vrijdag 29 juni 2012
Hoe warm het was en hoe ver
"Het gaat lekker, het valt me echt mee" had ik nog geen kwartier geleden tegen M. gezegd. En nu lagen we hier voor oud vuil, als een stelletje onvervalste bermtoeristen in het hoge gras langs de D nog wat, bij te komen. Af en toe flitste er een auto voorbij en opvallend vaak was het een taxi. Even kwam de gedachte op om het volgende exemplaar aan te houden en ons terug te laten brengen naar de auto die we zo'n 3,5 uur geleden hadden achtergelaten aan de begin van de wandeling.
15 km, dat moest toch te doen zijn hadden we elkaar 's morgens voorgehouden. Oke, er moest flink wat hoogteverschil overwonnen worden, maar het was niet erg warm, 21 graden, en er zat ook aardig wat bewolking in de lucht. Ideale wandelomstandigheden dus.
De route langs de Gorges de la Sioule begon met een flinke afdaling naar een honderdjarige stuwdam in de rivier. Vervolgens liepen we evenwijdig aan de Sioule waarbij het pad ons, afgaande op het geluid, afwisselend dichtbij en verder weg van de woeste stroom leidde. Stijgen en dalen wisselden elkaar af en we hadden er aardig de pas in. Het begon wel wat te zweten onder de rugzak, maar we liepen voornamelijk onder de bomen, dus het was goed uit te houden. Er was echter geen mogelijkheid om ergens even te zitten. Het pad bood er geen gelegenheid voor en bovendien werden we bij stilstand onmiddellijk belaagd door muggen en andere steekbeesten. En zo aten we staande een broodje en namen we een slokje water, ondertussen de insecten van ons afslaand. Gelukkig waren de zespotigen niet de enige metgezellen. Slangen en hagedissen schoten voor onze voeten weg, een eekhoorn kreeg de schrik van zijn leven, een hert zocht een goed heenkomen en hoog boven de rivier en de oever aan de overkant, cirkelden een paar roofvogels op zoek naar voedsel. Bloemen, vlinders en libellen in allerlei kleuren zorgden voor een bonte afwisseling en verleidden mij om regelmatig de camera tevoorschijn te halen.
Op het moment dat we het bos en de rivier verlieten waren we op ongeveer tweederde van de wandeling. We verlangden naar een plek - een terrasje, maar met een picknicktafel namen we ook genoegen- om nog wat te eten en even uit te rusten. In plaats daarvan moesten we een stuk langs een autoweg lopen in de brandende zon. De vermoeidheid en de hitte viel op dat moment bovenop ons allebei tegelijk, alsof er een knop werd omgedraaid. Het dichtsbijzijnde dorp was een kilometer verderop, maar het lag niet op onze route en als we daar even wilden aanleggen, zouden we dus nog 2 km extra moeten lopen, op een weg zonder schaduw. Dan maar in de berm neergeplofd om nieuwe energie op te doen en moed te verzamelen voor de laatste kilometers, die voornamelijk bergopwaarts zouden gaan.
Vijf uur nadat we in tegengestelde richting op pad waren gegaan zagen we van een afstand de auto staan op het stille landweggetje, badend in de zon. En wij badend in het zweet, waren blij met het weerzien. In de auto zagen we waarom het ons zo zwaar viel om het laatste traject van de route af te leggen, het was inmiddels 31 graden.
Ondanks wat ongemakken was het een mooie wandeling die we niet hadden willen missen, maar die we misschien niet op de warmste dag van de week hadden moeten doen...
We hebben er in ieder geval het nodige aan overgehouden: herinneringen, foto's, spierpijn, jeukende bulten en een dozijn teken.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Pffffffff!
Een reactie posten