maandag 14 april 2014

Opvang

Wanneer ik op maandagochtend bij de trap aankom die naar de personeelsingang leidt komen twee collega's me tegemoet. De fiets van één van hen staat lukraak voor de eerste trede van de trap geparkeerd. De ene collega draagt behoedzaam een plastic bak voor zich uit, die ik herken als een verzamelbox voor oude batterijen. Er zit een aangeslagen jong vogeltje in de bak die hemeltergend zielig naar de drie hoofden boven hem opkijkt. De andere collega, eigenaresse van de fiets, begint opgewonden te  vertellen wat er is gebeurd. Een merel-jong, door een of ander mankement niet meer in staat te bewegen, is terecht gekomen op de fietssleuf die parallel aan de trap naar beneden loopt. Daar trof mijn collega hem aan en ze wist meteen wat haar te doen stond. Dit deerniswekkende wezentje moest gered worden van de kauw, kraai of kat, die hem ongetwijfeld, zodra zij haar hielen had gelicht, te grazen zou nemen.

Nu het vogeltje veilig in de bak zit is het de vraag hoe dit probleem verder op te lossen. Terugzetten in het nest is geen optie, want waar zich dat bevindt is niet bekend. Vader merel hipt rond in het perkje vlakbij, hij zoekt zo te zien zijn kroost en ook dat ontlokt bij mijn twee collega's kreten van medelijden. De twee reddende engelen kijken me vragend aan. Ik vind het ook zielig voor het vogeltje en zijn ouders, maar probeer de dames toch de optie in overweging te geven dat je ook niets kunt doen. Als de vogel gewond is, waar het wel op lijkt, maakt hij waarschijnlijk toch geen schijn van kans. Moet je eigenlijk de natuur in zo'n geval niet zijn gang laten gaan, opper ik voorzichtig. Ze kijken me geringschattend aan, niets doen is duidelijk niet aan de orde laten ze me allebei met stelligheid weten. Dan is er nog maar één mogelijkheid over concluderen we en dat is de dierenambulance bellen. 
Het mereltje wordt in de plastic bak mee naar binnen genomen en krijgt wat eten aangeboden in de vorm van een stukje brood, zacht gemaakt met water. Eenmaal binnen is de gewonde merel al snel het middelpunt van de belangstelling. 
Navraag bij de dierenambulance leert dat het beestje gebracht kan worden bij de Vogelopvang in het dorp. Aangezien beide dierenbeschermsters met de fiets naar het werk zijn gekomen wordt er een andere collega ingeschakeld die dichtbij woont en een auto ter beschikking heeft. 
Anderhalf uur later, in de pauze van een vergadering, horen we de afloop van het verhaal. Het vogeltje bleek zodanig gewond te zijn - gebroken poot - dat er volgens de deskundigen bij de vogelopvang niets anders opzat dan het beestje uit zijn lijden te verlossen.

We kijken door het raam naar beneden en zien in het plantsoentje vader en moeder merel druk in de weer met het begeleiden van nog meer nageslacht, dat het zo te zien ook al moeilijk heeft. Het huisvestingsbeleid van dit vogelpaar lijkt erg ongelukkig uit te vallen.

Deze merel had jaren geleden in onze tuin een beter plekje gevonden

 

Geen opmerkingen: