vrijdag 7 december 2012

Loslopende echtgenoot

Ons huis veranderde vandaag in een thuiswerkplek: zegening van de moderne tijd. Sneeuwval en de waarschuwingen die bevoegde instanties via diverse kanalen over Nederland uitstrooiden gaven de doorslag. M. en ik werkten vandaag vanuit huis, meneer beneden, mevrouw boven.

Nadat ik per mail aan een aantal collega's kond gedaan had van mijn besluit niet af te reizen kreeg ik antwoord van één van hen waaruit een zeker wantrouwen sprak. Haar letterlijke tekst luidde:
Werk ze en denk erom: een kwartier pauze en geen rare fratsen uithalen zoals tussendoor een cake in de oven, plantjes water geven, een loslopende echtgenoot zoenen of wat dan ook.

De zin werd weliswaar afgesloten met een smiley, maar toch. De suggesties die ze opperde zouden nooit in mijn hoofd opkomen. M. daarentegen raakte wel geïnspireerd door haar woorden.
Nieuwe verworvenheden moeten soms wennen. 

woensdag 5 december 2012

Makkers

Zie de maan schijnt door de bomen,
makkers staakt uw wild geraas.
't Heerlijk avondje is gekomen,
't avondje van Sinterklaas.
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard.
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard.
O, wat pret zal 't zijn te spelen
met die bonte harlekijn.
Eerlijk zullen we alles delen:
suikergoed en marsepein.
Maar, o wee, o bitt're smart.
kregen wij voor koek een gard.
Maar, o wee, wat bitt're smart
kregen wij voor koek een gard!
Maar ik vrees niet dat wij klagen;
vader, moeder zijn te goed!
Was het ook niet alle dagen,
meestal waren wij toch zoet.
Ban dus vrij de vrees uit 't hart;
'k wed er ligt geen enk'le gard.
Ban dus vrij de vrees uit 't hart;
'k wed er ligt geen enk'le gard!
Van dit ijzersterke Sinterklaasliedje met die mysterieuze eerste zin zijn vooral de eerste twee verzen bekend. De tekst geeft in zijn simpelheid het wezen van het Sinterklaasfeest aan. Tenslotte is het een moralistisch feest: wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. De roe, in dit liedje gard genoemd, wordt niet meer als dreigmiddel ingezet, als het goed is, maar wel zal hij of zij die 'stout' is geweest het moeten bezuren door middel van een gedicht of een surprise.
Van kinds af aan zijn we gewend om Sinterklaasteksten te zingen waarvan de betekenis er niet zo zeer toe doet, het gaat meer om het gevoel. Wie heeft het nog over makkers, of wild geraas? In de tijd van de maker van dit vers, Jan Pieter Heije, midden 19de eeuw zal het vast net zo bij de tijds geweest zijn als bijvoorbeeld "Ik ben toch zeker Sinterklaas niet" van Kinderen voor kinderen in 1986.


Arts en dichter Jan Pieter Heije, kende ik eigenlijk voornamelijk omdat er een straat naar hem vernoemd is in Amsterdam-oudwest, de buurt waar mijn Opa en Oma woonden en waar mijn vader is opgegroeid. Via Wikipedia kwam ik er achter dat Heije niet alleen 'Zie de maan schijnt door de bomen' heeft geschreven, maar ook andere klassiekers als 'Er zaten zeven kikkertjes', 'Een karretje op den zandweg reed' en 'De zilvervloot'. Dat laatste lied met het volkse refrein

Piet Hein!, Piet Hein!,
Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot
Zijn daden bennen groot
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilveren Vloot!
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot!


staat bol van patriottisme en weemoed om vergane glorie.

Het is een geruststellende gedachte dat dit lied van Heije na 170 jaar nog steeds gezongen wordt om onze sporthelden toe te zingen.

woensdag 14 november 2012

50 tinten herfst



De komst van de herfst begroet ik altijd met gemengde gevoelens. Als prelude op de winter zie ik dit seizoen met lede ogen komen.





















Maar op dagen als vandaag, met veel zon en weinig wind, laat de herfst zich van zijn beste kant zien. Door de laagstaande zon wordt het licht een beetje gefilterd en dat geeft in bos, hei en duin een feest van kleuren. De vallende blaadjes dalen als confetti en maken een zacht tinkelend geluid. Alsof de voorbije zomer nog éénmaal omkijkt en zwaait.


Deze finale van kleur en geur verzoent me met de komst van de winter èn doet me reikhalzend uitkijken naar de lente.










zaterdag 10 november 2012

Zuster Klivia

Deze week overleed één van de helden uit mijn kindertijd, Zuster Klivia, alias Hetty Blok. Zuster Klivia was de daadkrachtige, goudeerlijke figuur uit de legendarische tv serie Ja zuster, Nee zuster die tussen 1966 en 1968 werd uitgezonden. Met het gezin en eventuele aanwezige opa en oma werd er op zaterdagmiddag naar gekeken. Mijn ouders vonden het net zo leuk als mijn zus en ik.
Met Sinterklaas en verjaardagen kregen wij de lp's met de liedjes uit de serie. Er zijn er vier uitgebracht en die hadden we allemaal. Mijn zus en ik draaiden de platen grijs en we kenden alle liedjes uit ons hoofd. Op die manier beleefden we elke aflevering weer opnieuw, met alle spannende gebeurtenissen en verwikkelingen. In een soort mini-playbackshow avant la lettre traden we regelmatig op voor onze ouders en buren (onze Amsterdamse flat had geen schuifdeuren, anders waren we er tussen gaan staan). Voor elk liedje spraken we van te voren een rolverdeling af. De ene keer was ik Gerrit en mijn zus Zuster Klivia, een andere keer was zij buurman Boordevol en ik de ingenieur en omgekeerd.
Zuster Klivia en Gerrit waren de hoofdpersonen en zij namen ook het leeuwendeel van de liedjes voor hun rekening. Met beide kon ik me identificeren. Gerrit was de inbreker, die natuurlijk geen echte boef was, wel een beetje ondeugend, maar met het hart op de goede plaats. Zuster Klivia was de krachtige vrouw die niet alleen Gerrit, maar ook de andere bewoners van het 'rusthuis vol herrie' aan de Primulastraat onder haar hoede nam. Blijkbaar had zij mij zodanig geïnspireerd dat ik voor Sinterklaas een verpleegstersuniform op mijn verlanglijstje zette. De Goedheiligman heeft het gewenste afgeleverd en zo te zien was ik er erg content mee.
 
Eén van mijn lievelingsliedjes uit Ja zuster, Nee zuster is Duifies Duifies, een duet van Zuster Klivia en Gerrit:

Duw niet zo duifies
Dring niet zo duifies,
Iedereen komt aan de beurt,
Niet in mijn oren prikke,
Zijn zulke dommerikke,
Oh wat ben jij mooi gekleurd.

Duifies Duifies kom maar bij Gerritje,
Zal je niet vechten om 1 zo'n erretje,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak,

Douw niet zo Duifies,
Dring niet zo Duifies,
Iedereen krijgt hier toch zat,
Pas op mijn nieuwe sokke,
En niet zo schrokkebrokke,
Jij hebt al zoveel gehad.

Duifies Duifies kom maar bij ons,
Wat een mooie veertjes,
Wat een lekker dons,
Duifies Duifies wat zijn ze mak,
17 Duifies bovenop het dak.

Hetty Blok had, voordat ze de rol van rusthuisverpleegster speelde, al een half acteursleven er op zitten en ook daarna is ze nog lang actief geweest. Voor mij blijft ze echter voor altijd Zuster Klivia.



woensdag 7 november 2012

Vrede

 
Zondag waren M. en ik bij een uitvoering van "The Armed Man: A Mass for peace" van de Engelse componist Karl Jenkins. Het is een muziekstuk dat ruim twaalf jaar geleden werd geschreven als een aanklacht tegen oorlog en een oproep voor vrede. De uitvoering van zondag was de afsluiting van een project waar een aantal leden en de dirigente van het koor waar we in zingen aan hadden deelgenomen.
Wij kennen grote delen van deze mis goed omdat ze zijn opgenomen in ons koorrepertoire, mooie koorstukken die ook goed "los" gezongen kunnen worden. De complete uitvoering hadden we echter nog niet meegemaakt.
Het bijzondere van dit stuk is dat het bij uitvoering begeleid wordt door filmbeelden. De combinatie van de muziek, de teksten en de indringende beelden van velerlei soorten oorlogsgeweld uit voornamelijk de twintigste eeuw zorgt ervoor dat de boodschap hard binnenkomt bij de kijker/luisteraar. Pacifisten worden vaak als idealistische dromers weggezet, maar bij het zien van de aaneenschakeling van al dat leed en al die ellende die oorlog betekent voor soldaten en burgers, is het afzweren van geweld een logische gevolgtrekking. The Armed Man zou vaste prik moeten zijn in het curriculum voor scholieren van het voorgezet onderwijs, want ondanks alle 'nooit meer' hartekreten van na de Tweede Wereldoorlog is er sindsdien altijd wel ergens in de wereld oorlog geweest, tot op de dag van vandaag.

Wat oorlog doet met gewone mensen werd gedemonstreerd in een aflevering van de uitstekende VPRO tv-serie (wat maakt die omroep toch een belangwekkende documentaires) op zondagavond : 'Langs de grenzen van Turkije'. Verslaggever Bram Vermeulen interviewt een jonge Syriër die als douanier van het vrije Syrië dienst doet aan de grens met Turkije. Het vrije Syrië is een kleine strook land in handen van de strijdende oppositie-milities. De man blijkt een leraar te zijn die voordat hij douanier was zes maanden als sluipschutter heeft gevochten. De verslaggever vraagt of de man zijn werk als leraar mist. Nee, dat niet, hij mist zijn werk als sluipschutter, "omdat je dan wat kan doen voor je land". Op de vraag van Vermeulen of hij zich nog zijn eerste slachtoffer herinnert vertelt de man zonder enige emotie, maar met een flauwe, enigszins triomfantelijke grijns, over de executie van een officier van het Syrische leger die hij moest voltrekken. Volgens de man verdiende de officier de straf omdat hij een misdadiger was en hij, de schutter, volgde slechts een bevel op. Of hij nog wel eens dacht aan zijn eerste dode was de vraag. "Nee".

Het laatste deel van The Armed Man start met enkele gezongen regels uit 'Le morthe d'Arthur' van de 15de eeuwse schrijver Sir Thomas Malory:

Lancelot:
Better is peace than always war
Guinevere:
And better is peace than evermore war


We weten het al zo lang, maar waar blijft die vrede?

zondag 21 oktober 2012

Vlijtig Liesje

Zoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen. Ik moet heel vaak aan dit liedje van Toontje Lager denken uit 1983 als ik weer eens word besprongen door de gedachte aan alles wat ik nu of binnenkort moet doen. Want de dagen zijn te kort en ik heb te weinig tijd, zoals in het bewuste liedje in het refrein wordt gezongen, nadat de zanger alles heeft opgenoemd wat hij nog moet doen.
Om niet te verdrinken in die malende gedachten aan wat er nog gedaan moet worden en het niet bij goede voornemens alleen te laten, hebben M. en ik gisteren alles wat nu toch echt prioriteit heeft op een rijtje gezet. Het is een hele waslijst, door allerlei oorzaken is er veel blijven liggen. Maar nu denken we er de komende maanden tijd voor te hebben en dan helpt zo'n simpel overzichtje op papier enorm, al is het maar om rust in je hoofd te krijgen.

Voorlopig zullen mijn vrije dagen gevuld zijn met het afwerken van de to do list. Heel anders dan de laatste twee weekenden waarin tijd was om onbedaarlijk veel lol te hebben en diepzinnige gesprekken te voeren.
Twee weken geleden was het jaarlijkse familieweekend. Behalve het genieten van de uitwaaimomenten in het Friese Gaasterland


waar de vogels uit je hand eten en ik een naamgenoot tegenkwam,



was er de hilariteit van de zaterdagavond, als de immer fanatieke familieleden in groepen tegen elkaar strijden op leven en dood.










Vorige week ging het er wat minder ruig aan toe tijdens een weekendje Utrecht met vriendinnen, hoewel deze foto anders doet vermoeden.

Wie dit attribuut heeft gevonden zal ik niet verklappen. Wie weet wat het is, mag het zeggen. En ja, ik weet wat het voorstelt, maar wat is het?

En zoals gebruikelijk bij een vrouwenweekend hebben we weer alles besproken wat ons bezighoudt en dat is veel. Alleen zijn we niet toegekomen aan de wellness momenten, die we onszelf vorig jaar hadden beloofd, ter ere van 25 jaar vriendschap. Nog een punt voor het actielijstje.





Met één klusje ben ik alvast begonnen: tijdens het schrijven van dit stukje staat de scanner naast me te zoemen en te ratelen. De eerste 98 dia's van de collectie die mijn ouders niet meer kunnen opslaan in hun nieuwe huis zijn gescand en opgeslagen op de pc. Je moet ergens beginnen.


woensdag 3 oktober 2012

Vertrouwen

Toen ik in juli een paar nieuwe planten in onze achtertuin zette sprak ik op deze digitale plek de hoop uit dat de slakken eerbied zouden hebben voor mijn noeste arbeid. Natuurlijk deden ze dat niet. Slakken hebben nu eenmaal hun eigen taak op deze wereld, namelijk het eten van malse jonge blaadjes waar ze die maar tegenkomen. De goede raad van een collega om koffie rond de nieuwe planten te strooien, teneinde de slijmerige beestjes op afstand te houden, heb ik opgevolgd, echter zonder het gewenste resultaat. Hoewel ik eigenlijk nauwelijks durfde te kijken zag ik tijdens mijn regelmatige rondjes langs de nieuwe planten hoe deze langzaam maar zeker veranderden in rasterwerkjes van louter nerven.

Mijn hoop dat de drie dahlia's dit jaar nog tot bloei zouden komen werd letterlijk in de knop gebroken. De slakken bleken dol op de tere bloemen.

Vorige week werd ik door de natuur, die veerkrachtiger is dan de menselijke geest, teruggefloten. Een grote rode bloem keek me vanuit de tuin uitdagend aan. Nederig ging ik door de knieën om de pracht vast te leggen en ontdekte nog meer knoppen die op het punt staan uit te komen.








Mijn vertrouwen kan niet meer stuk.  Laat nu de herfst maar komen.