
Twee maal per jaar wordt de wekelijkse zaterdagbijlage van de Volkskrant omgedoopt tot een modespecial. Het bekijken en lezen van die bijlage roept bij mij soms interesse op, maar veelal ook onverschilligheid, of zelfs afgrijzen. Ik heb geen verstand van mode, maar ik weet wel wat ik mooi vind. Wat ik mooi vind is vaak niet in de mode en wat in de mode is vind ik lang niet altijd mooi. De fotoreportages van modeshows waarin graatmagere mannequins ingewikkelde en soms ronduit belachelijke creaties showen, wekken op zijn best lachlust op, maar vaker kan ik enige ergernis niet onderdrukken. Welke vrouw/man heeft een bestaan waarin zij of hij zulke onpraktische kleding kan dragen, en heeft daarbij een portemonnee die dik genoeg is om zulks te betalen? Oké, in die shows gaat het natuurlijk om de ideeën en trends die worden geëtaleerd en die vervolgens door de gewone, lees betaalbare, kledingmerken worden vertaald naar draagbare mode. Maar toch, ik word doorgaans niet geïnspireerd door die sacherijnig kijkende modellen.
Wel leuk om te lezen is het artikel van kunst- en cultuurcritica Wieteke van Zeil getiteld 'Wat je draagt ben je zelf'. Ze beschrijft bijvoorbeeld het fenomeen dat je toch gaat dragen wat er in de mode is en dat je het dan ook nog mooi gaat vinden, ook al weet je ergens in je achterhoofd dat het betreffende kledingstuk je niet staat (te dik/te dun/te oud), of niet praktisch is. Denk aan de legging -inmiddels weer uit-, of aan de puntschoen - die komt er weer aan.
Iedereen kent de schrikreactie van het kijken naar jezelf op oude foto's. Vooral de kleding die je aan had doet je soms de haren te berge rijzen. Zo kwam ik mezelf deze week tegen op een foto uit 1980 (helaas kan ik hem niet laten zien, want onze scanner weigert elke medewerking) in een jurk die ik geheel vergeten was. Nu vind ik het een tamelijk tuttig geval, hij reikte tot flink over de knie, zeker afgezet tegen het feit dat ik op dat moment 21 jaar was. Maar hij zal toen vast niet uit de toon gevallen zijn. Aan de andere kant kan het natuurlijk ook een miskoop zijn geweest, de jurk was tenslotte uit mij geheugen verdwenen.
Veel beter herinner ik mij vier kledingstukken die ik een paar jaar later kocht bij Pauw in de Leidschestraat in Amsterdam. Tot vlak voor die tijd was Pauw een te dure winkel voor mij, maar sinds ik zelf geld verdiende met mijn eerste baan vond ik dat ik daar wel naar binnen mocht gaan. Ik kocht een trui, een rok, een blouse en een broek en ik heb ze jaren gedragen. Zo mooi vond ik ze en zo lang gingen ze ook mee. Zo zag dat er toen uit:
Vanaf die tijd, behalve toen de kinderen klein waren, koop ik liever, wat minder kleding die kwalitatief goed is èn die ik mooi vind. Less is more in dit geval.
Door de modespecial werd ik herinnerd aan een artikel dat ik deze zomer heb gelezen in een ander nummer van het Volkskrant magazine. Daarin werd de Nederlandse uitgave van de internationale bestseller (ik was er niet van op de hoogte) 'La Parisienne' van model en stijlicoon Inès de La Fressange (ik kende haar niet) besproken. Het betreft een handboek om net zo stijlvol door het leven te gaan als voornoemde Française. Deze Inès blijkt een simpel advies te hebben: je hebt niet veel meer nodig in je kledingkast dan de 'magnificant seven'. Te weten:
een mannenblazer, check - een vrouwenblazer geïnspireerd op een mannenblazer mag vast ook.
een trenchcoat, check
een marineblauwe trui, check
een tanktop - wat is een tanktop? Het blijkt een shirt zonder mouwen te zijn- check
een zwart jurkje, ai, heb ik niet
een spijkerbroek, check
een leren jasje, oeps, heb ik ook niet
Vijf van de zeven heb ik al, dus dat wordt een makkie komend seizoen. Een little black dress staat al langer op mijn verlanglijstje, die gaat er nu komen, maar dat leren jasje, daar moet ik nog eens goed over nadenken. Met mijn lengte, of liever gezegd het gebrek eraan, wordt een leren jasje al snel een harnas.
Het stijlicoon voegt er nog wel even fijntjes aan toe dat alles van onberispelijke kwaliteit moet zijn. Dat wil zeggen, de trui van kasjmier, de trenchcoat van Burberry in een effen kleur, maar niet beige.
De overige adviezen van de La Fressange klinken me ook als muziek in de oren: draag geen setjes, geen tas met bijpassende schoenen, geen glitter, geen logo's, geen ketting en oorbellen tegelijkertijd, geen T-shirts met grappige prints, geen strokenrok, geen leggings, gebruik nooit roze lippenstift. Alles draait om eenvoud, maar wel dure eenvoud. En eerlijk gezegd hou ik daar wel van.
Zou ik net zo stijlvol als een Française door het leven willen, dan moet ik dus nog wat schaven hier en daar. Als er dan ook maar ruimte overblijft voor onverbeterlijke Hollandse nuchterheid, vind ik het best en komt het nog goed tussen mij en de mode.