
Een moment van bezinning over web 2.0 toepassingen, dat is de opdracht voor deze week.
Vorig jaar was ik bij Biebwatch, georganiseerd door ProBiblio. Daar hoorde ik onder andere Andrew Keen spreken, schrijver van het boek "The cult of the amateur", in het Nederlands vertaald als "De @-cultuur": hoe internet de beschaving ondermijnt". Keen, Engelsman van geboorte, maar al lang wonend en werkend in De Verenigde Staten vertelde in een boeiend betoog wat zijn bezwaren zijn tegen sommige ontwikkelingen op internet. We kregen het boek allemaal mee naar huis en onlangs ben ik er in begonnen. Keen heeft zelf jarenlang in Silicon Valley gewerkt en weet dus waarover hij het heeft. Ik heb het boek nog lang niet uit, maar van zijn voordracht is me vooral bijgebleven dat hij nogal bezorgd is over de vaak weinig verheffende en/of betrouwbare bijdragen die (goedwillende) amateurs via Wikipedia, blogs, You tube etc. toevoegen aan het internet. Aldaar gaan die bijdragen een eigen leven leiden en wordt veel onzin door massa's internetgebruikers voor waar aangenomen. De werkelijke professionels, lees journalisten, wetenschappers, musici enz. verliezen hierdoor hun gezag en boterham. De gelijkstelling van amateurs en experts die zich volgens Keen door web 2.0 voltrekt is slecht voor de creativiteit en voor onze cultuur.
Ik hou er wel van als mensen zoals Keen tegen de stroom in gaan. Dat is nodig om discussie op gang te brengen en om voor jezelf helder te krijgen hoe je er tegenover staat. Ik ben daar echt nog niet uit, maar ik deel wel Keens bezorgdheid over de tendens om alles wat elitair is of boven de middelmaat als verdacht te beschouwen.
Tot zover Keen. Zoals ik veel kritisch volg, zal ik ook altijd de ontwikkelingen op internet, web 2.0, 3.0 enz. kritisch volgen. Ook de bibliotheek moet dan doen, al was het alleen maar omdat er geen weg terug is. Je kunt je als instelling die primair bezig is met informatie verzamelen en doorgeven niet blind en doof houden voor ontwikkelingen in de samenleving.
Volgens mij is het belangrijk dat mensen ons blijven vinden, dus moeten wij zijn op die plekken, fysiek en virtueel, waar onze klanten zich ophouden. Daarbij willen klanten gehoord worden, dus moeten wij ze mogelijkheden geven om bijdragen te leveren door middel van recensies, tags, twitter etc. Dat zijn dan toch weer de 'amateurbijdragen' waar Keen op doelt.... De bibliotheek heeft daarom daarnaast ook de taak en plicht om klanten kwaliteit te bieden. Wat je bij de bibliotheek vindt, digitaal of fysiek moet kwalitatief in orde zijn.
Andrew Keen
1 opmerking:
Hi
ook begonnen met XXIII zoals je ziet.
Ik heb nog eens een goed gesprek met Heer Keen gehad in de Meervaart op dezelfde meeting:
dit is zijn weerslag ervan,
http://andrewkeen.typepad.com/the_great_seduction/2009/04/are-libraries-old-or-new-media.html
Een reactie posten