vrijdag 24 augustus 2012

Het nuttige en het aangename


Hoewel ik dagelijks omringd ben door boeken lees ik er te weinig naar mijn zin. Gebrek aan tijd is een van de oorzaken. Tijd heb ik wel als ik in de auto zit, vooral tijdens het woon-werkverkeer. Een uur duurt de dagelijkse rit (heen en terug) en gewoonlijk luister ik dan naar de radio. Mijn favoriete station, Radio 2, wordt steeds minder mijn favoriete station omdat er steeds meer (onnozel) gepraat wordt op de zender in plaats van muziek gedraaid.
De behoefte om af en toe de radio uit te zetten en het verlangen naar meer literatuur brachten mij op het idee om eens uit te proberen of een luisterboek in de auto werkt. Ik nam uit de bibliotheek "Over de liefde" van Doeschka Meijsing mee, voorgelezen door actrice Lineke Rijxman, zeven uur leesplezier. Het beviel goed. Een boeiende roman, uitstekend voorgelezen door een prettige stem in het juiste tempo. Hoewel ik het geluid veel harder moest zetten dan bij de radio kon ik alles goed verstaan. Zelf lezen blijft prettiger, maar een luisterversie is een handig alternatief en na anderhalve week had ik het boek uit. Van te voren had ik nog wat twijfels over de kwestie of ik mijn aandacht voor het verkeer kon combineren met die voor het verhaal, maar dat was geen probleem. Blijkbaar kan een mens toch wel twee dingen tegelijk. 

Enthousiast geworden over de mogelijkheid het aangename met het nuttige te verenigen ben ik nu bezig met een serie hoorcolleges over de stoïcijnse filosofie. De colleges, gegeven door Dr. Miriam van Reijen, bedoeld voor leken, gaan vooral over de praktische toepassing van de ideeën die Epicurus, Seneca, Epictetus, Spinoza en Sartre hebben nagelaten. Naast uitleg van de denkbeelden wordt er ook ingegaan op wat je er in je eigen leven aan kunt hebben, welke levenskunst je aan die filosofen kunt ontlenen. Het is zeker geen gemakkelijke kost, maar door de voorbeelden die Van Reijen geeft wordt het minder abstract.
Zo leer ik dat de vroege Stoïcijnen betoogden dat (negatieve) emoties voortkomen uit onware gedachten. "Mensen lijden niet door de gebeurtenissen en andere mensen, maar alleen door hun eigen opvattingen daarover" zegt Epictetus, wijsgeer in de eerste eeuw na Christus. Kan ik met de uitleg van Van Reijen nog een heel eind meekomen in deze gedachtegang, veel lastiger wordt het als zij Spinoza behandelt en met name zijn ontkenning van het bestaan van de vrije wil. In het korte bestek van het hoorcollege komt de docent snel tot de kern, door voornamelijk die ideeën van de grootste Nederlandse wijsgeer aan te stippen die voor haar betoog in het kader van de stoïcijnse levenskunst van belang zijn. Als ik het goed begrepen heb -het is echt een wonder dat je tegelijk je hersenen kunt laten kraken en op de weg kunt letten- zegt Spinoza dat alles wat wij doen een noodzakelijk resultaat van natuurwetmatigheden is. Je gedrag heeft altijd een oorzaak, we doen iets niet uit vrije wil, maar omdat we niet anders kunnen. Door de voorbeelden die de docente gebruikt klinkt het allemaal best aannemelijk, maar mijn gevoel van eigenwaarde krijgt er wel een knauw van en daarom verzet ik me tegen dit idee van Spinoza. In die zin is het jammer dat het een hoorcollege op cd is, waardoor je niet in discussie kunt gaan of vragen kunt stellen aan de docent.
Als laatste behandelt Van Reijen Sartre en zijn existentialisme en ook dat college, waarvan ik het grootste deel nog moet beluisteren, belooft veel stof tot nadenken te geven.Volgens Sartre is "de mens het product van zijn eigen keuze". Je bestemming en je gedrag zijn niet vooraf aangegeven, maar een resultaat van je keuze, van iets wat uit jezelf komt.
Hoewel het moeilijke kost is vind ik het wel uiterst interessant er kennis van te nemen. Het nodigt ook wel uit om meer te lezen over filosofie in het algemeen. Maar hoe dit college mij gaat helpen "meer greep op het eigen leven te krijgen" zoals in de recensie staat weet ik niet, want voorlopig roept het veel vragen op. Gelukkig was ik ook niet op zoek naar meer greep op mijn eigen leven.
Hoewel, wat heeft mij op het spoor gebracht om naar deze serie te luisteren? Was het mijn vrije wil, of toch een gevolg van voorafgaande gebeurtenissen?

donderdag 2 augustus 2012

Harmonie

Behalve tijdens de Olympische Spelen worden we via de sportprogramma's op televisie zelden getrakteerd op een verslag van een roeiwedstrijd. En dat is jammer, want wat een mooie, televisie-genieke sport is dat. De ranke boten die zich een weg door het water klieven door toedoen van synchroon uitgevoerde slagen van de ingezeten roeiers. Het samenspel van armen en benen en de cadans van het slagentempo, ik zit er van te genieten. Ondanks de spanning die het wedstrijdelement met zich meebrengt heeft het kijken naar een roeiwedstrijd iets rustgevends. Ook werkt het kijken ernaar zeer aanstekelijk. Ik krijg iedere keer zin om me in te schrijven bij een roeivereniging om zelf de schoonheid van het glijden door het water te ervaren. Een belachelijk idee natuurlijk, maar het bekruipt me iedere keer weer. Het lijkt me fijn om deze no-nonsense sport te beoefenen, alleen of in een team.


Vorig jaar zomer las ik de novelle 'Over het water' van H. M. van den Brink. In het verhaal denkt de hoofdpersoon terug aan een mooie warme zomer vijf jaar eerder toen hij zich samen met een maat bekwaamde in het (wedstrijd)roeien. Van den Brink weet de harmonie en het evenwicht dat het roeien teweeg brengt goed over te brengen. Een citaat:
Ik zette krachtiger aan. David volgde. Niets was meer droog. Ik voelde hoe mijn hemd zwaar om me heen rimpelde, ik voelde het water in mijn doorweekte schoenen. Ik zag mijn armen als vanzelf naar voren zwaaien en met een gretigheid die ik nog niet kende de riem in het water zetten. Mijn schouders pakten het gewicht gulzig over en mijn benen zetten onmiddellijk af. Moeiteloos verliet het blad aan het eind van de haal het water en beschreef een perfecte kleine boog tussen borst en knieën. Mijn hoofd leunde een fractie van een ogenblik genietend achterover voor ik, diep adem scheppend, weer achter mijn armen aan naar voren reed. (....) Ik voerde de intensiteit nog iets verder op, zonder nadenken maar op de manier zoals het hoorde, niet door het tempo te verhogen maar door meer kracht te zetten waarna de beweging vanzelf om een hoger tempo vroeg. David volgde. Het was onnatuurlijk stil om ons heen. Het enige wat we hoorden was de allesdoordringende ruis van de regen en daardoorheen, op de voorgrond, het felle tsjak waarmee we het water pakten en het diepere, enigszins holle geluid waarmee onze bladen precies tegelijk het water weer verlieten. (....) Ik stelde me voor hoe de spitse, met koper beslagen punt van onze boot door het water schoot, even duikend op het moment dat wij onze bladen vasthaakten, dan weer schuin omhoog en voorwaarts bewegend, duikend, versnellend. Langs het gras, langs het riet, als een jonge snoek die nu eens niet wil duiken maar vlak onder de waterspiegel achter een prooi aanjaagt die hem niet meer kan ontgaan,vanuit de donkere diepte nagestaard door het gewone volk van traag happende vissen.


 Heerlijk om zo te kunnen roeien, heerlijk om zo te kunnen schrijven.