Tijdens een
bibliotheekcongres dat ik vorige week met een paar collega’s bezocht vroeg
dagvoorzitter Frénk van der Linden aan elke spreker welk boek veel indruk op
hem of haar had gemaakt, ja misschien wel zijn of haar leven had beïnvloed. Ook
de toehoorders in de zaal werden uitgenodigd hierover na te denken. Een van
mijn collega’s fluisterde direct zonder aarzelen: “‘Schuld en boete’ van
Dostojevski”. Een klassieker, die ik zelf niet heb gelezen.Haar besliste keuze zette mij aan het denken. Heb ik
ook één zo’n boek dat ‘mijn leven heeft veranderd’? Ik kan niet zeggen dat dit
het geval is, zo’n aha-erlebnis heb ik niet gehad, maar ik kan wel een paar
titels noemen die bij lezing een grote indruk op me hebben gemaakt.
Allereerst was dat Het achterhuis van Anne
Frank. Ik las het toen ik twaalf, of dertien jaar was en het verhaal, de manier
waarop Anne schreef en de wetenschap wat er met haar gebeurd was na de laatste
notities in haar dagboek, hield me lang nadat ik het boek uit had bezig. Daarna, maar het kan ook daarvoor geweest
zijn, had ik het geweldige boek Kees de
jongen gelezen van Theo Thijssen, de schrijver/onderwijzer die zo goed de
belevingswereld van het kind kan schetsen. Ik beschouw die twee boeken als mijn eerste kennismaking met literatuur. Daarna volgde het lezen voor de lijst op het
Atheneum, waaraan ik, anders dan het cliché wil, eigenlijk wel goede
herinneringen bewaar. Natuurlijk zaten er boeken bij die ik niet voor mij
plezier las, maar het was een introductie in de Nederlandse- en
wereldliteratuur en daar zaten titels tussen die mij zeer aanspraken, zoals Het leven is vurrukkulluk van Remco
Campert, Xerxes of de hoogmoed van
Louis Couperus, De Oriënt Express van
A. den Doolaard, De wereld gaat aan vlijt
ten onder van Max Dendermonde, Saturday
Night and Sunday Morning van Alan Sillitoe, Bonjour Tristesse van Françoise Sagan en Kort Amerikaans van Jan Wolkers. Het lezen van deze werken waren
evenveel kijkjes in en eyeopeners op een andere wereld dan de mijne en dat is
één van de aspecten die het lezen van (literaire) fictie zo heerlijk maakt.

Het was de bekende literatuurcriticus en
letterkundige Kees Fens die mij op het spoor zette van schrijfster Hella
Haasse. Fens gaf les aan de Frederik Muller Academie in Amsterdam waar ik eind
jaren zeventig studeerde. Zijn manier van lesgeven was zeer inspirerend,
mensenkennis en gevoel voor humor combineerde hij moeiteloos met zijn erudiete
kennis. Het was, hoewel het vaak geen makkelijke stof was die hij behandelde en
hij niet altijd mild was voor zijn studenten, nooit een straf om les van hem te
hebben. Fens gaf ons opdracht
De tuinen
van Bomarzo, een essay van Hella Haase, te lezen. Moeilijke kost,
ik snapte er niet veel van, maar haar manier
van schrijven en de onderwerpen die Haasse behandelde intrigeerde me wel en ik
ging meer van haar lezen. Zij is één van mijn lievelingsauteurs geworden en dat
komt niet in de laatste plaats doordat zij veel historische romans heeft
geschreven. Geschiedenis
is een andere
liefde van mij en daarom kies ik vaak voor boeken met een historisch onderwerp,
ook als het fictie betreft. De beste historische roman van Hella Haasse bepalen
is bijna zoiets als moeten zeggen wie je lievelingskind is, onmogelijk
dus.
Maar als Frénk van der Linden mij
had gevraagd dat toch te doen had ik
Een
nieuwer testament genoemd.
Dat boek
van Haasse is een literatuurpareltje, het vertelt in redelijk kort bestek hoe
het leven van een mens kan veranderen en hoe hij daarmee om kan/moet gaan. De
schrijfster weeft de gedachten en overwegingen van een individu, die in het
Rome van 400 na Chr. leefde, zodanig in een verhaal, dat je het als lezer ook
zo kunt plaatsen in het heden. Zij snijdt universele thema’s aan, diept ze uit
en plaatst ze in een historische setting.
Hella Haasse zegt er in een interview zelf over dat het verhaal
haar heel dierbaar is, ze vindt het haar beste
werk en ze legt uit dat het een verhaal is dat je niet kunt na vertellen, maar
wat je moet lezen.
Een paar jaar geleden wilde ik wat jongere
buitenlandse schrijvers lezen en stuitte ik bij mijn zoektocht naar genomineerden
voor een literaire prijs op de Britse schrijver David Mitchell. Ik las zijn
boek
Wolkenatlas en werd erdoor
overweldigd. Dit was wel een heel bijzonder boek, bijna experimenteel, maar
zeer leesbaar. Zo’n boek dat nog lang nagalmt in je hoofd. Kort samengevat
worden in het boek
zes verschillende
verhalen verteld die zo uiteen lopen dat je er in eerste instantie totaal geen
verband in ziet. De verhalen zijn ook qua vorm en stijl totaal verschillend. Elk
verhaal eindigt abrupt en dan begint het volgende. Ongeveer in het midden van
het boek, als er zes verhalen verteld zijn, worden ze allemaal
in omgekeerde volgorde af verteld en wordt
duidelijk waar de connecties tussen de verhalen zitten. Een knap gecomponeerd
boek dat je aan het denken zet over de existentiële thema’s die er in aan de
orde komen en het is spannend vanwege al de verschillende stijlen.
Van Mitchell wilde ik meer lezen en onlangs las ik
zijn nieuwste roman (uit 2010)
De niet
verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. En ook dat boek heeft me gegrepen. Je zou kunnen zeggen dat het een historische
roman is, want het verhaal speelt zich af begin negentiende eeuw. De Zeeuwse
klerk Jacob de Zoet is in dienst getreden van de VOC om geld te verdienen
overzee, zodat hij met zijn geliefde Anna kan trouwen als hij na een aantal
jaren zal terugkeren in de Lage Landen. Jacob wordt gestationeerd op het
kunstmatige eilandje Deshima voor de kust van Nagasaki.
Japan verkiest in die tijd isolatie van de rest van de
wereld en drijft alleen handel met de Hollandse post op Deshima. Jacob wordt op
slag verliefd op een Japanse vroedvrouw, die bij hoge uitzondering toegelaten
wordt op de handelspost. Vanaf dat
moment loopt alles anders dan Jacob zich had voorgesteld. Het is onmogelijk om de
ruim 600 bladzijde tellende roman samen te vatten, er gebeurt zoveel en dat
wordt op zo’n rijke manier beschreven, dat je het hele verhaal als een film aan
je voorbij ziet trekken. Als ik regisseur was zou ik direct de rechten op verfilming
willen kopen. Maar eerst raad ik iedereen aan dit prachtige boek te lezen. Het
is erudiet, maar nergens saai, de dialogen zijn sprankelend, origineel en vaak
zeer geestig. De thematiek - goed en kwaad, de verschillen tussen culturen, en
de onmogelijke liefde- is universeel en van alle tijden en grijpt je bij de
keel. Het boek is een lust om te lezen, de vertelkunst spat van elke bladzijde
af. Het is een pageturner, maar niet op de manier van bijvoorbeeld
De Davinci code, omdat je wilt weten hoe
het afloopt. Het is een boek waarin je wilt wonen en dat je nooit uit wilt
hebben. Helaas heb ik het uit.