maandag 4 juni 2012

Koning voetbal


Voetbal, menigeen heeft er nu al de buik vol van, nog voor het Europees Kampioenschap begonnen is. Ik begrijp dat wel, hoewel ik zelf graag naar een mooie wedstrijd kijk, snap ik dat de voetbalmoeheid kan toeslaan. Het gedoe er omheen zorgt volgens mij hiervoor. Eindeloze voorbeschouwingen, commentaar van Jan en alleman over de teen van spits A, de schoonmoeder van verdediger B en het haar van doelman Z, wie is daar eigenlijk in geinteresseerd? Om nog maar te zwijgen van de beste stuurlui die aan wal staan en menen te weten wie er wel of niet opgesteld moet worden, wat voor systeem er gespeeld moet worden en die zich afvragen of  "we er wel klaar voor zijn". Ja, ik kan me goed voorstellen dat de bij tijd en wijle hysterische reactie op het fenomeen 'Oranje', voetbalhaat kan oproepen. En dat is jammer, want voetbal is echt een leuk spelletje, niet alleen om te doen, maar juist ook om naar te kijken. Afgelopen zaterdag werd het bewijs daarvoor geleverd tijdens een uitstekend georganiseerd 7 tegen 7 toernooi waar een gelegenheidsteam, bestaande uit familie aangevuld met twee uitstekende niet-familieleden, meedeed. Het was perfect voetbalweer en de stemming zat er na de eerste gewonnen wedstrijd meteen goed in. De schare supporters voor dit familieteam groeide gestaag gedurende de dag en leverde zijn eigen bijdrage aan het succes van het team.
Zelfs de Oma's hadden het naar hun zin.




Opa kreeg het op de heupen en wilde laten zien dat hij voeger ook een verdienstelijk keeper was.






En ook de jongste spruit aan de familieboom liet zich niet onbetuigd.













Nadat het sterrenteam er al drie keer doorheen zat, nou ja, in ieder geval de wat oudere spelers, moest er nog gestreden worden om de derde plaats. Na een gelijkspel werd het penalty's schieten en dat was een brug te ver. Maar, vierde worden van 21 teams is een prestatie om trots op te zijn. Eindelijk kon de verdiende beloning worden geconsumeerd.


Het plezier dat het meedoen en het meebeleven aan dit toernooi heeft opgeleverd: voetbal zoals voetbal bedoeld is. Vooral niet te veel over praten, maar het beleven met elkaar. Het was een fantastische dag.

Ik wens iedereen veel plezier bij het komend EK.
   

zondag 20 mei 2012

Verliefd


"Ik moet je wat bekennen" zegt ze tegen me als we plaats hebben genomen op het terrasje naast de tennisbaan om te wachten tot we weer aan de beurt zijn. Ik ga er eens goed voor zitten, klaar voor sappig nieuws. "Ik ben verliefd" verkondigt mijn tennismaatje zonder omhaal. "Op Matthijs". "Matthijs?" breng ik uit en tegelijkertijd begint het te dagen. Had ze me niet twee weken geleden verteld dat ze naar een uitzending van De Wereld Draait Door zou gaan? "Ja, Matthijs van Nieuwkerk, wat een leuke man is dat" antwoordt ze en in lyrische bewoordingen vertelt ze hoe leuk het was en hoe aardig hij wel niet is. Ik wist het al. Een paar maanden geleden gingen twee collega's ook naar DWDD en zij kwamen met soortgelijke enthousiaste verhalen terug. En ja, ook ik mag Matthijs graag zien. DWDD is al lange tijd mijn favoriet en de anchorman ook, vanwege zijn manier van presenteren, zijn charme als gastheer en last but not least, zijn 'good looks'. Het oog wil tenslotte ook wat.

Nu mijn medespeelster uit de kast is gekomen kan ik ook wel een bekentenis doen. Geloof het of niet, ook ik ben afgelopen week tot de conclusie gekomen dat ik verliefd ben. Het is zuiver platonische liefde, dat wel, maar het voorwerp van mijn genegenheid zal binnenkort vertrekken uit Nederland en dat doet toch wel pijn. Ook hij figureerde veelvuldig in het eerder genoemde programma, de hooggeleerde Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Elke keer als hij er was maakte mijn hart een sprongetje. Hij bezit het vermogen om voor de allergrootste alfa, zoals ik, bèta-materie enigszins duidelijk te maken. Hij vertelt op zo'n manier over de wetenschap dat het niet saai is en minder moeilijk lijkt. Hij maakt wetenschap toegankelijk en interessant en hij doet dat overduidelijk met veel plezier. Tijdens het magnifieke college dat hij donderdag op televisie gaf over de oerknal viel het me op dat hij nog regelmatig een blik in de ogen heeft van verbazing, hoewel al die kennis voor hem toch inmiddels gesneden koek is. Hij zit niet in een ivoren wetenschapstoren, maar blijft de enthousiaste leraar die de leerling bij de hand neemt. Je zou iedere middelbare scholier een docent natuurkunde van zijn kaliber wensen. En naast al die kwaliteiten is hij ook nog geestig, bescheiden, welbespraakt, muzikaal en geïnteresseerd in kunst (hij deed ook een studie aan de Rietveld Academie) èn ziet hij er goed uit. Een moderne 'uomo universalis'.
Geen wonder dus dat een van de meest prestigieuze instituten ter wereld hem wil hebben, Robbert Dijkgraaf wordt directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton (VS). Zucht, dat wordt dus afkicken de komende tijd.


zaterdag 5 mei 2012

Meneer Foppe momentje


De werkzaamheden die ik gedaan heb tijdens het lange Koninginnedag-weekend vorig week maakte me weer eens bewust van allerlei spieren en gewrichten waarvan ik in het gewone leven nauwelijks weet heb. Aanleiding voor al dat werk was de verhuizing van het jonge echtpaar dat binnenkort zijn katoenen huwelijk kan vieren.
Na ruim drie jaar in hun tweekamerappartement gewoond te hebben werd het volgens mijn zoon en schoondochter tijd om uit te kijken naar een grotere woning. Deze werd gevonden in een spiksplinternieuwe driekamerflat. Tussen het ontvangen van de sleutel en de geplande verhuizing zat precies 16 dagen. Alle hens aan dek dus om die race tegen de klok te winnen. Met het goede voorbeeld van eigen ouders die altijd klaar stonden (staan) voor hun kinderen, hebben we, evenals de ouders van mijn schoondochter, onmiddellijk zoveel mogelijk vrije uren ingepland om te helpen klussen, met als apotheose het Koninginnedag-weekend waarin verhuisd moest worden.

Als schilderen, laminaat leggen, plamuren, lampen ophangen, kasten in elkaar zetten, rolgordijnen inkorten en zware meubelen versjouwen niet tot je dagelijkse bezigheden behoren moet je er altijd weer even inkomen. Er doen zich problemen voor waar je goed over na moet denken. Alleen heb je daar niet echt de tijd voor, want de klus moet af en dan zie je weleens wat over het hoofd. Op de laatste klusdag was het zover. We waren bezig een onderdeel van de bekende Pax-kast van IKEA in elkaar te zetten. Het ging voorspoedig, het staketsel van de kast stond, de planken en de deur konden erin. Op dat moment kwam M. de kamer binnen, aanschouwde ons werk en begon te lachen. In onze ijver hadden we niet goed opgelet en de achterwand verkeerd om bevestigd, waardoor de mooie witte kant aan de achterkant zat.




Volgens M. een typisch Meneer Foppe momentje, verwijzend naar de onvergetelijke creatie van Wim de Bie. Meneer Foppe, de mensenschuwe man van middelbare leeftijd die een Billy-kast in elkaar gaat zetten en dan na gedane arbeid er tot zijn afgrijzen achterkomt dat de plank verkeerd om zit. Anders dan meneer Foppe wisten wij wel wat ons te doen stond: de achterwand opnieuw, maar dan goed bevestigen.

Het is voorlopig weer even gedaan met het doe het zelven, hoewel, er liggen in ons eigen huis ook diverse klussen te wachten op uitvoering, maar ja, die liggen er al zo lang, er zit geen tijdsdruk achter en dan zijn er altijd andere, vaak leukere dingen die voorgaan.

 

    

zondag 22 april 2012

Dierbare boeken


Tijdens  een bibliotheekcongres dat ik vorige week met een paar collega’s bezocht vroeg dagvoorzitter Frénk van der Linden aan elke spreker welk boek veel indruk op hem of haar had gemaakt, ja misschien wel zijn of haar leven had beïnvloed. Ook de toehoorders in de zaal werden uitgenodigd hierover na te denken. Een van mijn collega’s fluisterde direct zonder aarzelen: “‘Schuld en boete’ van Dostojevski”. Een klassieker, die ik zelf niet heb gelezen.Haar besliste keuze zette mij aan het denken. Heb ik ook één zo’n boek dat ‘mijn leven heeft veranderd’? Ik kan niet zeggen dat dit het geval is, zo’n aha-erlebnis heb ik niet gehad, maar ik kan wel een paar titels noemen die bij lezing een grote indruk op me hebben gemaakt.
Allereerst was dat Het achterhuis  van Anne Frank. Ik las het toen ik twaalf, of dertien jaar was en het verhaal, de manier waarop Anne schreef en de wetenschap wat er met haar gebeurd was na de laatste notities in haar dagboek, hield me lang nadat ik het boek uit had bezig.  Daarna, maar het kan ook daarvoor geweest zijn, had ik het geweldige boek Kees de jongen gelezen van Theo Thijssen, de schrijver/onderwijzer die zo goed de belevingswereld van het kind kan schetsen. Ik beschouw die twee boeken als mijn eerste kennismaking met literatuur. Daarna volgde het lezen voor de lijst op het Atheneum, waaraan ik, anders dan het cliché wil, eigenlijk wel goede herinneringen bewaar. Natuurlijk zaten er boeken bij die ik niet voor mij plezier las, maar het was een introductie in de Nederlandse- en wereldliteratuur en daar zaten titels tussen die mij zeer aanspraken, zoals Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert, Xerxes of de hoogmoed van Louis Couperus, De Oriënt Express van A. den Doolaard, De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde, Saturday Night and Sunday Morning van Alan Sillitoe, Bonjour Tristesse van Françoise Sagan en Kort Amerikaans van Jan Wolkers. Het lezen van deze werken waren evenveel kijkjes in en eyeopeners op een andere wereld dan de mijne en dat is één van de aspecten die het lezen van (literaire) fictie zo heerlijk maakt.

Het was de bekende literatuurcriticus en letterkundige Kees Fens die mij op het spoor zette van schrijfster Hella Haasse. Fens gaf les aan de Frederik Muller Academie in Amsterdam waar ik eind jaren zeventig studeerde. Zijn manier van lesgeven was zeer inspirerend, mensenkennis en gevoel voor humor combineerde hij moeiteloos met zijn erudiete kennis. Het was, hoewel het vaak geen makkelijke stof was die hij behandelde en hij niet altijd mild was voor zijn studenten, nooit een straf om les van hem te hebben. Fens gaf ons opdracht De tuinen van Bomarzo, een essay van Hella Haase, te lezen. Moeilijke kost, ik snapte er niet veel van, maar haar manier van schrijven en de onderwerpen die Haasse behandelde intrigeerde me wel en ik ging meer van haar lezen. Zij is één van mijn lievelingsauteurs geworden en dat komt niet in de laatste plaats doordat zij veel historische romans heeft geschreven. Geschiedenis is een andere liefde van mij en daarom kies ik vaak voor boeken met een historisch onderwerp, ook als het fictie betreft. De beste historische roman van Hella Haasse bepalen is bijna zoiets als moeten zeggen wie je lievelingskind is, onmogelijk dus. Maar als Frénk van der Linden mij had gevraagd dat toch te doen had ik Een nieuwer testament genoemd. Dat boek van Haasse is een literatuurpareltje, het vertelt in redelijk kort bestek hoe het leven van een mens kan veranderen en hoe hij daarmee om kan/moet gaan. De schrijfster weeft de gedachten en overwegingen van een individu, die in het Rome van 400 na Chr. leefde, zodanig in een verhaal, dat je het als lezer ook zo kunt plaatsen in het heden. Zij snijdt universele thema’s aan, diept ze uit en plaatst ze in een historische setting.  Hella Haasse zegt er in een interview zelf over dat het verhaal haar heel dierbaar is, ze vindt het haar beste werk en ze legt uit dat het een verhaal is dat je niet kunt na vertellen, maar wat je moet lezen.  

Een paar jaar geleden wilde ik wat jongere buitenlandse schrijvers lezen en stuitte ik bij mijn zoektocht naar genomineerden voor een literaire prijs op de Britse schrijver David Mitchell. Ik las zijn boek Wolkenatlas en werd erdoor overweldigd. Dit was wel een heel bijzonder boek, bijna experimenteel, maar zeer leesbaar. Zo’n boek dat nog lang nagalmt in je hoofd. Kort samengevat worden in het boek  zes verschillende verhalen verteld die zo uiteen lopen dat je er in eerste instantie totaal geen verband in ziet. De verhalen zijn ook qua vorm en stijl totaal verschillend. Elk verhaal eindigt abrupt en dan begint het volgende. Ongeveer in het midden van het boek, als er zes verhalen verteld zijn, worden ze allemaal  in omgekeerde volgorde af verteld en wordt duidelijk waar de connecties tussen de verhalen zitten. Een knap gecomponeerd boek dat je aan het denken zet over de existentiële thema’s die er in aan de orde komen en het is spannend vanwege al de verschillende stijlen.
Van Mitchell wilde ik meer lezen en onlangs las ik zijn nieuwste roman (uit 2010) De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. En ook dat boek heeft me gegrepen. Je zou kunnen zeggen dat het een historische roman is, want het verhaal speelt zich af begin negentiende eeuw. De Zeeuwse klerk Jacob de Zoet is in dienst getreden van de VOC om geld te verdienen overzee, zodat hij met zijn geliefde Anna kan trouwen als hij na een aantal jaren zal terugkeren in de Lage Landen. Jacob wordt gestationeerd op het kunstmatige eilandje Deshima voor de kust van Nagasaki.  Japan verkiest in die tijd isolatie van de rest van de wereld en drijft alleen handel met de Hollandse post op Deshima. Jacob wordt op slag verliefd op een Japanse vroedvrouw, die bij hoge uitzondering toegelaten wordt op de handelspost. Vanaf dat moment loopt alles anders dan Jacob zich had voorgesteld. Het is onmogelijk om de ruim 600 bladzijde tellende roman samen te vatten, er gebeurt zoveel en dat wordt op zo’n rijke manier beschreven, dat je het hele verhaal als een film aan je voorbij ziet trekken. Als ik regisseur was zou ik direct de rechten op verfilming willen kopen. Maar eerst raad ik iedereen aan dit prachtige boek te lezen. Het is erudiet, maar nergens saai, de dialogen zijn sprankelend, origineel en vaak zeer geestig. De thematiek - goed en kwaad, de verschillen tussen culturen, en de onmogelijke liefde- is universeel en van alle tijden en grijpt je bij de keel. Het boek is een lust om te lezen, de vertelkunst spat van elke bladzijde af. Het is een pageturner, maar niet op de manier van bijvoorbeeld De Davinci code, omdat je wilt weten hoe het afloopt. Het is een boek waarin je wilt wonen en dat je nooit uit wilt hebben. Helaas heb ik het uit.  


woensdag 11 april 2012

Paasweekend

Een paar weken geleden bedachten wij dat het een goed idee zou zijn om in het paasweekend weer verder te gaan op het lange afstandspad dat we van west naar oost Nederland belopen. Het bleek inderdaad een goed idee, ondanks, of dankzij het Hollandse Paasweer: koud, winderig, bewolkt,
zonnig en nat. We zagen donkere luchten laag boven het land hangen, maar de vogels zongen evengoed uitbundig.

We ontdekten dat we toch niet zo ver van huis waren.



Op de pont ervoeren we de wijdsheid van de IJssel.


We kwamen veel gastvrijheid tegen, zoals in dit zelfbedieningshuisje waar iedereen tegen een spotprijsje zelf koffie, thee, frisdrank, appeltaart, cake etc.  kon pakken.

Maar ook in kasteel Vorden waar we naast koffie ook een schuilplek vonden voor regen en kou.
  

De enkeling die ons niet wilde hebben, lieten we links liggen.

Maar bovenal beleefden we de lente in al haar verschijningen:


woensdag 4 april 2012

Nog één keer


Omdat nagenieten zo leuk is en omdat de liedjes nog steeds door mijn hoofd dwarrelen, nog één keer de musical. foto's: Rembert Oldenboom














zondag 1 april 2012

Bevalling

Met blijdschap geven wij kennis van de geboorte van een drieling! Het was bij tijd en wijle een zware dracht, maar de bevalling is uitstekend verlopen en zoals ouders vaak ervaren, is alle narigheid vergeten wanneer het kind er eenmaal is. Het zijn drie wolken van baby's, hoewel aan ieder kindje wel een schoonheidsfoutje zit, maar wie is volmaakt?

foto: Rembert Oldenboom

Eindelijk was het dan zover! Na een niet geheel naar wens verlopen generale repetitie op donderdag, brak dan vrijdagavond eindelijk het moment van première aan. De musical waaraan al zo lang door zoveel mensen hard was gewerkt kon uitgevoerd worden.
De anderhalf uur die de voorstelling duurde vloog voorbij. Het ging goed, dat bleek uit de reacties uit de zaal bij grappige scènes en ook uit de stilte, als er een ontroerend moment was. De spelers waren goed op dreef, de solisten zongen alsof ze nooit anders hadden gedaan en het koor, waar ik deel van uit maak, was geconcentreerd op de teksten, de inzetten, de op- en afkomsten en de dingen die we op toneel moesten doen. Er waren -natuurlijk- ook missers, maar weinigen zullen ze bemerkt of gehoord hebben, behalve wij zelf, de dirigente en de regisseur. Aan het eind van de voorstelling ben je dat al bijna weer vergeten. Als je met elkaar iets moois hebt gecreëerd is het applaus in ontvangst nemen een heerlijk toetje.

Op zaterdag volgden de matinee en de finale, die ook elk hun eigen sfeer hadden. Geen voorstelling is hetzelfde heb ik gemerkt, er gebeurt altijd wel iets onverwachts, van tot in het gebouw doordringend geluid van sirenes van hulpdienstauto's, tot een stapel stoelen, die met donderend geraas op het toneel omvalt, juist bij een gevoelig lied van een soliste. Maar ook dat maakt het meedoen aan zo'n productie tot een enerverende ervaring. Er is spanning, concentratie, plezier, energie, maar ook ontlading en ontroering.

Wat na drie voorstellingen overblijft is de herinnering aan een leuke en mooie belevenis die je als groep met elkaar deelt. En bij die groep horen niet alleen de mensen op het toneel, maar zeker ook zij die buiten beeld een rol spelen. Zonder hen komt de productie niet tot stand: regisseur en regieassistentie, dirigente, muzikanten, decorbouwers, licht- en geluidstechnici, grimeurs, souffleur, en mensen voor catering, kleding en rekwisieten, pr en productie en financiën.

De afterparty, het echte feest na de nazit op zaterdagavond, was een swingende manier om afscheid te nemen van een intensieve periode van samen werken, oefenen en lief en leed delen. Een soort kraamfeestje eigenlijk.