zondag 16 december 2012

Zwei Seelen

Twee weken geleden was journaliste, schrijfster en columniste Aaf Brandt Corstius te gast in de bibliotheek. Zij las voor uit haar werk en ze vertelde geanimeerd over de do's en don'ts van een column schrijven. Ze gaf talloze voorbeelden van onderwerpen waarover je met goed fatsoen geen column kan schrijven omdat het al te vaak 'behandeld' is door anderen. Ongetwijfeld valt het onderwerp van dit stukje daar ook onder, maar dat advies van de meester leg ik naast me neer, ik ben tenslotte maar een amateur.



"Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust". Dit citaat van Goethe uit zijn werk Faust drong zich aan me op toen ik aan het worstelen was met de verlichting voor de kerstboom. Twee stemmetjes dicteren mijn gemoed in aanloop naar Kerst, soms voert afkeer de boventoon, dan weer wint de hang naar gezelligheid en saamhorigheid.
Bij het uitzoeken, neerzetten en optuigen van de kerstboom (bomen in ons geval) vraag ik me ieder jaar af welke idioot het verzonnen heeft om een boom in huis te zetten en die te versieren met lichtjes en glimmers. Pas als ik het gevecht met de kerstlampjes heb gewonnen - en dat gebeurt niet altijd, vorig jaar heb ik in pure wanhoop een set lampjes weggegooid dat niet meer uit de kluwen te halen viel- hoor ik het andere stemmetje weer. Dat stemmetje zegt: het is toch wel gezellig in deze donkere tijd, zo'n boompje met lichtjes.


Er zijn meer bijverschijnselen aan Kerst waar ik me aan erger. Aan het uit Angelsaksische landen overgewaaide gedoe met een Kerstman en cadeautjes wil ik geen woorden vuil maken. De Amerikaanse versie daarvan is een slechte kopie van ons eigen traditionele Sinterklaasfeest: Santa Claus is niets anders dan een verbastering van Sinterklaas.
De zoete kerstliedjes (ook wel carols genoemd) waarin telkens opnieuw het kindeke, Maria, de os, de ezel en de drie wijzen met hun goud, wierook en mirre figureren (sommige staan op ons koorrepertoire), hangen me rond oktober al mijlenver de keel uit. En dan heb ik het nog niet over al die kerst-evergreens, elk jaar precies dezelfde, die de radio vanaf begin december op ons afvuurt.
Tijdschriften menen ons te moeten vertellen hoe je je huis moet inrichten om de juiste 'gezellige' kerstsfeer te krijgen. Dezelfde bladen scheppen een ideaalbeeld van een geweldig - zelf bereid - diner met louter vrolijke familie en/of vrienden en zetten ons daarmee aan om veel te veel eten en drinken in huis te halen, hierbij geholpen door de advertenties van grootgrutters en andere leveranciers van (luxe) goederen. Het Journaal meldt iedere Kerstavond opnieuw dat we dit jaar weer meer geld hebben uitgegeven aan Kerstmis. Dat menig thuiskok na het doen van de kerstboodschappen al een zenuwinzinking nabij is, laat staan na het al dan niet geslaagd bereiden van die toch wel ingewikkelde recepten, wordt buiten beschouwing gelaten.
Het sturen van kerstkaarten is ook zo'n mallotige traditie. Ik ben een voorstander van het versturen van kaartjes bij bijzondere gelegenheden of aanleidingen, al dan niet van feestelijke aard. Ook zelf ontvang ik graag een handgeschreven kaart met een speciaal voor mij geschreven tekst. Maar elkaar over en weer een kerstkaart sturen is een nietszeggende, tijdrovende gewoonte.

Wie bezorgd is dat ik de komende Kerstdagen mezelf verbijtend zal doorbrengen kan ik gerust- stellen. Zwei Seelen, weet je wel. Ik hou enorm van gezelligheid, van samenzijn met familie en vrienden onder het genot van lekker eten en drinken. De Kerstgedachte, vrede op aarde is een mooie gedachte, al komt er weinig van terecht. En er zijn ook mooie kerstliederen, luister hier maar naar.


Engelse vertaling:
There is silence around me in this peaceful winter night.
From the church down in the valley I can see the candlelight.
And I stopped for a moment in this winter paradise,
When I heard a choir singing through the darkness and the ice.
And the rays of lights behind the window's vaulted frames
Have united the souls in hope that something great is waiting.
And I know that those who have left us here had the same thoughts as I,
We're like flames in the darkness and stars up in the sky.

And I can see how they sparkle and they fade before my eyes
And the truth is coming closer, like a wonder in disguise.
We are caught here a moment like an imprint of a hand
On a old and frosted window or a footprint in the sand
For a while I'm eternal that's the only thing I know
I am here and we share our dreams about our destination.
It is cold out here and the snow is white, but I'm warm deep inside
I am warm cause I know that my faith will be my guide

Now there is silence around me, I have heard those words again
In a hymn of grace and glory, saying: nothing is in vain!
I can sing and believe it, let the message reach the sky.
Oh silent night, let your promise never die!
And I long for the others, it is peaceful in the church.
He was born for a purpose and that's why we're here together.
Holy night, I feel like a child inside, and believe he was sent.
So I'm lighting a candle each Sunday in Advent

Aaf Brandt Corstius gaf nog een advies voor columnisten dat ik wel opvolg: schrap je laatste zin en je zult zien dat het stukje beter wordt.
Ik hoop dat ze gelijk heeft. (Of had ik dit nu toch weg moeten laten?)


vrijdag 7 december 2012

Loslopende echtgenoot

Ons huis veranderde vandaag in een thuiswerkplek: zegening van de moderne tijd. Sneeuwval en de waarschuwingen die bevoegde instanties via diverse kanalen over Nederland uitstrooiden gaven de doorslag. M. en ik werkten vandaag vanuit huis, meneer beneden, mevrouw boven.

Nadat ik per mail aan een aantal collega's kond gedaan had van mijn besluit niet af te reizen kreeg ik antwoord van één van hen waaruit een zeker wantrouwen sprak. Haar letterlijke tekst luidde:
Werk ze en denk erom: een kwartier pauze en geen rare fratsen uithalen zoals tussendoor een cake in de oven, plantjes water geven, een loslopende echtgenoot zoenen of wat dan ook.

De zin werd weliswaar afgesloten met een smiley, maar toch. De suggesties die ze opperde zouden nooit in mijn hoofd opkomen. M. daarentegen raakte wel geïnspireerd door haar woorden.
Nieuwe verworvenheden moeten soms wennen. 

woensdag 5 december 2012

Makkers

Zie de maan schijnt door de bomen,
makkers staakt uw wild geraas.
't Heerlijk avondje is gekomen,
't avondje van Sinterklaas.
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard.
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard.
O, wat pret zal 't zijn te spelen
met die bonte harlekijn.
Eerlijk zullen we alles delen:
suikergoed en marsepein.
Maar, o wee, o bitt're smart.
kregen wij voor koek een gard.
Maar, o wee, wat bitt're smart
kregen wij voor koek een gard!
Maar ik vrees niet dat wij klagen;
vader, moeder zijn te goed!
Was het ook niet alle dagen,
meestal waren wij toch zoet.
Ban dus vrij de vrees uit 't hart;
'k wed er ligt geen enk'le gard.
Ban dus vrij de vrees uit 't hart;
'k wed er ligt geen enk'le gard!
Van dit ijzersterke Sinterklaasliedje met die mysterieuze eerste zin zijn vooral de eerste twee verzen bekend. De tekst geeft in zijn simpelheid het wezen van het Sinterklaasfeest aan. Tenslotte is het een moralistisch feest: wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. De roe, in dit liedje gard genoemd, wordt niet meer als dreigmiddel ingezet, als het goed is, maar wel zal hij of zij die 'stout' is geweest het moeten bezuren door middel van een gedicht of een surprise.
Van kinds af aan zijn we gewend om Sinterklaasteksten te zingen waarvan de betekenis er niet zo zeer toe doet, het gaat meer om het gevoel. Wie heeft het nog over makkers, of wild geraas? In de tijd van de maker van dit vers, Jan Pieter Heije, midden 19de eeuw zal het vast net zo bij de tijds geweest zijn als bijvoorbeeld "Ik ben toch zeker Sinterklaas niet" van Kinderen voor kinderen in 1986.


Arts en dichter Jan Pieter Heije, kende ik eigenlijk voornamelijk omdat er een straat naar hem vernoemd is in Amsterdam-oudwest, de buurt waar mijn Opa en Oma woonden en waar mijn vader is opgegroeid. Via Wikipedia kwam ik er achter dat Heije niet alleen 'Zie de maan schijnt door de bomen' heeft geschreven, maar ook andere klassiekers als 'Er zaten zeven kikkertjes', 'Een karretje op den zandweg reed' en 'De zilvervloot'. Dat laatste lied met het volkse refrein

Piet Hein!, Piet Hein!,
Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot
Zijn daden bennen groot
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilveren Vloot!
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot!


staat bol van patriottisme en weemoed om vergane glorie.

Het is een geruststellende gedachte dat dit lied van Heije na 170 jaar nog steeds gezongen wordt om onze sporthelden toe te zingen.

woensdag 14 november 2012

50 tinten herfst



De komst van de herfst begroet ik altijd met gemengde gevoelens. Als prelude op de winter zie ik dit seizoen met lede ogen komen.





















Maar op dagen als vandaag, met veel zon en weinig wind, laat de herfst zich van zijn beste kant zien. Door de laagstaande zon wordt het licht een beetje gefilterd en dat geeft in bos, hei en duin een feest van kleuren. De vallende blaadjes dalen als confetti en maken een zacht tinkelend geluid. Alsof de voorbije zomer nog éénmaal omkijkt en zwaait.


Deze finale van kleur en geur verzoent me met de komst van de winter èn doet me reikhalzend uitkijken naar de lente.










zaterdag 10 november 2012

Zuster Klivia

Deze week overleed één van de helden uit mijn kindertijd, Zuster Klivia, alias Hetty Blok. Zuster Klivia was de daadkrachtige, goudeerlijke figuur uit de legendarische tv serie Ja zuster, Nee zuster die tussen 1966 en 1968 werd uitgezonden. Met het gezin en eventuele aanwezige opa en oma werd er op zaterdagmiddag naar gekeken. Mijn ouders vonden het net zo leuk als mijn zus en ik.
Met Sinterklaas en verjaardagen kregen wij de lp's met de liedjes uit de serie. Er zijn er vier uitgebracht en die hadden we allemaal. Mijn zus en ik draaiden de platen grijs en we kenden alle liedjes uit ons hoofd. Op die manier beleefden we elke aflevering weer opnieuw, met alle spannende gebeurtenissen en verwikkelingen. In een soort mini-playbackshow avant la lettre traden we regelmatig op voor onze ouders en buren (onze Amsterdamse flat had geen schuifdeuren, anders waren we er tussen gaan staan). Voor elk liedje spraken we van te voren een rolverdeling af. De ene keer was ik Gerrit en mijn zus Zuster Klivia, een andere keer was zij buurman Boordevol en ik de ingenieur en omgekeerd.
Zuster Klivia en Gerrit waren de hoofdpersonen en zij namen ook het leeuwendeel van de liedjes voor hun rekening. Met beide kon ik me identificeren. Gerrit was de inbreker, die natuurlijk geen echte boef was, wel een beetje ondeugend, maar met het hart op de goede plaats. Zuster Klivia was de krachtige vrouw die niet alleen Gerrit, maar ook de andere bewoners van het 'rusthuis vol herrie' aan de Primulastraat onder haar hoede nam. Blijkbaar had zij mij zodanig geïnspireerd dat ik voor Sinterklaas een verpleegstersuniform op mijn verlanglijstje zette. De Goedheiligman heeft het gewenste afgeleverd en zo te zien was ik er erg content mee.
 
Eén van mijn lievelingsliedjes uit Ja zuster, Nee zuster is Duifies Duifies, een duet van Zuster Klivia en Gerrit:

Duw niet zo duifies
Dring niet zo duifies,
Iedereen komt aan de beurt,
Niet in mijn oren prikke,
Zijn zulke dommerikke,
Oh wat ben jij mooi gekleurd.

Duifies Duifies kom maar bij Gerritje,
Zal je niet vechten om 1 zo'n erretje,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak,

Douw niet zo Duifies,
Dring niet zo Duifies,
Iedereen krijgt hier toch zat,
Pas op mijn nieuwe sokke,
En niet zo schrokkebrokke,
Jij hebt al zoveel gehad.

Duifies Duifies kom maar bij ons,
Wat een mooie veertjes,
Wat een lekker dons,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak.

Hetty Blok had, voordat ze de rol van rusthuisverpleegster speelde, al een half acteursleven er op zitten en ook daarna is ze nog lang actief geweest. Voor mij blijft ze echter voor altijd Zuster Klivia.



woensdag 7 november 2012

Vrede

 
Zondag waren M. en ik bij een uitvoering van "The Armed Man: A Mass for peace" van de Engelse componist Karl Jenkins. Het is een muziekstuk dat ruim twaalf jaar geleden werd geschreven als een aanklacht tegen oorlog en een oproep voor vrede. De uitvoering van zondag was de afsluiting van een project waar een aantal leden en de dirigente van het koor waar we in zingen aan hadden deelgenomen.
Wij kennen grote delen van deze mis goed omdat ze zijn opgenomen in ons koorrepertoire, mooie koorstukken die ook goed "los" gezongen kunnen worden. De complete uitvoering hadden we echter nog niet meegemaakt.
Het bijzondere van dit stuk is dat het bij uitvoering begeleid wordt door filmbeelden. De combinatie van de muziek, de teksten en de indringende beelden van velerlei soorten oorlogsgeweld uit voornamelijk de twintigste eeuw zorgt ervoor dat de boodschap hard binnenkomt bij de kijker/luisteraar. Pacifisten worden vaak als idealistische dromers weggezet, maar bij het zien van de aaneenschakeling van al dat leed en al die ellende die oorlog betekent voor soldaten en burgers, is het afzweren van geweld een logische gevolgtrekking. The Armed Man zou vaste prik moeten zijn in het curriculum voor scholieren van het voorgezet onderwijs, want ondanks alle 'nooit meer' hartekreten van na de Tweede Wereldoorlog is er sindsdien altijd wel ergens in de wereld oorlog geweest, tot op de dag van vandaag.

Wat oorlog doet met gewone mensen werd gedemonstreerd in een aflevering van de uitstekende VPRO tv-serie (wat maakt die omroep toch een belangwekkende documentaires) op zondagavond : 'Langs de grenzen van Turkije'. Verslaggever Bram Vermeulen interviewt een jonge Syriër die als douanier van het vrije Syrië dienst doet aan de grens met Turkije. Het vrije Syrië is een kleine strook land in handen van de strijdende oppositie-milities. De man blijkt een leraar te zijn die voordat hij douanier was zes maanden als sluipschutter heeft gevochten. De verslaggever vraagt of de man zijn werk als leraar mist. Nee, dat niet, hij mist zijn werk als sluipschutter, "omdat je dan wat kan doen voor je land". Op de vraag van Vermeulen of hij zich nog zijn eerste slachtoffer herinnert vertelt de man zonder enige emotie, maar met een flauwe, enigszins triomfantelijke grijns, over de executie van een officier van het Syrische leger die hij moest voltrekken. Volgens de man verdiende de officier de straf omdat hij een misdadiger was en hij, de schutter, volgde slechts een bevel op. Of hij nog wel eens dacht aan zijn eerste dode was de vraag. "Nee".

Het laatste deel van The Armed Man start met enkele gezongen regels uit 'Le morthe d'Arthur' van de 15de eeuwse schrijver Sir Thomas Malory:

Lancelot:
Better is peace than always war
Guinevere:
And better is peace than evermore war


We weten het al zo lang, maar waar blijft die vrede?

zondag 21 oktober 2012

Vlijtig Liesje

Zoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen. Ik moet heel vaak aan dit liedje van Toontje Lager denken uit 1983 als ik weer eens word besprongen door de gedachte aan alles wat ik nu of binnenkort moet doen. Want de dagen zijn te kort en ik heb te weinig tijd, zoals in het bewuste liedje in het refrein wordt gezongen, nadat de zanger alles heeft opgenoemd wat hij nog moet doen.
Om niet te verdrinken in die malende gedachten aan wat er nog gedaan moet worden en het niet bij goede voornemens alleen te laten, hebben M. en ik gisteren alles wat nu toch echt prioriteit heeft op een rijtje gezet. Het is een hele waslijst, door allerlei oorzaken is er veel blijven liggen. Maar nu denken we er de komende maanden tijd voor te hebben en dan helpt zo'n simpel overzichtje op papier enorm, al is het maar om rust in je hoofd te krijgen.

Voorlopig zullen mijn vrije dagen gevuld zijn met het afwerken van de to do list. Heel anders dan de laatste twee weekenden waarin tijd was om onbedaarlijk veel lol te hebben en diepzinnige gesprekken te voeren.
Twee weken geleden was het jaarlijkse familieweekend. Behalve het genieten van de uitwaaimomenten in het Friese Gaasterland


waar de vogels uit je hand eten en ik een naamgenoot tegenkwam,



was er de hilariteit van de zaterdagavond, als de immer fanatieke familieleden in groepen tegen elkaar strijden op leven en dood.










Vorige week ging het er wat minder ruig aan toe tijdens een weekendje Utrecht met vriendinnen, hoewel deze foto anders doet vermoeden.

Wie dit attribuut heeft gevonden zal ik niet verklappen. Wie weet wat het is, mag het zeggen. En ja, ik weet wat het voorstelt, maar wat is het?

En zoals gebruikelijk bij een vrouwenweekend hebben we weer alles besproken wat ons bezighoudt en dat is veel. Alleen zijn we niet toegekomen aan de wellness momenten, die we onszelf vorig jaar hadden beloofd, ter ere van 25 jaar vriendschap. Nog een punt voor het actielijstje.





Met één klusje ben ik alvast begonnen: tijdens het schrijven van dit stukje staat de scanner naast me te zoemen en te ratelen. De eerste 98 dia's van de collectie die mijn ouders niet meer kunnen opslaan in hun nieuwe huis zijn gescand en opgeslagen op de pc. Je moet ergens beginnen.