zondag 5 juni 2011
Hobbel
Het is 1969 en het is zomer. Ik zit achterin de auto naast mijn zus, voorin zit mijn vader achter het stuur met naast hem mijn moeder. In de kofferbak liggen het windscherm, een parasol, stoeltjes, scheppen, emmers, vormpjes, ballen, badmintonrackets, handdoeken en natuurlijk de koelbox vol eten en drinken, kortom de gebruikelijke uitdossing van een gezin dat een dag aan het strand gaat doorbrengen. Onder onze kleding hebben we de badpakken al aan.
Als eenmaal de hobbel van het inpakken en wegkomen is genomen kan de rit vanuit Amsterdam naar Noordwijk beginnen. Het is fijn om zorgeloos achterin te zitten en eerst de stad en daarna het landschap aan je voorbij te zien flitsen. Het parcours is bekend, omdat we regelmatig naar het strand van Noordwijk gaan en mijn zus en ik verheugen ons op de zweefpartij die ons in de tweede helft van de autorit ten deel zal vallen. Net voor de kerk met de hoge torenspits volgen er kort na elkaar twee hobbels in de weg die er voor zorgen dat we op de achterbank heel even van de zitting los komen. Als de auto de juiste snelheid heeft vliegen de vlinders door onze buik. Dat gevoel op zich is al spannend, maar de verwachting dat het komt maakt dat we tijdens het moment zelf steeds een vreugdekreet slaken. Nu zit het grootste deel van de reis er op: zee en strand, we komen er aan.
Het is 2011 en het is voorjaar, hoewel het wel zomer lijkt. De dagelijks autorit naar mijn werk kent sinds een aantal weken een omleiding, vanwege wegwerkzaamheden. Er zijn twee alternatieve routes die ik kan nemen. Een route laat zich het beste omschrijven als een kruip-door-sluip-door: smalle wegen die zo slingeren dat het lijkt alsof je weer terug naar je beginpunt rijdt.
De andere route voert langs een heleboel stoplichten die meestal op rood staan en waarvoor je lang moet wachten. Hoewel ik dan langer onderweg ben kies ik toch meestal dit laatste traject. Het voert me over een weg langs een kerk met een hoge torenspits en in die weg zitten twee hobbels. De eerste hobbel is van de derde categorie en wordt veroorzaakt door een spoorwegovergang. De trein rijdt op een dijk die wordt doorkruist door de N-weg die ik moet nemen. De tweede hobbel, over de Haarlemmertrekvaart, is er een van de eerste categorie. Als ik er met de toegestane 60 km per uur overheen rijd voel ik de aanzet naar het gevoel uit mijn jeugd. Maar ik ben geen 10 meer en ik zit niet meer achterin. Ook zit er niemand bij me in de auto om het gevoel mee te delen. Wel heb ik direct beelden van de stranddagen uit mijn jeugd op mijn netvlies.
De wegomleiding sluit hierna weer aan bij mijn normale route. Ik passeer de afslag Noordwijk, en kijk even naar rechts waar in de verte Huis ter Duin tegen de lucht afsteekt.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten