zaterdag 18 december 2010

Het nieuwe werken


Telewerken, thuis werken, het nieuwe werken: allemaal benamingen voor een fenomeen dat al ongeveer tien jaar langzaam, maar zeker bezig is aan een opmars. Minder files, minder luchtvervuiling, minder energie-verbruik en meer mogelijkheden om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. Vanwege alle digitale middelen is het in vele gevallen heel goed mogelijk om een of meer dagen thuis te werken. Sommige werkgevers zijn er nog huiverig voor; bang om de controle te verliezen? Contact met collega's in levende lijve blijft belangrijk, niet alleen voor het werk, maar ook voor de sociale contacten. 
Gisteren was ik blij dat ik de auto ingepakt in de sneeuw kon laten staan. En hoe verder de dag vorderde hoe blijer ik werd dat ik een dag thuis kon en mocht werken. Het weer- en verkeersalarm dat halverwege de dag werd afgegeven bevestigde de juistheid van mijn beslissing om de relatief korte afstand naar het werk die dag toch maar niet af te leggen. 
Ook vandaag hebben we het nog niet gewaagd om met de auto buiten het dorp te gaan. Een afspraak met vrienden in het midden van het land hebben we afgezegd. De virtuele varianten voor een dergelijk bezoek, zoals chatten, skypen, google talk, etcetera vind ik maar matige alternatieven, dus maken we daarvoor gewoon een nieuwe afspraak.


   

zondag 12 december 2010

Witte wereld

   

"Mam, ik heb leuk nieuws" zegt mijn oudste zoon tegen me deze zomer na een gezamenlijk potje tennis. Daar ben ik altijd voor in, dus ik luister aandachtig. Hij vertelt me met trots dat hij zijn vriendin op haar verjaardag ten huwelijk gaat vragen. Ik zal niet zeggen dat ik wist wat hij me ging vertellen, maar geheel onverwacht was het niet. Ik reageer naar mijn idee heel enthousiast, want dat ben ik ook, maar na een paar minuten vraagt hij enigszins beschroomd of ik het wel leuk vind. Leuk??? Wat een vraag, ja natuurlijk vind ik het ongelofelijk leuk en ik val hem om de hals om mijn vreugde kracht bij te zetten. Het nieuws moest even landen, maar sindsdien zorgt het voor een aangenaam soort opwinding. Ik heb gemerkt dat dit trouwens niet alleen geldt voor de direct betrokkenen, maar ook voor hen die er verder af staan. "Ik heb gehoord dat je zoon gaat trouwen" is een veelvuldig, half vragend, uitgesproken zin mijn kant op sinds het nieuws zich heeft verspreid. Op mijn volmondige bevestiging volgt niet zelden een spervuur aan vragen over het aanstaande huwelijk. Mensen hebben behoefte aan goed nieuws en ik wil ze hierin graag laten delen.
De opwinding bereikte deze week een voorlopig hoogtepunt toen ik mee mocht met de aanstaande bruid, haar moeder en schoonzusje, om een bruidsjurk uit te kiezen. Ik voelde me zeer vereerd dat ik door mijn schoondochter in spé gevraagd werd mee te gaan voor de aanschaf van wat toch wel het pièce de la résistance van een bruiloft is. Vooral nadat bleek dat mijn eigen zoon tegenover zijn aanstaande twijfels had uitgesproken over mijn lust om mee te gaan. 'Mijn moeder houdt immers niet van winkelen' was zijn argument. Het klopt dat ik de passie voor dit typisch vrouwelijke tijdverdrijf niet deel met mijn seksegenoten, maar een bruidsjurk uitkiezen is iets heel anders dan winkelen, natuurlijk.
Deze vrijdagavond is het dan zover en worden we op afspraak ontvangen in het bruidshuis. Na een welkom met koffie/thee en bonbons houdt de enthousiaste eigenaresse eerst een uitgebreid exposé over de filosofie, werkwijze en (on)mogelijkheden van haar bruidsmodezaak. Het is duidelijk dat een en ander serieus wordt aangepakt. De keuze voor een bruidsjurk is niet zelden een emotionele aangelegenheid leren we al snel en vandaar ook haar aanbeveling om de jurk na aanschaf het liefst thuis te bewaren, zodat bij een eventuele brand in de winkel, zoals vorig jaar in een bruidshuis in Almere, de jurk er ongeschonden vanaf komt.
Gelukkig komt de eigenaresse na dit geschetste schrikbeeld ter zake door eindelijk met het passen te beginnen. Nadat de benodigde onderkleding is aangetrokken krijgt de lieve, geduldige aanstaande bruid jurk na jurk aangetrokken en dat is steeds weer een feest om te zien. Bijna zonder uitzondering staan ze haar buitengewoon goed en dat maakt de keuze bepaald niet gemakkelijker. Wij toekijkers geven alleen onze mening als de bruid daar om vraagt of als ze onzeker is over een keuze. Dat levert ons een compliment op van de verkoopster die ijzingwekkende verhalen vertelt over huilende bruiden die ze moet beschermen tegen het commentaar van haar gevolg. Om Sylvia Witteman aan te halen: "Ik verzin dit niet".
Het spreekt vanzelf dat ik geen mededelingen doe over de jurk die uiteindelijk als laatste overblijft. Dat is het geheim van de bruid en haar samenzweersters. Na drie uur en een kwartier staan we weer buiten, een sprookjesachtige belevenis rijker.
Twee dingen weet ik heel zeker: dat de bruid er straks schitterend uit zal zien en dat mijn zoon een enorme bofkont is.


 

zondag 5 december 2010

Imago

"Wil je je stem uitbrengen" is het onderwerp van de e-mail die ik onlangs ontving van schrijver Arthur Japin. Het is niet dat ik een online relatie onderhoud met deze gerenommeerde auteur, maar ik heb vorig jaar twee maal via de mail contact met hem gehad vanwege een lezing in de bibliotheek. Van dit contact maakt hij nu dankbaar gebruik om mij, en vele anderen ongetwijfeld, een oproep te sturen om op hem te stemmen in de 'meest sexy vegetariër verkiezing'. Nu kunnen vegetariërs een potje bij mij breken - mijn vader, twee vriendinnen en een schoondochter eten geen vlees - en eerlijk gezegd was ik ook wel benieuwd naar de andere kandidaten, dus klikte ik op de bijgaande link die verwees naar de site van Wakker Dier . Er kon gekozen worden uit acht mannelijke en acht vrouwelijke kandidaten, waarvan ik er een aantal niet kende, maar dat kan aan mijn gebrek aan RTL- en SBS-kennis liggen. Helaas voor Japin heb ik gestemd op cabaretier Jeroen van Merwijk, omdat ik hem een leuke man vind, niet zozeer vanwege zijn sexy looks.
Op de site zag ik verder dat de verkiezing al een paar jaar gehouden wordt, blijkbaar uit een behoefte om het vegetarisme een ander, hipper, imago te geven. Het lijkt me geen bezwaar, zolang de boodschap maar overeind blijft. Zelf ben ik samen met M. zeven jaar vegetariër geweest, totdat ons oudste kind een dermate slecht eetgedrag ging vertonen dat we besloten er af en toe wat vlees tegenaan te gooien. Het kind bleek een echte vleesliefhebber, tja je kunt het treffen. Nu de zonen het huis uit zijn keren we zoetjesaan weer terug naar het bijna vleesloze leven en noemen we onszelf parttime vegetariërs.
Als zo'n verkiezing kan bijdragen aan het afwerpen van het geitenwollensokken-beeld dat sommigen nog hebben van vegetariërs wil ik daar graag aan meedoen. Misschien is het ook wel een idee voor de beroepsgroep waartoe ik behoor. Ook bibliothecarissen hebben 'last' van een imago dat niet geclassificeerd kan worden als sexy. Duf, saai, stil en streng zijn kwalificaties die de bibliotheek en haar medewerkers nog steeds aankleven. Dat dit geheel onterecht is weet iedereen die regelmatig in een hedendaagse bibliotheek komt. We zijn er alleen niet zo goed in dat veranderde imago over het voetlicht te brengen. Bibliotheek Amsterdam heeft een paar jaar geleden een dappere poging gedaan door teams van aantrekkelijke jonge dames in een uitdagend T-shirt de straat op te sturen om nieuwe leden voor de bibliotheek te werven. Een verkiezing van de meest sexy bibliothecaris m/v lijkt me een mooie volgende stap. Alleen nog even op zoek naar geschikte genomineerden........
Overigens is de verkiezing bij Wakker Dier alweer een ronde verder. Jeroen en Arthur liggen er allebei al uit. Ze passen waarschijnlijk nog onvoldoende bij het nieuwe imago.

woensdag 1 december 2010

Twijfel

Vanaf 1980, met een kleine onderbreking van anderhalf jaar, ben ik werkzaam in de openbare bibliotheek. In vier verschillende bibliotheken heb ik wisselende functies gehad en heel vaak maakte collectievorming een onderdeel uit van mijn werk. Collectievorming betekent in mijn werkwereld het aanschaffen en saneren van al die materialen die in de bibliotheek te vinden zijn. In de huidige praktijk zijn dat boeken, cd's, cd-roms, daisy-roms, luisterboeken, dvd's en games.
Ondanks dat ik het dus al lang doe verveelt het me nog steeds niet, ik vind het zelfs een van de leukste onderdelen van mijn werk. Het is werk dat iedere week terugkomt en waar ook een zekere tijdsdruk op zit, want binnen een bepaalde termijn moet er besteld worden. Voor Katwijk bestel ik samen met twee gewaardeerde collega's de nieuwe materialen voor vijf vestigingen. Een van de segmenten waarvoor ik verantwoordelijk ben is de non-fictie voor volwassenen. Elke week moet uit een aanbod van zo'n 150 titels non-fictie een keuze worden gemaakt. Dat is wat je noemt een uitdaging als je bedenkt dat er van die 150 boeken zeker 100 tot 110 titels niet gekocht zullen worden. Voor boekenliefhebbers als wij aanschaffers natuurlijk zijn, valt het dan ook niet mee om iedere keer weer zoveel mooie, interessante of belangrijke boeken niet te kopen. De uitleencijfers van non-fictie laten al jaren een dalende lijn zien en derhalve is dit collectieonderdeel al behoorlijk geslonken ten gunste van fictie dat op meer belangstelling van het grote publiek kan rekenen. Vreemd genoeg is het aanbod aan uitgaven in het non-fictie segment niet gedaald, integendeel, er verschijnt meer dan in het pre-internettijdperk.
Natuurlijk is er ook binnen de non-fictie onderscheid te maken tussen titels die wel en niet of minder succesvol zullen zijn in hun bibliotheekcarrière. Dichtbundels behoren bepaald niet tot de publiekslievelingen en worden door ons dan ook mondjesmaat aangeschaft.
Vorige week zat er in de weekaanbieding een dichtbundel van, een mij onbekende dichter, Pieter Boskma, getiteld "Doodsbloei". Een uitgave met 252 gedichten die Boskma schreef naar aanleiding van het (veel te vroege) overlijden van zijn vrouw. Het boek kreeg een goede recensie en zou de ware poëzieliefhebber vast kunnen bekoren. Maar, oordeelde ik, dit soort 'moeilijke' poëzie loopt heel slecht in Katwijk en het boek zou nauwelijks de kast uitkomen. Mijn eindoordeel luidde: niet aanschaffen.
De volgende dag zag ik een interview met de dichter in de Volkskrant van die dag en het ging natuurlijk over de bewuste bundel. Wat toevallig. In het stuk werden enkele strofen uit "Doodsbloei" weergegeven en daaruit bleek dat de gedichten niet moeilijk, maar juist toegankelijk waren. Tevens werd een boekhandelaar aangehaald die meldde dat er veel vraag was naar de bundel van Boskma en dat er in korte tijd al een derde druk was verschenen. Het interview en de geciteerde passages maakten indruk op me en mijn twijfel van de vorige dag over wel of niet aanschaffen was weer terug en eigenlijk meteen weer weg. Het was een gemiste kans om deze dichtbundel niet in de collectie op te nemen. Gelukkig kon ik de dag daarna mijn fout herstellen. Nu maar hopen dat deze gedichten ook hun weg vinden naar het bibliotheekpubliek, al is het maar een bescheiden weg.

woensdag 10 november 2010

Sentiment


















Met een doffe knal valt het ontbijtbordje op de bodem van de lege afvalcontainer in stukken. Een kort moment voel ik heimwee: weer een onderdeel minder van ons eerste en eigenlijk enige echte servies. Even daarvoor had ik uit de richting van het bordje een droog geluid gehoord dat klonk als 'knap'. Vanwege een blijkbaar al aanwezige barst waren de hete falafelballetjes, afgedekt met aluminiumfolie, net teveel voor het oude bord.
Van het 34 jaar geleden met veel zorg uitgekozen servies Faenza van Arabia uit Finland, rest nu nog slechts drie dinerborden, twee ontbijtbordjes, twee diepe borden, een klein ovenschaaltje en een grote vleesschaal. Alleen de twee schalen zijn nog in goede staat, de borden hebben barsten, of er zijn stukjes afgebroken. Omdat ik het nog steeds een heel mooi ontwerp vind kan ik het niet over mijn hart verkrijgen de aangetaste serviesstukken weg te doen, ze worden gebruikt tot ze uit elkaar vallen.
Arabia bestaat al 130 jaar en maakt, zeker sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw, moderne veelal strakke design-achtige serviezen van stoer aardewerk of elegant porselein. Het tijdloze zwart-wit servies Faenza stal destijds ons hart, maar omdat het nogal prijzig was duurde het jaren voordat we een redelijke hoeveelheid serviesgoed bij elkaar gekocht hadden. Een zoveel-delig servies is het alleen nooit geworden, op zeker moment kwamen er kinderen en hadden we andere financiële prioriteiten. Maar ik had altijd de hoop en verwachting dat we het servies zouden kunnen aanvullen zodra onze geldelijke situatie daarvoor weer aanleiding gaf. Helaas tegen de tijd dat we dat punt hadden bereikt werd het servies door Arabia uit productie genomen. Uiteraard hebben we in de loop der jaren ander serviesgoed erbij gekocht. Vanuit praktisch oogpunt- kinderen in huis- was dat van veel goedkopere kwaliteit en ontwerp dan ons 'echte' servies. Later zouden we wel weer eens een nieuw mooi servies aanschaffen. Het is nu later, maar nog steeds staat er een allegaartje in de kast van min of meer gehavende borden, schalen en kommen. Het is een combinatie van belachelijke zuinigheid (want wat doe je met al dat eetgerei dat nog 'goed' is) en de nergens op gebaseerde hoop het oude servies ooit nog aan te vullen, die me weerhoudt van het serieus op zoek gaan naar een complete vervanging. Zou dat nou sentiment zijn?
Gelukkig heb ik de folder nog uit 1978.


Arabia maakt nog steeds serviezen en valt nu onder de beroemde, eveneens Finse, Ittala groep.

zondag 31 oktober 2010

Afterparty

De sporen van feestvreugde zijn 's morgens nog goed zichtbaar op de aanrecht. Ook in de rest van de keuken en op de vloer in de woonkamer zijn tal van aanwijzingen te vinden over wat zich de vorige dag in ons huis heeft afgespeeld. Zo'n 25 mensen, familie en vrienden, waren te gast voor een borrel en een hapje ter ere van de verjaardagen van man en zoon. Een dergelijk feestje vraagt de nodige voorbereiding en daarom sta ik vrijdagavond al een taart te bakken. Op zaterdag doe ik 's morgens de laatste boodschappen, om daarna snel de keuken in te duiken, want er moeten twee hartige taarten, een plaatpizza, twee salades, guacamole, gehaktballetjes en kipsaté gemaakt worden. Het is een race tegen de klok om alles op tijd klaar te krijgen en er tevens voor te zorgen dat ik nog gelegenheid heb om even uit te blazen en me om te kleden. Ondanks de inspanningen die de voorbereiding van zo'n feestje vergen begin ik er toch steeds weer opnieuw aan, omdat de voldoening van een gezellige party in je eigen huis altijd enorm is, zelfs op 'the morning after'. Wat ik doe is de voorwaarden scheppen, de gasten zelf zijn het die de gezelligheid maken. Ik vind het altijd weer een wonder en een genoegen om mee te maken hoe zo'n divers gezelschap (van 8 tot 82 jaar) zich mengt en er geanimeerde gesprekken ontstaan. Dat deze gezelligheid goed is voor de eetlust wordt altijd duidelijk als het buffet wordt geopend. De eettafel die afgeladen staat met allerlei voedsel ziet er binnen de kortste keren uit alsof er een wolk sprinkhanen is langsgekomen. In een spanne tijds van hooguit een half uur is alles waarvoor ik een aantal uren in de keuken heb gestaan op. Dat hierbij ook graag een goed glas geestrijk vocht wordt gedronken zal de lezer al vermoeden: de lege wijn- en bierflessen spreken voor zich. Gelukkig blijft de hoeveelheid daarvan binnen de perken. Het is wel prettig dat we dankzij de wintertijd een uurtje langer in bed mogen blijven liggen. Tenslotte wacht de volgende morgen het overschot van een losbandig leven. Dat wordt afwassen, opruimen, stofzuigen, dweilen..........

woensdag 20 oktober 2010

Vraag en aanbod

Echte schoonheid zit van binnen. Dat kan waar zijn, maar het oog wil ook wat en daarom heb ik deze zomer besloten om vier keer per jaar de schoonheidsspecialiste te bezoeken. Niet dat ik nu ineens mijn wimpers wil laten verven of mijn bovenlip nodig geharst moet worden. Nee, het gaat mij alleen om het verwijderen van ontsierende dingetjes die zich vastzetten in de huid. Een zogenaamde mini- gezichtsbehandeling is het, die evengoed nog bijna een uur duurt.

Het meisje dat mij behandelt is aardig en ze blijkt al op de hoogte van mijn wens om niet aan de wenkbrauwen geëpileerd te willen worden. Dat doe ik namelijk liever zelf omdat ik niet het risico wil lopen met dunne strepen door het leven te moeten. Mijn weigering drie maanden geleden op dit punt kwam mij op een lichtelijk gepikeerde opmerking te staan van de toenmalige schoonheidsspecialiste van dienst. Ze was duidelijk in haar beroepseer aangetast.
Net als ik me een beetje begin te ontspannen, wat niet zo makkelijk is als er ondertussen met geniepige prikjes van alles uit je huid wordt geperst, vraagt het meisje of ik ook oogcrème gebruik. En meteen weet ik weer waarom ik de gang naar de beautysalon jarenlang heb uitgesteld. Ze mogen me met zachte handen, voedende peelings en rustgevende maskers bewerken, maar ze moeten geen lastige vragen stellen die alleen maar kunnen leiden naar het (letterlijk) aansmeren van een product. Een product dat ik volgens de dames toch echt moet gaan gebruiken om mijn arme huid te beschermen tegen het onherroepelijke verval.
Ik vertel gedwee, je ligt er tenslotte toch een beetje onderdanig bij op zo’n luie stoel onder een verwarmde dikke handdoek, dat ik geen oogcrème gebruik. De lieve schoonheidsspecialiste legt me enthousiast uit dat de huid rondom de ogen extra droog is en daardoor gevoelig voor vuil dat zich onder andere uit in gerstekorreltjes. Ze heeft er zojuist een paar ontdekt rond mijn ogen. Ik kan een diepe zucht nog net onderdrukken voordat ik ter verdediging van mijn nalatig gedrag aanvoer dat ik altijd nogal huiverig ben voor allerhande smeersels vanwege mijn tamelijk gevoelige huid. De rode blossen op mijn wangen, die ik al van kindsbeen af heb, zien er misschien wel gezond uit, maar worden toch voornamelijk veroorzaakt door een dunne, naar allergie neigende huid. Voor mij dus geen eau de toilette of crèmes met parfum en andere allergene rommel. Mijn behandelaarster begrijpt het allemaal heel goed en bezweert me dat het zalfje dat ze in de salon gebruiken echt voor alle huidtypen geschikt is. Ze heeft nog nooit meegemaakt dat iemand er last van had. “Weet je wat, ik geef je een paar proefjes mee, dan kan je het gewoon uitproberen” zegt ze op een montere toon, die eigenlijk geen tegenspraak duldt. Lafhartig zeg ik dat het me een uitstekend idee lijkt. En net als drie maanden geleden ga ik heen met een paar monsters die mij hoogst waarschijnlijk niet zullen verleiden tot aankoop van een tube of potje.

In de bibliotheek hebben we al een paar jaar geleden besloten om, in navolging van commerciële bedrijven, meer vraaggericht te werken en niet meer uitsluitend aanbodgericht. Soms vraag ik me af of ‘profit’ bedrijven wel zo vraaggericht werken als zij ons willen doen geloven. Er moet immers verkocht worden en als er geen vraag is, dan wordt die wel gecreëerd. Dat laatste moeten we dus nog leren in de bibliotheek. We moeten ervoor zorgen dat de diensten die we aanbieden zo goed zijn afgestemd op onze klanten dat het lijkt alsof we maatwerk leveren. Als we de klanten daarbij net zo in de watten leggen als in de schoonheidssalon zullen ze vast vaak terugkomen.