zondag 19 september 2010

Uit huis


Voor de laatste keer hoor ik die woensdag de klanken van The Doors de twee trappen van ons huis afrollen. Begeleid door de muziek van de legendarische band uit de sixties is mijn jongste zoon bezig om zijn verhuizing voor te bereiden. Zijn bed moet uit elkaar, het bureau moet ontruimd worden en kleren moeten worden uitgezocht. Hij zal diezelfde dag al slapen op zijn nieuwe adres en dan is het vertrek van het tweede en laatste kind uit het ouderlijk huis een feit.
Toen de oudste zoon ruim anderhalf jaar geleden op zichzelf ging wonen en ook nu weer bij het vertrek van nummer twee wordt mij regelmatig gevraagd of ik het erg vind dat ze niet meer thuiswonen. Als ik dan antwoord dat ik het niet erg vind, heb ik altijd het gevoel dat ik moet uitleggen waarom niet. En eigenlijk weet ik het niet. Het zou heel logisch zijn als ik het wel vervelend zou vinden. Ik ben tenslotte in totaal zo'n 26 jaar bezig geweest met en in beslag genomen door het welzijn van die twee wezens op aarde die me het allerliefste zijn. Als je moeder bent (voor vaders zal het vast ook gelden) zijn je kinderen toch het belangrijkste dat je 'hebt'. Dat is zo als ze klein zijn en dat blijft zo als ze groot zijn. Desondanks heb ik er nooit moeite mee gehad als de jongens een paar dagen gingen logeren of als ik ze ging uitzwaaien voor een schoolreisje. Met de moeders die tot tranen geroerd de bus nakeken heb ik me nooit kunnen vereenzelvigen. Integendeel, ik verheugde me op een vrije dag die ik naar eigen inzicht kon invullen.

Ouders worden niet voorbereid op het vertrek van hun nageslacht. Als het eerste kind zich aandient word je al ver voor de geboorte door deskundigen en mensen in je omgeving ingelicht over alle veranderingen die het hebben van een kind met zich meebrengt. En ook als het kind er eenmaal is laten consultatiebureau, grootouders, vrienden en een leger aan andere deskundigen zich regelmatig horen met goede èn onzinnige, of soms tegenstrijdige adviezen aan de verse moeder (vader krijgt opmerkelijk minder vaak goede raad). Ook de beruchte periode van de puberteit, die lang niet in elk gezin sporen nalaat, kan rekenen op veel belangstelling van al dan niet professionele opvoeders. En daar blijft het dan bij. Het -soms plotselinge- vertrek van het kroost is een vergeten aandachtsgebied in de opvoedingscanon en laat menig ouder in verwarring achter.

Als dan ineens na al die jaren de kinderen je huis verlaten is dat natuurlijk wennen, het is stiller en leger en je gaat je weer meer met jezelf en elkaar bezig houden. Het klinkt vreemd als ik Robert, een dag na zijn verhuizing, op mijn vraag waar hij is door de telefoon hoor antwoorden: 'thuis'. En voor M. is het slikken als hij na een paar klusjes op de nieuwe stek te horen krijgt: 'Nou Pap, ik heb je niet meer nodig, hoor.'
Het is als met het vertrek van de zomer, je kunt er wel om treuren, maar dat is zinloos. Beter is het je te richten op wat gaat komen, het nieuwe seizoen.
Dat neemt niet weg dat ik stiekum wel blij ben met de aankondiging van Robert dat hij voorlopig op zondag komt eten, al is de voornaamste reden daarvoor de wijn tijdens de dis en het gezamenlijk bekijken van Studio Sport.
En The Doors, die draai ik nu zelf weer.

1 opmerking:

Joke Prins zei

Tjonge alles de deur uit. Ik weet een klein beetje hoe het voelt als er een kind gaat en ja wennen doet het snel. Je zal zien, ze zullen nog vaak genoeg komen en een keertje op "visite" gaan is ook leuk en vooral verrassend hahaha