zondag 23 mei 2010

Op een mooie Pinksterdag


Het weer lokt me naar buiten. Eerst 's morgens de tuin in op de yogamat voor de 'zonnegroet' en andere oefeningen om de spieren soepel te houden. En dan 's middags lekker een stukje fietsen. M. gaat niet mee want hij heeft die ochtend al op de racefiets gezeten en vindt het even genoeg. Ik wijk af van de voor de hand liggende route door duinen, bossen en Aerdenhoutse dreven en kies voor de polder. Het is perfect fietsweer en met de wind achter ben ik in een oogwenk op de Geniedijk, ooit onderdeel van de Stelling van Amsterdam, en ruim 110 jaar geleden aangelegd. Nu staan er prachtige oude bomen, lopen er schapen en kun je er, niet gestoord door auto's, prettig fietsen.
Een polder blijft een bijzonder fenomeen. Door de rechte wegen die elkaar kruisen in een geometrisch patroon, worden polders vaak saai genoemd en dat zijn ze soms ook, vooral op winderige koude dagen. Maar nu geniet ik van de weidsheid en de sappige weilanden met koeien, kalveren en paarden, zelfs als op de achtergrond de vliegtuigen opstijgen vanaf de polderbaan. Al fietsend kom ik langs namen van wegen die me doen denken aan mijn middelbare schooltijd. Klasgenoten uit Hoofddorp en wijde omgeving hadden het over de IJweg en de Spieringweg. Ik kwam als brugger nog niet de ringvaart over en had zodoende geen idee hoe beroerd het was om dagelijks tegen de wind in deze polderwegen te moeten trotseren op weg naar school. Geen wonder dat dit deel van mijn klasgenoten massaal aan de brommer ging na de zestiende verjaardag. Zelf taalde ik in het geheel niet naar zo'n herriemakend en stinkend vervoermiddel, niet in de laatste plaats omdat ik niet ver van school woonde, maar ook omdat fietsen me altijd een vrij gevoel heeft gegeven. Op mijn zevende verjaardag kreeg ik mijn eerste echte fiets. Vanaf die dag was het echt mogelijk om zelfstandig op pad te gaan. Ik weet niet meer of dat ook direct mocht van mijn ouders, maar fietsen was vanaf dat moment wel een van de dingen die ik het liefste deed. Er was een bepaald traject rondom onze flat in Amsterdam, van hooguit anderhalve kilometer dat ik fietste, telkens weer hetzelfde rondje. Maar dat kon me niet schelen, in mijn fantasie ging ik op reis naar verre oorden of deed ik mee aan een wedstrijd. En bij ieder rondje was er steeds het gevoel van totale vrijheid. Met het polderrondje van deze Pinkstermiddag was ik weer even terug bij het gevoel van zoveel jaar geleden.

dinsdag 18 mei 2010

25 jaar


Om me heen kookboeken en verzamelde recepten. Zaterdag heb ik een etentje met een club van vijf vriendinnen bij een van ons thuis en de bedoeling is dat ieder een gang verzorgt. Ik heb mezelf opgedragen het voorgerecht te maken. Geen moeilijke opgave, want ik hou van koken. Maar ik moet toch wel even zoeken omdat er twee vegetariërs in het gezelschap zitten en iemand met een vrij fatale allergie voor vis. Bovendien vind ik dat het voorgerecht geen kaas mag bevatten, aangezien de hoofdgang bestaat uit kaasfondue.
Al zoekend realiseer ik me ineens dat we elkaar dit jaar al 25 jaar kennen. Jonge vrouwen - meiden zou je nu zeggen - waren we, maar wel alle vijf al moeder. We waren allemaal pas verhuisd naar de nieuwste stad van het land en hadden behoefte aan contact. Vanuit een buurthuisbijeenkomst ontstond een vrouwengroep, in het begin bestaande uit 10 vrouwen, die we naar eigen goeddunken inrichtten. We kwamen elke week een avond bij elkaar en bespraken van alles. We waren geen hardcore feministen, maar droegen de vrouwenzaak een warm hart toe. Achteraf beschouwd bevonden we ons in het staartje van de tweede feministische golf. Met onverschrokken jeugdige overmoed werden ochtenden en avonden voor vrouwen uit de wijk georganiseerd over allerhande vrouwenonderwerpen en we deinsden er zelfs niet voor terug een VOS (Vrouwen oriënteren zich op de samenleving)- of assertiviteitscursus te geven, opdat de vrouwenemancipatie haar beslag kon krijgen. We hadden onderling soms stevige discussies, maar erg dogmatisch was het allemaal niet. Gezelligheid en pragmatisme hadden de overhand. Zo organiseerden we onze eigen oppaspool, waar ook sommige echtgenoten aan meededen, en als uiterste vorm van efficiëntie vormden drie vrouwen, waaronder schrijfster dezes, anderhalf jaar lang een kookpool. Het idee daarvan was dat er drie maal per week door 1 vrouw voor drie gezinnen gekookt werd, met het gevolg dat je twee dagen in de week, niet hoefde. Een aangename variant van de afhaalmaaltijd. In de zomer gingen we zonder onze mannen, maar met de kinderen een week op vakantie in Nederland. Uitermate vermoeiend, maar ook heel gezellig, vooral 's avonds als 'het hele spul in bed lag'.
Sinds zo'n 15 jaar zijn we met z'n vijven als vriendinnen nog overgebleven, de anderen haakten om diverse redenen af. Een paar maal per jaar spreken we af en praten we over ons wel en wee en wat ons verder bezighoudt. En we gaan er af en toe ook een paar dagen op uit of we bezoeken een voorstelling of film. Het is cliché, maar ik kan me vaak niet voorstellen dat we allemaal vijftigers zijn en dat er al een half leven achter ons ligt met alles wat daarin gebeurd is. Maar het is wel fijn om een clubje vrienden te hebben waarmee je een gedeeld verleden hebt en waarmee je min of meer op dezelfde golflengte zit. We hebben wel eens gekscherend zitten filosoferen over hoe we als ouwe bessen nog steeds bij elkaar zouden komen, of wie weet, wel bij elkaar zouden wonen. Zaterdag maar eens wat herinneringen ophalen, bij de groene asperge-rucolasalade met hazelnoten en gekookt ei.
Maar eerst zal ik die dag aanwezig zijn bij de begrafenis van een dierbare collega. Zij overleed afgelopen zondag na een korte slopende ziekte, nog maar 52 jaar oud. Deze trieste gebeurtenis doet ieder die ermee wordt geconfronteerd beseffen vooral van het leven te genieten. Zij heeft dat ook altijd gedaan.

zondag 2 mei 2010

Langs de lijn


Van jongs af aan stond voor onze beide zonen vast dat voetbal een belangrijk onderdeel zou worden van hun leven. Niet dat wij ze bewust die kant op dreven. M. noch ik hebben deze sport zelf beoefend, maar wel kijken we beide graag naar een goede voetbalwedstrijd en delen we de liefde voor dezelfde club. Een voorteken was wellicht de tijd waarin ik M. heb leren kennen. Juni 1974, voor voetballiefhebbers hoef ik nu niets meer uit te leggen, voor de niet-wetenden: Oranje deed destijds ook mee met het Wereldkampioenschap voetbal in Duitsland en veroorzaakte een voor velen levenslang trauma door in de finale te verliezen van Duitsland.
Tien jaar later werd de oudste zoon, Daniël, geboren, ook in juni, je zou er bijna opzet in gaan zien. Hij keek vanaf een jaar of drie af en toe mee naar het voetbal op tv en werd ook enthousiast voor het spel. Het was dan ook voetbal dat door de zesjarige Daniël gekozen werd als sportbeoefening nadat eerst de door ons vereiste zwemdiploma's waren gehaald. Het kleine broertje Robert, geboren in 1986, ging natuurlijk mee naar de trainingen en de wedstrijden en het werd al snel duidelijk dat hij niet kon wachten om ook mee te mogen doen. Met zijn broer voetbalde Robert al veel op het veldje in de buurt waar door de mannetjes uitgesproken teksten als: 'Ik ben Ajax en jij bent Van Bastos' konden worden gehoord. Voor ons braken jaren aan waarin de zaterdag steevast begon met twee voetbalwedstrijden uit of thuis voor de roemruchte club in ons dorp die ooit een grootheid als Neeskens heeft voorgebracht. Weer of geen weer M. was altijd aanwezig bij de wedstrijden en ik heb zelf ook ontelbare keren tot genoegen langs de lijn gestaan. Hoewel winnen heel belangrijk is, Robert heeft het genoegen gekend drie maal kampioen te worden in de F-en E- jeugd, stond toch altijd het plezier in het spelen voorop. Ook nu nog. De jongens zijn volwassen mannen inmiddels, maar nog steeds spelen ze het geliefde spel, sinds een paar jaar samen in een seniorenteam op zondag. En wij gaan nog steeds kijken want het blijft leuk om je eigen kinderen in hun element in actie te zien. Ook al is het niet altijd even comfortabel, zoals vandaag, het regende twee keer drie kwartier pijpenstelen bij een temperatuur van acht graden, waardoor ik thuis uren nodig had om op te warmen. Het was geen goede wedstrijd, aan onze jongens lag het niet (natuurlijk). Na een voorzet van Robert werd het weliswaar 1-0 en bij de stand 1-1 benutte hij ook een strafschop, maar helaas hebben ze verloren met 2-3.
Jammer, maar winst of verlies is natuurlijk niet het belangrijkste in het leven, al krijg je door berichtgeving in de pers wel eens het idee dat velen het daar niet mee eens zijn. Ik weet wel beter. Daniël heeft vanwege een nare ziekte een aantal jaren niet gevoetbald. Dat wij nu kunnen genieten van onze beide voetballende zoons is van onschatbare waarde. Daar kan zelfs de net niet behaalde landstitel voor Ajax niets aan af doen.