donderdag 30 januari 2014

Goede voornemens

Tot een paar jaar geleden was de bibliotheek het muurbloempje dat niemand opmerkte en waar zeker niet over gepraat of geschreven werd in de media. De laatste tijd daarentegen mag de branche waarin ik werk zich verheugen over de grote aandacht in de landelijke pers. Onlangs nog een artikel in Vrij Nederland waarin Carel Peeters een pleidooi houdt voor het behoud van de bibliotheek. De aanleiding voor al die belangstelling komt grotendeels voort uit de vraag of er nog een toekomst is voor de bibliotheek en hoe die er dan uit zou moeten zien.

De plaatselijke openbare bibliotheken worden gefinancierd door de gemeente. Gelden uit lidmaatschap en sponsoring zorgen voor ongeveer 20% van de inkomsten, 80% komt van 'gemeenschapsgeld'. Sinds de financiële crisis is vertaald in bezuinigingen op allerlei voorzieningen is ook de bibliotheek de dans niet ontsprongen. In de meeste gemeenten heeft de bibliotheek een kleinere, maar in veel gevallen een forse vermindering van de subsidie aangezegd gekregen. Het opvangen van de teruglopende inkomsten wordt vaak gevonden in het sluiten van vestigingen en het aanpassen van de dienstverlening, door bijvoorbeeld op bepaalde tijden onbemande openingsuren te hanteren. Het mag duidelijk zijn dat deze maatregelen ten koste gaat van de werkgelegenheid in de sector. Vele collega's in het land zagen hun tijdelijke contracten niet verlengd, of werden na lange jaren dienstverband boventallig.
De bezuinigingen werken als kathalysator voor veranderingen in de branche, gedwongen door minder inkomsten moeten er creatieve oplossingen gezocht worden om te overleven. Al langer waren we in bibliotheekland bezig met een herijking van ons werk. Internet, de digitalisering en de enorme concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbeleving hebben gezorgd voor nieuwe initiatieven en voorzichtige innovatie.     
Zo hebben we in de bibliotheek waar ik werk twee jaar geleden besloten om onze dienstverlening aan het basisonderwijs te vernieuwen en aan de slag te gaan met een nieuwe aanpak voor structurele samenwerking, landelijk ontwikkeld als de Bibliotheek op school.
In het kort komt de aanpak neer op doelgerichte samenwerking tussen school en bibliotheek op het gebied van taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen. Het doel is kinderen te stimuleren meer te lezen, op school en thuis, teneinde taalachterstand en op de loer liggende laaggeletterdheid te voorkomen. Bibliotheek en basisonderwijs waren altijd al partners op het gebied van leesbevordering en met de Bibliotheek op school(dBos) gaan we een grote stap verder.

De aanpak is gericht op aantoonbare en meetbare verbetering van lezen,taal en informatie- en mediavaardigheden bij leerlingen. Een school die mee gaat doen aan dBos krijgt onder meer de beschikking over een up to date collectie boeken in school, 120 uur expertise op het gebied van leesbevordering en mediawijsheid door middel van de inzet van een leesconsulent vanuit de bibliotheek en deelname aan de monitor, het meetinstrument voor leesgedrag.
Zelden heeft een goed voornemen zo goed uitgepakt. Vorige week woensdag werd de vierde Bibliotheek op school geopend in Katwijk, de gemeente waar ik werk. En elke keer is het weer een feest om te zien hoe enthousiast de kinderen en leerkrachten zijn als ze ontdekken welke schat ze in huis hebben gekregen.

Deze week organiseerden we in de eerste school die vorig jaar werd aangesloten een inspiratiemiddag voor het onderwijs. We mochten ruim 40 deelnemers verwelkomen die we in een gevarieerd programma lieten kennismaken met de aanpak van de Bibliotheek op school, door middel van een inhoudelijk verhaal en de enthousiaste ervaringen van leerkrachten die al werken met dBos. De reacties van de deelnemers na afloop van de bijeenkomst waren zeer bemoedigend. Er hebben zich al kandidaten gemeld: scholen die vanaf het nieuwe schooljaar graag mee willen doen aan dBos.
Het is fijn om na anderhalf jaar heel hard werken nu te kunnen oogsten. Een grote pluim voor alle collega's die hieraan hebben bijgedragen!

Ondanks bezuinigingen hebben wij ervoor gekozen toch fors te investeren in deze nieuwe aanpak. Omdat het noodzakelijk is kinderen plezier in lezen te laten beleven en om de maatschappelijke meerwaarde van de (fysieke) bibliotheek te versterken. Want bibliotheken zijn onmisbaar, in de woorden van eerder genoemde Carel Peeters: De fysieke bibliotheek is een culturele huiskamer buiten de deur, een openbare plek waar je binnen kunt lopen en in alle rust kennis kunt vergaren. Een hedendaagse agora, ‘het kloppend hart van de kennissamenleving’.
Het zou een mooi item en goed voornemen kunnen worden voor politieke partijen in de komende gemeenteraadsverkiezingen.

maandag 30 december 2013

As time goes by


Er zijn weken, wat zeg ik, maanden dat ik er niet kom, maar vanmorgen moest ik even naar de stomerij om wat kleding weg te brengen. Onlangs had ik in het voorbij fietsen gezien dat de zaak was verhuisd naar een kleiner pand aan de overkant van de straat. Desgevraagd hoorde ik van de medewerker achter de toonbank dat ze al drie maanden op hun nieuwe plek zitten. Ik heb er niets van gemerkt, hoewel ik toch gemiddeld twee maal per week door de winkelstraat in ons dorp fiets, loop of rijd.
Drie maanden, een jaar, het is om voor je het weet. De verjaardag van onze trouwdag gisteren, bracht ons terug naar de late jaren zeventig. 2014 staat al bijna op uitkomen en ik moet er nog aan wennen dat het 2013 is. Het is voor mijn gevoel nog niet zo lang geleden dat we in afwachting waren van een nieuwe eeuw, maar dat ligt inmiddels ook alweer 15 jaar achter ons. Zo aan het eind van het jaar worden mijn gedachten onwillekeurig beheerst door het ongrijpbare van de tijd, een universeel thema dat dichters, schrijvers, filosofen en natuurkundigen al veelvuldig hebben getracht in woorden te vatten. Op het moment dat ik dit schrijf hoor ik in de Top 2000 "Time in a bottle" van Jim Croce - nee, dit verzin ik niet, om een bekende columniste te parafraseren.

Als kind wil je dat de tijd snel gaat. Het kan je niet vlug genoeg gaan om groot te worden, jarig te zijn, school achter je te laten, volwassen te worden. Eenmaal meerderjarig en zelfstandig ben je vaak op zoek naar die fles om de tijd in te stoppen, een rem om af en toe even op te trappen, zodat het wat minder hard gaat.
Het is niet voor niets dat films waarin gespeeld wordt met de dimensie tijd populair zijn ('Back to the future', bijvoorbeeld). Het is verleidelijk om te fantaseren over de mogelijkheid de tijd te kunnen beïnvloeden, waarbij we direct beseffen hoe griezelig dat ook zou kunnen zijn.
Soms vinden we een gat in de tijd als we door muziek, foto's, verhalen of eigen herinneringen even terug gaan in de tijd. Gisteren gebeurde dat toen onze zoons de foto-albums bekeken van hun 35 jaar geleden overleden Opa, die ze nooit gekend hebben. Mijn schoonmoeder had ze voor ze meegenomen, het zijn albums uit de tijd dat mijn schoonvader als jonge man in Indonesië verbleef vanwege de politionele acties. Veel foto's heeft hij van commentaar voorzien, wat voor onze jongens de gelegenheid bood om een beetje kennis te maken met hun onbekende Opa. Om ook te ontdekken dat hun Opa tijdens zijn verblijf in 'Indië' jonger was dan onze jongste zoon (27 jaar) nu.

Dit jaar is voor mijn gevoel in een flits voorbij gegaan en werd gekenmerkt door "te weinig tijd". Te weinig tijd om te schrijven voor dit blog, te weinig tijd om een goed boek te lezen, te weinig tijd om onze langeafstandswandeling af te ronden, te weinig tijd om naar het (Rijks)museum te gaan.
Is dat erg? Nee, er zijn nu eenmaal perioden dat je zo in beslag wordt genomen door je werk, of door andere besognes dat je al je aandacht daarvoor nodig hebt. Zolang je maar zorgt dat er evengoed voldoende ontspanningsmogelijkheden zijn (voor mij: zingen, volleyballen, tennissen, yoga) kun je het gebrek aan tijd relativeren.
Want tijd is een relatief begrip. Hoewel ik de relativiteitstheorie nog steeds niet helemaal snap, zelfs niet als die wordt uitgelegd door mijn favoriete wetenschapper Robbert Dijkgraaf, weet ik wel dat onze tijdbeleving relatief is. Het is de kunst de onbekende zee van tijd die voor je ligt op je eigen wijze in te vullen en te beleven, met oog voor je omgeving. Die kunst probeer ik me ook in 2014 verder eigen te maken.
Veel of weinig tijd, maak er wat van. Gelukkig Nieuwjaar!
    
 
 

donderdag 7 november 2013

Shame, shame, shame

In de zomer van 1970, ik was 11 jaar, stond de single 'Huilen is voor jou te laat' van Corry en de Rekels wekenlang in de top 40. Mijn zus en ik volgden wekelijks de verschuivingen in de top 40, de hitparade die elke zaterdag door Radio Veronica werd uitgezonden. We haalden bij de plaatselijke platenboer een gedrukt exemplaar van de singlelijst, zodat we goed voorbereid waren voor het zaterdagmiddagritueel.


Dankzij de lijst wisten we wanneer de radio harder kon en op welk moment het geluid beter even tijdelijk weggedraaid moest worden. 'Huilen is voor jou te laat' viel in de laatste categorie. Het Nederlandse levenslied was niet aan onze jonge oren besteed. Wekenlang stond dat verdraaide nummer in de top 40. Was het nummer de ene week een paar plaatsen in de lijst gezakt, de week daarop klom het weer op en dat ging zo week in week uit door, tot onze grote ergernis. Zo jong als ik was, kon ik het amper verdragen het nummer uit te luisteren. En nog steeds kan ik niet zo goed tegen smartlappen van Nederlandse bodem.

Alex Roeka vertolkte het bewuste lied deze week in 'De Wereld Draait Door' in de nieuwe rubriek die het tv-programma sinds kort met regelmaat opvoert: de guilty pleasure. Bekende (pop)muzikanten wordt gevraagd een lied ten gehore te brengen waar ze heimelijk van houden, maar zich eigenlijk voor schamen, omdat het niet strookt met de goede smaak (een guilty pleasure dus). Dat levert verrassende keuzes en soms mooie momenten op. De manier waarop Roeka het door mij verachte nummer, geschreven door Vader Abraham, liet klinken, heeft me ruim veertig jaar na dato enigszins verzoend met deze monsterhit uit de Nederlandse hitgeschiedenis.

Mijn eigen guilty pleasure is nota bene ook een soort smartlap, maar dan van Duitse makelij. 'Du' van Peter Maffay uit 1971 was ook een grote hit. Het singletje heb ik indertijd gekocht en vanzelfsprekend kon (kan) ik de tekst woord voor woord meezingen. En hoewel ik pas twee jaar later Duits kreeg in de tweede klas Atheneum wist ik best wel waar het liedje over ging. Waarom ik voor dit nummer als een blok viel weet ik eigenlijk niet. Het had in ieder geval niets te maken met de zanger, die vond ik niet bepaald aantrekkelijk. In tegenstelling tot het meisjesidool van die tijd bij uitstek, David Cassidy, waar ik wel bij weg zwijmelde. Maar wie kent hem nu nog?
Het intro van 'Du' vind ik nog steeds onweerstaanbaar, de radio gaat onmiddellijk harder. Verder is het tempo een succesfactor, het is een perfecte 'slijpplaat'. Op de, onschuldige, maar wel zeer serieuze feestjes van de zesde klas lagere school, kon je op dit nummer prima langzaam dansen, dicht tegen je danspartner aan, slijpen of schuifelen noemden we dat. En dan natuurlijk de tekst van 'Du', een ultieme liefdesverklaring:

Seit wir uns kennen ist mein Leben bunt und schön
Und es ist schön nur durch dich
Was auch gescheh'n mag, ich bleibe bei dir
Ich lass' dich niemals im Stich


Hoezo zou ik me moeten schamen voor dit geweldige nummer?
Zo, ik ben uit de kast gekomen. Nu wil ik graag weten welk plaatje jouw guilty pleasure is. Kom maar door.


woensdag 23 oktober 2013

Onvermijdelijk








Binnen probeer ik met floxen en monnikskap de zomer nog krampachtig vast te houden.













Buiten vecht het laatste blaadje aan de toverhazelaar voor zijn leven.













Hoewel het nog niet koud is, warm zelfs voor de tijd van het jaar, is het onmiskenbaar herfst. Dat ruik ik en dat zie ik aan wat er op de grond ligt, onder het open slaapkamerraam.





Het is onafwendbaar, ik wil er alleen nog niet aan.

maandag 21 oktober 2013

Klik

Eindelijk was het er van gekomen om de vakantiefoto's uit te wisselen. Correctie, mijn schoondochter had drie weken geleden al haar foto's van onze gezamenlijke vakantie in september doorgestuurd. Afgelopen weekend kon ik mijn belofte om de onze te sturen, ook inlossen.
Behalve dat het heel gezellig is om na jaren weer eens met je kinderen op vakantie te gaan levert het ook leuke portretten op die je niet zo makkelijk maakt als je met z'n tweeën op pad bent.




 
 
Bij het bekijken van al die foto's valt me op dat het fotograferen van de fotograaf een terugkerend item was in onze vakantie.
 
 


                                          Vanuit deze positie levert het dit op:

 
 
Over terugkerende thema's gesproken, Salsa, de communicatieve en aanhalige buurtpoes was ook niet voor de lens weg te slaan.



 


woensdag 11 september 2013

Oorlog: groeten uit Normandië, deel 2


Als je in Normandië bent ontkom je niet aan de herinnering aan D-Day, 6 juni 1944, de landing van de geallieerde troepen op de Normandische stranden. Operation Overlord, zoals de codenaam luidde voor de invasie, was het begin van de bevrijding door de geallieerden van het door Duitsland bezette West-Europa. Films als 'The Longest Day', 'Saving Private Ryan' en 'Band of Brothers' hebben er mede voor gezorgd dat dit stuk oorlogsgeschiedenis bij een groot publiek bekend is.

Onderdeel van de Mulberryhaven in Arromanches
Pegasusbridge bij Ouistreham

De invasiestranden, de overblijfselen uit de strijd, talloze monumenten, musea en erebegraafplaatsen zijn een ware toeristische trekker in deze streek van Frankrijk. Met name Engelsen en Amerikanen kom je in grote getale tegen bij de diverse 'attracties'. Als ergens de herinnering aan en de dankbaarheid voor de bevrijding zichtbaar is en de noodzaak van vrede wordt uitgedragen is het wel hier, waar iedere gemeente een partner-gemeente heeft in Engeland en/of Duitsland.
 
Wat vooral indruk maakt is het contrast tussen het vredige lieflijke landschap - met uitzicht op zee -op een zomerse dag, en de voorstelling die je je kunt maken (en die je ook ter plekke kunt zien op foto's en films in de musea) van de chaos, de puinhopen en het verderf dat oorlogsgeweld met zich meebrengt.


Duitse bunkers
uitzicht vanuit de bunker
 
De met militaire precisie onderhouden Amerikaanse erebegraafplaats in Colleville-sur-Mer is zo'n plek waar de tegenstelling tussen het leed dat oorlog heet en de onschuld van het landschap je bij de kladden grijpt. Elk kruis vertegenwoordigt het onpeilbare verdriet van de achterblijvers om het verlies van een zoon, broer, echtgenoot of vader. En op de achtergrond de blauwe zee.
Hoewel hier de overwinnaars (terecht) geëerd worden, dringt de gedachte zich op aan al die slachtoffers van alle oorlogen die gevoerd zijn en gevoerd worden.
 
 
Volgend jaar is het 70 jaar geleden dat de invasie plaatsvond. Die herdenking werpt zijn schaduw al vooruit in de vorm van folders waarin je wordt aangespoord om alvast je vakantie naar Normandië te boeken. Herdenken en het verhaal doorvertellen aan latere generaties is goed. Met de commerciële uitbating blijf ik moeite houden, zolang het verschijnsel oorlog nog niet is gereduceerd tot een computergame. 






zondag 8 september 2013

Rust en ruimte; groeten uit Normandië, deel 1

Van 24 augustus t/m 7 september hebben we, de laatst tien dagen in gezelschap van onze oudste zoon en schoondochter, van een heerlijke nazomervakantie genoten in Normandië. Ons huisje had geen wifi, of andere internetverbinding en zodoende waren we twee weken verstoken van invloeden uit de 'buitenwereld'. Daarom nu de berichten na thuiskomst.



Het landschap in de Calvados streek is niet spectaculair. Geen bergtoppen en geen diepe dalen, bijzondere bloemen of planten tref je niet aan. Het is voornamelijk een landbouwgebied bestaande uit uitgestrekte velden, waar diverse granen worden verbouwd en sappige groene weiden, waar koeien en paarden grazen. Daartussenin de typische Franse dorpjes en gehuchten waar al het leven lijkt te zijn verdwenen. Je ziet bijna geen mensen op straat, de weinige winkels die er ooit waren zijn al lang gesloten, er is hooguit nog een bakker over. Wat is gebleven zijn de Mairie - gevolg van de nauwelijks te bevatten Franse bestuurlijke indeling van het land -, een gedenkmonument voor de gevallenen in ‘la grande guerre’ en een (meestal Romaanse) kerk.







Toch is het aantrekkelijk om hier te wandelen. Het lopen van dorpje naar gehuchtje krijgt iets meditatiefs, je wordt niet afgeleid door grootse elementen die om aandacht vragen. De aanwezigheid van veel holle wegen, onderdeel van het zogenaamde bocagelandschap bevestigt dit gevoel van contemplatie. Je verdwijnt op zo’n pad in het landschap, je gaat er in op.



 
 
 
We wonen tijdelijk in de ‘vallée de la seulles’, onderdeel van de Bessin, de streek rondom Bayeux. Ieder riviertje hier, hoe smal en onbetekenend ook, wordt beloond met een eigen vallei. En als je door het landschap wandelt zie je de lichte glooiingen van de dalletjes beter dan vanuit de auto en je voelt ze in je kuitspieren als je stijgt en daalt. Al wandelend volgen we deze stroompjes, zoals la Seulles, la Drôme, la Mue, l’Aure, of steken ze over via houten, ijzeren of stenen bruggetjes.

 
 
 
 
 
 
Ook dik gezaaid en een leuke verrassing tijdens de wandeling, zijn de ‘chateaux’. Her en der kom je ze tegen, de manoirs, de herenhuizen en echte kastelen. Een huis van 150 jaar of ouder met meer vertrekken dan een gewoon woonhuis heet al snel chateau. Sommige zijn in gebruik als restaurant, hotel of chambres d’hotes, andere kunnen bezichtigd worden, maar de meeste zijn nog als woonhuis in gebruik en als zodanig niet te bezoeken.
 
En dan zijn er nog de talloze kerken, klein en groot, mooi gerestaureerd, of tot ruïne vervallen en altijd voorzien van een kerkhof waar de zerken soms zo oud zijn dat de namen van de overledenen zijn vervaagd.
 
 
 
 
 
 
 
  
 Deze omgeving zou je in een aantal opzichten saai kunnen noemen. Het is een saaiheid die we nu voor een tijdje heel prettig vinden. Even terug naar eenvoudig, alleen maar lopen en daarvan genieten en van wat je onderweg ook maar tegenkomt. 
 
 
Dat het hier vanuit een ander, historisch, perspectief verre van saai is, wordt in de vervolgdelen van deze groeten uit Normandië nog wel duidelijk.