen met goede èn onzinnige, of soms tegenstrijdige adviezen aan de verse moeder (vader krijgt opmerkelijk minder vaak goede raad). Ook de beruchte periode van de puberteit, die lang niet in elk gezin sporen nalaat, kan rekenen op veel belangstelling van al dan niet professionele opvoeders. En daar blijft het dan bij. Het -soms plotselinge- vertrek van het kroost is een vergeten aandachtsgebied in de opvoedingscanon en laat menig ouder in verwarring achter.

Als dan ineens na al die jaren de kinderen je huis verlaten is dat natuurlijk wennen, het is stiller en leger en je gaat je weer meer met jezelf en elkaar bezig houden. Het klinkt vreemd als ik Robert, een dag na zijn verhuizing, op mijn vraag waar hij is door de telefoon hoor antwoorden: 'thuis'. En voor M. is het slikken als hij na een paar klusjes op de nieuwe stek te horen krijgt: 'Nou Pap, ik heb je niet meer nodig, hoor.'
Het is als met het vertrek van de zomer, je kunt er wel om treuren, maar dat is zinloos. Beter is het je te richten op wat gaat komen, het nieuwe seizoen.
Dat neemt niet weg dat ik stiekum wel blij ben met de aankondiging van Robert dat hij voorlopig op zondag komt eten, al is de voornaamste reden daarvoor de wijn tijdens de dis en het gezamenlijk bekijken van Studio Sport.
En The Doors, die draai ik nu zelf weer.

vrijdag 20 augustus 2010

Perfect day



Als ik wakker word, nog voor de wekker gaat, hoor ik dat het regent. Het is geheel conform de weersverwachting van de avond ervoor, dus ik schrik er niet van. Evengoed is het geen fijn geluid als je besloten hebt die dag te gaan fietsen. Een afspraak met mijn zus, enkele weken geleden gemaakt, om op deze dag gezellig samen te fietsen kunnen wij als druk bezette vrouwen niet zomaar verzetten. Daarom hopen we maar dat de rest van de weersverwachting ook uit zal komen en het die middag vanuit het Westen echt gaat opklaren.
We hebben besloten een tocht te fietsen langs landgoederen in Den Haag en omgeving. Omdat het begin- en eindpunt van de route bij het Centraal Station ligt, laten we ons met fiets en al per trein vervoeren naar de Hofstad. Daar aangekomen moet er eerst een sanitaire stop worden ingelast, een uitstekend excuus om een kopje koffie-met-wat-lekkers-erbij te nuttigen.
Het is nog steeds droog als we op de fiets springen om het startpunt van de route te zoeken. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, maar als we eenmaal in het Haagse bos fietsen vinden we aansluiting bij de routebeschrijving.
De tocht voert ons langs groene bosachtige gebieden waar adellijke families uit vroeger eeuwen hun landhuizen lieten bouwen, zoals Clingendael, kasteel Oud Wassenaar, Duivenvoorde en Huis ten Bosch. Ook voor de huidige adel (de kroonprins in Eikenhorst) en de nieuwe rijken is het gebied nog steeds aantrekkelijk, ondanks de drukke A/N44. Het aantal villa’s en landhuizen waar we langskomen is niet meer te tellen, evenals de bordjes te koop die opvallend vaak opduiken. Rond twaalf uur begint het zachtjes te regenen, precies zoals de buienradar bij raadpleging voor vertrek al had voorzien. De timing is perfect, want we zijn net afgestapt om een soort theehuisje te bekijken dat verleidelijk langs het fietspad ligt en onze nieuwsgierigheid prikkelt. Het houten gebouwtje zit potdicht, maar op het bordes kunnen we even schuilen. Als we even later weer opstappen wordt het al snel droog en zetten we koers naar Voorschoten, waar we de lunch gebruiken op het terras van het Wapen van Voorschoten.


Dit restaurant ligt aan een leuk oud pleintje, met dorpspomp: Anton Pieck is er niets bij. Klussende mannen bij een winkel aan de overkant en de stadsreiniging maken kortstondig een einde aan de idylle door met hun gereedschap c.q. het ledigen van de glasbakken letterlijk oorverdovend lawaai te produceren.
Het maakt allemaal niets uit voor onze beleving van deze dag. Heerlijk ongecompliceerd een dagje fietsen en tegelijkertijd een beetje bijkletsen, zo simpel kan een mooie dag er uitzien.
Als ik aan het eind van de middag, weer thuisgekomen nog even in de auto spring om de wekelijkse boodschappen in de supermarkt te doen hoor ik op de radio “Walk on the wild side” van Lou Reed en ik moet direct aan dat andere nummer van hem denken, “Perfect day”. Een dag hoeft niet echt perfect te zijn om toch perfect te zijn.

Oh it's such a perfect day,
I'm glad I spent it with you.




vrijdag 13 augustus 2010

Genieten

Het licht deze ochtend is mooi helder als ik in de auto stap op weg naar mijn werk. Dichtbij Vogelenzang kom ik langs weilanden en zie ik dat net als gisteravond, de lucht wordt gesierd door prachtige wolken in allerlei tinten grijs, wit en licht oranje. Ik hou erg van dit soort Jacob van Ruisdael –luchten en kijk mijn ogen uit.

Foto: Gezicht op Haarlem van Jacob van Ruisdael

Als ik de auto en het overige verkeer wegdenk is het net of ik in een van de schilderijen van de beroemde Haarlemse schilder uit de zeventiende eeuw terecht ben gekomen. Ik word er kinderlijk blij van en als ik even later rijdend op de provinciale weg aan mijn rechterhand ook nog een regenboog ontwaar kan mijn simpele geluk niet op. Van jongs af aan ben ik gefascineerd door dit natuurfenomeen en nog steeds moet ik het vertellen wanneer ik een regenboog heb gezien. Het Bijbelverhaal over Noach met zijn ark vond ik als kind al niet zo geloofwaardig, maar de symbolische betekenis van de boog aan de hemel aan het einde van het verhaal vond ik wel goed gekozen.
Tijdens het rijden dwalen mijn ogen telkens af naar rechts waar de regenboog me blijft volgen. Wat jammer dat ik geen fototoestel bij me heb. Bijgelovig ben ik niet, maar om het ongeluk op deze vrijdag de dertiende nou een handje te helpen gaat ook wat ver, dus moet ik wel op de weg blijven letten. Daarom ontgaat me het moment van verdwijnen, maar het is niet erg, het past wel bij het ongrijpbare van dit natuurverschijnsel. Mijn dag is fantastisch begonnen, wat een belofte!


Foto: Dordogne zomer 2010

dinsdag 10 augustus 2010

Keuzestress


Dagelijks stel ik mezelf twee terugkerende vragen waar ik een antwoord op moet geven:"Wat trek ik aan" en "Wat gaan we eten"? Ik geef toe dat menigeen worstelt met vragen van grotere importantie, maar de dilemma's waar ik het hier over heb laten zich niet, zoals sommige andere vraagstukken in het leven, eenvoudiger oplossen naarmate ik ouder en wijzer word.
Er zijn mensen die 's avonds hun kleding klaarleggen voor de volgende dag. Dat is makkelijk, want dat scheelt tijd in de ochtend, tijd die je liever slapend doorbrengt. Mij is het nog nooit gelukt om 's avonds te bedenken wat ik de volgende dag aan wil. Ik laat me bij mijn kledingkeuze namelijk allereerst leiden door het weer en daarbij wil ik niet afgaan op de weersverwachting, maar op eigen waarneming. Dat betekent overigens niet dat de keuze voor een shirt, bloes, trui, vest, broek of rok overduidelijk ingegeven wordt door zon of regen, kou of warmte. Vandaag bijvoorbeeld wilde ik een turkoois shirt aan met een witte broek. Staande voor de kast slaat de twijfel toe: het shirt is te dun, zo warm wordt het niet vandaag. Ik kan er een topje onder aantrekken om dit probleem op te lossen. De schoenen die uitstekend bij deze outfit passen kan ik echter niet aan, omdat ik gisteravond tijdens het werken in de tuin ongenadig ben gestoken door een zwerm uitgehongerde muggen en mijn geplaagde enkels verdragen derhalve geen sneakersokjes. Dan maar mijn donkerblauwe driekwart broek. Maar het bloesje dat daar goed bij staat zit eigenlijk te krap, dat wordt een daglange ergernis. Een ander bijpassend shirt ligt in de wasmand. Nog een paar overwegingen verder, kies ik uiteindelijk voor kleding die mij zowel comfort biedt in de strijd tegen de jeuk, als bij het reguleren van de lichaamstemperatuur.
Ik troost me met de gedachte dat ik niet de enige vrouw ben met een keuzeprobleem aangaande dagelijkse kleding. Ik heb een collega eens horen vertellen hoe ze geregeld haar zorgvuldig uitgezochte kledingcombinatie na een korte blik in de spiegel net zo makkelijk verruilt voor een compleet ander stel kleren.

Die andere dagelijkse vraag ligt nog wat gecompliceerder, omdat ik hier een keuze moet maken die niet alleen mijzelf betreft. Sinds jaar en dag ben ik verantwoordelijk voor de dagelijkse warme maaltijd van ons gezin. En hoewel het aantal personen in het gezin in rap tempo afneemt, leidt dat vooralsnog niet tot een vereenvoudiging van de keuze, er valt zelfs meer te kiezen. Uiteraard ben ik zelf mijn grootste criticus. Ik heb een fors eisenpakket als het om voeding gaat. Het is maar zelden dat ik kies voor gemak. Een maaltijd moet gezond zijn èn lekker. Geen of weinig vlees, alleen scharrel of biologisch. Zoveel mogelijk duurzame vis. Afwisseling in groente en fruit, het liefst van het seizoen, en elke dag een portie rauwkost (en dan bedoel ik niet alleen sla). Het klinkt als een wet van Meden en Perzen, maar zo voel ik het niet en om praktische redenen doe ik geregeld water bij de wijn. Omdat ik koken, in tegenstelling tot boodschappen doen, leuk vind is het voor mij geen opgave om elke dag een maaltijd te bereiden, als ik er eenmaal uit ben wàt er op tafel moet komen. Net als bij kleding lukt het me niet om langer dan hooguit twee dagen vooruit te plannen wat ik wil gaan eten. De keren dat ik het wel deed gebeurde er steevast iets onverwachts waardoor de ingeslagen voorraad nutteloos werd of hopeloos tekort schoot.
Voorlopig houd ik me maar vast aan het ingesleten patroon van late inspriratie. Wie weet als de laatste telg binnenkort zijn biezen heeft gepakt is het misschien tijd voor verandering.
En ja, ik weet het: allemaal luxeproblemen.

dinsdag 27 juli 2010

Requiem


Vorige week is hij overleden, onze lieve, mooie kater. Het was onvermijdelijk, want hij was te ziek en de beslissing die je als 'baas' dan moet nemen in overleg met de dierenarts voelt ongemakkelijk. "Op weg naar een plek vol licht en liefde" staat er op het uitvaarcertificaat dat het dierenuitvaartcentrum ons na Ischa's crematie heeft gestuurd. Ongetwijfeld goed bedoelde troost, maar voor mij hoeft dat soort teksten niet, te veel een poging om het dier te vermenselijken en bovendien te sentimenteel naar mijn smaak.
Het huis is leeg zonder Ischa en we missen hem. Toch wordt dit geen sentimenteel verhaal, eerder een klein eerbetoon aan een geliefd huisdier. Het zal niet gaan over zijn laatste weken, waarin hij nog wel trek had in eten, maar moeite had om het naar binnen te werken. Ook gaat het niet over zijn tred, die deed denken aan de gang van een oude dronkaard. Evenmin wil ik het hebben over de constante snottebel die aan zijn neus hing en die ik als bij een klein kind geregeld met een zakdoekje trachtte te verwijderen.
Nee, veel liever vertel ik over zijn eigenaardige gewoonte om niet op schoot te willen zitten, maar wel tegen je aan. Zodra ik mij 's avonds op de bank had geïnstalleerd kwam Ischa naast en tegen me aan zitten. Hij was daarin niet eenkennig, ook als andere leden van het gezin, vriendinnen van de zonen of andere bezoekers plaats namen in zijn buurt, liet hij zich graag aaien en strekte zich behagelijk uit. Openstaande slaapkamerdeuren zag hij als een duidelijke uitnodiging om prinsheerlijk op bed plaats te nemen. Hij zag er zelfs geen been in om gezellig naast me te komen liggen bij de yogaoefeningen.
Toen we hem net hadden was hij nog een jonge schuchtere kater. Een bijna verlegen kat die zich niet liet horen, het eerste jaar heeft hij niet gemiauwd. Spinnen, nog zo'n typisch kattengewoonte, behoorde ook niet tot zijn vaardigheden. En ondanks zijn flinke postuur en statige uitstraling was hij allesbehalve de schrik van de buurt. Nee, zelfs in zijn eigen tuin was hij niet echt de baas over andere katten. Twee maal heeft hij iets van een jachtinstinct aangeboord en kwam hij met een vogeltje aanzetten, jonge exemplaren, al half aangeschoten, die geen partij voor hem waren. Zijn zucht naar avontuur beperkte zich tot een landing op het dak, nadat hij door het open zolderraam was gesprongen en met geen mogelijkheid meer wist hoe hij terug moest keren naar de veilige haven van de zolderkamer. Ook nam hij eenmaal een snoekduik door het keukenraam naar buiten, omdat hij schrok van een huiskamer vol visite die als een man juichend overeind sprong omdat Nederland een doelpunt scoorde tijdens het WK voetbal van '98. Hij liet zich pas weer zien toen de laatste gast was vertrokken.
Bijna iedereen die kennis maakte met Ischa was verkocht, omdat hij zo lief en aaibaar was. Bijten en krabben was ver beneden zijn waardigheid. Ook kleine kinderen , die vaak niet zachtzinnig met dieren omgaan, liet hij verdraagzaam begaan.
Onnodig te vermelden dat Ischa veelvuldig op de foto is gezet, als oogappel van het gezin. Al die herinneringen en foto's vormen een klein monumentje voor Ischa in onze hoofden en harten.

zondag 23 mei 2010

Op een mooie Pinksterdag


Het weer lokt me naar buiten. Eerst 's morgens de tuin in op de yogamat voor de 'zonnegroet' en andere oefeningen om de spieren soepel te houden. En dan 's middags lekker een stukje fietsen. M. gaat niet mee want hij heeft die ochtend al op de racefiets gezeten en vindt het even genoeg. Ik wijk af van de voor de hand liggende route door duinen, bossen en Aerdenhoutse dreven en kies voor de polder. Het is perfect fietsweer en met de wind achter ben ik in een oogwenk op de Geniedijk, ooit onderdeel van de Stelling van Amsterdam, en ruim 110 jaar geleden aangelegd. Nu staan er prachtige oude bomen, lopen er schapen en kun je er, niet gestoord door auto's, prettig fietsen.
Een polder blijft een bijzonder fenomeen. Door de rechte wegen die elkaar kruisen in een geometrisch patroon, worden polders vaak saai genoemd en dat zijn ze soms ook, vooral op winderige koude dagen. Maar nu geniet ik van de weidsheid en de sappige weilanden met koeien, kalveren en paarden, zelfs als op de achtergrond de vliegtuigen opstijgen vanaf de polderbaan. Al fietsend kom ik langs namen van wegen die me doen denken aan mijn middelbare schooltijd. Klasgenoten uit Hoofddorp en wijde omgeving hadden het over de IJweg en de Spieringweg. Ik kwam als brugger nog niet de ringvaart over en had zodoende geen idee hoe beroerd het was om dagelijks tegen de wind in deze polderwegen te moeten trotseren op weg naar school. Geen wonder dat dit deel van mijn klasgenoten massaal aan de brommer ging na de zestiende verjaardag. Zelf taalde ik in het geheel niet naar zo'n herriemakend en stinkend vervoermiddel, niet in de laatste plaats omdat ik niet ver van school woonde, maar ook omdat fietsen me altijd een vrij gevoel heeft gegeven. Op mijn zevende verjaardag kreeg ik mijn eerste echte fiets. Vanaf die dag was het echt mogelijk om zelfstandig op pad te gaan. Ik weet niet meer of dat ook direct mocht van mijn ouders, maar fietsen was vanaf dat moment wel een van de dingen die ik het liefste deed. Er was een bepaald traject rondom onze flat in Amsterdam, van hooguit anderhalve kilometer dat ik fietste, telkens weer hetzelfde rondje. Maar dat kon me niet schelen, in mijn fantasie ging ik op reis naar verre oorden of deed ik mee aan een wedstrijd. En bij ieder rondje was er steeds het gevoel van totale vrijheid. Met het polderrondje van deze Pinkstermiddag was ik weer even terug bij het gevoel van zoveel jaar geleden.

dinsdag 18 mei 2010

25 jaar


Om me heen kookboeken en verzamelde recepten. Zaterdag heb ik een etentje met een club van vijf vriendinnen bij een van ons thuis en de bedoeling is dat ieder een gang verzorgt. Ik heb mezelf opgedragen het voorgerecht te maken. Geen moeilijke opgave, want ik hou van koken. Maar ik moet toch wel even zoeken omdat er twee vegetariërs in het gezelschap zitten en iemand met een vrij fatale allergie voor vis. Bovendien vind ik dat het voorgerecht geen kaas mag bevatten, aangezien de hoofdgang bestaat uit kaasfondue.
Al zoekend realiseer ik me ineens dat we elkaar dit jaar al 25 jaar kennen. Jonge vrouwen - meiden zou je nu zeggen - waren we, maar wel alle vijf al moeder. We waren allemaal pas verhuisd naar de nieuwste stad van het land en hadden behoefte aan contact. Vanuit een buurthuisbijeenkomst ontstond een vrouwengroep, in het begin bestaande uit 10 vrouwen, die we naar eigen goeddunken inrichtten. We kwamen elke week een avond bij elkaar en bespraken van alles. We waren geen hardcore feministen, maar droegen de vrouwenzaak een warm hart toe. Achteraf beschouwd bevonden we ons in het staartje van de tweede feministische golf. Met onverschrokken jeugdige overmoed werden ochtenden en avonden voor vrouwen uit de wijk georganiseerd over allerhande vrouwenonderwerpen en we deinsden er zelfs niet voor terug een VOS (Vrouwen oriënteren zich op de samenleving)- of assertiviteitscursus te geven, opdat de vrouwenemancipatie haar beslag kon krijgen. We hadden onderling soms stevige discussies, maar erg dogmatisch was het allemaal niet. Gezelligheid en pragmatisme hadden de overhand. Zo organiseerden we onze eigen oppaspool, waar ook sommige echtgenoten aan meededen, en als uiterste vorm van efficiëntie vormden drie vrouwen, waaronder schrijfster dezes, anderhalf jaar lang een kookpool. Het idee daarvan was dat er drie maal per week door 1 vrouw voor drie gezinnen gekookt werd, met het gevolg dat je twee dagen in de week, niet hoefde. Een aangename variant van de afhaalmaaltijd. In de zomer gingen we zonder onze mannen, maar met de kinderen een week op vakantie in Nederland. Uitermate vermoeiend, maar ook heel gezellig, vooral 's avonds als 'het hele spul in bed lag'.
Sinds zo'n 15 jaar zijn we met z'n vijven als vriendinnen nog overgebleven, de anderen haakten om diverse redenen af. Een paar maal per jaar spreken we af en praten we over ons wel en wee en wat ons verder bezighoudt. En we gaan er af en toe ook een paar dagen op uit of we bezoeken een voorstelling of film. Het is cliché, maar ik kan me vaak niet voorstellen dat we allemaal vijftigers zijn en dat er al een half leven achter ons ligt met alles wat daarin gebeurd is. Maar het is wel fijn om een clubje vrienden te hebben waarmee je een gedeeld verleden hebt en waarmee je min of meer op dezelfde golflengte zit. We hebben wel eens gekscherend zitten filosoferen over hoe we als ouwe bessen nog steeds bij elkaar zouden komen, of wie weet, wel bij elkaar zouden wonen. Zaterdag maar eens wat herinneringen ophalen, bij de groene asperge-rucolasalade met hazelnoten en gekookt ei.
Maar eerst zal ik die dag aanwezig zijn bij de begrafenis van een dierbare collega. Zij overleed afgelopen zondag na een korte slopende ziekte, nog maar 52 jaar oud. Deze trieste gebeurtenis doet ieder die ermee wordt geconfronteerd beseffen vooral van het leven te genieten. Zij heeft dat ook altijd gedaan.

zondag 2 mei 2010

Langs de lijn


Van jongs af aan stond voor onze beide zonen vast dat voetbal een belangrijk onderdeel zou worden van hun leven. Niet dat wij ze bewust die kant op dreven. M. noch ik hebben deze sport zelf beoefend, maar wel kijken we beide graag naar een goede voetbalwedstrijd en delen we de liefde voor dezelfde club. Een voorteken was wellicht de tijd waarin ik M. heb leren kennen. Juni 1974, voor voetballiefhebbers hoef ik nu niets meer uit te leggen, voor de niet-wetenden: Oranje deed destijds ook mee met het Wereldkampioenschap voetbal in Duitsland en veroorzaakte een voor velen levenslang trauma door in de finale te verliezen van Duitsland.
Tien jaar later werd de oudste zoon, Daniël, geboren, ook in juni, je zou er bijna opzet in gaan zien. Hij keek vanaf een jaar of drie af en toe mee naar het voetbal op tv en werd ook enthousiast voor het spel. Het was dan ook voetbal dat door de zesjarige Daniël gekozen werd als sportbeoefening nadat eerst de door ons vereiste zwemdiploma's waren gehaald. Het kleine broertje Robert, geboren in 1986, ging natuurlijk mee naar de trainingen en de wedstrijden en het werd al snel duidelijk dat hij niet kon wachten om ook mee te mogen doen. Met zijn broer voetbalde Robert al veel op het veldje in de buurt waar door de mannetjes uitgesproken teksten als: 'Ik ben Ajax en jij bent Van Bastos' konden worden gehoord. Voor ons braken jaren aan waarin de zaterdag steevast begon met twee voetbalwedstrijden uit of thuis voor de roemruchte club in ons dorp die ooit een grootheid als Neeskens heeft voorgebracht. Weer of geen weer M. was altijd aanwezig bij de wedstrijden en ik heb zelf ook ontelbare keren tot genoegen langs de lijn gestaan. Hoewel winnen heel belangrijk is, Robert heeft het genoegen gekend drie maal kampioen te worden in de F-en E- jeugd, stond toch altijd het plezier in het spelen voorop. Ook nu nog. De jongens zijn volwassen mannen inmiddels, maar nog steeds spelen ze het geliefde spel, sinds een paar jaar samen in een seniorenteam op zondag. En wij gaan nog steeds kijken want het blijft leuk om je eigen kinderen in hun element in actie te zien. Ook al is het niet altijd even comfortabel, zoals vandaag, het regende twee keer drie kwartier pijpenstelen bij een temperatuur van acht graden, waardoor ik thuis uren nodig had om op te warmen. Het was geen goede wedstrijd, aan onze jongens lag het niet (natuurlijk). Na een voorzet van Robert werd het weliswaar 1-0 en bij de stand 1-1 benutte hij ook een strafschop, maar helaas hebben ze verloren met 2-3.
Jammer, maar winst of verlies is natuurlijk niet het belangrijkste in het leven, al krijg je door berichtgeving in de pers wel eens het idee dat velen het daar niet mee eens zijn. Ik weet wel beter. Daniël heeft vanwege een nare ziekte een aantal jaren niet gevoetbald. Dat wij nu kunnen genieten van onze beide voetballende zoons is van onschatbare waarde. Daar kan zelfs de net niet behaalde landstitel voor Ajax niets aan af doen.

zondag 25 april 2010

Weekend


Het weekend is bedoeld om uit te rusten na een week werken. Ik doe geen lichamelijk zwaar werk en lig dus op vrijdagavond niet op apegapen, maar erg fris ben ik dan ook niet meer. Na een drukke week met werk, verjaardag en wat dies meer zij was het weekend afgelopen vrijdag meer dan welkom. Alleen, op de een af andere manier lukt het me altijd maar matig om die twee dagen te vullen met luieren en nietsnutten. Ook nu is dat weer niet gelukt, ik ben daar gewoon niet goed in en doe er ook mijn best niet voor.
Vrijdagavond begon het al met een fietstocht naar Haarlem, alwaar ik een concert zou bijwonen in de Philharmonie. Op het programma stond voor de pauze 'Canticum Simeonis' van de nog levende componist Helmut Barbe en 'Chichester Psalms' van Leonard Bernstein. Moderne muziek dus, die ik niet tot mijn favorieten reken, - Bernstein heeft natuurlijk wel de aansprekende muziek gemaakt van bijvoorbeeld 'de Westside Story', die ik wel mooi vind -, maar men moet wat over hebben voor de goede zaak. Want na de pauze trad mijn echtgenoot aan, om samen met zijn medekoorleden het 'Requiem' van Mozart uit te voeren. Zij deden dat zeer naar behoren en hoewel ik geen hartstochtelijk liefhebber ben van klassieke muziek, klonk het bijzonder weldadig na de 20ste eeuwse muziek van voor de pauze.
Na deze culturele start van het weekend is manlief op zaterdag verder gegaan met zingen op de jaarlijkse studiedag van een ander koor waar hij lid van is. Voor mij restte boodschappen doen, wederom naar Haarlem fietsen voor een paar andere inkopen en uiteraard de onvermijdelijke huishoudelijke klussen. Tussen april en oktober begint de zaterdagavond altijd heel sportief, want dan mag ik tennissen tussen zes en acht uur. Hoewel ik het niet goed kan vind ik die twee uurtjes buiten een balletje slaan heerlijk. Ontspannen een dubbelpartijtje spelen met een vast clubje gezellige mensen, op een privébaan met een unieke locatie.
Zondag viel het weer een klein beetje tegen, maar dat bood wel de gelegenheid om de tuin aan te pakken. Want na een lange winter was het er nog niet van gekomen om de jaarlijkse voorjaarsklussen te doen. Dus werd het niet fietsen, zoals eerst het plan was, maar boenen, schrobben, vegen, mos verwijderen, planten verpotten en heggen knippen. Het bezit van een tuin maakt een mens nederig, de natuur blijft je altijd een stap voor!
Op zondagavond kook ik meestal wat uitgebreider en zo stond ik, met op de achtergrond de beladen bekerfinale Ajax-Feyenoord, nog een uurtje of anderhalf in de keuken. Met op de valreep een extra (vegatarische) eter, zodat ik een van de klassiekers uit het verleden, notengehakt, nog maar eens van stal heb gehaald.
Om Gert-Jan Dröge te parafraseren: "Het was weer een druk weekend". Maar wilde ik het eigenlijk wel anders?

dinsdag 30 maart 2010

Finale


Denk je klaar te zijn, moet er toch nog een ei gelegd worden bij wijze van evaluatie van 23 dingen. Ik probeer er een speedblog van te maken.
Het is leuk om nieuwe dingen te leren en dat kan letterlijk in deze cursus. Intensief, informatief, interessant en inspannned, dat is 23 dingen kort samengevat. Erg leuk om te doen, vooral ook omdat je elkaars gezwoeg van dichtbij meemaakt. Het is teambuilding op z'n best.
Ik vind dat de cursus pas echt is geslaagd als we er een vervolg aan geven. We zullen moeten bedenken welke dingen we actief gaan toepassen, voor de klant, maar ook voor eigen gebruik. De dingen die daarvoor in aanmerking komen zijn wat mij betreft: bloggen (wie, hoe en wat), wiki's , toevoegen van filmpjes (en meer foto's) aan de website, c-wise actief promoten met een goede integratie met Aquabrowser, online kantoortoepassingen, googlemaps toevoegen op de website voor vindbaarheid bibliotheek. Het is een begin en verder volgen we nu natuurlijk, als een tweede natuur, de ontwikkelingen op de voet. Althans, we doen ons best!

maandag 29 maart 2010

Toekomst


Schrijf een blog over web 2.0 en de toekomst van bibliotheken luidt de opdracht. Dat staat voor mij gelijk aan "leg kort en bondig uit waartoe wij op aarde zijn". Met andere woorden een onmogelijke opdracht die een bijkans filosofische, dan wel wetenschappelijke benadering vraagt. Daarbij komt dat de toekomst voorspellen altijd een hachelijke aangelegenheid is. In science fictionfilms uit de jaren 50 en 60 bijvoorbeeld, kun je zien dat het beeld over het jaar 2000 toch behoorlijk afwijkt van de realiteit van 10 jaar geleden.
Nu ben ik meestal nogal 'down to earth' en op die manier ga ik deze opdracht dan ook maar proberen te vervullen.
Er is al veel geschreven over bibliotheken en web 2.0, zoals te zien is aan de bijgeleverde artikelen van ding 22. Ik heb ze niet allemaal gelezen, maar ben er zo'n beetje 2.0 achtig doorheen gegaan, hier wat oppikkend en daar wat achterlatend.
Het bibliothecaris 2.0 manifest roept bij mij wat weerstand op, ik heb het nooit zo op van die gebeitelde uitspraken. Niettemin zitten er goede quotes tussen waar menig bibliothecaris, ikzelf niet uitgezonderd, notitie van zou moeten nemen en er vervolgens naar handelen.
Essentieel vind ik dat we in de bibliotheek altijd, vroeger, nu en in de toekomst, de klant als uitgangspunt nemen voor alles wat we ondernemen. Zonder klant geen bibliotheek, dat lijkt me zo klaar als een klontje. Ik denk dat we er ook steeds beter in slagen dit uitgangspunt te hanteren, maar tussen 'droom en daad staan (soms)wetten in de weg en praktische bezwaren'. Er is bijvoorbeeld een aanzwellende vraag naar het uitlenen van e-books, maar de praktijk daarvan is vergeven van haken en ogen, om nog maar te zwijgen van het financiële aspect.
Het is in het licht van de toekomst van de bibliotheek van belang dat we als bibliotheek daar zijn waar de klant is. Virtueel zeker, maar ook fysiek. Kijk naar de nieuwe bibliotheek in Almere. Ik ben er nog niet geweest, maar van de vooraankondiging word ik al blij, het lijkt me een plek waar je graag wilt komen.
Virtueel en fysiek sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Zolang de ruimte die het digitale domein bij de klant inneemt blijft groeien, zullen we als bibliotheek ons best moeten doen een eigen plek daarin te veroveren. Niet als een kip zonder kop, maar strategisch goed voorbereid en met oog voor wat onze toegevoegde waarde is. Wat we geleerd en meegekregen hebben van de cursus 23 dingen kunnen we in de strijd (om even in de beeldspraak te blijven) goed gebruiken.
Als we er met elkaar in slagen alle nieuwe ontwikkelingen op die manier tegemoet te treden zie ik de toekomst van de bibliotheek zonnig in. Oh ja, en met een beetje hulp van onze grootste sponsor natuurlijk.

zaterdag 27 maart 2010

Dweilen


Met huishoudelijk werk heb ik een slechte verhouding. Niet eens een haat/liefde, maar een haat/maar-het-moet-toch-gebeuren verhouding. Gevormd in de tweede feministische golf heb ik altijd ambivalente gevoelens gehad over het huishouden. Huisvrouw worden was niet mijn ambitie, maar dat neemt niet weg dat als je buiten de deur werkt, je evengoed een huishouden hebt waar af en toe schoongemaakt moet worden. En ook al heb ik een man die ook zijn steen bijdraagt in het poetsgebeuren, blijven de tijdrovende en vervelende klussen vaak liggen. Totdat ik me ineens ga ergeren aan die ramen waar je bijna niet meer doorheen kunt kijken, dan moet het werk gedaan worden en snel ook.
Vandaag was het weer zover, ik had in mijn hoofd gezet dat de linoleumvloer beneden gedweild moest worden. Had ik niet in de agenda gezien dat het al weer 10 weken geleden was? Juist, hoogste tijd dus. Op de ranglijst van vervelendste huishoudelijke klussen scoort dweilen bijzonder hoog. Het zou een koud kunstje zijn als je een lege vloer mocht bewerken, maar dat is nu precies waarom ik er zo'n hekel aan heb; wat komt er niet bij kijken voordat je aan het echte werk kunt beginnen? Allereerst moet er gestofzuigd worden, want je wilt geen zand, stofvlokken en haren tegenkomen op je mop. Vervolgens moeten de hinderlijk in de weg staande meubels, krantenbakken, etensbordjes van de kat, schoenen, tassen, lampen en wat er verder in een modale huiskamer te vinden is, van de vloer af. De tuin dient in deze bij droog weer als uitvalsbasis voor verweesd huisraad. Als dat alles gedaan is en mop en sop staan klaar, dan moet er nog voor gezorgd worden dat de huisgenoten op veilige afstand blijven en dat je een zodanige route voor het dweilen uitstippelt, dat je zelf na gedane arbeid weg kan komen zonder op de vochtige vloer te hoeven lopen. Inderdaad, wie nog beweert dat huishoudelijk werk voor de dommen is, heeft er geen kaas van gegeten of laat het altijd een ander doen.
Voor even mag er dan genoten worden van wat al dat geploeter oplevert: een heerlijk frisse vloer die weer gezien mag worden. Helaas duurt dat genoegen nooit lang, want in het perpetuem mobile van het huishouden, heb je altijd maar kort plezier van je werk. Ook daarom blijft mijn verhouding met het huishoudelijke slecht, je bent er nooit klaar mee.
Natuurlijk is dit ongenoegen op wereldschaal van nietige omvang, maar het is wel fijn om het eens lekker van je af te schrijven.

donderdag 25 maart 2010

Ontdek de Aquabrowser


De Aquabrowser bestaat al weer een paar jaar en is ontworpen door Medialab, de club van Thijs Chanowski, de man die ons, kinderen van de jaren 60 en 70, blij maakte met onder andere de Fabeltjeskrant. Chanowski is daarmee een goed voorbeeld van iemand die nieuwe kansen ziet en ermee aan de slag gaat. Dat zal 'de bibliotheek' ook moeten doen om in beeld te blijven bij de klant. Of we het leuk vinden of niet, we zullen ons best moeten doen om ons partijtje mee te blazen in al het digitale geweld. (Enige sturing daarin van een overkoepelend orgaan wordt soms node gemist)
De Aquabrowser is een goede poging, maar nog verre van ideaal. De belangrijkste vraag daarbij is: zit de klant te wachten op zo'n geavanceerde tool, compleet met woordenwolken. Als je kijkt naar de gemiddelde bibliotheekgebruiker heb ik mijn twijfels. De gemiddelde gebruiker zal heel vaak niet eens gebruik maken van een catalogus in welke vorm dan ook. Klanten die er wel gebruik van maken doen dat om een bepaalde titel te zoeken en dan desgewenst digitaal te reserveren. Hierbij willen ze, lijkt me, zo min mogelijk afgeleid worden door allerlei extra's. Natuurlijk zijn er ook klanten die wel blij zijn met alle toeters en bellen die bijvoorbeeld Aquabrowser biedt. Zij worden door de Aquabrowser op ideeën gebracht. Bovendien kunnen zij met behulp van My discoveries ook nog hun eigen dingen toevoegen aan de catalogus: recensies, lijsten, tags. Prima, niks op tegen. Het zou fijn zijn als je beide typen klanten op hun wenken kan bedienen. Bibliotheek Deventer doet dat goed door de eigen Bicatcatalogus en de Aquabrowser mooi te integreren. Op die manier krijgen klanten die eenvoudig zoeken direct wat ze willen en zij die geen vastomlijnde zoekvraag hebben worden wellicht verrast en kunnen naar hartelust aan de slag met My discoveries. The Kidsbieb van Deventer doet ook likkebaarden, zou die te koop zijn?
C-wise is voor zover ik het nu kan bekijken, een goed product van Bicat dat gemaakt is om tegemoet te komen aan de wens voor een sociale bibliotheekcatalogus. Het is te hopen dat het zich goed laat combineren met de Aquabrowser a la Deventer.
Ik had twee jaar geleden al een My discoveries account gemaakt bij de OBA om dit nieuwe fenomeen uit te proberen. Verder heb ik er niet mee gewerkt. Nu ben ik er weer even mee aan de gang geweest en het doet me erg aan LibraryThing denken. Natuurlijk zijn er verschillen, maar als klant zul je niet snel accounts gaan aanmaken bij op elkaar lijkende websites. Dat wordt dan keuzes maken. We zullen ervoor moeten zorgen dat die keuze dan valt op de bibliotheekwebsite.

zondag 21 maart 2010

Muziek

Dat er ook sociale netwerken op muziekgebied bestaan wist ik al. Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar ik heb ook met dit soort sites niet zoveel affiniteit. Veel te veel gedoe in mijn beleving. Geef mij maar mijn Ipod met bijbehorende Itunes op de pc, of Muziekweb, waar de keuze ook enorm is. Af en toe koop ik wat via Itunes of ik importeer cd's uit mijn eigen collectie. En een cd-tje meenemen van de bibliotheek kan natuurlijk ook. Ik luister dagelijks naar de radio en kom dan ook op nieuwe muziekideeën. En natuurlijk aanbevelingen van vrienden, kennissen en collega's. Af en toe vind ik het wel leuk om favoriete muziek te bekijken en te beluisteren via YouTube, maar de geluidskwaliteit laat vaak te wensen over. Voor ding 20 heb ik een aantal muzieksites bekeken. Die van Blip.fm sprak me het meeste aan. In de bibliotheek hebben we natuurlijk al een prima product: het eerder genoemde Muziekweb. Onze klanten maken er al veelvuldig gebruik van. Dat uitbouwen lijkt me een betere optie dan weer iets nieuws bedenken.
Verder ben ik het eens met Monique dat er niets gaat boven muziek afgespeeld op een goede geluidsinstallatie - inderdaad via de cd dus, of voor mijn part de aloude lp.
Om toch nog een beetje muziek te delen, hierbij een nummer waar ik altijd vrolijk van wordt en waar ik nooit stil bij kan blijven zitten. En het gaat nog over muziek ook.

vrijdag 19 maart 2010

Effe sociaal doen


En dan nu mijn favoriete onderwerp: sociale netwerken. (niet dus!) Helaas, ik ben geen lid van Hyves, Facebook en noem ze allemaal maar op. In een vlaag van nostalgie heb ik me vorig jaar aangemeld bij schoolbank.nl Geregeld krijg ik een mail over wie zich heeft aangemeld, foto's heeft toegevoegd of een bespreking van de school heeft gegeven. In de meeste gevallen ken ik de personen in kwestie niet, want veelal jaren jonger. Ik kan me voorstellen dat je op die manier weer in contact kan komen met mensen die je uit het oog bent verloren, maar waarom was je ze ook alweer uit het oog verloren? Ik vind echte (niet virtuele) vriendschappen veel belangrijker en daar wil ik tijd in steken. Jezelf op allerlei sites in de picture kletsen, chatten, twitteren etc. laat ik graag aan anderen over.
Nuttig kunnen netwerken zijn als je bijvoorbeeld op zoek bent naar werk. Via allerlei banensites kun je een profiel van jezelf aanmaken om je zo goed mogelijk voor eventuele werkgevers te profileren. Daar ligt natuurlijk ook weer de keerzijde van al die vriendschapssites. Als je 'vrienden' lelijke dingen over je gaan schrijven is dat ook terug te vinden door potentiele werkgevers. De meeste sollicitanten worden tegenwoordig eerst gegoogeld voordat ze überhaupt voor een gesprek worden uitgenodigd.
Beroepshalve ben ik lid van een aantal netwerken en daar zie ik ook wel het nut van in. Ik ben lid van een ning rondom collectievorming in Noord- en Zuid-Holland en van twee kennisgroepen laaggeletterdheid en impuls (een netwerk van medecursisten van Impuls dat ik een paar jaar geleden heb gevolgd). Bij dat soort gespecialiseerde netwerken ligt versloffing op de loer. Als je het een tijdje niet nodig hebt kijk je er ook niet op. En als niemand meer bijdragen levert is het een slapend, zo niet dood, netwerk.
Of de bibliotheek zich op Hyves en andere netwerken zou moeten begeven? Ja, idealiter wil je daar zijn waar je klanten zich ook begeven. Maar hoe ga je al die netwerken bijhouden? Ik zie dat ons getwitter al veel tijd kost en afhankelijk is van de toewijding van 1 of 2 medewerkers.Ik denk dan ook dat je hierin keuzes moet maken. Voorlopig vind ik dat we het bij twitteren moeten houden: dat heeft een meerwaarde voor onze bibliotheek. Bicat C-wise biedt in dat opzicht in de toekomst wellicht ook mogelijkheden.
Privé houd ik het bij contact onderhouden met mensen op de 'ouderwetse' manier: praten,bellen,sms-en,mailen,langs gaan,ontvangen.