zondag 8 september 2013

Rust en ruimte; groeten uit Normandië, deel 1

Van 24 augustus t/m 7 september hebben we, de laatst tien dagen in gezelschap van onze oudste zoon en schoondochter, van een heerlijke nazomervakantie genoten in Normandië. Ons huisje had geen wifi, of andere internetverbinding en zodoende waren we twee weken verstoken van invloeden uit de 'buitenwereld'. Daarom nu de berichten na thuiskomst.



Het landschap in de Calvados streek is niet spectaculair. Geen bergtoppen en geen diepe dalen, bijzondere bloemen of planten tref je niet aan. Het is voornamelijk een landbouwgebied bestaande uit uitgestrekte velden, waar diverse granen worden verbouwd en sappige groene weiden, waar koeien en paarden grazen. Daartussenin de typische Franse dorpjes en gehuchten waar al het leven lijkt te zijn verdwenen. Je ziet bijna geen mensen op straat, de weinige winkels die er ooit waren zijn al lang gesloten, er is hooguit nog een bakker over. Wat is gebleven zijn de Mairie - gevolg van de nauwelijks te bevatten Franse bestuurlijke indeling van het land -, een gedenkmonument voor de gevallenen in ‘la grande guerre’ en een (meestal Romaanse) kerk.







Toch is het aantrekkelijk om hier te wandelen. Het lopen van dorpje naar gehuchtje krijgt iets meditatiefs, je wordt niet afgeleid door grootse elementen die om aandacht vragen. De aanwezigheid van veel holle wegen, onderdeel van het zogenaamde bocagelandschap bevestigt dit gevoel van contemplatie. Je verdwijnt op zo’n pad in het landschap, je gaat er in op.



 
 
 
We wonen tijdelijk in de ‘vallée de la seulles’, onderdeel van de Bessin, de streek rondom Bayeux. Ieder riviertje hier, hoe smal en onbetekenend ook, wordt beloond met een eigen vallei. En als je door het landschap wandelt zie je de lichte glooiingen van de dalletjes beter dan vanuit de auto en je voelt ze in je kuitspieren als je stijgt en daalt. Al wandelend volgen we deze stroompjes, zoals la Seulles, la Drôme, la Mue, l’Aure, of steken ze over via houten, ijzeren of stenen bruggetjes.

 
 
 
 
 
 
Ook dik gezaaid en een leuke verrassing tijdens de wandeling, zijn de ‘chateaux’. Her en der kom je ze tegen, de manoirs, de herenhuizen en echte kastelen. Een huis van 150 jaar of ouder met meer vertrekken dan een gewoon woonhuis heet al snel chateau. Sommige zijn in gebruik als restaurant, hotel of chambres d’hotes, andere kunnen bezichtigd worden, maar de meeste zijn nog als woonhuis in gebruik en als zodanig niet te bezoeken.
 
En dan zijn er nog de talloze kerken, klein en groot, mooi gerestaureerd, of tot ruïne vervallen en altijd voorzien van een kerkhof waar de zerken soms zo oud zijn dat de namen van de overledenen zijn vervaagd.
 
 
 
 
 
 
 
  
 Deze omgeving zou je in een aantal opzichten saai kunnen noemen. Het is een saaiheid die we nu voor een tijdje heel prettig vinden. Even terug naar eenvoudig, alleen maar lopen en daarvan genieten en van wat je onderweg ook maar tegenkomt. 
 
 
Dat het hier vanuit een ander, historisch, perspectief verre van saai is, wordt in de vervolgdelen van deze groeten uit Normandië nog wel duidelijk.

Geen opmerkingen: