woensdag 20 oktober 2010

Vraag en aanbod

Echte schoonheid zit van binnen. Dat kan waar zijn, maar het oog wil ook wat en daarom heb ik deze zomer besloten om vier keer per jaar de schoonheidsspecialiste te bezoeken. Niet dat ik nu ineens mijn wimpers wil laten verven of mijn bovenlip nodig geharst moet worden. Nee, het gaat mij alleen om het verwijderen van ontsierende dingetjes die zich vastzetten in de huid. Een zogenaamde mini- gezichtsbehandeling is het, die evengoed nog bijna een uur duurt.

Het meisje dat mij behandelt is aardig en ze blijkt al op de hoogte van mijn wens om niet aan de wenkbrauwen geëpileerd te willen worden. Dat doe ik namelijk liever zelf omdat ik niet het risico wil lopen met dunne strepen door het leven te moeten. Mijn weigering drie maanden geleden op dit punt kwam mij op een lichtelijk gepikeerde opmerking te staan van de toenmalige schoonheidsspecialiste van dienst. Ze was duidelijk in haar beroepseer aangetast.
Net als ik me een beetje begin te ontspannen, wat niet zo makkelijk is als er ondertussen met geniepige prikjes van alles uit je huid wordt geperst, vraagt het meisje of ik ook oogcrème gebruik. En meteen weet ik weer waarom ik de gang naar de beautysalon jarenlang heb uitgesteld. Ze mogen me met zachte handen, voedende peelings en rustgevende maskers bewerken, maar ze moeten geen lastige vragen stellen die alleen maar kunnen leiden naar het (letterlijk) aansmeren van een product. Een product dat ik volgens de dames toch echt moet gaan gebruiken om mijn arme huid te beschermen tegen het onherroepelijke verval.
Ik vertel gedwee, je ligt er tenslotte toch een beetje onderdanig bij op zo’n luie stoel onder een verwarmde dikke handdoek, dat ik geen oogcrème gebruik. De lieve schoonheidsspecialiste legt me enthousiast uit dat de huid rondom de ogen extra droog is en daardoor gevoelig voor vuil dat zich onder andere uit in gerstekorreltjes. Ze heeft er zojuist een paar ontdekt rond mijn ogen. Ik kan een diepe zucht nog net onderdrukken voordat ik ter verdediging van mijn nalatig gedrag aanvoer dat ik altijd nogal huiverig ben voor allerhande smeersels vanwege mijn tamelijk gevoelige huid. De rode blossen op mijn wangen, die ik al van kindsbeen af heb, zien er misschien wel gezond uit, maar worden toch voornamelijk veroorzaakt door een dunne, naar allergie neigende huid. Voor mij dus geen eau de toilette of crèmes met parfum en andere allergene rommel. Mijn behandelaarster begrijpt het allemaal heel goed en bezweert me dat het zalfje dat ze in de salon gebruiken echt voor alle huidtypen geschikt is. Ze heeft nog nooit meegemaakt dat iemand er last van had. “Weet je wat, ik geef je een paar proefjes mee, dan kan je het gewoon uitproberen” zegt ze op een montere toon, die eigenlijk geen tegenspraak duldt. Lafhartig zeg ik dat het me een uitstekend idee lijkt. En net als drie maanden geleden ga ik heen met een paar monsters die mij hoogst waarschijnlijk niet zullen verleiden tot aankoop van een tube of potje.

In de bibliotheek hebben we al een paar jaar geleden besloten om, in navolging van commerciële bedrijven, meer vraaggericht te werken en niet meer uitsluitend aanbodgericht. Soms vraag ik me af of ‘profit’ bedrijven wel zo vraaggericht werken als zij ons willen doen geloven. Er moet immers verkocht worden en als er geen vraag is, dan wordt die wel gecreëerd. Dat laatste moeten we dus nog leren in de bibliotheek. We moeten ervoor zorgen dat de diensten die we aanbieden zo goed zijn afgestemd op onze klanten dat het lijkt alsof we maatwerk leveren. Als we de klanten daarbij net zo in de watten leggen als in de schoonheidssalon zullen ze vast vaak terugkomen.

Geen opmerkingen: