Sicilië heeft veel gezichten. Overdag hadden we kennis gemaakt met de fraai gelegen toeristische kustplaats Taormina, voorzien van mooie lanen, chique winkelstraten, een openbare botanische tuin en een antiek Grieks theater. Het stadje, waarvan de eerste nederzetting (Griekse kolonie) dateert van 400 jaar voor Chr., ligt op een 200 meter boven zee gelegen terras. Deze ligging staat borg voor een fantastisch uitzicht op de kustlijn met de azuurblauwe Ionische Zee en landinwaarts de vulkaan Etna.Vooral in het Grieks/Romeinse amfitheater is het decor van de omgeving een schouwspel op zich.
Tijdens de Grandtour die jonge mannen - voornamelijk Engelse en Duitse - uit gegoede kringen in de 18de eeuw maakten werd Taormina ook bezocht. Onder hen was Goethe, die de stad een 'stuk paradijs op aarde' noemde. De Engelse schrijver D.H. Lawrence woonde er drie jaar en Truman Capote en Tennesee Williams schreven er enkele van hun werken. Kortom een inspirerende omgeving.
Circa 20 km zuidelijker ligt het plaatsje Riposto, ook een kustplaats, maar verder houdt iedere vergelijking met Taormina op. Mistroostig en vervallen oogt het havenstadje. Geen enkele grandeur, zelfs geen vergane, geen boulevard met uitzicht op zee. We kwamen er terecht omdat we op zoek waren naar een leuk restaurant voor het diner. Onze keus was op Riposto gevallen vanwege de geringe afstand vanaf ons hotel (ongeveer 7 km) en het gegeven dat de plaats aan zee ligt, een garantie dachten wij, voor de aanwezigheid van veel horeca. Afgezien van een paar pizzeria's viel het aanbod behoorlijk tegen, maar ons oog viel op een bord langs de weg bij het havenhoofd dat een Siciliaanse specialiteit aanprees in een restaurant een paar honderd meter verderop. Het Ristorante Tunisio Sidi Mansour was snel gevonden, er zat echter nog niemand. De ober aarzelde geen moment toen hij zag dat we overwogen naar binnen te gaan en sprak ons direct aan. Ja zeker, konden we eten - het was nog vrij vroeg voor Italiaanse begrippen- verzekerde hij ons, kebab, couscous, pizza. De zaak zag er fris en gloednieuw in de verf uit en we hadden trek, dus ons besluit was snel genomen.
We zaten nog maar net in het in Tunesische stijl ingerichte etablissement, compleet met waterpijpen opgesteld in een lounge-setting onder een baldakijn dat de suggestie van een Bedoeïenentent moest wekken, of we werden voorgesteld aan 'le chef', een vriendelijke Tunesische man van middelbare leeftijd. Hij sprak geen Engels, maar wel Frans en hij gaf ons een paar menu suggesties. We kozen de specialiteit van het huis, viscouscous, daar waren we tenslotte op afgekomen.
Le chef verdween naar de keuken maar niet nadat hij zijn jonge ober opdracht had gegeven ons een voorafje van het huis te brengen, een heerlijk stukje vers gebakken flinterdunne pizza. De viscouscous voorzien van enkele grote garnalen, zwaardvis en verschillende groenten, liet daarna niet lang op zich wachten. Nog steeds waren we de enige gasten. Dat gaf le chef de gelegenheid een praatje met ons te maken nadat we klaar waren en hem uitvoerig hadden gecomplimenteerd met het heerlijke eten. In een mengeling van Frans en Italiaans voerden we een 'gesprek'. Ik vroeg of ze soms nog maar kort geopend waren. Dat klopte, hij was in oktober open gegaan vertelde le chef. Jarenlang had hij in Catania, Sicilië's tweede stad na Palermo, in een restaurant gewerkt, maar hij wilde zo graag iets voor zichzelf beginnen. Het viel tot nu toe niet mee vertrouwde hij ons toe, de crisis hè. We konden alleen maar knikken, de lege tafeltjes om ons heen waren het stille bewijs. Toch was le chef niet somber, eerder wat melancholisch berustend. Hij had, zo verzekerde hij ons, voor zichzelf niet zoveel nodig.
Het verhaal van deze ondernemer, vast en zeker jaren geleden vertrokken uit Tunesië op zoek naar een goed bestaan, maakte indruk en kan model staan voor dat van velen in zuidelijk Europa die moeite hebben zich in deze crisisjaren staande te houden. Zijn start als zelfstandig onderneming is slecht getimed, maar getuigt wel van moed en doorzettingsvermogen. Ik hoop dat hij het gaat redden met zijn Sidi Mansour in dat onaantrekkelijke Riposto. Die flinke fooi van ons alleen zal niet genoeg zijn. Wie weet wat de toekomst brengt. Zoals hotel Timeo, toen dit oudste hotel van Toarmina in 1874 werd geopend als allereerste hotel van de stad was dat vast ook een gok en nu bestaat het nog steeds en is het een vijf sterrenlocatie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten