vrijdag 5 augustus 2011

Onhandig


Het is gelukt. Gisteravond heb ik de knoop aan mijn broek gezet. Wereldnieuws is het niet, dat geef ik toe, maar ik ben blij dat het gebeurd is. Vier weken heeft mijn broek me verwijtend liggen aankijken. De knoop was er voor de zoveelste keer af gegaan en ik kon er maar niet toe komen hem weer aan te zetten. Dat komt omdat ik een slechte verhouding heb met naald en draad. Om de een of andere reden zijn wij nooit vrienden geworden en ik denk dat de kiem hiervoor gelegd is in mijn jeugd.
Op de kleuterschool waren er verschillende werkjes die we moesten doen en een aantal daarvan kon me maar matig boeien. Tekenen, schilderen en kleien, dat ging wel, knippen en plakken was al een stuk minder, maar zodra er moest worden geborduurd of welk handwerkje dan ook moest worden gemaakt leek het wel of mijn vingers altijd iets anders deden dan ik wilde. Pas op de lagere school werd het een serieus probleem voor mij, omdat de handwerkjuf die ik daar kreeg gespeend was van enig pedagogisch inzicht. Zij deed geen pogingen om onhandige meisjes zoals ik te helpen en daardoor te stimuleren tot het leveren van een betere prestatie. Het enige wat ze deed was mijn geploeter af doen als broddelwerk. Ik sidderde voor haar, ook vanwege haar forse, ietwat morsige verschijning. Op maandag had ik handwerkles en dat vooruitzicht zorgde bij mij op zondagavond, als ik naar bed moest, steevast voor buikpijn. Later kwam ik op een andere school terecht waar ik mijn laatste jaar als lagere schoolleerling doorbracht. Daar had ik een fantastische leraar, meneer Hewitt, die afkomstig was uit Suriname. Hij was zo'n meester die je je als kind wenst. Hij zat vol verhalen, kon goed lesgeven, was streng als het moest en had echt hart voor zijn leerlingen. In dat jaar was het handwerken een stuk plezieriger. Hoewel het nog steeds niet mijn hobby was geworden lukte het me wel om tenminste een fraai werkstukje af te leveren. Meneer Hewitt leerde ons met behulp van een houten frame en een bol wol een mooi bewerkt tafelkleedje te maken dat nog steeds ergens op zolder in een doos zit.
Eind jaren '70 was het ineens weer heel erg hip om te breien. Mijn zus, die een stuk handiger is met naald en draad, zat uren achtereen te breien en stak mij ook aan. Toen heb ik zowaar een paar truien en een mooi Jacquard vestje gebreid.



In die tijd bezocht ik de Bibliotheek Akademie in Amsterdam. De breimanie was zo wijd verspreid dat we zelfs tijdens de les, met toestemming van de docent, zaten te breien. Bespottelijk natuurlijk, ik schaam me met terugwerkende kracht voor dat mutsige gedrag. Sta je als docent je best te doen, is intussen een stelletje meiden en ik meen ook een jongen, maar dat weet ik niet meer zeker, voor je neus druk in de weer met breipennen en wol.
Later heb ik nog wat baby- en peutertruitjes gebreid voor mijn nageslacht, maar daarna was het over, nooit meer een breinaald aangeraakt.

Als me gevraagd wordt of ik wel eens iets naai, borduur, punnik of haak, zeg ik altijd dat ik er een enorme hekel aan heb en dat ik nog net een knoop kan aanzetten. Maar zelfs dat lukt me altijd maar matig. Het lijkt ook wel of een knoop die eenmaal een keer is losgeraakt, na het aanzetten slechts een korte levensduur heeft, maar dat zal vast aan mijn beroerde techniek liggen. En als ik met een naaiklusje echt geen raad weet, is mijn moeder mijn laatste redding, zij weet er meestal wel een mouw aan te passen.
Zelf kan ik die bijstand helaas niet leveren. Mijn (schoon)kinderen mogen met van alles bij me komen en ik zal ze helpen met daad en goede raad, maar handwerkklusjes moeten ze toch echt zelf klaren.
 

donderdag 14 juli 2011

Wijntoerist


"Kijk", zegt M. geestdriftig en hij wijst naar de groene gedeelten in de vakantiefoto op het laptopscherm, "allemaal wijn". Mijn ouders kennen de vinologische interesse van hun schoonzoon en betuigen hun instemming: "ja, geweldig". Naast het bezoeken van culturele bezienswaardigheden en natuurschoon behoort een ritje door een bekende wijnstreek tot een terugkerend onderdeel van onze vakanties. Steevast worden de groene ranken door M. vastgelegd in duizenden pixels, van dichtbij, of juist van ver af, zodat goed te zien is dat het gefotografeerde een wijngebied betreft. Voor de leek die ik ben ziet elke wijnstreek er ongeveer hetzelfde uit, heb je er een gezien, dan weet je hoe de andere er uit ziet.
In de tweede week van onze vakantie verbleven we in Piemonte, een landstreek in Italië, waar op gastronomisch gebied veel valt te halen. Le Langhe, een lieflijk heuvelachtig gebied, is binnen Piemonte dan weer hèt luilekkerland voor wijnliefhebbers. M. wilde, aangestoken door een collega die regelmatig in deze contreien zijn wijnen haalt, wel eens een echte Barolo proeven. We besloten een rit te maken naar de van oorsprong Romeinse stad Alba en van daaruit de dorpjes en wijngaarden te bezoeken waar (onder andere) de Barolo wordt gemaakt. We kwamen terecht in het uitgestorven dorpje Serralungo d'Alba, midden in het Barolo-gebied, waar we stopten op een stoffig pleintje dat een mooi uitzicht bood op de wijnvelden in de omgeving. Een uitnodigend bord boven de ingang lokte ons een wijnhuis binnen dat er uitzag als een koele opslagplaats, buiten was het 32 graden.
Een geblondeerde dame begroette ons hartelijk - toch nog klanten op deze lome middag -en vroeg wat ze voor ons kon betekenen. Ze sprak gelukkig heel behoorlijk Engels en dus kon M. haar zijn wensen duidelijk maken. We werden genood om aan een grote tafel plaats te nemen en signora Anselma verdween naar achteren om glazen, spuugbak en wijn te halen.


We hadden even tijd om rond te kijken in de als toonzaal aangeklede ruimte, waar verschillende wijnen met mooie etiketten uit diverse jaartallen, sommige bijna net zo oud als wij zelf, uitnodigend stonden te glimmen. Nadat de gastvrouw de eerste wijn had ingeschonken verdween ze opnieuw in de coulissen en rommelde daar enige tijd, totdat ze met schaaltjes worst en kaas aan kwam zetten. Dit was het serieuze werk, we konden met goed fatsoen niet meer zonder enige aankopen vertrekken.


Ondertussen vertelde mevrouw Anselma honderduit over het bescheiden familiebedrijf van haar man. Inmiddels werden de wijnen, grappa's en likeuren al door de vijfde generatie gemaakt en alles op de traditionele manier, in houten vaten uiteraard. Signora deed de winkel en ging beurzen af in Europa, nu de export naar de Verenigde Staten en Japan door de crisis stil was komen te vallen. Nee, Nederland deed ze nog niet, hun productie was tenslotte maar 30.000 flessen per jaar, maar wie weet.
Inmiddels waren er twee Deense jonge mannen binnengekomen die ook wilden proeven, na een kennismaking met de wijn van Anselma in een plaatselijk restaurant. Fijn voor signora, maar ook fijn voor ons, we konden even rustig overleggen over het aantal flessen dat we zouden aanschaffen. "Je mag eerst wel even naar de prijzen vragen", was mijn zuinige-Hollander-advies aan M. Nelly, de eigenaresse van het appartement waar we verbleven had ons 's morgens nog op het hart gedrukt vooral niet teveel te betalen voor de DOCG wijnen. "Laatst had iemand 50 euro betaald voor een fles, dat is veel te veel", sprak ze dreigend. Nou, dat zouden wij echt niet doen, hadden we haar gerustgesteld. Maar toen signora Anselma met de prijslijst aan kwam zetten knepen we hem toch wel een beetje. Gelukkig was niet alleen de dame in kwestie sympathiek, maar ook de prijzen vriendelijk en kon M. zijn keuze voor de stevige Barolo uit 2005 en de wat toegankelijker Nebbiolo uit 2007 kenbaar maken. En terwijl de Denen nog vrolijk verder proefden, rekenden wij af, verpakte signora de flessen in een stevig karton en namen we hartelijk afscheid.
De warmte buiten viel, na de aangename verpozing in het wijnhuis, als een warme deken over ons heen, maar we wilden als echte vakantiegangers toch nog even door het dorpje lopen, alvorens de airco in de auto zijn werk te laten doen. La dolce vita voor toeristen.

Weer thuis in Nederland liggen de flessen geduldig te wachten op consumptie. Ergens dit jaar, als we er van drinken, zijn we weer even in Le Langhe.



          

zondag 3 juli 2011

Paradijs

Meer dan een week geleden verlieten we de plek waar we de eerste week van onze vakantie in Italie hebben doorgebracht. Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar gelukkig zijn er herinneringen en foto's.


Het zwembad ligt op een plateau aan de rand van de heuvel. Vanuit mijn ligstoel kan ik het panoramische landschap meer dan 180 graden rondom bewonderen. Groene glooiende heuvels waar dromerige dorpjes tegenaan gedrukt liggen. Afgezien van de geluiden die de natuur voortbrengt is het stil. Het is warm, maar na een duik in het koele water is het heerlijk om in de zon op te drogen. De bremstruiken achter mijn stoel geven bij vlagen een zomerse zoete geur af. Alsof al die sensaties nog niet genoeg zijn heb ik ook nog muziek in mijn oren gestopt en ligt een boek onder handbereik. De zuidelijke klanken van Calexico en het verhaal dat ik lees over het leven van Cicero, ruim 2000 jaar geleden woonachtig in het land waar ik verblijf, passen wonderwel bij het lome middaggevoel. Alles bij elkaar moet dit toch ongeveer wel het paradijs benaderen.


Dat we het leven op 'onze' heuvel als paradijselijk ervaren wordt ook benadrukt door de moeizame manier waarop we iedere keer deze Hof van Eden bereiken. Gelijk aan de Bijbelse beeldspraak is de toegang tot ons paradijs geplaveid met obstakels. Het is een helletocht die steeds ondernomen moet worden wanneer we iets van de omgeving willen zien of simpelweg brood willen halen. Rust heeft zijn prijs. Het dichtstbijzijnde dorp van enige betekenis, ligt op een afstand van 10 kilometer en ongeveer 500 meter lager. Dat lijkt niet ver, maar de weg is steil, smal en zeer bochtig: de gemiddelde snelheid bedraagt ongeveer 20 km per uur. Geheel in stijl is het laatste stukje vlak voor het paradijs het slechtste, een 800 meter lange onverharde weg, voorzien van vele puntige keien en kiezels, die M. het ergste doet vrezen voor de onderkant van de auto.

Het is natuurlijk de bedoeling dat je de Lusthof niet meer verlaat. Het doet me denken aan de laatste zin van "Hotel California" van The Eagles : 'You can check out any time you like, but you can never leave'.

woensdag 29 juni 2011

Zonnewende


21 juni: Het is de langste dag en die breng ik voor het eerst sinds lange tijd niet in Nederland door, waar het dan met gemak tot half elf 's avonds licht is. Hoe anders is het op 'onze' heuvel in Italie op zo'n 700 meter hoogte. Daar gaat de zon al om tien over acht achter de tegenoverliggende helling schuil. Het is daarna natuurlijk nog niet direct donker, maar het gaat wel rap.Overdag wordt de lucht om ons huis heen gevuld met de geluiden die verschillende soorten vogels en insecten onvermoeibaar voortbrengen. Ik herken van de vogels helaas alleen de roep van de koekoek (okay, dat is een makkie) en het gekwinkeleer van mussen en meesjes. Al die andere riedeltjes en wijsjes kan ik niet koppelen aan de juiste vogel. Tegen de schemering begint er een ander orkest te spelen. We horen uilen, nog steeds de koekoek, die er maar geen genoeg van kan krijgen en die wordt bijgestaan door een collega met een kortere roep, alsof hij zich verslikt, en herten die hun bassige hoest uitstoten, die tegen de wanden van de hellingen op echoot. Dit alles tegen de achtergrond van het gezaag van de krekels die ook diensten van 24 uur per dag lijken te draaien. Al die aanwezige en zich manifesterende natuur vind ik al een passend decor voor een vakantie in het algemeen en voor de langste dag in het bijzonder, maar dan moet het mooiste nog komen. Als bij toverslag verschijnen er vlak voor onze neus, wanneer de schemering in het donker is overgegaan, kleine dansende lichtjes die sierlijke strepen trekken in de duisternis. Het duurt maar even, dan verdwijnen de vuurvliegjes, die een weerspiegeling lijken van de sterren hoog boven ons, weer even raadselachtig als ze zijn gekomen. De hemellichamen blijven gelukkig en geven de kortste nacht een stralend aanzicht.

donderdag 16 juni 2011

Holland




Op een dag als vandaag, wanneer de regen gestaag blijft vallen weet ik het weer, maar afgelopen dinsdag tijdens een fietstocht langs de Loosdrechtse plassen vroeg ik me ineens af waarom we eigenlijk voor een vakantie naar het buitenland gaan.




zondag 12 juni 2011

De grote dag


Als je uitkijkt naar en je verheugt op een aanstaande gebeurtenis kan het op die langverwachte dag wel eens tegenvallen. Het is minder bijzonder, leuk of spannend dan je je had voorgesteld. Achteraf constateer je dan dat de voorpret het allerleukste was. Voorpret was al in grote mate voorhanden de afgelopen tien maanden, nadat mijn zoon had aangekondigd zijn vriendin ten huwelijk te vragen.
Nadat vele hoofden en handen - en niet in de laatste plaats die van het bruidspaar zelf - alle voorbereidingen hadden getroffen voor een tot in de puntjes verzorgde bruiloft was het vrijdag dan eindelijk zover: de grote dag.
In de week voorafgaand werd mij meermalen gevraagd of ik zenuwachtig was en voorbereid op de komende emoties. Hoewel ik nooit goed weet wat ik moet antwoorden, want nee, op het moment dat de vraag wordt gesteld ben ik niet zenuwachtig en tja, emoties komen altijd onverwacht uit de lucht vallen, kon ik het niet laten het bruidspaar met dezelfde vragen te bestoken. Ook mijn zoon en zijn aanstaande vonden het moeilijk ze te beantwoorden, maar ze waren op alles voorbereid. Laat ik het voor mezelf zo zeggen: ik had een pakje zakdoeken in mijn envelop-tasje en de make-up die 's morgens op mijn gezicht werd aangebracht was volkomen tranen bestendig. Verder had ik me voorgenomen vooral heel erg te genieten van alles wat de dag zou brengen.


Vanaf het moment dat de trouwauto arriveerde bij het huis van mijn zoon ging het raderwerk, dat een bruiloft is, lopen. (Het aankleden, kappen, opmaken en dergelijke vallen nog onder de voorbereidingen). Dat raderwerk liep gesmeerd en de dag ontvouwde zich als een sprookje. Een sprookje dat waarheid werd. Twee jonge mensen, een schitterende bruid en een stralende bruidegom, die beide al het nodige hebben meegemaakt, beloven elkaar eeuwige trouw. Trotse ouders en grootouders, een hardwerkende ceremoniemeester en zijn charmante en zorgzame assistente, de getuigen, familie en vrienden waren er bij aanwezig, bij het stadhuis, de balkonscène, in de kerk, en in de feestlocatie op het strand. Zij hoorden toespraken, gedichten, overdenkingen, mooie liederen, fluitspel en heel veel goede wensen. En er waren cupcakes, bubbels, eten en drinken in overvloed, mooie woorden, cadeaus, grappige stukjes en.....muziek en dans.

 


Natuurlijk zijn er emoties langs gekomen gedurende de dag: vreugde, ontroering, heimwee en ook verdriet. Er waren dan ook genoeg momenten waarop bij mij de tranen hadden kunnen vloeien, maar dat gebeurde toch nog onverwacht. 's Avonds tijdens het vrolijke, uitgelaten feest nam de vader van de bruid zijn dochter in de armen om te dansen. Na een paar minuten gaf hij zijn dochter voor de tweede keer die dag weg aan de bruidegom, die de dans overnam. Ik voelde uit mijn ooghoek iets naar beneden glijden.



Het was een fantastische, feestelijke, blije dag, van 's morgens vroeg tot middernacht.
De voorpret was leuk, maar het echhie was het allermooiste. Het was heerlijk om er bij te zijn.

 

zondag 5 juni 2011

Hobbel


Het is 1969 en het is zomer. Ik zit achterin de auto naast mijn zus, voorin zit mijn vader achter het stuur met naast hem mijn moeder. In de kofferbak liggen het windscherm, een parasol, stoeltjes, scheppen, emmers, vormpjes, ballen, badmintonrackets, handdoeken en natuurlijk de koelbox vol eten en drinken, kortom de gebruikelijke uitdossing van een gezin dat een dag aan het strand gaat doorbrengen. Onder onze kleding hebben we de badpakken al aan.
Als eenmaal de hobbel van het inpakken en wegkomen is genomen kan de rit vanuit Amsterdam naar Noordwijk beginnen. Het is fijn om zorgeloos achterin te zitten en eerst de stad en daarna het landschap aan je voorbij te zien flitsen. Het parcours is bekend, omdat we regelmatig naar het strand van Noordwijk gaan en mijn zus en ik verheugen ons op de zweefpartij die ons in de tweede helft van de autorit ten deel zal vallen. Net voor de kerk met de hoge torenspits volgen er kort na elkaar twee hobbels in de weg die er voor zorgen dat we op de achterbank heel even van de zitting los komen. Als de auto de juiste snelheid heeft vliegen de vlinders door onze buik. Dat gevoel op zich is al spannend, maar de verwachting dat het komt maakt dat we tijdens het moment zelf steeds een vreugdekreet slaken. Nu zit het grootste deel van de reis er op: zee en strand, we komen er aan.

Het is 2011 en het is voorjaar, hoewel het wel zomer lijkt. De dagelijks autorit naar mijn werk kent sinds een aantal weken een omleiding, vanwege wegwerkzaamheden. Er zijn twee alternatieve routes die ik kan nemen. Een route laat zich het beste omschrijven als een kruip-door-sluip-door: smalle wegen die zo slingeren dat het lijkt alsof je weer terug naar je beginpunt rijdt.
De andere route voert langs een heleboel stoplichten die meestal op rood staan en waarvoor je lang moet wachten. Hoewel ik dan langer onderweg ben kies ik toch meestal dit laatste traject. Het voert me over een weg langs een kerk met een hoge torenspits en in die weg zitten twee hobbels. De eerste hobbel is van de derde categorie en wordt veroorzaakt door een spoorwegovergang. De trein rijdt op een dijk die wordt doorkruist door de N-weg die ik moet nemen. De tweede hobbel, over de Haarlemmertrekvaart, is er een van de eerste categorie. Als ik er met de toegestane 60 km per uur overheen rijd voel ik de aanzet naar het gevoel uit mijn jeugd. Maar ik ben geen 10 meer en ik zit niet meer achterin. Ook zit er niemand bij me in de auto om het gevoel mee te delen. Wel heb ik direct beelden van de stranddagen uit mijn jeugd op mijn netvlies.
De wegomleiding sluit hierna weer aan bij mijn normale route. Ik passeer de afslag Noordwijk, en kijk even naar rechts waar in de verte Huis ter Duin tegen de lucht afsteekt.