woensdag 27 april 2011

De klimop en ik



Hij is weer getemd, voor even dan. De regenpijp is vrij, het zonnescherm kan weer naar beneden en de groenbak zit vol. Ik heb een haat/liefde verhouding met de klimop. Ooit hebben we een paar kleine, onbeduidende plantjes in de aarde gezet om de schutting, die de grens met de tuin van de buren markeert, een fraai groen aanzicht te geven. Dat is gelukt. Het hekwerk is veranderd in een weelderig groene muur. Maar de klimop heeft aan de schutting niet genoeg. Wanneer hij de kans krijgt neemt hij ook de rest van de tuin en de muur van het huis in bezit. Als tentakels van een reuze-inktvis strekken zich overal in de tuin slierten klimop uit. Het is deze opdringerige eigenschap die ik elk nieuw tuinseizoen weer met veel knipbeurten probeer in te dammen.
De keerzijde is dat dit stukje groene oase ook veel plezier geeft. Zoals aan de vogels die er hun nesten in bouwen en van de bessen komen snoepen. Maar ook bijen en vlinders zijn verrukt van de geurige bloesem die straks in de zomer weer verschijnt. De onderste regionen van de Hedera, de Latijnse naam van de klimop, wordt zelfs gebruikt als schuilplaats door een egel die regelmatig in onze tuin te gast is. En niet te vergeten zorgt de groene muur zowel 's zomers als 's winters voor privacy op het terras.
Zolang het werk dat allemaal oplevert blijf ik blijmoedig knippen, de trap op en af klimmen, vegen en de bladmassa afvoeren.

1 opmerking:

Watertje zei

Ben toch zo blij dat ik géén klimop heb, geeft nl. ook onderdak aan geleedpotigen en daar ben ik niet zo dol op. Deze kan er, met alles wat er in woont, weer tegen. Complimenten, keurig geknipt!