woensdag 21 december 2011

Maria ; een kerstverhaal



Meneer Timmerman had de stoute schoenen aangetrokken. Hij zat in het kleine oude kerkje van het dorp om te luisteren naar een kerstconcert van het plaatselijke koor. Sinds het overlijden van zijn vrouw, ruim drie jaar geleden had hij eigenlijk geen zin meer in Kerst. Juist in die laatste maand van het jaar viel het gemis om zijn Maria altijd als een benauwde deken om hem heen. Niets moest hij meer hebben van al die gemaakte gezelligheid rondom de kerstdagen. Zijn vrouw had altijd enorm genoten van Kerst, ze zorgde voor de sfeer in huis, met een mooi versierde boom en kerstdecoraties voor de ramen en - dat vond meneer Timmerman altijd het fijnste - ze zong bij haar werk in huis voortdurend kerstliedjes. Die kende ze nog van vroeger toen ze als jonge vrouw in een koortje zong.
Daarover had meneer Timmerman zitten mijmeren toen hij in het plaatselijke krantje de aankondiging had gelezen van het concert in het kerkje een paar straten verderop. Waarom zou hij er niet naar toe gaan? De toegang was gratis en misschien zongen ze wel één van de liederen die hij vroeger Maria hoorde zingen.

Met enige schroom zat hij op de harde bank in de volle kerk tussen het andere publiek. Het koor zette in met een Engelstalig kerstlied en het laatste couplet mocht het publiek meezingen. Maar meneer Timmerman deed niet mee, hij kende het lied immers niet. Terwijl het koor het ene na het andere Engelse lied ten gehore bracht werd meneer Timmermans overvallen door een immense droefheid. Hij herkende helemaal niets van wat er uitgevoerd werd, hij voelde zich diep teleurgesteld en hoe langer hij die vreemde klanken moest aanhoren, hoe meer hij zich er tegen wilde verzetten. Hij wilde niet meer blijven, hij moest de kerk uit! Woedend was hij, op zichzelf, op het koor dat maar Engels bleef zingen, op de hele wereld, die nooit meer zou worden als vroeger. Op het moment dat het muisstil was in de kerk, na de wegstervende klanken van weer een vreemd lied, gebeurde het. Meneer Timmerman stond ineens op van zijn plaats en hij hoorde zichzelf met luide stem door de kerk roepen: 'Zing toch eens een Nederlands lied'. Vervolgens beende hij de kerk uit, de deur sloeg met een klap achter hem dicht.
Als in trance liep hij richting huis. Zijn benen wisten de weg, maar zijn hoofd was in verwarring. De buitenlucht bracht hem langzaam weer bij zinnen en zijn wangen kleurden rood, niet van de kou, maar van schaamte. Wat bezielde hem in hemelsnaam? Zou iemand in de kerk hem herkend hebben? Meneer Timmerman wist het zeker: nooit ging hij meer naar een kerstconcert.

De volgende ochtend werd er al vroeg bij hem aangebeld. De buurvrouw stond op de stoep met in haar handen een kerststukje. 'Ik dacht, meneer Timmerman stelt vast wel prijs op een beetje gezellig groen in huis', stak ze direct van wal toen de deur open ging. Meneer Timmerman lachte schaapachtig, hij had geen behoefte aan het gezelschap van zijn buurvrouw, maar hij kon haar toch ook niet voor de deur laten staan. 'Komt u binnen', mompelde hij. 'Hoe gaat het met u, redt u het een beetje, zo met de feestdagen voor de deur?' vroeg ze belangstellend. 'Het gaat' zei meneer Timmerman. 'Ik geef er niet zoveel om'. 'Ach, u moet gewoon nog een beetje in de stemming komen' opperde de buurvrouw. 'Bent u gisteren nog naar het kerstconcert geweest in de kerk?' Meneer Timmerman verschoot van kleur. 'Nnee' stamelde hij. Hij vond dat dit gesprek de verkeerde kant op ging. 'Weet u, ik kon er ook niet naar toe gisteren, maar ik hoorde van mijn zuster dat het prachtig was geweest' vervolgde de vrouw. 'En vanmiddag treedt hetzelfde koor nogmaals op, maar dan in de grote kerk in de stad'. 'Wat zou u er van zeggen als ik u vanmiddag ophaal, dan gaan we er samen heen', ging ze verder. 'Dan bent u er ook even uit'. Meneer Timmerman zocht koortsachtig naar een smoes om de buurvrouw af te wimpelen, maar hij kon niets bedenken. In zijn hoofd en lijf buitelden allerlei gedachten en gevoelens over elkaar heen en voordat hij kon antwoorden besliste de buurvrouw voor hem. 'Dat is dan afgesproken, ik haal u om twee uur op', sprak ze ferm.

Meneer Timmerman sloot de voordeur achter de vertrekkende vrouw en voelde zich lamgeslagen. Wat moest hij doen? Hij wilde zijn buurvrouw niet voor het hoofd stoten, maar hij wilde ook niet voor de tweede keer naar dat koor luisteren. Dit dilemma was zijn straf, dacht hij, voor zijn gedrag gisteren. Hij moest het op de een of andere manier goedmaken, maar hij wist niet hoe.
Gelaten wachtte hij af tot het twee uur was en toen zijn buurvrouw aanbelde liet hij zich gedwee meevoeren in haar auto op weg naar de grote kerk. De vrouw probeerde met gezellig bedoeld gebabbel meneer Timmerman tot een gesprek te verleiden, maar haar woorden bleven hangen in de lucht. Meneer Timmerman was zo zenuwachtig dat hij zijn mond amper open durfde te doen, een beetje knikken en hummen was het enige wat hij kon voortbrengen.
De kerk zat al behoorlijk vol, maar achterin waren nog lege stoelen en meneer Timmerman haastte zich, zijn buurvrouw bijna meesleurend, om daar half achter een pilaar plaats te nemen. Het was steenkoud in de kerk, meneer Timmerman dook diep weg in zijn jas en concentreerde zich op wat ging komen. Hij moest voorkomen dat hij zich net als gisteren door zijn emoties zou laten overmeesteren.
Het concert begon, het koor zong één van de liederen die hij gisteren ook had gehoord. 'Mooi, hè' fluisterde de buurvrouw terwijl ze zich naar meneer Timmerman toe boog. Hij knikte vaag en deed zijn ogen dicht. Het koor klonk mooi, dat hoorde hij wel, maar wat ze precies zongen verstond hij niet, hij beheerste al die vreemde talen niet. Nog steeds met gesloten ogen droomde hij weg naar de tijd dat alles nog goed was. De beeltenis van zijn vrouw verscheen voor zijn dichte ogen. 'Dag Maria' fluisterde hij, amper hoorbaar. Maar het was niet alleen zijn eigen stem die de naam van zijn vrouw uitsprak. Telkens opnieuw hoorde hij haar naam, het leek wel uit de hemel te komen. 'Ave Maria, Ave Maria' zong het hemelse koor en meneer Timmerman neuriede zachtjes mee.
Het klaterende applaus bracht hem met een schok terug in de kerk, nog half in hemelse sferen sprong hij van zijn stoel, applaudisseerde mee en riep heel hard: 'Bravo, bravo'. Alle mensen keken geamuseerd om naar die oude man achterin de kerk en enkele namen zijn toejuiching over, 'bravo, bravo'. De buurvrouw keek hem verrast aan en zei: 'Vrolijk kerstfeest, meneer Timmerman!'


zondag 11 december 2011

Quo vadis?


"Goedemiddag, mag ik uw plaatsbewijzen?" vraagt een vriendelijk kijkende conducteur. Ik ben samen met mijn collega vanuit Groningen op weg naar huis. We hebben de Bibliotheek tweedaagse bezocht en zitten enigszins uitgeblust in de volle trein. Mijn kaartje wordt ouderwets van een stempel voorzien, maar bij het scannen van de OV-chipkaart van mijn collega wordt de blik van de kaartjesknipper wat zorgelijk. "U bent gisterochtend ingecheckt in V. en daarna niet uitgechekt" verklaart hij.Collega M. verschiet van kleur en haar gezicht drukt ongeloof uit. Ze zegt dat ze toch echt heeft uitgechekt op station Groningen. "U bent uitgecheckt bij een Arriva-paal, zie ik hier" zegt de conducteur met een blik op zijn scanapparaat. Ja, daar heeft ze niet op gelet als argeloze eens-in-de-zoveel-tijd reiziger in het geprivatiseerde OV-landschap. Lang leve de marktwerking! De conducteur is gelukkig van een klantvriendelijke soort en zegt dat hij het verder goed vindt als mijn collega in Zwolle even opnieuw incheckt. Hij geeft tevens nog de tip om via Arriva.nl de kosten terug te vragen. De trein waar we in zitten heeft een paar minuten vertraging en dat zorgt ervoor dat M. zich in Zwolle uit de trein moet storten om als een ware kamikazepiloot een sprintje heen en weer te trekken naar de dichtstbijzijnde incheck-paal.
De hele actie past in de grillig verlopen logistiek van ons vervoer de afgelopen twee congresdagen. De reis naar Groningen en het congrescentrum verloopt gesmeerd. Aldaar kunnen we onze koffers bij de garderobe stallen, naar het hotel gaan we pas 's middags als het dagprogramma is geëindigd. Dat gebeurt later dan gepland, vanwege de uitloop van de Innovatieprijs verkiezing en pas tegen zes uur verlaten we met onze bagage het congrescentrum. We gaan lopen, want zover is het volgens de routebeschrijving niet, naar het hotel. Minachtend slaan we het aanbod om mee te rijden met een mede congresganger af. Nee, na al dat zitten is het best lekker even te lopen. Helaas wordt deze hoogmoed ons al snel fataal als we in de jungle van autowegen en donkere, slecht verlichte straten de weg kwijt raken. In een poging af te steken over een parkeerterrein van de Gasunie stuiten we op hekwerken en sloten en zit er niets anders op dan weer terug te lopen naar de openbare weg. Ons richtinggevoel, dat echt nog wel intact is, leidt ons uiteindelijk de goede kant op, we maken alleen een reuze omweg, gedwongen door allerlei drukke autowegen. Het wandelingetje van ongeveer 15 minuten duurt uiteindelijk zo'n drie kwartier en dat is best lang als je tegen een stormachtige wind in een koffer en twee schoudertassen meezeult, en het halverwege ook nog eens gaat regenen. Het groen wit verlichte logo van het hotel dat in de verte opdoemt, als de ster boven de stal in de Kerstnacht, is het teken dat aan onze queeste binnen afzienbare meters een einde komt. Nadat we in het hotel zijn opgedroogd en omgekleed nemen we een taxi die ons weer terug bengt naar het congrescentrum waar een dinerbuffet en feest wacht.
Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de voeten van de vloer gaan is van te voren in het programma aangekondigd en dat blijkt wel als de discjockey halverwege de avond inzet met aanstekelijke dansmuziek. Ik word getriggerd door een een all time favourite van James Brown, daar moet gewoon op gedanst worden. Samen met een vriend, tevens oud collega, voeg ik me bij de uitgelaten groep vakgenoten op de dansvloer en blijkt maar weer eens dat de beeldvorming (saai) over mijn beroepsgroep lang niet altijd op gaat. De lange dag krijgt zo een vrolijk einde en gelukkig is vriend R. zo lief me met de auto bij het hotel af te zetten, zodat dit logistieke onderdeel van mijn verblijf in Groningen uitstekend verloopt.      
Over de inhoud van het congres misschien later nog eens, ik hou mijn goede humeur liever nog even vast.



zondag 4 december 2011

Stemmen

"Heb jij eigenlijk nog gestemd?" vraagt mijn jongste zoon en even ben ik bang dat ik een verkiezing of referendum heb gemist, maar dan dringt het tot me door waar hij het over heeft. Ik was het immers die hem een week daarvoor gewezen had op de naderende einddatum voor het stemmen op de Top 2000. Meteen was hij aan de slag gegaan om zijn vijftien favoriete (pop)muzieknummers te kiezen en in te sturen naar Radio 2. Dit station zendt al zo'n elf jaar aan het eind van het jaar non-stop, van Kerst tot en met Oudjaar, de Top 2000 uit, die dus wordt samengesteld aan de hand van de door luisteraars gekozen nummers. Het radio-evenement wordt elk jaar groter, uitgebreider en massaler. Leuk voor Radio 2, maar ze moeten wel oppassen dat ze het succesnummer niet teveel uitmelken. Ik bespeurde vorig jaar bij mezelf al een klein beetje Top 2000 moeheid. Niettemin heb ik me toch weer laten verleiden mijn stem uit te brengen, al was het alleen maar om het gevoel te krijgen een ietsiepietsie invloed te hebben op de uitslag, die natuurlijk in mijn en ieders ogen nooit goed genoeg is.
Het sterke aan de Top 2000 is dat het generaties muziekliefhebbers met elkaar verbindt. Uiteraard zijn mijn zonen aangestoken door jarenlang Top 2000 geweld in hun ouderlijk huis, maar wat mij altijd verbaast, is dat zij en veel leeftijdgenoten ook uit zichzelf stemmen en luisteren naar het hele gebeuren. Zij zijn tenslotte marketingtechnisch niet bepaald de doelgroep van Radio 2. Daarbij valt verder op dat ze ook nog vaak kiezen voor nummers die ver voor hun geboorte zijn gemaakt, dat zegt veel over het universele karakter van muziek.
Waar mijn jongste zijn keuze binnen een half uurtje voor mekaar had ben ik veel langer bezig. Het is goed beschouwd ook een onmogelijke opgave om uit duizenden mogelijkheden 15 favorieten te kiezen, voor de nummers die afvallen is het alsof je afstand doet van iets dierbaars. Dit jaar moest er voor mij meer soul in en meer vrouwen. Voor de verandering begin ik bij de Z, maar aangekomen bij K ben ik al bij de 15, dat kan dus niet. Want hoe moet dat dan met The Beach Boys, met CCR, Doors of Deep Purple? Een stuk persoonlijke muziekgeschiedenis aan de wilgen hangen? Het ene dilemma na het andere doet zich voor. Wordt het Aretha Franklin met Respect, of toch Marvin Gaye? Zet ik OMD er in of Fisher Z. En welk nummer van Shocking Blue, Venus was weliswaar mijn eerste eigen ep-tje, maar dat nummer is dood-gecovered. Liever de keus voor Never marry a railroad man, met net zo'n lekker gitaarriedeltje. Zoals met veel dingen wil ik dit ook weer te serieus doen, onderbouwd met argumenten.
Dit is het geworden, de volgorde is alfabetisch (eenmaal bibliothecaris...):
  • Aretha Franklin - Respect  Geweldig nummer, sterke tekst, gezongen door de queen of soul.
  • The Beach Boys - God only knows Volgens velen het mooiste nummer van deze band en daar sluit ik me bij aan. Met veel gevoel gezongen lied over eeuwige liefde.
  • Creedence Clearwater Revival - Born on the Bayou  Ik kan de hele lijst voor de Top 2000 vullen met CCR nummers. De band waarmee ik ben opgegroeid, dank zij mijn oudere zus.

  • David Bowie - Sound and vision  Vooral vanwege het minuten lang durende geweldige intro.
  • Deep Purple - Black night   Ik hou van stevige rockmuziek met een drumbeat. Iedereen kiest altijd voor Child in time, of Smoke on the water, maar deze vind ik net even beter.
  • Doobie Brothers - Listen to the music  Omdat ik er altijd zo vrolijk van word, ik kan er niet stil bij blijven zitten.
  • The Doors - Love her madly  De stem van Jim Morrison....en dan dat aanstekelijke orgeltje.
  • Eurythmics - Sweet dreams are made of this  In de jaren '80 heb ik de cd's van deze groep grijs gedraaid. Annie Lennox: prachtige vrouw met een prachtige stem.
  • Fisher Z - The worker  Weinig hits, maar wel een, vooral in Nederland, geliefde Engelse band. Hun muziek is officieel new wave, maar past wat mij betreft niet echt in een kader en is heerlijk om naar te luisteren.
  • The Police - Every breath you take  Ik was een zeer grote fan van deze band, had (heb) alle LP's. Natuurlijk was ik ook een beetje verliefd op Sting en zijn stem. Dit nummer is vooral met een koptelefoon op geweldig, omdat je dan het magnifieke droge drummen van Stewart Copeland goed kunt horen. Lekker cynische tekst ook. 
  • The Pretenders - Back on the chain gang  Zangeres Chrissie Hynde bezit een van de mooiste stemmen uit de popmuziek. Dit nummer doet mij het meest: een droevige, bijna wanhopige tekst, haast met een snik gezongen, maar de melodie is eigenlijk heel vrolijk. Ik word er altijd een beetje weemoedig van en dat is best lekker op zijn tijd.


  • Shocking Blue - Never marry a railroad man  Zie hierboven. Ondanks de onzintekst staat het nummer nog als een huis.
  • Smokey Robinson & The Miracles - Tears of a clown  Meer soul dus dit jaar. Meestal kies ik voor James Brown, maar deze is ook erg prettig en net als een paar andere nummers uit deze lijst uit 1970/1971, mijn coming-of-age in de popmuziek.
  • Stealers Wheel - Stuck in the middle with you  Aanstekelijk nummer met goede gitaar-riff.
  • Rufus Wainwright - Going to a town  Er moest ook een recente plaat in. Deze is uit 2007 en de combinatie van een ijzersterke tekst en een mooie compositie is bij mij blijven hangen.
In deze staalkaart van mijn popmuziek voorkeur is veel moois afgevallen, vijftien is gewoon te weinig, zonder moeite kan ik veel meer van dergelijke lijsten vullen. Volgend jaar een nieuwe ronde met vast weer een paar andere keuzes.



woensdag 30 november 2011

Vogels

Volgens een bericht in 'de Volkskrant' van vandaag vormen de grote hoeveelheden vogels op en rond Schiphol een onaanvaardbaar risico voor het vliegverkeer. Het verbaast me niets. Deze zomer maakten wij een fietstochtje dat ons onder andere bracht naar een, overigens mooi, gebied in de buurt van de polderbaan, de nieuwste start- en landingsbaan (2003) van de almaar uitbreidende luchthaven. Tot onze verrassing troffen wij onder de bulderende vliegtuigen drie ooievaars in het weiland aan.

De terugkeer van deze sierlijke vogels in het Nederlandse landschap is een mooi voorbeeld van een geslaagde vorm van vogelbescherming en nog steeds maakt een lichte opwinding zich van mij meester als ik ze 'in het wild' tegenkom. Maar dat ze doodgemoedereerd aan het foerageren waren, letterlijk onder de rook van aanvliegende Boeings, dat vind ik vanuit vogel standpunt toch wel het toppunt van aanpassing.


Het is duidelijk dat de huidige situatie gevaarlijk is voor mens en vogel. In 2010 kon de bemanning van een vliegtuig dat was getroffen door een in de motor vliegende gans na tien benauwde minuten het toestel weer veilig aan de grond zetten. Het is eigenlijk een wonder dat het niet vaker mis gaat.
Staatssecretaris Atsma pleit er nu voor de ganzen -andere vogels vormen geen gevaar?- in de buurt van Schiphol te vergassen! Een meerderheid van de Tweede Kamer wil eerst op zoek naar een diervriendelijker manier om het probleem op te lossen. Ik hoop voor alle gevederden in deze regio dat het zal lukken, zodat ze niet definitief worden verdreven door die andere vogels.




   







zondag 20 november 2011

Goed nieuws

Stel je voor je woont in een bergdorpje op zo'n 1.000 meter hoogte, in de diepe vallei van Antrona - Italiaanse Alpen. Stel je dan ook voor dat dit dorpje tussen zulke hoge hellingen ligt dat het 83 dagen per jaar verstoken blijft van direct zonlicht. En stel je ten slotte voor dat alle jonge mensen weg trekken uit het gehucht en alleen de ouderen overblijven. Drie maanden lang kou en duisternis. Het lijkt mij iets om jaarlijks meer tegenop te zien.
Maar stel dan dat er iemand in het dorp is die het er niet bij laat zitten. Die niet alleen eerste burger is, maar zich ook als zodanig gedraagt. Die namelijk zijn taak als hoeder en belangenbehartiger van zijn burgers serieus neemt. In 1999 beloofde burgemeester Midali de inwoners van Viganella zonlicht. Een even simpel als geniaal idee had hij: er moest een reuzespiegel komen op de noordhelling van de berg bij Viganella, 500 meter boven het dorp. Het duurde zeven jaar voordat alle bezwaren om het plan tot uitvoer te brengen waren overwonnen, maar eind 2006 kon de enorme computergestuurde spiegel van 8x5 meter in gebruik genomen worden. Sindsdien valt er ook tussen 11 november en 2 februari zonlicht op de huizen, de pleintjes en de mensen van Viganella. Het bijzondere staaltje van vernuft en doorzettingsvermogen kan inmiddels rekenen op veel belangstelling, niet in de laatste plaats van bestuurders uit dorpjes, wereldwijd, die in een vergelijkbare situatie als Viganella verkeren.


De Nederlandse fotograaf Niels Stomp maakte foto's van het dorp en publiceerde ze in zijn boek "83 Days of Darkness" dat dit jaar verscheen. Een artikel in 'de Volkskrant' van 15 november naar aanleiding van dit boek trok mijn aandacht. Wat mij betreft een oase van goed nieuws tussen alle sombere berichten over de slechte economische situatie in (Zuid) Europa. 

zaterdag 12 november 2011

Magic



Het jaarlijkse familieweekend voltrekt zich volgens het gebruikelijke patroon. Op vrijdagmiddag/avond druppelen de familieleden vanuit verschillende windstreken binnen in de groepsaccomodatie, die dit jaar in het uiterste puntje van Nederland staat, in Zeeuws-Vlaanderen dicht tegen de grens met België. Er wordt door een paar jonge honden al even gevoetbald op het belendende veld en bij een prachtige ondergaande zon wordt het eerste biertje gedronken. 's Avonds komen al snel de spelletjes op tafel: de aloude bordspelen, maar naast het scrabble wordt ook fanatiek de digitale variant, Wordfeud, beoefend. Tijdens zo'n weekend gaat ieder zijn eigen gang. Dat werkt perfect in een groep die qua leeftijd uiteenloopt van 9 maanden tot 83 jaar en waar doorheen zich ook nog een adoptiehond beweegt die zeer schuw is. Er vormen zich altijd als vanzelf groepjes in verschillende samenstelling die gaan wandelen, een dorp of stad bezichtigen, het strand bezoeken of gewoon in het huis blijven. Op zaterdagavond wordt een doldwaas gezamenlijk spel georganiseerd door een van de gezinnen, waarbij de ware fanatieke aard van de familie naar boven komt, als het om winnen gaat. Dit jaar staat het onderdeel blaasvoetbal garant voor verhitte koppen en discussies over al dan niet gemaakte doelpunten. Kortom een heel gewoon familieweekend, tot zondagochtend.



Net na het ontbijt in de gezamenlijke ruimte wordt zwager C. door een van zijn zonen op de hoogte gebracht van het feit dat de deur van het appartement waar zij en wij onze slaapkamers hebben is dichtgewaaid, met de sleutel in het slot aan de binnenkant van de deur. Er blijkt geen reservesleutel te zijn en de eigenaar van het pand zit in Frankrijk en ook de sleutelbewaarder is niet thuis. Zeven personen zijn met een windvlaag afgesloten van hun kleding, tassen, portemonnees, telefoons, hun hele hebben en houwen. Het vooruitzicht van een hele zondag binnen zitten en wachten op betere tijden staat ons in het geheel niet aan en dus wordt het pand aan een inspectie onderworpen die zicht moet bieden op inbraak mogelijkheden. Er wordt een gammele houten trap gevonden die bij lange na niet hoog genoeg is om rechtstreeks bij het op een klein kiertje openstaande kantelbare slaapkamerraam te komen. Er ligt nu nog een gapend gat tussen de ladder en de ook niet al te stevig ogende dakgoot. Neef O. raakt door deze uitdaging pas goed in zijn element, want hij is letterlijk niet voor een gat te vangen. Het is bijzonder jammer dat mijn fototoestel in het onbereikbare appartement ligt, want wat had ik zijn acrobatische actie graag willen vastleggen. Vanaf de door de zwagers gestutte trap neemt O. een snoekduik en in een oogwenk is het hele lange lijf, als was het een act van Hans Klok, in het geopende raam verdwenen. Als hij in plaats van zijn zeer korte coupe ook de wapperende manen van Klok had gehad, dan was de vergelijking met de illusionist compleet geweest, want er stond daarbuiten een forse wind.
Het Zeeuwse weekend voltrekt zich verder zoals gebruikelijk, maar voor altijd heb ik de door het raam verdwijnende benen van O. op mijn netvlies.
Vandaag is Sinterklaas aangekomen in Nederland. Als hij nog een Piet tekort komt heb ik wel een tip voor hem.

zondag 30 oktober 2011

Rose is a rose is a rose


Elke keer als ik de vaas terug op tafel zet stop ik mijn neus in een van de rozen. Het gaat vanzelf, ik moet gewoon even ruiken. Het komt niet zo vaak voor dat rozen die niet meer aan de struik zitten zo lekker ruiken! Eigenlijk koop ik bijna nooit meer rozen, omdat ze dus niet geuren, maar ook omdat de kwaliteit steeds vaker te wensen overlaat. De knoppen komen niet uit, de kopjes gaan hangen, of de bloemblaadjes worden voortijdig bruin. Niets is zo armetierig als een bos (half) verlepte bloemen. Maar deze prachtige rode rozen zijn gelukkig een uitzondering. Ik kocht ze voor M. die deze week jarig was. En het leuke van bloemen geven aan je partner is, dat je er zelf ook van kan genieten. En dat doe ik dan ook met volle teugen.
Omdat ik de geur van de rozen niet mee kan sturen met dit stukje probeer ik hem in woorden te vangen, maar het lukt me niet. Ik kom niet veel verder dan: zoet, zomers, bloemig(wat een vondst!), fris. Het is natuurlijk ook de omgekeerde wereld: de geur van een roos te benoemen. De odeur van een roos of een andere bloem wordt juist gebruikt om aan te geven waar bijvoorbeeld een parfum naar ruikt, of het bouquet van een wijn. In mijn zoektocht naar het wezen van de geur van de roos stuit ik op Shakespeare die Julia tegen Romeo laat zeggen:

"What's in a name? that which we call a rose
By any other name would smell as sweet"


Hetgeen zoveel lijkt te betekenen als: wat iets (of iemand) is maakt uit, niet de naam van het beestje.
Het lijkt in tegenspraak met een ander citaat uit de literatuur, in het gedicht Sacred Emily van Gertrude Stein:

"Rose is a rose is a rose is a rose".

Met andere woorden: de dingen zijn zoals ze zijn.

Of ik van deze twee literaire grootheden veel wijzer ben geworden weet ik niet, maar laat ik het hier op houden: een roos ruikt als een roos en daarom noemen we het een roos en zelfs als we het anders noemen blijft de geur even heerlijk.

Ik geloof niet dat ik voor filosoof in de wieg gelegd ben.


zondag 23 oktober 2011

Koeien, vlaaien en terrassen

Als ik de foto's van het vorig weekend bekijk valt het me op dat er drie onderwerpen veelvuldig zijn vastgelegd. Wandelende vrouwen, koeien en zonnige terrasjes. Dat krijg je als je met een groep vriendinnen op pad bent in Zuid-Limburg en het is prachtig weer. Na een aantal jaren zonder weekend weg was het er eindelijk weer van gekomen. We kennen elkaar al een slordige 25 jaar en in die tijd zijn we bijna ieder jaar met elkaar weg geweest. Ooit begonnen we 's zomers met een week kamperen, zonder onze mannen, maar met de kinderen, die nog zeer jong waren. Het waren geweldige weken, maar je rustte er niet echt van uit. Het was af en toe meer een werkkamp, vooral als alle monden gevoed moesten worden. Maar de avonden waren voor ons, als eindelijk alle kinderen in bed lagen. 
1988

Later vonden we dat we er ook wel eens een weekendje op uit mochten met alleen de zorg voor onszelf. Dat was echt luxe: twee of drie dagen lang lekker doen waar we zin in hadden. We kozen een doel dat relatief dichtbij en betaalbaar was, van Antwerpen tot Zutphen en van Groningen tot Maastricht.
Inmiddels zijn drie van ons al oma en zitten we in een hele andere fase, waarin de lichamelijke ongemakken af en toe de dienst uitmaken. Het maakt voor de vriendschap en de lol die we hebben niet uit. Er is natuurlijk in ieders leven het nodige gebeurd in de afgelopen kwart eeuw en hoewel we de deur niet plat lopen bij elkaar wordt het lief en leed altijd gedeeld. Naar aanleiding van een film die we een keer gezien hebben over een groep vriendinnen is er zelfs een staande uitdrukking voor ontstaan. Degene die de afgelopen periode de meeste ellende heeft meegemaakt krijgt de spreekwoordelijke brownie als troost.

Hoewel we alle vijf gevormd zijn door de tweede feministische golf en we over veel politieke zaken dezelfde ideeën hebben zijn we toch verschillend genoeg, qua karakter en interesses, om voldoende gespreksstof te hebben. Onze gesprekken zijn doorgaans een aangename mix van luchtigheid, lol en ernst. En wie denkt dat zo'n vrouwenclubje garant staat voor gekonkel, jaloezie en intriges komt van een koude kermis thuis. Het is ons nog steeds niet gelukt om ruzie te krijgen. Heel saai inderdaad, maar bij ons werkt het nu eenmaal zo. Gekscherend hebben we wel eens zitten fantaseren over onze oude dag, als we alle vijf alleen zijn overgebleven (statistisch gezien niet ondenkbaar), om dan een soort bessencommune te vormen.


Eerst gaan we volgend jaar uitgebreid stilstaan bij ons 25-jarig jubileum als 'vrouwengroep'. We hebben al gebrainstormd wat we allemaal gaan doen in het weekend in 2012. Het thema wordt 'Health' en we weten ook al waar we naar toe gaan: het altijd swingende Zeeland. Komt die bessencommune toch wel ineens dichtbij. Nu ja, zolang er maar zonnige terrassen zijn en koeien natuurlijk, hoewel ik nog steeds niet weet waarom we steeds met die beesten op de foto moesten. 

zondag 9 oktober 2011

Tartufo

Wat moet je berichten over een bezoek aan Rome? Alles is al over die stad geschreven, in veelal lyrische bewoordingen. De pracht van de kunst uit al die eeuwen, de rijkdom, de overvloed, de drukte, de parken, het verkeerslawaai, La Dolce Vita, het is allemaal even verpletterend. Op het netvlies verschijnen nog dagen lang, alsof het foto's zijn, allerlei beelden van gebouwen, opgravingen, fresco's, schilderijen, mozaïeken, obelisken, fonteinen, overvolle bussen en metro's en drommen mensen. Weer terug met beide benen in de Hollandse klei is wel even wennen. Wat is het dan leuk als een reisgenoot je een foto stuurt van een moment dat je je vooral bezighoudt met banale behoeften. Niets hogere kunst, maar wel de beste Tartufo van Rome bij Tre Scalini op het Piazza Navona.
Voor M. moet ik er bij vermelden dat hij ondanks deze calorieënbom toch nog anderhalve kilo is afgevallen in een krappe week Rome. Wat zo'n stad al niet met je doet.

 

woensdag 28 september 2011

Milieuheilige


Bij de drogist is een oude dame voor mij aan de beurt. Ze staat op het punt het product dat ze heeft uitgezocht af te rekenen als de verkoopster een verpakte zeepdispenser te voorschijn haalt. "De eerste 50 klanten van vandaag mag ik dit cadeau geven" zegt de vrouw achter de toonbank blijmoedig. "Het is een zeephouder met een batterijtje en u hoeft alleen maar uw handen eronder te houden, dan komt er vanzelf precies voldoende zeep uit om de handen te wassen". "Dat is dus zeer handig en hygiënisch" voegt ze er wervend aan toe. De oude dame kijkt eens naar de gulle gift, maar besluit hem niet aan te nemen. "Weet u", zegt ze vriendelijk maar beslist, "ik heb er geen plaats voor, ik hoef hem niet". "Jammer, nou dan wil die mevrouw achter u hem vast wel hebben" antwoordt de verkoopster monter en ze maakt een beweging met haar hoofd in mijn richting. Intussen wordt ik al geholpen door haar collega die juist het door mij bestelde artikel onder de toonbank vandaan haalt. Bij het afrekenen herhaalt zich het ritueel van even daarvoor en wordt mij het geschenk in het vooruitzicht gesteld. Helaas voor deze verkoopster zal ook ik het nutteloze voorwerp niet in ontvangst nemen. Ik leg haar uit dat ik er op tegen ben om apparaten op batterijen te gebruiken, die wat mij betreft overbodig zijn. Een zeepdispenser met een drukpompje voldoet prima en is net zo makkelijk en hygiënisch als een die door een milieubelastende batterij wordt aangedreven. De jonge verkoopster kijkt me niet begrijpend aan. Zou ze weten wat het gebruik van batterijen en milieuvervuiling met elkaar te maken hebben vraag ik met licht verontrust af. Om niet ondankbaar over te komen zeg ik haar dat ik het leuk vind om als klant een cadeautje te krijgen, maar dat ik niet begrijp waarom voor dit soort nutteloze producten wordt gekozen. "Tsja", zegt het meisje enigszins uit het veld geslagen,"daar kan ik ook niets aan doen". Nu ik toch al niet meer in aanmerking kom voor het etiket 'leukste klant van de ochtend', besluit ik mijn punt volledig af te ronden. Ik opper dat ze mijn bezwaar misschien kan doorgeven aan de verantwoordelijken. De verkoopster geeft geen sjoege meer op mijn laatste opmerking en is al bezig de artikelen in een plastic draagtasje te stoppen. Nu ga ik alweer haar goede bedoelingen dwarsbomen, want dat tasje wil ik ook al niet, ik heb immers een fietstas bij me.
Als ik de winkel uitloop vraag ik me af of ik nu een milieufanaticus ben. Nee, dat ben ik niet, volgens mij. Ik gebruik heus wel batterijen, ik rijd auto, over een paar dagen stap ik (voor het eerst sinds 12 jaar) weer in een vliegtuig en 's winters zet ik de verwarming een half graadje hoger als ik het koud heb. Maar ik erger me aan zogenaamd leuk bedoelde acties van reclame- en marketingjongens en -meisjes die proberen een product 'in de markt te zetten' waar de consument niet om gevraagd heeft. En als dat dan ook nog onnodig veel milieuschade veroorzaakt vind ik het nog irritanter.
Een ander voorbeeld hiervan kreeg ik een paar maanden geleden in de brievenbus. Een kartonnen kaart op A-4 formaat met een plastic hoesje er omheen. Op de kaart staat: 'Een kaartje van Unox omdat je het zo druk hebt'. Vouw je de kaart open dan krijg je de schrik van je leven, want er begint ineens een reclamedeuntje te spelen. Vervolgens vertelt een stem je dat je ondanks een druk leven toch een gezonde maaltijd (met groenten!) in een handomdraai op tafel kunt zetten dankzij Unox. Als aanmoediging zit er een coupon bij waarmee je 50 % korting krijgt op een Unox Soep in Zak.
Achterop de kaart vermeldt Unilever Nederland het volgende: 'Dit product bevat een batterij. Graag dit product bij gescheiden afval deponeren'. Aan alles is gedacht: de milieuorganisaties kunnen niet bij Unielever klagen over onzorgvuldigheid. Maar ik zit als goedwillende afvalscheider met een probleem. De kaart kan niet bij het oud papier en hij past ook niet in de batterijenbak.
Wat een verspilling voor 50 % korting.
Ik heb de kaart nog steeds liggen, omdat ik er nog niet toe ben gekomen hem bij de milieustraat te brengen. In hoeveel huishoudens zal hij tussen het normale afval terecht gekomen zijn?

donderdag 22 september 2011

Hertenspinsel


Laat ik voorop stellen dat ik niets tegen mensen heb. Ze zijn alleen zo nieuwsgierig. We zijn hier in de waterleidingduinen met zeer velen inmiddels, de mensen struikelen haast over ons en nog staan ze ons aan te staren en slaan ze kreten van verrukking en verbazing. Of ze gaan ineens heel zachtjes tegen elkaar praten, alsof wij ze niet allang van meters ver hebben horen aankomen. Een beetje privacy is er niet meer bij tegenwoordig. Zelfs in deze akelige positie, met een tak verstrikt in mijn gewei, gunnen ze me geen rust, er moet weer een foto gemaakt worden.

Als wij het eens wagen de rollen om te draaien, door in de tuinen van de mensen op zoek te gaan naar frisse groene blaadjes, dan zijn ze ineens niet zo blij meer om ons te zien. Rare jongens, die mensen! Kom, ik ga nog maar eens proberen die tak kwijt te raken, in deze tijd van het jaar moet ik tenslotte mijn mannelijkheid tonen en met dit uiterlijk sla ik een modderfiguur in de roedel.

maandag 19 september 2011

Verhuizen


Een paar honderd meter bij ons huis vandaan staat een buitenplaats te koop. Het is een aardig optrekje met een meer dan flinke lap grond eromheen. Aan de weg staat een klein bordje met de naam van het landgoed. Die naam kenden we al uit een hele andere omgeving. De tegenstelling tussen de buitenplaats Gliphoeve en die andere Gliphoeve in de Amsterdamse Bijlmermeer kan bijna niet groter. Eind jaren zeventig kregen M. en ik als pas getrouwd stel een driekamerflat in de Bijlmermeer. We waren er heel blij mee, het was een prettige, ruime flat op acht hoog met mooi uitzicht, vooral aan de huiskamerkant. Vanuit de keuken aan de voorkant hadden we zicht op de parkeergarage van onze flat en op die van de flat aan de overkant een eindje verderop, genaamd Gliphoeve. Het was een gevreesde plek, Gliphoeve stond begin jaren tachtig symbool voor alles wat er mis was gegaan met de nieuwbouwwijk in Amsterdam zuidoost. Het was er smerig, bewoners gooiden het huisvuil over de reling van de galerij en de criminaliteit tierde welig, in de parkeergarage werd gedealed.
uitzicht op de parkeergarage Gliphoeve, met beschildering

De wijk Bijlmermeer, een stadsuitbreiding aan de zuid-oost kant van Amsterdam, was eind jaren zestig, begin jaren zeventig opgezet met de beste bedoelingen. Het zou een kindvriendelijke, groene en autoluwe wijk worden met mooie grote flats voor gezinnen in de middenklasse. De flats die werden gebouwd kregen namen van buitenplaatsen in Nederland, in een kennelijke poging de ideale woonsituatie op een landgoed in naam over te brengen op de nieuwbouwwijk. Niet de straten, maar de flats hadden namen en die klonken soms best deftig: Hoogoord, Groeneveen, Gooioord, of grappig: Grunder, Kikkenstein. De wijk was onderverdeeld in buurten, alle flats waarvan de naam met een H begon vormden de H-buurt, die met een E, de E-buurt en wij woonden in de G-buurt.
Alle goede bedoelingen ten spijt pakte de realiteit van de Bijlmermeer geheel anders uit. Het werd geen wijk voor de middenklasse, hoewel die er zeker in de beginjaren nog wel woonde, maar door demografische omstandigheden werd Amsterdam zuidoost een verzamelplek van allerlei mensen waarvoor elders geen plaats was. Een groot deel van de bevolking kwam rechtstreeks uit andere delen van de wereld in Nederland terecht en vonden een plek in deze wijk. De enorme verzameling flats met weinig laagbouw bevorderde niet de sociale controle en ook het aantal voorzieningen voor de bewoners, die veelal van een minimum moesten rondkopmen, was ruim onvoldoende. Dit alles had consequenties voor de leefbaarheid van de gehele wijk die er niet op vooruit ging.
Ondanks deze minpunten hebben we er toch heel prettig gewoond, de flat was heel ruim en goed gebouwd, de metro bracht ons binnen 20 minuten in het centrum van de stad en de omgeving was behoorlijk groen (in 1982 werd de Floriade zelfs in Amsterdam zuidoost gehouden).
Vanwege de komst van het eerste kind zijn we toch maar verhuisd. Lang nadat we weg waren zijn er een heleboel flats afgebroken en is de Bijlmermeer weer opnieuw ingericht, waarbij geleerd is van de fouten uit het verleden. Gliphoeve was een van de eerste flats die is afgebroken.
De andere Gliphoeve uit de 17de eeuw staat er nog puik bij en moet 3,45 miljoen opbrengen.

vrijdag 5 augustus 2011

Onhandig


Het is gelukt. Gisteravond heb ik de knoop aan mijn broek gezet. Wereldnieuws is het niet, dat geef ik toe, maar ik ben blij dat het gebeurd is. Vier weken heeft mijn broek me verwijtend liggen aankijken. De knoop was er voor de zoveelste keer af gegaan en ik kon er maar niet toe komen hem weer aan te zetten. Dat komt omdat ik een slechte verhouding heb met naald en draad. Om de een of andere reden zijn wij nooit vrienden geworden en ik denk dat de kiem hiervoor gelegd is in mijn jeugd.
Op de kleuterschool waren er verschillende werkjes die we moesten doen en een aantal daarvan kon me maar matig boeien. Tekenen, schilderen en kleien, dat ging wel, knippen en plakken was al een stuk minder, maar zodra er moest worden geborduurd of welk handwerkje dan ook moest worden gemaakt leek het wel of mijn vingers altijd iets anders deden dan ik wilde. Pas op de lagere school werd het een serieus probleem voor mij, omdat de handwerkjuf die ik daar kreeg gespeend was van enig pedagogisch inzicht. Zij deed geen pogingen om onhandige meisjes zoals ik te helpen en daardoor te stimuleren tot het leveren van een betere prestatie. Het enige wat ze deed was mijn geploeter af doen als broddelwerk. Ik sidderde voor haar, ook vanwege haar forse, ietwat morsige verschijning. Op maandag had ik handwerkles en dat vooruitzicht zorgde bij mij op zondagavond, als ik naar bed moest, steevast voor buikpijn. Later kwam ik op een andere school terecht waar ik mijn laatste jaar als lagere schoolleerling doorbracht. Daar had ik een fantastische leraar, meneer Hewitt, die afkomstig was uit Suriname. Hij was zo'n meester die je je als kind wenst. Hij zat vol verhalen, kon goed lesgeven, was streng als het moest en had echt hart voor zijn leerlingen. In dat jaar was het handwerken een stuk plezieriger. Hoewel het nog steeds niet mijn hobby was geworden lukte het me wel om tenminste een fraai werkstukje af te leveren. Meneer Hewitt leerde ons met behulp van een houten frame en een bol wol een mooi bewerkt tafelkleedje te maken dat nog steeds ergens op zolder in een doos zit.
Eind jaren '70 was het ineens weer heel erg hip om te breien. Mijn zus, die een stuk handiger is met naald en draad, zat uren achtereen te breien en stak mij ook aan. Toen heb ik zowaar een paar truien en een mooi Jacquard vestje gebreid.



In die tijd bezocht ik de Bibliotheek Akademie in Amsterdam. De breimanie was zo wijd verspreid dat we zelfs tijdens de les, met toestemming van de docent, zaten te breien. Bespottelijk natuurlijk, ik schaam me met terugwerkende kracht voor dat mutsige gedrag. Sta je als docent je best te doen, is intussen een stelletje meiden en ik meen ook een jongen, maar dat weet ik niet meer zeker, voor je neus druk in de weer met breipennen en wol.
Later heb ik nog wat baby- en peutertruitjes gebreid voor mijn nageslacht, maar daarna was het over, nooit meer een breinaald aangeraakt.

Als me gevraagd wordt of ik wel eens iets naai, borduur, punnik of haak, zeg ik altijd dat ik er een enorme hekel aan heb en dat ik nog net een knoop kan aanzetten. Maar zelfs dat lukt me altijd maar matig. Het lijkt ook wel of een knoop die eenmaal een keer is losgeraakt, na het aanzetten slechts een korte levensduur heeft, maar dat zal vast aan mijn beroerde techniek liggen. En als ik met een naaiklusje echt geen raad weet, is mijn moeder mijn laatste redding, zij weet er meestal wel een mouw aan te passen.
Zelf kan ik die bijstand helaas niet leveren. Mijn (schoon)kinderen mogen met van alles bij me komen en ik zal ze helpen met daad en goede raad, maar handwerkklusjes moeten ze toch echt zelf klaren.
 

donderdag 14 juli 2011

Wijntoerist


"Kijk", zegt M. geestdriftig en hij wijst naar de groene gedeelten in de vakantiefoto op het laptopscherm, "allemaal wijn". Mijn ouders kennen de vinologische interesse van hun schoonzoon en betuigen hun instemming: "ja, geweldig". Naast het bezoeken van culturele bezienswaardigheden en natuurschoon behoort een ritje door een bekende wijnstreek tot een terugkerend onderdeel van onze vakanties. Steevast worden de groene ranken door M. vastgelegd in duizenden pixels, van dichtbij, of juist van ver af, zodat goed te zien is dat het gefotografeerde een wijngebied betreft. Voor de leek die ik ben ziet elke wijnstreek er ongeveer hetzelfde uit, heb je er een gezien, dan weet je hoe de andere er uit ziet.
In de tweede week van onze vakantie verbleven we in Piemonte, een landstreek in Italië, waar op gastronomisch gebied veel valt te halen. Le Langhe, een lieflijk heuvelachtig gebied, is binnen Piemonte dan weer hèt luilekkerland voor wijnliefhebbers. M. wilde, aangestoken door een collega die regelmatig in deze contreien zijn wijnen haalt, wel eens een echte Barolo proeven. We besloten een rit te maken naar de van oorsprong Romeinse stad Alba en van daaruit de dorpjes en wijngaarden te bezoeken waar (onder andere) de Barolo wordt gemaakt. We kwamen terecht in het uitgestorven dorpje Serralungo d'Alba, midden in het Barolo-gebied, waar we stopten op een stoffig pleintje dat een mooi uitzicht bood op de wijnvelden in de omgeving. Een uitnodigend bord boven de ingang lokte ons een wijnhuis binnen dat er uitzag als een koele opslagplaats, buiten was het 32 graden.
Een geblondeerde dame begroette ons hartelijk - toch nog klanten op deze lome middag -en vroeg wat ze voor ons kon betekenen. Ze sprak gelukkig heel behoorlijk Engels en dus kon M. haar zijn wensen duidelijk maken. We werden genood om aan een grote tafel plaats te nemen en signora Anselma verdween naar achteren om glazen, spuugbak en wijn te halen.


We hadden even tijd om rond te kijken in de als toonzaal aangeklede ruimte, waar verschillende wijnen met mooie etiketten uit diverse jaartallen, sommige bijna net zo oud als wij zelf, uitnodigend stonden te glimmen. Nadat de gastvrouw de eerste wijn had ingeschonken verdween ze opnieuw in de coulissen en rommelde daar enige tijd, totdat ze met schaaltjes worst en kaas aan kwam zetten. Dit was het serieuze werk, we konden met goed fatsoen niet meer zonder enige aankopen vertrekken.


Ondertussen vertelde mevrouw Anselma honderduit over het bescheiden familiebedrijf van haar man. Inmiddels werden de wijnen, grappa's en likeuren al door de vijfde generatie gemaakt en alles op de traditionele manier, in houten vaten uiteraard. Signora deed de winkel en ging beurzen af in Europa, nu de export naar de Verenigde Staten en Japan door de crisis stil was komen te vallen. Nee, Nederland deed ze nog niet, hun productie was tenslotte maar 30.000 flessen per jaar, maar wie weet.
Inmiddels waren er twee Deense jonge mannen binnengekomen die ook wilden proeven, na een kennismaking met de wijn van Anselma in een plaatselijk restaurant. Fijn voor signora, maar ook fijn voor ons, we konden even rustig overleggen over het aantal flessen dat we zouden aanschaffen. "Je mag eerst wel even naar de prijzen vragen", was mijn zuinige-Hollander-advies aan M. Nelly, de eigenaresse van het appartement waar we verbleven had ons 's morgens nog op het hart gedrukt vooral niet teveel te betalen voor de DOCG wijnen. "Laatst had iemand 50 euro betaald voor een fles, dat is veel te veel", sprak ze dreigend. Nou, dat zouden wij echt niet doen, hadden we haar gerustgesteld. Maar toen signora Anselma met de prijslijst aan kwam zetten knepen we hem toch wel een beetje. Gelukkig was niet alleen de dame in kwestie sympathiek, maar ook de prijzen vriendelijk en kon M. zijn keuze voor de stevige Barolo uit 2005 en de wat toegankelijker Nebbiolo uit 2007 kenbaar maken. En terwijl de Denen nog vrolijk verder proefden, rekenden wij af, verpakte signora de flessen in een stevig karton en namen we hartelijk afscheid.
De warmte buiten viel, na de aangename verpozing in het wijnhuis, als een warme deken over ons heen, maar we wilden als echte vakantiegangers toch nog even door het dorpje lopen, alvorens de airco in de auto zijn werk te laten doen. La dolce vita voor toeristen.

Weer thuis in Nederland liggen de flessen geduldig te wachten op consumptie. Ergens dit jaar, als we er van drinken, zijn we weer even in Le Langhe.



          

zondag 3 juli 2011

Paradijs

Meer dan een week geleden verlieten we de plek waar we de eerste week van onze vakantie in Italie hebben doorgebracht. Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar gelukkig zijn er herinneringen en foto's.


Het zwembad ligt op een plateau aan de rand van de heuvel. Vanuit mijn ligstoel kan ik het panoramische landschap meer dan 180 graden rondom bewonderen. Groene glooiende heuvels waar dromerige dorpjes tegenaan gedrukt liggen. Afgezien van de geluiden die de natuur voortbrengt is het stil. Het is warm, maar na een duik in het koele water is het heerlijk om in de zon op te drogen. De bremstruiken achter mijn stoel geven bij vlagen een zomerse zoete geur af. Alsof al die sensaties nog niet genoeg zijn heb ik ook nog muziek in mijn oren gestopt en ligt een boek onder handbereik. De zuidelijke klanken van Calexico en het verhaal dat ik lees over het leven van Cicero, ruim 2000 jaar geleden woonachtig in het land waar ik verblijf, passen wonderwel bij het lome middaggevoel. Alles bij elkaar moet dit toch ongeveer wel het paradijs benaderen.


Dat we het leven op 'onze' heuvel als paradijselijk ervaren wordt ook benadrukt door de moeizame manier waarop we iedere keer deze Hof van Eden bereiken. Gelijk aan de Bijbelse beeldspraak is de toegang tot ons paradijs geplaveid met obstakels. Het is een helletocht die steeds ondernomen moet worden wanneer we iets van de omgeving willen zien of simpelweg brood willen halen. Rust heeft zijn prijs. Het dichtstbijzijnde dorp van enige betekenis, ligt op een afstand van 10 kilometer en ongeveer 500 meter lager. Dat lijkt niet ver, maar de weg is steil, smal en zeer bochtig: de gemiddelde snelheid bedraagt ongeveer 20 km per uur. Geheel in stijl is het laatste stukje vlak voor het paradijs het slechtste, een 800 meter lange onverharde weg, voorzien van vele puntige keien en kiezels, die M. het ergste doet vrezen voor de onderkant van de auto.

Het is natuurlijk de bedoeling dat je de Lusthof niet meer verlaat. Het doet me denken aan de laatste zin van "Hotel California" van The Eagles : 'You can check out any time you like, but you can never leave'.

woensdag 29 juni 2011

Zonnewende


21 juni: Het is de langste dag en die breng ik voor het eerst sinds lange tijd niet in Nederland door, waar het dan met gemak tot half elf 's avonds licht is. Hoe anders is het op 'onze' heuvel in Italie op zo'n 700 meter hoogte. Daar gaat de zon al om tien over acht achter de tegenoverliggende helling schuil. Het is daarna natuurlijk nog niet direct donker, maar het gaat wel rap.Overdag wordt de lucht om ons huis heen gevuld met de geluiden die verschillende soorten vogels en insecten onvermoeibaar voortbrengen. Ik herken van de vogels helaas alleen de roep van de koekoek (okay, dat is een makkie) en het gekwinkeleer van mussen en meesjes. Al die andere riedeltjes en wijsjes kan ik niet koppelen aan de juiste vogel. Tegen de schemering begint er een ander orkest te spelen. We horen uilen, nog steeds de koekoek, die er maar geen genoeg van kan krijgen en die wordt bijgestaan door een collega met een kortere roep, alsof hij zich verslikt, en herten die hun bassige hoest uitstoten, die tegen de wanden van de hellingen op echoot. Dit alles tegen de achtergrond van het gezaag van de krekels die ook diensten van 24 uur per dag lijken te draaien. Al die aanwezige en zich manifesterende natuur vind ik al een passend decor voor een vakantie in het algemeen en voor de langste dag in het bijzonder, maar dan moet het mooiste nog komen. Als bij toverslag verschijnen er vlak voor onze neus, wanneer de schemering in het donker is overgegaan, kleine dansende lichtjes die sierlijke strepen trekken in de duisternis. Het duurt maar even, dan verdwijnen de vuurvliegjes, die een weerspiegeling lijken van de sterren hoog boven ons, weer even raadselachtig als ze zijn gekomen. De hemellichamen blijven gelukkig en geven de kortste nacht een stralend aanzicht.

donderdag 16 juni 2011

Holland




Op een dag als vandaag, wanneer de regen gestaag blijft vallen weet ik het weer, maar afgelopen dinsdag tijdens een fietstocht langs de Loosdrechtse plassen vroeg ik me ineens af waarom we eigenlijk voor een vakantie naar het buitenland gaan.




zondag 12 juni 2011

De grote dag


Als je uitkijkt naar en je verheugt op een aanstaande gebeurtenis kan het op die langverwachte dag wel eens tegenvallen. Het is minder bijzonder, leuk of spannend dan je je had voorgesteld. Achteraf constateer je dan dat de voorpret het allerleukste was. Voorpret was al in grote mate voorhanden de afgelopen tien maanden, nadat mijn zoon had aangekondigd zijn vriendin ten huwelijk te vragen.
Nadat vele hoofden en handen - en niet in de laatste plaats die van het bruidspaar zelf - alle voorbereidingen hadden getroffen voor een tot in de puntjes verzorgde bruiloft was het vrijdag dan eindelijk zover: de grote dag.
In de week voorafgaand werd mij meermalen gevraagd of ik zenuwachtig was en voorbereid op de komende emoties. Hoewel ik nooit goed weet wat ik moet antwoorden, want nee, op het moment dat de vraag wordt gesteld ben ik niet zenuwachtig en tja, emoties komen altijd onverwacht uit de lucht vallen, kon ik het niet laten het bruidspaar met dezelfde vragen te bestoken. Ook mijn zoon en zijn aanstaande vonden het moeilijk ze te beantwoorden, maar ze waren op alles voorbereid. Laat ik het voor mezelf zo zeggen: ik had een pakje zakdoeken in mijn envelop-tasje en de make-up die 's morgens op mijn gezicht werd aangebracht was volkomen tranen bestendig. Verder had ik me voorgenomen vooral heel erg te genieten van alles wat de dag zou brengen.


Vanaf het moment dat de trouwauto arriveerde bij het huis van mijn zoon ging het raderwerk, dat een bruiloft is, lopen. (Het aankleden, kappen, opmaken en dergelijke vallen nog onder de voorbereidingen). Dat raderwerk liep gesmeerd en de dag ontvouwde zich als een sprookje. Een sprookje dat waarheid werd. Twee jonge mensen, een schitterende bruid en een stralende bruidegom, die beide al het nodige hebben meegemaakt, beloven elkaar eeuwige trouw. Trotse ouders en grootouders, een hardwerkende ceremoniemeester en zijn charmante en zorgzame assistente, de getuigen, familie en vrienden waren er bij aanwezig, bij het stadhuis, de balkonscène, in de kerk, en in de feestlocatie op het strand. Zij hoorden toespraken, gedichten, overdenkingen, mooie liederen, fluitspel en heel veel goede wensen. En er waren cupcakes, bubbels, eten en drinken in overvloed, mooie woorden, cadeaus, grappige stukjes en.....muziek en dans.

 


Natuurlijk zijn er emoties langs gekomen gedurende de dag: vreugde, ontroering, heimwee en ook verdriet. Er waren dan ook genoeg momenten waarop bij mij de tranen hadden kunnen vloeien, maar dat gebeurde toch nog onverwacht. 's Avonds tijdens het vrolijke, uitgelaten feest nam de vader van de bruid zijn dochter in de armen om te dansen. Na een paar minuten gaf hij zijn dochter voor de tweede keer die dag weg aan de bruidegom, die de dans overnam. Ik voelde uit mijn ooghoek iets naar beneden glijden.



Het was een fantastische, feestelijke, blije dag, van 's morgens vroeg tot middernacht.
De voorpret was leuk, maar het echhie was het allermooiste. Het was heerlijk om er bij te zijn.

 

zondag 5 juni 2011

Hobbel


Het is 1969 en het is zomer. Ik zit achterin de auto naast mijn zus, voorin zit mijn vader achter het stuur met naast hem mijn moeder. In de kofferbak liggen het windscherm, een parasol, stoeltjes, scheppen, emmers, vormpjes, ballen, badmintonrackets, handdoeken en natuurlijk de koelbox vol eten en drinken, kortom de gebruikelijke uitdossing van een gezin dat een dag aan het strand gaat doorbrengen. Onder onze kleding hebben we de badpakken al aan.
Als eenmaal de hobbel van het inpakken en wegkomen is genomen kan de rit vanuit Amsterdam naar Noordwijk beginnen. Het is fijn om zorgeloos achterin te zitten en eerst de stad en daarna het landschap aan je voorbij te zien flitsen. Het parcours is bekend, omdat we regelmatig naar het strand van Noordwijk gaan en mijn zus en ik verheugen ons op de zweefpartij die ons in de tweede helft van de autorit ten deel zal vallen. Net voor de kerk met de hoge torenspits volgen er kort na elkaar twee hobbels in de weg die er voor zorgen dat we op de achterbank heel even van de zitting los komen. Als de auto de juiste snelheid heeft vliegen de vlinders door onze buik. Dat gevoel op zich is al spannend, maar de verwachting dat het komt maakt dat we tijdens het moment zelf steeds een vreugdekreet slaken. Nu zit het grootste deel van de reis er op: zee en strand, we komen er aan.

Het is 2011 en het is voorjaar, hoewel het wel zomer lijkt. De dagelijks autorit naar mijn werk kent sinds een aantal weken een omleiding, vanwege wegwerkzaamheden. Er zijn twee alternatieve routes die ik kan nemen. Een route laat zich het beste omschrijven als een kruip-door-sluip-door: smalle wegen die zo slingeren dat het lijkt alsof je weer terug naar je beginpunt rijdt.
De andere route voert langs een heleboel stoplichten die meestal op rood staan en waarvoor je lang moet wachten. Hoewel ik dan langer onderweg ben kies ik toch meestal dit laatste traject. Het voert me over een weg langs een kerk met een hoge torenspits en in die weg zitten twee hobbels. De eerste hobbel is van de derde categorie en wordt veroorzaakt door een spoorwegovergang. De trein rijdt op een dijk die wordt doorkruist door de N-weg die ik moet nemen. De tweede hobbel, over de Haarlemmertrekvaart, is er een van de eerste categorie. Als ik er met de toegestane 60 km per uur overheen rijd voel ik de aanzet naar het gevoel uit mijn jeugd. Maar ik ben geen 10 meer en ik zit niet meer achterin. Ook zit er niemand bij me in de auto om het gevoel mee te delen. Wel heb ik direct beelden van de stranddagen uit mijn jeugd op mijn netvlies.
De wegomleiding sluit hierna weer aan bij mijn normale route. Ik passeer de afslag Noordwijk, en kijk even naar rechts waar in de verte Huis ter Duin tegen de lucht afsteekt.