dinsdag 21 februari 2012

Hekel




Haat is mij vreemd. Ik heb geen vijand(en) en ik koester tegen niemand wrokgevoelens, zelfs niet tegen de operettefiguur uit Venlo. En toch stak er gisteren ineens een duiveltje in mij op.
Ik keek naar De Wereld Draait Door waar de ‘sterverslaggever’ van één van de nieuwe loten aan de publieke omroep boom, zijn net verschenen boek mocht promoten. Over zijn boek ging het nauwelijks (en daar missen we geloof ik niets aan), het ging vanwege het opstappen van één van zijn slachtoffers, voornamelijk over zijn manier van journalistiek bedrijven die je eufemistisch onfatsoenlijk kunt noemen. Ik mijd de man, vanwege zijn aanpak, zoveel mogelijk, maar nu dwong ik mezelf te blijven kijken. En terwijl ik naar hem keek en luisterde voelde ik vanuit mijn buik een gevoel opkruipen van diepe afkeer, het was echt fysiek, ik denk dat mijn bloeddruk met ettelijke mmHG’s omhoog schoot. Ik had enorme zin om te schelden en te slaan: wat een nare, met zichzelf ingenomen, over lijken gaande, man.
Blijkbaar was ik niet de enige met terug-mepneigingen, want de andere gasten van het programma en de tafelheer vonden het ook nodig deze etterbak verbaal aan te pakken. En met succes, de kersverse schrijver wist niet hoe snel hij de aandacht naar zijn boekje moest terugleiden. De rol van mikpunt ging hem slecht af.
Wat ik me vaak afvraag is wat kwelgeesten, zoals deze ‘journalist’, beweegt om altijd zo ten koste van anderen te scoren. Zat het treiteren er van jongs af aan al in, of werden ze zelf als kind veel gepest? Misschien is het een goede openingsvraag voor een van de Jakhalzen als ze in maart het Boekenbal bezoeken en daar de debuterende schrijver ontmoeten.

donderdag 2 februari 2012

Op reis

Hij is weer thuis.

'Ga zo vliegen kom morgenavond eten ok?' luidde het sms-je dat zijn terugkomst aankondigde. Een maand geleden wist ik nog niet dat hij op vakantie zou gaan en nu is hij al weer terug, boordevol verhalen over het verre oord.

Stel dat mijn zoon me drie maanden geleden had verteld dat hij naar Cuba zou gaan, dan had ik hem tot zijn vertrek met goede raadgevingen, adviezen en waarschuwingen bestookt aangaande zijn reis en verblijf in den vreemde. In mijn optiek moet een trip naar een exotische bestemming degelijk voorbereid worden. Deze houding heeft mijn jongste bepaald niet overgeërfd van zijn moeder. Tien dagen voor het vertrek zei hij tussen neus en lippen door: "O ja mam, ik was nog vergeten te vertellen dat ik naar Cuba ga". "??? " was zo'n beetje mijn antwoord.  Op mijn vraag wanneer de reis zou plaatsvinden was het luchtige antwoord: "over tien dagen". Ja, mijn zoon kent zijn moeder goed, hij wist wat er zou gebeuren als hij zijn plannen eerder had meegedeeld.
Nog afgezien van de bezorgdheid, rijzen er bij zo'n mededeling wel een paar vragen over wat dat allemaal niet gaat kosten, zeker als je buiten de Dienst Onderwijszaken, de belangrijkste geldschieter bent van je studerende zoon. Als pleister op de wonde vertelde hij me dat hij echt niet alleen maar vakantie zou gaan vieren, want in het kader van een opdracht voor zijn studie (politicologie) zou hij ter plaatse een onderzoekje doen waarvoor hij Cubanen ging interviewen.
Ik heb me wat commentaar en adviezen betreft kunnen en, gezien de resterende tijd tot vertrek, moeten inhouden. De zoon is tenslotte geen kind meer, woont op zichzelf en moet zijn eigen beslissingen nemen. Ik heb het beperkt tot het hoogst nodige: een dringende aanbeveling een inenting tegen een paar akelige ziekten te halen. Deze terughoudendheid heeft gewerkt, het inentingsadvies is opgevolgd.

De reiziger is nu dus weer veilig thuis en vertelt ons enthousiast over wat hij allemaal heeft meegemaakt en laat ons foto's zien op zijn mobiel.
En al die bezorgdheid van mij was helemaal niet nodig, er is bijna niets gebeurd. Nou ja, afgezien van het rollen van zijn portmonnee op de eerste avond, een giftige en dus pijnlijke roggesteek in de voet die ter plekke is behandeld door een medicijnman en een rit in een taxi die eindigde met de aanhouding van de chauffeur door de politie en de daarop volgende achterlating van mijn zoon en een van zijn medereizigers in the middle of nowhere.
Zoals ik al zei: niets om je zorgen over te maken.