woensdag 21 december 2011

Maria ; een kerstverhaal



Meneer Timmerman had de stoute schoenen aangetrokken. Hij zat in het kleine oude kerkje van het dorp om te luisteren naar een kerstconcert van het plaatselijke koor. Sinds het overlijden van zijn vrouw, ruim drie jaar geleden had hij eigenlijk geen zin meer in Kerst. Juist in die laatste maand van het jaar viel het gemis om zijn Maria altijd als een benauwde deken om hem heen. Niets moest hij meer hebben van al die gemaakte gezelligheid rondom de kerstdagen. Zijn vrouw had altijd enorm genoten van Kerst, ze zorgde voor de sfeer in huis, met een mooi versierde boom en kerstdecoraties voor de ramen en - dat vond meneer Timmerman altijd het fijnste - ze zong bij haar werk in huis voortdurend kerstliedjes. Die kende ze nog van vroeger toen ze als jonge vrouw in een koortje zong.
Daarover had meneer Timmerman zitten mijmeren toen hij in het plaatselijke krantje de aankondiging had gelezen van het concert in het kerkje een paar straten verderop. Waarom zou hij er niet naar toe gaan? De toegang was gratis en misschien zongen ze wel één van de liederen die hij vroeger Maria hoorde zingen.

Met enige schroom zat hij op de harde bank in de volle kerk tussen het andere publiek. Het koor zette in met een Engelstalig kerstlied en het laatste couplet mocht het publiek meezingen. Maar meneer Timmerman deed niet mee, hij kende het lied immers niet. Terwijl het koor het ene na het andere Engelse lied ten gehore bracht werd meneer Timmermans overvallen door een immense droefheid. Hij herkende helemaal niets van wat er uitgevoerd werd, hij voelde zich diep teleurgesteld en hoe langer hij die vreemde klanken moest aanhoren, hoe meer hij zich er tegen wilde verzetten. Hij wilde niet meer blijven, hij moest de kerk uit! Woedend was hij, op zichzelf, op het koor dat maar Engels bleef zingen, op de hele wereld, die nooit meer zou worden als vroeger. Op het moment dat het muisstil was in de kerk, na de wegstervende klanken van weer een vreemd lied, gebeurde het. Meneer Timmerman stond ineens op van zijn plaats en hij hoorde zichzelf met luide stem door de kerk roepen: 'Zing toch eens een Nederlands lied'. Vervolgens beende hij de kerk uit, de deur sloeg met een klap achter hem dicht.
Als in trance liep hij richting huis. Zijn benen wisten de weg, maar zijn hoofd was in verwarring. De buitenlucht bracht hem langzaam weer bij zinnen en zijn wangen kleurden rood, niet van de kou, maar van schaamte. Wat bezielde hem in hemelsnaam? Zou iemand in de kerk hem herkend hebben? Meneer Timmerman wist het zeker: nooit ging hij meer naar een kerstconcert.

De volgende ochtend werd er al vroeg bij hem aangebeld. De buurvrouw stond op de stoep met in haar handen een kerststukje. 'Ik dacht, meneer Timmerman stelt vast wel prijs op een beetje gezellig groen in huis', stak ze direct van wal toen de deur open ging. Meneer Timmerman lachte schaapachtig, hij had geen behoefte aan het gezelschap van zijn buurvrouw, maar hij kon haar toch ook niet voor de deur laten staan. 'Komt u binnen', mompelde hij. 'Hoe gaat het met u, redt u het een beetje, zo met de feestdagen voor de deur?' vroeg ze belangstellend. 'Het gaat' zei meneer Timmerman. 'Ik geef er niet zoveel om'. 'Ach, u moet gewoon nog een beetje in de stemming komen' opperde de buurvrouw. 'Bent u gisteren nog naar het kerstconcert geweest in de kerk?' Meneer Timmerman verschoot van kleur. 'Nnee' stamelde hij. Hij vond dat dit gesprek de verkeerde kant op ging. 'Weet u, ik kon er ook niet naar toe gisteren, maar ik hoorde van mijn zuster dat het prachtig was geweest' vervolgde de vrouw. 'En vanmiddag treedt hetzelfde koor nogmaals op, maar dan in de grote kerk in de stad'. 'Wat zou u er van zeggen als ik u vanmiddag ophaal, dan gaan we er samen heen', ging ze verder. 'Dan bent u er ook even uit'. Meneer Timmerman zocht koortsachtig naar een smoes om de buurvrouw af te wimpelen, maar hij kon niets bedenken. In zijn hoofd en lijf buitelden allerlei gedachten en gevoelens over elkaar heen en voordat hij kon antwoorden besliste de buurvrouw voor hem. 'Dat is dan afgesproken, ik haal u om twee uur op', sprak ze ferm.

Meneer Timmerman sloot de voordeur achter de vertrekkende vrouw en voelde zich lamgeslagen. Wat moest hij doen? Hij wilde zijn buurvrouw niet voor het hoofd stoten, maar hij wilde ook niet voor de tweede keer naar dat koor luisteren. Dit dilemma was zijn straf, dacht hij, voor zijn gedrag gisteren. Hij moest het op de een of andere manier goedmaken, maar hij wist niet hoe.
Gelaten wachtte hij af tot het twee uur was en toen zijn buurvrouw aanbelde liet hij zich gedwee meevoeren in haar auto op weg naar de grote kerk. De vrouw probeerde met gezellig bedoeld gebabbel meneer Timmerman tot een gesprek te verleiden, maar haar woorden bleven hangen in de lucht. Meneer Timmerman was zo zenuwachtig dat hij zijn mond amper open durfde te doen, een beetje knikken en hummen was het enige wat hij kon voortbrengen.
De kerk zat al behoorlijk vol, maar achterin waren nog lege stoelen en meneer Timmerman haastte zich, zijn buurvrouw bijna meesleurend, om daar half achter een pilaar plaats te nemen. Het was steenkoud in de kerk, meneer Timmerman dook diep weg in zijn jas en concentreerde zich op wat ging komen. Hij moest voorkomen dat hij zich net als gisteren door zijn emoties zou laten overmeesteren.
Het concert begon, het koor zong één van de liederen die hij gisteren ook had gehoord. 'Mooi, hè' fluisterde de buurvrouw terwijl ze zich naar meneer Timmerman toe boog. Hij knikte vaag en deed zijn ogen dicht. Het koor klonk mooi, dat hoorde hij wel, maar wat ze precies zongen verstond hij niet, hij beheerste al die vreemde talen niet. Nog steeds met gesloten ogen droomde hij weg naar de tijd dat alles nog goed was. De beeltenis van zijn vrouw verscheen voor zijn dichte ogen. 'Dag Maria' fluisterde hij, amper hoorbaar. Maar het was niet alleen zijn eigen stem die de naam van zijn vrouw uitsprak. Telkens opnieuw hoorde hij haar naam, het leek wel uit de hemel te komen. 'Ave Maria, Ave Maria' zong het hemelse koor en meneer Timmerman neuriede zachtjes mee.
Het klaterende applaus bracht hem met een schok terug in de kerk, nog half in hemelse sferen sprong hij van zijn stoel, applaudisseerde mee en riep heel hard: 'Bravo, bravo'. Alle mensen keken geamuseerd om naar die oude man achterin de kerk en enkele namen zijn toejuiching over, 'bravo, bravo'. De buurvrouw keek hem verrast aan en zei: 'Vrolijk kerstfeest, meneer Timmerman!'


Geen opmerkingen: