Ieder land heeft zijn typische kenmerken: de dingen waar buitenlanders het eerst aan denken en het land mee associëren. Het zijn vaak ook deze karakteristieke zaken of producten waar dat betreffende land zelf mee naar buiten treedt. Voor Nederland -of Holland zoals ons land in het buitenland meestal wordt genoemd, ook door
Nederlanders zelf - zijn tulpen, kaas, molens en klompen nog steeds onverwoestbaar. Bepaalde groepen toeristen denken overigens eerder aan wiet, wallen en coffeeshops, maar dat terzijde.
Vòòr ons bezoek aan Portugal bracht ik het land vooral in verband met port, fado en voetbal. Zeker zijn deze clichés alom tegenwoordig, hoewel de port in het deel van Portugal waar wij geweest zijn, het midden, zich niet erg opdringt.
Twee producten, die niet zo op mijn netvlies stonden, maar die je bij een bezoek aan Portugal niet kunt missen, omdat je er bij wijze van spreken mee doodgegooid wordt, zijn kurk en azulejos.
In de streek Alentejo, waar onze Romeinse Lusthof staat (zie bericht van 10 juni), tref je heel veel kurkeiken aan. Portugal is de grootste kurkproducent ter wereld en dat merk je in de (souvenir)winkels. Tassen, telefoonhoesjes, sandalen, sieraden, kleding, onderzetters: van al dit soort artikelen en nog veel meer vind je een variant, geheel of gedeeltelijk van kurk gemaakt. Ik moet bekennen dat ik ook ben gezwicht voor zo'n product, een lief schoudertasje van blauw geverfde kurk verleidde mijn ogen op de trappen van de steil omhoog gaande stad Coimbra.

Eenmaal in de winkel gelokt door de charmante verkoopster heb ik haar aan het werk gezet door te vragen of ze ook een armbandje had met een vlinder erop. "For my daughter in law, she loves butterflies" voegde ik er enigszins geestdriftig aan toe. Maar dat was eigenlijk niet nodig, de ijverige jonge vrouw keerde de halve winkel om in haar zoektocht naar de 'borboleta', inderdaad Portugees voor vlinder. En ze vond dit kleinood, dat gelukkig net paste om de ranke pols van mijn schoondochter.
Azulejos zijn beschilderde tegels. Muren, vloeren, plafonds en soms complete gevels werden en worden bedekt met dit soort tegels. Een gebruik dat door de moren al in de achtste eeuw naar Spanje en Portugal is gebracht en in de 16de eeuw begon Portugal zelf tegels te produceren. De tegels vertellen verhalen over heldendaden of de geschiedenis van een stad, waarmee ze een voorloper van het stripverhaal kunnen worden genoemd. Maar er zijn ook tegels met alleen patronen of motieven in verschillende kleuren. Je komt ze echt overal tegen: in kastelen, kapelletjes, kloosters, treinstations, kerken, zowel binnen als buiten en dat maakt het straatbeeld fleurig.
In het Convento de Cristo, een klooster in Tomar gesticht door de Tempeliers, viel me ineens de gelijkenis op met het Delfts Blauw. Niet zo gek als je bedenkt dat het woord azul (blauw) waarschijnlijk is afgeleid van azulejos, dat weer stamt uit het Arabische al zulaydj, een mozaïekkunstvorm van veelkleurige tegels van geglazuurd terracotta.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten