donderdag 14 juli 2011

Wijntoerist


"Kijk", zegt M. geestdriftig en hij wijst naar de groene gedeelten in de vakantiefoto op het laptopscherm, "allemaal wijn". Mijn ouders kennen de vinologische interesse van hun schoonzoon en betuigen hun instemming: "ja, geweldig". Naast het bezoeken van culturele bezienswaardigheden en natuurschoon behoort een ritje door een bekende wijnstreek tot een terugkerend onderdeel van onze vakanties. Steevast worden de groene ranken door M. vastgelegd in duizenden pixels, van dichtbij, of juist van ver af, zodat goed te zien is dat het gefotografeerde een wijngebied betreft. Voor de leek die ik ben ziet elke wijnstreek er ongeveer hetzelfde uit, heb je er een gezien, dan weet je hoe de andere er uit ziet.
In de tweede week van onze vakantie verbleven we in Piemonte, een landstreek in Italië, waar op gastronomisch gebied veel valt te halen. Le Langhe, een lieflijk heuvelachtig gebied, is binnen Piemonte dan weer hèt luilekkerland voor wijnliefhebbers. M. wilde, aangestoken door een collega die regelmatig in deze contreien zijn wijnen haalt, wel eens een echte Barolo proeven. We besloten een rit te maken naar de van oorsprong Romeinse stad Alba en van daaruit de dorpjes en wijngaarden te bezoeken waar (onder andere) de Barolo wordt gemaakt. We kwamen terecht in het uitgestorven dorpje Serralungo d'Alba, midden in het Barolo-gebied, waar we stopten op een stoffig pleintje dat een mooi uitzicht bood op de wijnvelden in de omgeving. Een uitnodigend bord boven de ingang lokte ons een wijnhuis binnen dat er uitzag als een koele opslagplaats, buiten was het 32 graden.
Een geblondeerde dame begroette ons hartelijk - toch nog klanten op deze lome middag -en vroeg wat ze voor ons kon betekenen. Ze sprak gelukkig heel behoorlijk Engels en dus kon M. haar zijn wensen duidelijk maken. We werden genood om aan een grote tafel plaats te nemen en signora Anselma verdween naar achteren om glazen, spuugbak en wijn te halen.


We hadden even tijd om rond te kijken in de als toonzaal aangeklede ruimte, waar verschillende wijnen met mooie etiketten uit diverse jaartallen, sommige bijna net zo oud als wij zelf, uitnodigend stonden te glimmen. Nadat de gastvrouw de eerste wijn had ingeschonken verdween ze opnieuw in de coulissen en rommelde daar enige tijd, totdat ze met schaaltjes worst en kaas aan kwam zetten. Dit was het serieuze werk, we konden met goed fatsoen niet meer zonder enige aankopen vertrekken.


Ondertussen vertelde mevrouw Anselma honderduit over het bescheiden familiebedrijf van haar man. Inmiddels werden de wijnen, grappa's en likeuren al door de vijfde generatie gemaakt en alles op de traditionele manier, in houten vaten uiteraard. Signora deed de winkel en ging beurzen af in Europa, nu de export naar de Verenigde Staten en Japan door de crisis stil was komen te vallen. Nee, Nederland deed ze nog niet, hun productie was tenslotte maar 30.000 flessen per jaar, maar wie weet.
Inmiddels waren er twee Deense jonge mannen binnengekomen die ook wilden proeven, na een kennismaking met de wijn van Anselma in een plaatselijk restaurant. Fijn voor signora, maar ook fijn voor ons, we konden even rustig overleggen over het aantal flessen dat we zouden aanschaffen. "Je mag eerst wel even naar de prijzen vragen", was mijn zuinige-Hollander-advies aan M. Nelly, de eigenaresse van het appartement waar we verbleven had ons 's morgens nog op het hart gedrukt vooral niet teveel te betalen voor de DOCG wijnen. "Laatst had iemand 50 euro betaald voor een fles, dat is veel te veel", sprak ze dreigend. Nou, dat zouden wij echt niet doen, hadden we haar gerustgesteld. Maar toen signora Anselma met de prijslijst aan kwam zetten knepen we hem toch wel een beetje. Gelukkig was niet alleen de dame in kwestie sympathiek, maar ook de prijzen vriendelijk en kon M. zijn keuze voor de stevige Barolo uit 2005 en de wat toegankelijker Nebbiolo uit 2007 kenbaar maken. En terwijl de Denen nog vrolijk verder proefden, rekenden wij af, verpakte signora de flessen in een stevig karton en namen we hartelijk afscheid.
De warmte buiten viel, na de aangename verpozing in het wijnhuis, als een warme deken over ons heen, maar we wilden als echte vakantiegangers toch nog even door het dorpje lopen, alvorens de airco in de auto zijn werk te laten doen. La dolce vita voor toeristen.

Weer thuis in Nederland liggen de flessen geduldig te wachten op consumptie. Ergens dit jaar, als we er van drinken, zijn we weer even in Le Langhe.



          

zondag 3 juli 2011

Paradijs

Meer dan een week geleden verlieten we de plek waar we de eerste week van onze vakantie in Italie hebben doorgebracht. Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar gelukkig zijn er herinneringen en foto's.


Het zwembad ligt op een plateau aan de rand van de heuvel. Vanuit mijn ligstoel kan ik het panoramische landschap meer dan 180 graden rondom bewonderen. Groene glooiende heuvels waar dromerige dorpjes tegenaan gedrukt liggen. Afgezien van de geluiden die de natuur voortbrengt is het stil. Het is warm, maar na een duik in het koele water is het heerlijk om in de zon op te drogen. De bremstruiken achter mijn stoel geven bij vlagen een zomerse zoete geur af. Alsof al die sensaties nog niet genoeg zijn heb ik ook nog muziek in mijn oren gestopt en ligt een boek onder handbereik. De zuidelijke klanken van Calexico en het verhaal dat ik lees over het leven van Cicero, ruim 2000 jaar geleden woonachtig in het land waar ik verblijf, passen wonderwel bij het lome middaggevoel. Alles bij elkaar moet dit toch ongeveer wel het paradijs benaderen.


Dat we het leven op 'onze' heuvel als paradijselijk ervaren wordt ook benadrukt door de moeizame manier waarop we iedere keer deze Hof van Eden bereiken. Gelijk aan de Bijbelse beeldspraak is de toegang tot ons paradijs geplaveid met obstakels. Het is een helletocht die steeds ondernomen moet worden wanneer we iets van de omgeving willen zien of simpelweg brood willen halen. Rust heeft zijn prijs. Het dichtstbijzijnde dorp van enige betekenis, ligt op een afstand van 10 kilometer en ongeveer 500 meter lager. Dat lijkt niet ver, maar de weg is steil, smal en zeer bochtig: de gemiddelde snelheid bedraagt ongeveer 20 km per uur. Geheel in stijl is het laatste stukje vlak voor het paradijs het slechtste, een 800 meter lange onverharde weg, voorzien van vele puntige keien en kiezels, die M. het ergste doet vrezen voor de onderkant van de auto.

Het is natuurlijk de bedoeling dat je de Lusthof niet meer verlaat. Het doet me denken aan de laatste zin van "Hotel California" van The Eagles : 'You can check out any time you like, but you can never leave'.