woensdag 9 februari 2011

Kwijt


Vrijdag
Nadat ik me heb aangekleed wil ik de finishing touch aanbrengen door mijn gouden halskettinkje om te doen. Het is een simpel, maar verfijnd sieraad dat ik geregeld om mijn nek heb. Ik tast in het doosje op de commodekast in de slaapkamer en kan het kettinkje niet vinden. Zelfs met behulp van ingeschakeld kunstlicht zie ik het verlangde voorwerp niet. Direct begint in mijn hoofd de vaste riedel voor als ik iets kwijt ben. Wanneer heb ik het kleinood voor het laatst gedragen en waar kan ik het daarna gelaten hebben? Ik heb werkelijk geen flauw benul. In de luttele tijd die ik nog heb voordat ik naar mijn werk moet zoek ik op diverse plaatsen in huis waar ik hoop het vermiste aan te treffen. Het levert niets op en de vrees begint post te vatten dat de ketting bij het laatste gebruik niet goed vast heeft gezeten, zodat ik hem ergens - maar waar- heb verloren. Ik krijg beelden op mijn netvlies van putten en goten waar mijn eigendom in is verdwenen, maar ook van wildvreemden die het gevonden sieraad nu zelf dragen, of, gezien de huidige goudprijs, het hebben ingeleverd om er een mooie prijs voor te krijgen. Om niets uit te sluiten kijk ik nog in de stofzuigerzak, waar ik wel een complete ballpoint tegenkom, maar geen ketting. Gek genoeg ben ik niet erg verdrietig dat ik een kostbaarheid kwijt ben, ik hecht doorgaans niet zo aan materiële zaken. De ketting heeft geen speciale emotionele waarde en is dus vervangbaar. Weet ik meteen wat ik aan M. kan vragen voor mijn verjaardag.
Wat me wel dwarzit is dat het onderwerp van mijn zoektocht zich ergens in het universum bevindt zonder dat ik weet waar en bij wie en wat ermee is gebeurd. En dat ik in de verste verte niet meer weet wanneer ik de ketting voor het laatste heb gedragen geeft me de rest van de dag ook een vervelend gevoel.

Zaterdag        
Vanwege een defect rolgordijn dat ter reparatie is afgevoerd naar de fabriek hangt er een geïmproviseerd gordijn in de slaapkamer. Hierdoor is het niet mogelijk het raam zodanig te openen dat ik een stofdoek kan uitslaan. Omdat de nachtkastjes bijna grijs zijn wil ik ze toch afstoffen en wijk ik voor het ledigen van de stofdoek uit naar de naastgelegen kamer waar het raam wel open kan. Deze kamer hebben we zes maanden geleden omgebouwd tot 'garderobekamer', een heel sjiek woord voor een vertrek waar zich een paar kledingkasten en een tot schoenenkast omgebouwde Lundia-kast bevinden en een passpiegel aan de muur hangt. Vanwege mijn moeizame verhouding tot huishoudelijke werkzaamheden had deze kamer nog geen stofdoek gezien en nu ik toch naast de schoenenkast mijn doek uitsla neem ik gelijk de kast even mee in mijn schoonmaakwoede. Hé, wat ligt daar op de derde plank van onder in perfecte camouflage, goud op licht grenen hout?

Nu moet ik alleen een ander verjaardagscadeau verzinnen.

Geen opmerkingen: