woensdag 19 februari 2014

Kind in de oorlog, deel 1: Naar buiten

Amsterdam, 19 februari 1945

In de tas zitten wat kleren en ons laatste brood. Dat is alles wat mijn moeder bij zich heeft, als ze met mij, haar enig kind, om 7.00 uur van huis vertrekt, te voet op weg naar een onbekende bestemming. Ik draag een winterjas en ik heb warme kousen aan mijn erg dunne benen. Luciferhoutjes, noemt mijn moeder ze. Het is op deze maandag in februari gelukkig niet koud, het is rustig weer. Ik loop voor het eerst van mijn leven op klompen. Goede schoenen heb ik niet meer, maar het is mijn moeder gelukt om voor veel geld nog een paar klompen op de kop te tikken. Na een uur lopen begint het leren bandje over de wreef van mijn voet te schuren. De zakdoek die mijn moeder tussen het bandje en mijn voet stopt brengt wat verlichting.
Ik ging al enige tijd niet meer naar school. Die winter was er gebrek aan alles, voedsel, kleding, brandstof. Door honger verzwakt en lusteloos zat ik de hele dag thuis stilletjes op een stoel. Mijn vader zat in het verzet, bij de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) en hij was in die laatste periode steeds minder thuis. Hij kon niet op pad gaan om voor extra voedsel te zorgen voor zijn gezin. Mijn moeder stond er alleen voor en zij zag mij achteruit gaan. Zij had zelf in december 1944 difterie gehad, was daarvan genezen, maar haar gezondheid was nog zeer broos.  Eind 1944 bestond de voedseldistributie uit een half brood per persoon per week, 400 gram. Er waren gaarkeukens, maar de kwaliteit en kwantiteit van wat daar te krijgen was, werd steeds minder. Nooit heb ik toen gedacht: straks gaan we dood van de honger. Als kind van 9 jaar besef je dat niet. Mijn moeder nam het besluit om zonder man, maar met kind, weg te gaan, naar ‘de boeren’, naar voedsel en onderdak in een deel van Nederland waar een bleek en mager stadskind kans had om te overleven.
Van de huisarts en de dominee kreeg ze aanbevelingsbrieven mee.
Op een receptenbriefje schrijft de dokter:

Verzoeke mevr. D. + dochter naar buiten te laten gaan, daar zij vrij ernstig ziek geweest is en het voor hun beider gezondheid wel noodzakelijk is.

De dominee verwoordt het in zijn brief als volgt:
Geachte collega,
Door de honger in onze stad en de noodtoestand waarin haar gezin is geraakt is mevr. Van D., Insulindeweg 177 Amsterd.Oost en haar dochtertje Joke van D., op eigen risico op zoek gegaan naar een gastvrij onderdak waar men haar zou willen opnemen. Zij is gaarne bereid in de huishouding of wat dan ook mede te helpen. Daar wij haar persoonlijk, hier in de stad en ook omdat wij niet over relaties in N.H. beschikken, waar zij eventueel naartoe zou kunnen gaan, kunnen helpen, doen wij een beroep op u of u haar zoudt willen en kunnen helpen. Vertrouwende op uw warme harten in deze voor zoovele benarde tijden, bevelen wij haar ten zeerste aan.













We zijn op weg naar Bussum, of Hilversum en we zijn niet de enigen. Op de Rijksstraatweg beweegt een lange rij sjokkende mensen zich voort. Het vertrek van huis doet me weinig, ik laat het over me heen komen. Mijn moeder is bij me en bij haar voel ik me veilig. Ter hoogte van Weesp stopt een gammele kar met twee oudere Duitsers op de bok. “Waar moeten jullie naar toe?” vragen ze. “Hilversum”, antwoordt mijn moeder, want daar woont Tante Tiny, een vriendin van haar. Toevallig komen de mannen langs deze plaats en wij mogen meerijden op de kar. De mannen zijn best aardig, ze geven ons een homp brood met een dikke plak worst er op. Worst! Dat heb ik lang niet gegeten, een traktatie.
Tante Tiny is stomverbaasd als we ineens voor de deur staan. Ze staat juist te koken en we worden met open armen ontvangen. Ze vindt het maar een waagstuk wat wij doen. We krijgen een heerlijke maaltijd met vlees(!) er bij en we mogen slapen in het logeerkamertje.

20 februari
Vandaag ben ik jarig, ik ben 10 geworden. Tante Tiny verrast me door zingend de logeerkamer binnen te komen met een zelfgemaakte papieren bloem die ik als strik kan dragen. Toch een cadeautje.
Tante Tiny heeft kennissen in Baarn waar we ‘s avonds kunnen slapen, dus gaan we weer lopend op weg naar het volgende logeeradres. De familie O. woont in een groot huis waar ze regelmatig mensen die op weg zijn opvangen en ook als wij er aankomen zit de kamer vol. Er gaan borden rond met roggebrood en kaas. Het houdt maar niet op met de lekkernijen.
Iemand vertelt dat er de volgende ochtend heel vroeg een konvooi auto’s vertrekt vanaf de gasfabriek, zoals altijd eenmaal per week, naar het noorden van het land. Als we ons daar melden morgenochtend, dan maken we misschien een kans dat we mee mogen rijden.

21 februari

Midden in de nacht staan we op, zodat we om vier uur bij de gasfabriek kunnen zijn. Ik voel me helemaal niet lekker, mijn moeder denkt dat mijn maag al dat eten ineens niet kan verdragen.

Bij de gasfabriek staat een rij van wel 40 mensen. Er zit een man achter een loket die, als we aan de beurt zijn allemaal vragen aan mijn moeder stelt. Mijn moeder is een beetje zenuwachtig en ik voel me steeds beroerder worden. Op het moment dat mijn moeder de papieren van de dokter en de dominee laat zien moet ik juist overgeven. De man zet nu snel wat stempels en zegt dat we mee mogen. Maar hij voegt er nog wel aan toe dat de rit naar Groningen op eigen risico is.
Om zes uur gaan we op weg, vier vrachtwagens achter elkaar. Wij zitten met twaalf mensen in de derde auto op lange houten banken tussen zakken en dozen. Mijn moeder zegt dat we vandaag nog doorrijden naar Groningen. Het is een zonnige dag. Als we een tijdje onderweg zijn stopt de chauffeur plotseling en hij roffelt op het raam tussen de cabine en de laadruimte waar wij zitten. “Allemaal eruit”schreeuwt hij, “daar komen de Engelsen, snel in de berm”. Het gierende geluid van laag overvliegende vliegtuigen komt steeds dichterbij. En ik hoor het geratel van mitrailleurvuur. Mijn moeder gooit zich over mij heen in de berm om me te beschermen. Bang ben ik niet, maar ik snap er niets meer van, iedereen praat er steeds over dat de Engelsen en Canadezen bezig zijn ons te bevrijden en nu worden we door ze beschoten. Na tien minuten verdwijnen de vliegtuigen en kunnen we weer verder. Niemand is geraakt, maar in de vrachtauto zitten kogelgaten. Later die dag herhaalt het ritueel zich als we weer worden beschoten en ook nu loopt het goed af.

In Zwolle stoppen we bij een slagerij. “Hier krijgen we altijd worst” hoor ik iemand zeggen en inderdaad worden we getrakteerd op een stuk bloedworst. In mijn maag voelt het nog steeds raar, maar ik wil het stuk worst zo graag opeten. De rit naar Groningen duurt lang. Als het al lang donker is komen we eindelijk aan, verkleumd tot op het bot. We worden afgezet bij een school waar in de gymnastiekzaal veel mensen worden opgevangen door het Rode Kruis. Onder de wandrekken liggen strozakken. Wat een heerlijk vooruitzicht om daarop te mogen slapen. Het is lekker warm binnen en we krijgen brood en melk. Als ik op de strozak lig voel ik me zo fijn: het lijkt wel of ik droom. Zo ver van huis zijn we, het is onwerkelijk en ook een beetje avontuurlijk hier zo te liggen met mijn moeder in een gymzaal,tussen allemaal vreemde mensen die ook hun huis hebben verlaten. Hoe zal het morgen gaan?

Wordt vervolgd.

Dit is het verhaal van mijn moeder (geboren in Amsterdam in 1935) over de laatste oorlogsmaanden. Ik heb haar verhaal geschreven op basis van een interview dat ik kortgeleden met haar heb gehouden. Ook heb ik gebruik gemaakt van een brief van mijn Oma aan haar vriendin in Hilversum uit maart 1945 en van een aantal documenten die mijn Oma bewaard heeft, die betrekking hebben op de beschreven periode. Mijn moeder heeft het verhaal zelf in 1981 al eens opgeschreven voor een opdracht Nederlands van de ‘MoederMavo’, ook dat verslag heb ik geraadpleegd.  

maandag 10 februari 2014

Mannen over de vloer

Als ik 's avonds thuiskom en boven nieuwsgierig ga kijken, lijkt het of de badkamer veranderd is in een 'plaats delict'. Het vertrek is verboden terrein.
Zodra er werkmannen binnen komen ben je te gast in je eigen huis. Elke keer als er iets in huis gerepareerd moet worden, waarbij er hulp van buiten nodig is, ervaar ik hetzelfde: je eigen stek is ineens niet meer van jou. Het is natuurlijk een zegen wanneer een probleem verholpen wordt door kundige handen. Dat je daarvoor een aantal dagen overlast hebt in de vorm van herrie, stof en ander ongemak moet je daarom geduldig over je heen laten komen. Nu ontvingen we de mannen echter met open armen, ik kon ze wel zoenen, want ze kwamen ons verlossen van een hardnekkig probleem.   
Vier weken geleden kwam er, na veel soebatten, dreigen en klachten van onze kant richting de vastgoedorganisatie waarvan wij een huis huren, eindelijk beweging in de zaak. We hadden een afspraak voor renovatie van de badkamer.
Sinds maart vorig jaar hebben we last van lekkage vanuit de badkamer. Dat heeft in de hal beneden hele bijzondere kunstwerken opgeleverd, absoluut uniek in vorm en uitvoering.

 





In het voorjaar en de zomer van 2013 werd onderzoek gedaan naar de herkomst van al dat vocht. De CV werd aan een inspectie onderworpen, de druk in de waterleiding werd gecheckt en er werd zelfs een gat geboord in de hal richting keuken, zodat er met een camera gegluurd kon worden naar een vermeende boosdoener. Het leverde niets op, maar telkens vond het water weer zijn weg en ontstond er een nieuwe vlek in het plafond.
Tijdens een hittegolf in juli werd de badkamer voor de helft  gesloopt, het lek was letterlijk boven: de afvoer van de douche en de tegelwand naast de douche bleken de schuldigen, althans daar leek het verdacht veel op. Afvoer vervangen, wand opnieuw betegeld, douchecabine weer geplaatst en het plafond bijgewerkt. Wij blij, want na reiniging van de badkamer konden we weer douchen en de wasmachine gebruiken.
Het ging twee maanden goed. Totdat we op een dag in september, we waren net terug van twee weken vakantie, een nieuwe vochtplek ontdekten, die zich in razend tempo uitbreidde.
Er kwam na onze melding weer een (andere) man kijken die foto's maakte en die na veel heen en weer gebel met z'n baas, mij vertelde dat hij ging pleiten voor een volledige renovatie van de badkamer. "Maar ik kan het niet beloven" liet hij er voor de zekerheid nog op volgen, de verhuurder moest dat voorstel wel goedkeuren. Dat begreep ik uiteraard, maar dat zijn woorden in zekere zin profetisch zouden blijken, kon ik toen niet vermoeden. Dat was eind september.
De goedkeuring duurde een slordige vier maanden, waarin de schade en onze ergernis almaar groter werd.
Twee mannen met een vet Leids accent, een oude rot en een jong manusje van alles, hebben anderhalve week heel hard gewerkt, tussendoor genietend van koffie/rookpauzes. ("Tegenwoordig krijg je bijna nergens koffie meer, hoor mevrouw").












Dinsdag was de klus geklaard, resultaat: een gerenoveerde badkamer en wc beneden, die namen ze in één moeite door meteen mee. Allebei als nieuw en nu, na ons schoonmaak- en inrichtingsweekend ook weer geheel gebruiksklaar. Nou ja, bijna dan, de beide toiletpotten doen nog niet helemaal waar ze voor gemaakt zijn....
En het plafond beneden? "Daarvoor komen we later terug". Ik kijk er nu al naar uit.



donderdag 30 januari 2014

Goede voornemens

Tot een paar jaar geleden was de bibliotheek het muurbloempje dat niemand opmerkte en waar zeker niet over gepraat of geschreven werd in de media. De laatste tijd daarentegen mag de branche waarin ik werk zich verheugen over de grote aandacht in de landelijke pers. Onlangs nog een artikel in Vrij Nederland waarin Carel Peeters een pleidooi houdt voor het behoud van de bibliotheek. De aanleiding voor al die belangstelling komt grotendeels voort uit de vraag of er nog een toekomst is voor de bibliotheek en hoe die er dan uit zou moeten zien.

De plaatselijke openbare bibliotheken worden gefinancierd door de gemeente. Gelden uit lidmaatschap en sponsoring zorgen voor ongeveer 20% van de inkomsten, 80% komt van 'gemeenschapsgeld'. Sinds de financiële crisis is vertaald in bezuinigingen op allerlei voorzieningen is ook de bibliotheek de dans niet ontsprongen. In de meeste gemeenten heeft de bibliotheek een kleinere, maar in veel gevallen een forse vermindering van de subsidie aangezegd gekregen. Het opvangen van de teruglopende inkomsten wordt vaak gevonden in het sluiten van vestigingen en het aanpassen van de dienstverlening, door bijvoorbeeld op bepaalde tijden onbemande openingsuren te hanteren. Het mag duidelijk zijn dat deze maatregelen ten koste gaat van de werkgelegenheid in de sector. Vele collega's in het land zagen hun tijdelijke contracten niet verlengd, of werden na lange jaren dienstverband boventallig.
De bezuinigingen werken als kathalysator voor veranderingen in de branche, gedwongen door minder inkomsten moeten er creatieve oplossingen gezocht worden om te overleven. Al langer waren we in bibliotheekland bezig met een herijking van ons werk. Internet, de digitalisering en de enorme concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbeleving hebben gezorgd voor nieuwe initiatieven en voorzichtige innovatie.     
Zo hebben we in de bibliotheek waar ik werk twee jaar geleden besloten om onze dienstverlening aan het basisonderwijs te vernieuwen en aan de slag te gaan met een nieuwe aanpak voor structurele samenwerking, landelijk ontwikkeld als de Bibliotheek op school.
In het kort komt de aanpak neer op doelgerichte samenwerking tussen school en bibliotheek op het gebied van taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen. Het doel is kinderen te stimuleren meer te lezen, op school en thuis, teneinde taalachterstand en op de loer liggende laaggeletterdheid te voorkomen. Bibliotheek en basisonderwijs waren altijd al partners op het gebied van leesbevordering en met de Bibliotheek op school(dBos) gaan we een grote stap verder.

De aanpak is gericht op aantoonbare en meetbare verbetering van lezen,taal en informatie- en mediavaardigheden bij leerlingen. Een school die mee gaat doen aan dBos krijgt onder meer de beschikking over een up to date collectie boeken in school, 120 uur expertise op het gebied van leesbevordering en mediawijsheid door middel van de inzet van een leesconsulent vanuit de bibliotheek en deelname aan de monitor, het meetinstrument voor leesgedrag.
Zelden heeft een goed voornemen zo goed uitgepakt. Vorige week woensdag werd de vierde Bibliotheek op school geopend in Katwijk, de gemeente waar ik werk. En elke keer is het weer een feest om te zien hoe enthousiast de kinderen en leerkrachten zijn als ze ontdekken welke schat ze in huis hebben gekregen.

Deze week organiseerden we in de eerste school die vorig jaar werd aangesloten een inspiratiemiddag voor het onderwijs. We mochten ruim 40 deelnemers verwelkomen die we in een gevarieerd programma lieten kennismaken met de aanpak van de Bibliotheek op school, door middel van een inhoudelijk verhaal en de enthousiaste ervaringen van leerkrachten die al werken met dBos. De reacties van de deelnemers na afloop van de bijeenkomst waren zeer bemoedigend. Er hebben zich al kandidaten gemeld: scholen die vanaf het nieuwe schooljaar graag mee willen doen aan dBos.
Het is fijn om na anderhalf jaar heel hard werken nu te kunnen oogsten. Een grote pluim voor alle collega's die hieraan hebben bijgedragen!

Ondanks bezuinigingen hebben wij ervoor gekozen toch fors te investeren in deze nieuwe aanpak. Omdat het noodzakelijk is kinderen plezier in lezen te laten beleven en om de maatschappelijke meerwaarde van de (fysieke) bibliotheek te versterken. Want bibliotheken zijn onmisbaar, in de woorden van eerder genoemde Carel Peeters: De fysieke bibliotheek is een culturele huiskamer buiten de deur, een openbare plek waar je binnen kunt lopen en in alle rust kennis kunt vergaren. Een hedendaagse agora, ‘het kloppend hart van de kennissamenleving’.
Het zou een mooi item en goed voornemen kunnen worden voor politieke partijen in de komende gemeenteraadsverkiezingen.

maandag 30 december 2013

As time goes by


Er zijn weken, wat zeg ik, maanden dat ik er niet kom, maar vanmorgen moest ik even naar de stomerij om wat kleding weg te brengen. Onlangs had ik in het voorbij fietsen gezien dat de zaak was verhuisd naar een kleiner pand aan de overkant van de straat. Desgevraagd hoorde ik van de medewerker achter de toonbank dat ze al drie maanden op hun nieuwe plek zitten. Ik heb er niets van gemerkt, hoewel ik toch gemiddeld twee maal per week door de winkelstraat in ons dorp fiets, loop of rijd.
Drie maanden, een jaar, het is om voor je het weet. De verjaardag van onze trouwdag gisteren, bracht ons terug naar de late jaren zeventig. 2014 staat al bijna op uitkomen en ik moet er nog aan wennen dat het 2013 is. Het is voor mijn gevoel nog niet zo lang geleden dat we in afwachting waren van een nieuwe eeuw, maar dat ligt inmiddels ook alweer 15 jaar achter ons. Zo aan het eind van het jaar worden mijn gedachten onwillekeurig beheerst door het ongrijpbare van de tijd, een universeel thema dat dichters, schrijvers, filosofen en natuurkundigen al veelvuldig hebben getracht in woorden te vatten. Op het moment dat ik dit schrijf hoor ik in de Top 2000 "Time in a bottle" van Jim Croce - nee, dit verzin ik niet, om een bekende columniste te parafraseren.

Als kind wil je dat de tijd snel gaat. Het kan je niet vlug genoeg gaan om groot te worden, jarig te zijn, school achter je te laten, volwassen te worden. Eenmaal meerderjarig en zelfstandig ben je vaak op zoek naar die fles om de tijd in te stoppen, een rem om af en toe even op te trappen, zodat het wat minder hard gaat.
Het is niet voor niets dat films waarin gespeeld wordt met de dimensie tijd populair zijn ('Back to the future', bijvoorbeeld). Het is verleidelijk om te fantaseren over de mogelijkheid de tijd te kunnen beïnvloeden, waarbij we direct beseffen hoe griezelig dat ook zou kunnen zijn.
Soms vinden we een gat in de tijd als we door muziek, foto's, verhalen of eigen herinneringen even terug gaan in de tijd. Gisteren gebeurde dat toen onze zoons de foto-albums bekeken van hun 35 jaar geleden overleden Opa, die ze nooit gekend hebben. Mijn schoonmoeder had ze voor ze meegenomen, het zijn albums uit de tijd dat mijn schoonvader als jonge man in Indonesië verbleef vanwege de politionele acties. Veel foto's heeft hij van commentaar voorzien, wat voor onze jongens de gelegenheid bood om een beetje kennis te maken met hun onbekende Opa. Om ook te ontdekken dat hun Opa tijdens zijn verblijf in 'Indië' jonger was dan onze jongste zoon (27 jaar) nu.

Dit jaar is voor mijn gevoel in een flits voorbij gegaan en werd gekenmerkt door "te weinig tijd". Te weinig tijd om te schrijven voor dit blog, te weinig tijd om een goed boek te lezen, te weinig tijd om onze langeafstandswandeling af te ronden, te weinig tijd om naar het (Rijks)museum te gaan.
Is dat erg? Nee, er zijn nu eenmaal perioden dat je zo in beslag wordt genomen door je werk, of door andere besognes dat je al je aandacht daarvoor nodig hebt. Zolang je maar zorgt dat er evengoed voldoende ontspanningsmogelijkheden zijn (voor mij: zingen, volleyballen, tennissen, yoga) kun je het gebrek aan tijd relativeren.
Want tijd is een relatief begrip. Hoewel ik de relativiteitstheorie nog steeds niet helemaal snap, zelfs niet als die wordt uitgelegd door mijn favoriete wetenschapper Robbert Dijkgraaf, weet ik wel dat onze tijdbeleving relatief is. Het is de kunst de onbekende zee van tijd die voor je ligt op je eigen wijze in te vullen en te beleven, met oog voor je omgeving. Die kunst probeer ik me ook in 2014 verder eigen te maken.
Veel of weinig tijd, maak er wat van. Gelukkig Nieuwjaar!
    
 
 

donderdag 7 november 2013

Shame, shame, shame

In de zomer van 1970, ik was 11 jaar, stond de single 'Huilen is voor jou te laat' van Corry en de Rekels wekenlang in de top 40. Mijn zus en ik volgden wekelijks de verschuivingen in de top 40, de hitparade die elke zaterdag door Radio Veronica werd uitgezonden. We haalden bij de plaatselijke platenboer een gedrukt exemplaar van de singlelijst, zodat we goed voorbereid waren voor het zaterdagmiddagritueel.


Dankzij de lijst wisten we wanneer de radio harder kon en op welk moment het geluid beter even tijdelijk weggedraaid moest worden. 'Huilen is voor jou te laat' viel in de laatste categorie. Het Nederlandse levenslied was niet aan onze jonge oren besteed. Wekenlang stond dat verdraaide nummer in de top 40. Was het nummer de ene week een paar plaatsen in de lijst gezakt, de week daarop klom het weer op en dat ging zo week in week uit door, tot onze grote ergernis. Zo jong als ik was, kon ik het amper verdragen het nummer uit te luisteren. En nog steeds kan ik niet zo goed tegen smartlappen van Nederlandse bodem.

Alex Roeka vertolkte het bewuste lied deze week in 'De Wereld Draait Door' in de nieuwe rubriek die het tv-programma sinds kort met regelmaat opvoert: de guilty pleasure. Bekende (pop)muzikanten wordt gevraagd een lied ten gehore te brengen waar ze heimelijk van houden, maar zich eigenlijk voor schamen, omdat het niet strookt met de goede smaak (een guilty pleasure dus). Dat levert verrassende keuzes en soms mooie momenten op. De manier waarop Roeka het door mij verachte nummer, geschreven door Vader Abraham, liet klinken, heeft me ruim veertig jaar na dato enigszins verzoend met deze monsterhit uit de Nederlandse hitgeschiedenis.

Mijn eigen guilty pleasure is nota bene ook een soort smartlap, maar dan van Duitse makelij. 'Du' van Peter Maffay uit 1971 was ook een grote hit. Het singletje heb ik indertijd gekocht en vanzelfsprekend kon (kan) ik de tekst woord voor woord meezingen. En hoewel ik pas twee jaar later Duits kreeg in de tweede klas Atheneum wist ik best wel waar het liedje over ging. Waarom ik voor dit nummer als een blok viel weet ik eigenlijk niet. Het had in ieder geval niets te maken met de zanger, die vond ik niet bepaald aantrekkelijk. In tegenstelling tot het meisjesidool van die tijd bij uitstek, David Cassidy, waar ik wel bij weg zwijmelde. Maar wie kent hem nu nog?
Het intro van 'Du' vind ik nog steeds onweerstaanbaar, de radio gaat onmiddellijk harder. Verder is het tempo een succesfactor, het is een perfecte 'slijpplaat'. Op de, onschuldige, maar wel zeer serieuze feestjes van de zesde klas lagere school, kon je op dit nummer prima langzaam dansen, dicht tegen je danspartner aan, slijpen of schuifelen noemden we dat. En dan natuurlijk de tekst van 'Du', een ultieme liefdesverklaring:

Seit wir uns kennen ist mein Leben bunt und schön
Und es ist schön nur durch dich
Was auch gescheh'n mag, ich bleibe bei dir
Ich lass' dich niemals im Stich


Hoezo zou ik me moeten schamen voor dit geweldige nummer?
Zo, ik ben uit de kast gekomen. Nu wil ik graag weten welk plaatje jouw guilty pleasure is. Kom maar door.


woensdag 23 oktober 2013

Onvermijdelijk








Binnen probeer ik met floxen en monnikskap de zomer nog krampachtig vast te houden.













Buiten vecht het laatste blaadje aan de toverhazelaar voor zijn leven.













Hoewel het nog niet koud is, warm zelfs voor de tijd van het jaar, is het onmiskenbaar herfst. Dat ruik ik en dat zie ik aan wat er op de grond ligt, onder het open slaapkamerraam.





Het is onafwendbaar, ik wil er alleen nog niet aan.

maandag 21 oktober 2013

Klik

Eindelijk was het er van gekomen om de vakantiefoto's uit te wisselen. Correctie, mijn schoondochter had drie weken geleden al haar foto's van onze gezamenlijke vakantie in september doorgestuurd. Afgelopen weekend kon ik mijn belofte om de onze te sturen, ook inlossen.
Behalve dat het heel gezellig is om na jaren weer eens met je kinderen op vakantie te gaan levert het ook leuke portretten op die je niet zo makkelijk maakt als je met z'n tweeën op pad bent.




 
 
Bij het bekijken van al die foto's valt me op dat het fotograferen van de fotograaf een terugkerend item was in onze vakantie.
 
 


                                          Vanuit deze positie levert het dit op:

 
 
Over terugkerende thema's gesproken, Salsa, de communicatieve en aanhalige buurtpoes was ook niet voor de lens weg te slaan.