zaterdag 10 november 2012

Zuster Klivia

Deze week overleed één van de helden uit mijn kindertijd, Zuster Klivia, alias Hetty Blok. Zuster Klivia was de daadkrachtige, goudeerlijke figuur uit de legendarische tv serie Ja zuster, Nee zuster die tussen 1966 en 1968 werd uitgezonden. Met het gezin en eventuele aanwezige opa en oma werd er op zaterdagmiddag naar gekeken. Mijn ouders vonden het net zo leuk als mijn zus en ik.
Met Sinterklaas en verjaardagen kregen wij de lp's met de liedjes uit de serie. Er zijn er vier uitgebracht en die hadden we allemaal. Mijn zus en ik draaiden de platen grijs en we kenden alle liedjes uit ons hoofd. Op die manier beleefden we elke aflevering weer opnieuw, met alle spannende gebeurtenissen en verwikkelingen. In een soort mini-playbackshow avant la lettre traden we regelmatig op voor onze ouders en buren (onze Amsterdamse flat had geen schuifdeuren, anders waren we er tussen gaan staan). Voor elk liedje spraken we van te voren een rolverdeling af. De ene keer was ik Gerrit en mijn zus Zuster Klivia, een andere keer was zij buurman Boordevol en ik de ingenieur en omgekeerd.
Zuster Klivia en Gerrit waren de hoofdpersonen en zij namen ook het leeuwendeel van de liedjes voor hun rekening. Met beide kon ik me identificeren. Gerrit was de inbreker, die natuurlijk geen echte boef was, wel een beetje ondeugend, maar met het hart op de goede plaats. Zuster Klivia was de krachtige vrouw die niet alleen Gerrit, maar ook de andere bewoners van het 'rusthuis vol herrie' aan de Primulastraat onder haar hoede nam. Blijkbaar had zij mij zodanig geïnspireerd dat ik voor Sinterklaas een verpleegstersuniform op mijn verlanglijstje zette. De Goedheiligman heeft het gewenste afgeleverd en zo te zien was ik er erg content mee.
 
Eén van mijn lievelingsliedjes uit Ja zuster, Nee zuster is Duifies Duifies, een duet van Zuster Klivia en Gerrit:

Duw niet zo duifies
Dring niet zo duifies,
Iedereen komt aan de beurt,
Niet in mijn oren prikke,
Zijn zulke dommerikke,
Oh wat ben jij mooi gekleurd.

Duifies Duifies kom maar bij Gerritje,
Zal je niet vechten om 1 zo'n erretje,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak,

Douw niet zo Duifies,
Dring niet zo Duifies,
Iedereen krijgt hier toch zat,
Pas op mijn nieuwe sokke,
En niet zo schrokkebrokke,
Jij hebt al zoveel gehad.

Duifies Duifies kom maar bij ons,
Wat een mooie veertjes,
Wat een lekker dons,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak.

Hetty Blok had, voordat ze de rol van rusthuisverpleegster speelde, al een half acteursleven er op zitten en ook daarna is ze nog lang actief geweest. Voor mij blijft ze echter voor altijd Zuster Klivia.



woensdag 7 november 2012

Vrede

 
Zondag waren M. en ik bij een uitvoering van "The Armed Man: A Mass for peace" van de Engelse componist Karl Jenkins. Het is een muziekstuk dat ruim twaalf jaar geleden werd geschreven als een aanklacht tegen oorlog en een oproep voor vrede. De uitvoering van zondag was de afsluiting van een project waar een aantal leden en de dirigente van het koor waar we in zingen aan hadden deelgenomen.
Wij kennen grote delen van deze mis goed omdat ze zijn opgenomen in ons koorrepertoire, mooie koorstukken die ook goed "los" gezongen kunnen worden. De complete uitvoering hadden we echter nog niet meegemaakt.
Het bijzondere van dit stuk is dat het bij uitvoering begeleid wordt door filmbeelden. De combinatie van de muziek, de teksten en de indringende beelden van velerlei soorten oorlogsgeweld uit voornamelijk de twintigste eeuw zorgt ervoor dat de boodschap hard binnenkomt bij de kijker/luisteraar. Pacifisten worden vaak als idealistische dromers weggezet, maar bij het zien van de aaneenschakeling van al dat leed en al die ellende die oorlog betekent voor soldaten en burgers, is het afzweren van geweld een logische gevolgtrekking. The Armed Man zou vaste prik moeten zijn in het curriculum voor scholieren van het voorgezet onderwijs, want ondanks alle 'nooit meer' hartekreten van na de Tweede Wereldoorlog is er sindsdien altijd wel ergens in de wereld oorlog geweest, tot op de dag van vandaag.

Wat oorlog doet met gewone mensen werd gedemonstreerd in een aflevering van de uitstekende VPRO tv-serie (wat maakt die omroep toch een belangwekkende documentaires) op zondagavond : 'Langs de grenzen van Turkije'. Verslaggever Bram Vermeulen interviewt een jonge Syriër die als douanier van het vrije Syrië dienst doet aan de grens met Turkije. Het vrije Syrië is een kleine strook land in handen van de strijdende oppositie-milities. De man blijkt een leraar te zijn die voordat hij douanier was zes maanden als sluipschutter heeft gevochten. De verslaggever vraagt of de man zijn werk als leraar mist. Nee, dat niet, hij mist zijn werk als sluipschutter, "omdat je dan wat kan doen voor je land". Op de vraag van Vermeulen of hij zich nog zijn eerste slachtoffer herinnert vertelt de man zonder enige emotie, maar met een flauwe, enigszins triomfantelijke grijns, over de executie van een officier van het Syrische leger die hij moest voltrekken. Volgens de man verdiende de officier de straf omdat hij een misdadiger was en hij, de schutter, volgde slechts een bevel op. Of hij nog wel eens dacht aan zijn eerste dode was de vraag. "Nee".

Het laatste deel van The Armed Man start met enkele gezongen regels uit 'Le morthe d'Arthur' van de 15de eeuwse schrijver Sir Thomas Malory:

Lancelot:
Better is peace than always war
Guinevere:
And better is peace than evermore war


We weten het al zo lang, maar waar blijft die vrede?

zondag 21 oktober 2012

Vlijtig Liesje

Zoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen. Ik moet heel vaak aan dit liedje van Toontje Lager denken uit 1983 als ik weer eens word besprongen door de gedachte aan alles wat ik nu of binnenkort moet doen. Want de dagen zijn te kort en ik heb te weinig tijd, zoals in het bewuste liedje in het refrein wordt gezongen, nadat de zanger alles heeft opgenoemd wat hij nog moet doen.
Om niet te verdrinken in die malende gedachten aan wat er nog gedaan moet worden en het niet bij goede voornemens alleen te laten, hebben M. en ik gisteren alles wat nu toch echt prioriteit heeft op een rijtje gezet. Het is een hele waslijst, door allerlei oorzaken is er veel blijven liggen. Maar nu denken we er de komende maanden tijd voor te hebben en dan helpt zo'n simpel overzichtje op papier enorm, al is het maar om rust in je hoofd te krijgen.

Voorlopig zullen mijn vrije dagen gevuld zijn met het afwerken van de to do list. Heel anders dan de laatste twee weekenden waarin tijd was om onbedaarlijk veel lol te hebben en diepzinnige gesprekken te voeren.
Twee weken geleden was het jaarlijkse familieweekend. Behalve het genieten van de uitwaaimomenten in het Friese Gaasterland


waar de vogels uit je hand eten en ik een naamgenoot tegenkwam,



was er de hilariteit van de zaterdagavond, als de immer fanatieke familieleden in groepen tegen elkaar strijden op leven en dood.










Vorige week ging het er wat minder ruig aan toe tijdens een weekendje Utrecht met vriendinnen, hoewel deze foto anders doet vermoeden.

Wie dit attribuut heeft gevonden zal ik niet verklappen. Wie weet wat het is, mag het zeggen. En ja, ik weet wat het voorstelt, maar wat is het?

En zoals gebruikelijk bij een vrouwenweekend hebben we weer alles besproken wat ons bezighoudt en dat is veel. Alleen zijn we niet toegekomen aan de wellness momenten, die we onszelf vorig jaar hadden beloofd, ter ere van 25 jaar vriendschap. Nog een punt voor het actielijstje.





Met één klusje ben ik alvast begonnen: tijdens het schrijven van dit stukje staat de scanner naast me te zoemen en te ratelen. De eerste 98 dia's van de collectie die mijn ouders niet meer kunnen opslaan in hun nieuwe huis zijn gescand en opgeslagen op de pc. Je moet ergens beginnen.


woensdag 3 oktober 2012

Vertrouwen

Toen ik in juli een paar nieuwe planten in onze achtertuin zette sprak ik op deze digitale plek de hoop uit dat de slakken eerbied zouden hebben voor mijn noeste arbeid. Natuurlijk deden ze dat niet. Slakken hebben nu eenmaal hun eigen taak op deze wereld, namelijk het eten van malse jonge blaadjes waar ze die maar tegenkomen. De goede raad van een collega om koffie rond de nieuwe planten te strooien, teneinde de slijmerige beestjes op afstand te houden, heb ik opgevolgd, echter zonder het gewenste resultaat. Hoewel ik eigenlijk nauwelijks durfde te kijken zag ik tijdens mijn regelmatige rondjes langs de nieuwe planten hoe deze langzaam maar zeker veranderden in rasterwerkjes van louter nerven.

Mijn hoop dat de drie dahlia's dit jaar nog tot bloei zouden komen werd letterlijk in de knop gebroken. De slakken bleken dol op de tere bloemen.

Vorige week werd ik door de natuur, die veerkrachtiger is dan de menselijke geest, teruggefloten. Een grote rode bloem keek me vanuit de tuin uitdagend aan. Nederig ging ik door de knieën om de pracht vast te leggen en ontdekte nog meer knoppen die op het punt staan uit te komen.








Mijn vertrouwen kan niet meer stuk.  Laat nu de herfst maar komen.

 

maandag 17 september 2012

Mode-logica

Twee maal per jaar wordt de wekelijkse zaterdagbijlage van de Volkskrant omgedoopt tot een modespecial. Het bekijken en lezen van die bijlage roept bij mij soms interesse op, maar veelal ook onverschilligheid, of zelfs afgrijzen. Ik heb geen verstand van mode, maar ik weet wel wat ik mooi vind. Wat ik mooi vind is vaak niet in de mode en wat in de mode is vind ik lang niet altijd mooi. De fotoreportages van modeshows waarin graatmagere mannequins ingewikkelde en soms ronduit belachelijke creaties showen, wekken op zijn best lachlust op, maar vaker kan ik enige ergernis niet onderdrukken. Welke vrouw/man heeft een bestaan waarin zij of hij zulke onpraktische kleding kan dragen, en heeft daarbij een portemonnee die dik genoeg is om zulks te betalen? Oké, in die shows gaat het natuurlijk om de ideeën en trends die worden geëtaleerd en die vervolgens door de gewone, lees betaalbare, kledingmerken worden vertaald naar draagbare mode. Maar toch, ik word doorgaans niet geïnspireerd door die sacherijnig kijkende modellen.

Wel leuk om te lezen is het artikel van kunst- en cultuurcritica Wieteke van Zeil getiteld 'Wat je draagt ben je zelf'. Ze beschrijft bijvoorbeeld het fenomeen dat je toch gaat dragen wat er in de mode is en dat je het dan ook nog mooi gaat vinden, ook al weet je ergens in je achterhoofd dat het betreffende kledingstuk je niet staat (te dik/te dun/te oud), of niet praktisch is. Denk aan de legging -inmiddels weer uit-, of aan de puntschoen - die komt er weer aan.
Iedereen kent de schrikreactie van het kijken naar jezelf op oude foto's. Vooral de kleding die je aan had doet je soms de haren te berge rijzen. Zo kwam ik mezelf deze week tegen op een foto uit 1980 (helaas kan ik hem niet laten zien, want onze scanner weigert elke medewerking) in een jurk die ik geheel vergeten was. Nu vind ik het een tamelijk tuttig geval, hij reikte tot flink over de knie, zeker afgezet tegen het feit dat ik op dat moment 21 jaar was. Maar hij zal toen vast niet uit de toon gevallen zijn. Aan de andere kant kan het natuurlijk ook een miskoop zijn geweest, de jurk was tenslotte uit mij geheugen verdwenen.

Veel beter herinner ik mij vier kledingstukken die ik een paar jaar later kocht bij Pauw in de Leidschestraat in Amsterdam. Tot vlak voor die tijd was Pauw een te dure winkel voor mij, maar sinds ik zelf geld verdiende met mijn eerste baan vond ik dat ik daar wel naar binnen mocht gaan. Ik kocht een trui, een rok, een blouse en een broek en ik heb ze jaren gedragen. Zo mooi vond ik ze en zo lang gingen ze ook mee. Zo zag dat er toen uit:

Vanaf die tijd, behalve toen de kinderen klein waren, koop ik liever, wat minder kleding die kwalitatief goed is èn die ik mooi vind. Less is more in dit geval.








Door de modespecial werd ik herinnerd aan een artikel dat ik deze zomer heb gelezen in een ander nummer van het Volkskrant magazine. Daarin werd de Nederlandse uitgave van de internationale bestseller (ik was er niet van op de hoogte) 'La Parisienne' van model en stijlicoon Inès de La Fressange (ik kende haar niet) besproken. Het betreft een handboek om net zo stijlvol door het leven te gaan als voornoemde Française. Deze Inès blijkt een simpel advies te hebben: je hebt niet veel meer nodig in je kledingkast dan de 'magnificant seven'. Te weten:
  • een mannenblazer, check - een vrouwenblazer geïnspireerd op een mannenblazer mag vast ook.
  • een trenchcoat, check
  • een marineblauwe trui, check
  • een tanktop - wat is een tanktop? Het blijkt een shirt zonder mouwen te zijn- check
  • een zwart jurkje, ai, heb ik niet
  • een spijkerbroek, check
  • een leren jasje, oeps, heb ik ook niet
Vijf van de zeven heb ik al, dus dat wordt een makkie komend seizoen. Een little black dress staat al langer op mijn verlanglijstje, die gaat er nu komen, maar dat leren jasje, daar moet ik nog eens goed over nadenken. Met mijn lengte, of liever gezegd het gebrek eraan, wordt een leren jasje al snel een harnas.
Het stijlicoon voegt er nog wel even fijntjes aan toe dat alles van onberispelijke kwaliteit moet zijn. Dat wil zeggen, de trui van kasjmier, de trenchcoat van Burberry in een effen kleur, maar niet beige.
De overige adviezen van de La Fressange klinken me ook als muziek in de oren: draag geen setjes, geen tas met bijpassende schoenen, geen glitter, geen logo's, geen ketting en oorbellen tegelijkertijd, geen T-shirts met grappige prints, geen strokenrok, geen leggings, gebruik nooit roze lippenstift. Alles draait om eenvoud, maar wel dure eenvoud. En eerlijk gezegd hou ik daar wel van.
Zou ik net zo stijlvol als een Française door het leven willen, dan moet ik dus nog wat schaven hier en daar. Als er dan ook maar ruimte overblijft voor onverbeterlijke Hollandse nuchterheid, vind ik het best en komt het nog goed tussen mij en de mode.
 
 

vrijdag 24 augustus 2012

Het nuttige en het aangename


Hoewel ik dagelijks omringd ben door boeken lees ik er te weinig naar mijn zin. Gebrek aan tijd is een van de oorzaken. Tijd heb ik wel als ik in de auto zit, vooral tijdens het woon-werkverkeer. Een uur duurt de dagelijkse rit (heen en terug) en gewoonlijk luister ik dan naar de radio. Mijn favoriete station, Radio 2, wordt steeds minder mijn favoriete station omdat er steeds meer (onnozel) gepraat wordt op de zender in plaats van muziek gedraaid.
De behoefte om af en toe de radio uit te zetten en het verlangen naar meer literatuur brachten mij op het idee om eens uit te proberen of een luisterboek in de auto werkt. Ik nam uit de bibliotheek "Over de liefde" van Doeschka Meijsing mee, voorgelezen door actrice Lineke Rijxman, zeven uur leesplezier. Het beviel goed. Een boeiende roman, uitstekend voorgelezen door een prettige stem in het juiste tempo. Hoewel ik het geluid veel harder moest zetten dan bij de radio kon ik alles goed verstaan. Zelf lezen blijft prettiger, maar een luisterversie is een handig alternatief en na anderhalve week had ik het boek uit. Van te voren had ik nog wat twijfels over de kwestie of ik mijn aandacht voor het verkeer kon combineren met die voor het verhaal, maar dat was geen probleem. Blijkbaar kan een mens toch wel twee dingen tegelijk. 

Enthousiast geworden over de mogelijkheid het aangename met het nuttige te verenigen ben ik nu bezig met een serie hoorcolleges over de stoïcijnse filosofie. De colleges, gegeven door Dr. Miriam van Reijen, bedoeld voor leken, gaan vooral over de praktische toepassing van de ideeën die Epicurus, Seneca, Epictetus, Spinoza en Sartre hebben nagelaten. Naast uitleg van de denkbeelden wordt er ook ingegaan op wat je er in je eigen leven aan kunt hebben, welke levenskunst je aan die filosofen kunt ontlenen. Het is zeker geen gemakkelijke kost, maar door de voorbeelden die Van Reijen geeft wordt het minder abstract.
Zo leer ik dat de vroege Stoïcijnen betoogden dat (negatieve) emoties voortkomen uit onware gedachten. "Mensen lijden niet door de gebeurtenissen en andere mensen, maar alleen door hun eigen opvattingen daarover" zegt Epictetus, wijsgeer in de eerste eeuw na Christus. Kan ik met de uitleg van Van Reijen nog een heel eind meekomen in deze gedachtegang, veel lastiger wordt het als zij Spinoza behandelt en met name zijn ontkenning van het bestaan van de vrije wil. In het korte bestek van het hoorcollege komt de docent snel tot de kern, door voornamelijk die ideeën van de grootste Nederlandse wijsgeer aan te stippen die voor haar betoog in het kader van de stoïcijnse levenskunst van belang zijn. Als ik het goed begrepen heb -het is echt een wonder dat je tegelijk je hersenen kunt laten kraken en op de weg kunt letten- zegt Spinoza dat alles wat wij doen een noodzakelijk resultaat van natuurwetmatigheden is. Je gedrag heeft altijd een oorzaak, we doen iets niet uit vrije wil, maar omdat we niet anders kunnen. Door de voorbeelden die de docente gebruikt klinkt het allemaal best aannemelijk, maar mijn gevoel van eigenwaarde krijgt er wel een knauw van en daarom verzet ik me tegen dit idee van Spinoza. In die zin is het jammer dat het een hoorcollege op cd is, waardoor je niet in discussie kunt gaan of vragen kunt stellen aan de docent.
Als laatste behandelt Van Reijen Sartre en zijn existentialisme en ook dat college, waarvan ik het grootste deel nog moet beluisteren, belooft veel stof tot nadenken te geven.Volgens Sartre is "de mens het product van zijn eigen keuze". Je bestemming en je gedrag zijn niet vooraf aangegeven, maar een resultaat van je keuze, van iets wat uit jezelf komt.
Hoewel het moeilijke kost is vind ik het wel uiterst interessant er kennis van te nemen. Het nodigt ook wel uit om meer te lezen over filosofie in het algemeen. Maar hoe dit college mij gaat helpen "meer greep op het eigen leven te krijgen" zoals in de recensie staat weet ik niet, want voorlopig roept het veel vragen op. Gelukkig was ik ook niet op zoek naar meer greep op mijn eigen leven.
Hoewel, wat heeft mij op het spoor gebracht om naar deze serie te luisteren? Was het mijn vrije wil, of toch een gevolg van voorafgaande gebeurtenissen?

donderdag 2 augustus 2012

Harmonie

Behalve tijdens de Olympische Spelen worden we via de sportprogramma's op televisie zelden getrakteerd op een verslag van een roeiwedstrijd. En dat is jammer, want wat een mooie, televisie-genieke sport is dat. De ranke boten die zich een weg door het water klieven door toedoen van synchroon uitgevoerde slagen van de ingezeten roeiers. Het samenspel van armen en benen en de cadans van het slagentempo, ik zit er van te genieten. Ondanks de spanning die het wedstrijdelement met zich meebrengt heeft het kijken naar een roeiwedstrijd iets rustgevends. Ook werkt het kijken ernaar zeer aanstekelijk. Ik krijg iedere keer zin om me in te schrijven bij een roeivereniging om zelf de schoonheid van het glijden door het water te ervaren. Een belachelijk idee natuurlijk, maar het bekruipt me iedere keer weer. Het lijkt me fijn om deze no-nonsense sport te beoefenen, alleen of in een team.


Vorig jaar zomer las ik de novelle 'Over het water' van H. M. van den Brink. In het verhaal denkt de hoofdpersoon terug aan een mooie warme zomer vijf jaar eerder toen hij zich samen met een maat bekwaamde in het (wedstrijd)roeien. Van den Brink weet de harmonie en het evenwicht dat het roeien teweeg brengt goed over te brengen. Een citaat:
Ik zette krachtiger aan. David volgde. Niets was meer droog. Ik voelde hoe mijn hemd zwaar om me heen rimpelde, ik voelde het water in mijn doorweekte schoenen. Ik zag mijn armen als vanzelf naar voren zwaaien en met een gretigheid die ik nog niet kende de riem in het water zetten. Mijn schouders pakten het gewicht gulzig over en mijn benen zetten onmiddellijk af. Moeiteloos verliet het blad aan het eind van de haal het water en beschreef een perfecte kleine boog tussen borst en knieën. Mijn hoofd leunde een fractie van een ogenblik genietend achterover voor ik, diep adem scheppend, weer achter mijn armen aan naar voren reed. (....) Ik voerde de intensiteit nog iets verder op, zonder nadenken maar op de manier zoals het hoorde, niet door het tempo te verhogen maar door meer kracht te zetten waarna de beweging vanzelf om een hoger tempo vroeg. David volgde. Het was onnatuurlijk stil om ons heen. Het enige wat we hoorden was de allesdoordringende ruis van de regen en daardoorheen, op de voorgrond, het felle tsjak waarmee we het water pakten en het diepere, enigszins holle geluid waarmee onze bladen precies tegelijk het water weer verlieten. (....) Ik stelde me voor hoe de spitse, met koper beslagen punt van onze boot door het water schoot, even duikend op het moment dat wij onze bladen vasthaakten, dan weer schuin omhoog en voorwaarts bewegend, duikend, versnellend. Langs het gras, langs het riet, als een jonge snoek die nu eens niet wil duiken maar vlak onder de waterspiegel achter een prooi aanjaagt die hem niet meer kan ontgaan,vanuit de donkere diepte nagestaard door het gewone volk van traag happende vissen.


 Heerlijk om zo te kunnen roeien, heerlijk om zo te kunnen schrijven.