Volgens een bericht in 'de Volkskrant' van vandaag vormen de grote hoeveelheden vogels op en rond Schiphol een onaanvaardbaar risico voor het vliegverkeer. Het verbaast me niets. Deze zomer maakten wij een fietstochtje dat ons onder andere bracht naar een, overigens mooi, gebied in de buurt van de polderbaan, de nieuwste start- en landingsbaan (2003) van de almaar uitbreidende luchthaven. Tot onze verrassing troffen wij onder de bulderende vliegtuigen drie ooievaars in het weiland aan.
De terugkeer van deze sierlijke vogels in het Nederlandse landschap is een mooi voorbeeld van een geslaagde vorm van vogelbescherming en nog steeds maakt een lichte opwinding zich van mij meester als ik ze 'in het wild' tegenkom. Maar dat ze doodgemoedereerd aan het foerageren waren, letterlijk onder de rook van aanvliegende Boeings, dat vind ik vanuit vogel standpunt toch wel het toppunt van aanpassing.
Het is duidelijk dat de huidige situatie gevaarlijk is voor mens en vogel. In 2010 kon de bemanning van een vliegtuig dat was getroffen door een in de motor vliegende gans na tien benauwde minuten het toestel weer veilig aan de grond zetten. Het is eigenlijk een wonder dat het niet vaker mis gaat.
Staatssecretaris Atsma pleit er nu voor de ganzen -andere vogels vormen geen gevaar?- in de buurt van Schiphol te vergassen! Een meerderheid van de Tweede Kamer wil eerst op zoek naar een diervriendelijker manier om het probleem op te lossen. Ik hoop voor alle gevederden in deze regio dat het zal lukken, zodat ze niet definitief worden verdreven door die andere vogels.
woensdag 30 november 2011
zondag 20 november 2011
Goed nieuws
Stel je voor je woont in een bergdorpje op zo'n 1.000 meter hoogte, in de diepe vallei van Antrona - Italiaanse Alpen. Stel je dan ook voor dat dit dorpje tussen zulke hoge hellingen ligt dat het 83 dagen per jaar verstoken blijft van direct zonlicht. En stel je ten slotte voor dat alle jonge mensen weg trekken uit het gehucht en alleen de ouderen overblijven. Drie maanden lang kou en duisternis. Het lijkt mij iets om jaarlijks meer tegenop te zien.
Maar stel dan dat er iemand in het dorp is die het er niet bij laat zitten. Die niet alleen eerste burger is, maar zich ook als zodanig gedraagt. Die namelijk zijn taak als hoeder en belangenbehartiger van zijn burgers serieus neemt. In 1999 beloofde burgemeester Midali de inwoners van Viganella zonlicht. Een even simpel als geniaal idee had hij: er moest een reuzespiegel komen op de noordhelling van de berg bij Viganella, 500 meter boven het dorp. Het duurde zeven jaar voordat alle bezwaren om het plan tot uitvoer te brengen waren overwonnen, maar eind 2006 kon de enorme computergestuurde spiegel van 8x5 meter in gebruik genomen worden. Sindsdien valt er ook tussen 11 november en 2 februari zonlicht op de huizen, de pleintjes en de mensen van Viganella. Het bijzondere staaltje van vernuft en doorzettingsvermogen kan inmiddels rekenen op veel belangstelling, niet in de laatste plaats van bestuurders uit dorpjes, wereldwijd, die in een vergelijkbare situatie als Viganella verkeren.
De Nederlandse fotograaf Niels Stomp maakte foto's van het dorp en publiceerde ze in zijn boek "83 Days of Darkness" dat dit jaar verscheen. Een artikel in 'de Volkskrant' van 15 november naar aanleiding van dit boek trok mijn aandacht. Wat mij betreft een oase van goed nieuws tussen alle sombere berichten over de slechte economische situatie in (Zuid) Europa.
Maar stel dan dat er iemand in het dorp is die het er niet bij laat zitten. Die niet alleen eerste burger is, maar zich ook als zodanig gedraagt. Die namelijk zijn taak als hoeder en belangenbehartiger van zijn burgers serieus neemt. In 1999 beloofde burgemeester Midali de inwoners van Viganella zonlicht. Een even simpel als geniaal idee had hij: er moest een reuzespiegel komen op de noordhelling van de berg bij Viganella, 500 meter boven het dorp. Het duurde zeven jaar voordat alle bezwaren om het plan tot uitvoer te brengen waren overwonnen, maar eind 2006 kon de enorme computergestuurde spiegel van 8x5 meter in gebruik genomen worden. Sindsdien valt er ook tussen 11 november en 2 februari zonlicht op de huizen, de pleintjes en de mensen van Viganella. Het bijzondere staaltje van vernuft en doorzettingsvermogen kan inmiddels rekenen op veel belangstelling, niet in de laatste plaats van bestuurders uit dorpjes, wereldwijd, die in een vergelijkbare situatie als Viganella verkeren.
zaterdag 12 november 2011
Magic
Net na het ontbijt in de gezamenlijke ruimte wordt zwager C. door een van zijn zonen op de hoogte gebracht van het feit dat de deur van het appartement waar zij en wij onze slaapkamers hebben is dichtgewaaid, met de sleutel in het slot aan de binnenkant van de deur. Er blijkt geen reservesleutel te zijn en de eigenaar van het pand zit in Frankrijk en ook de sleutelbewaarder is niet thuis. Zeven personen zijn met een windvlaag afgesloten van hun kleding, tassen, portemonnees, telefoons, hun hele hebben en houwen. Het vooruitzicht van een hele zondag binnen zitten en wachten op betere tijden staat ons in het geheel niet aan en dus wordt het pand aan een inspectie onderworpen die zicht moet bieden op inbraak mogelijkheden. Er wordt een gammele houten trap gevonden die bij lange na niet hoog genoeg is om rechtstreeks bij het op een klein kiertje openstaande kantelbare slaapkamerraam te komen. Er ligt nu nog een gapend gat tussen de ladder en de ook niet al te stevig ogende dakgoot. Neef O. raakt door deze uitdaging pas goed in zijn element, want hij is letterlijk niet voor een gat te vangen. Het is bijzonder jammer dat mijn fototoestel in het onbereikbare appartement ligt, want wat had ik zijn acrobatische actie graag willen vastleggen. Vanaf de door de zwagers gestutte trap neemt O. een snoekduik en in een oogwenk is het hele lange lijf, als was het een act van Hans Klok, in het geopende raam verdwenen. Als hij in plaats van zijn zeer korte coupe ook de wapperende manen van Klok had gehad, dan was de vergelijking met de illusionist compleet geweest, want er stond daarbuiten een forse wind.
Het Zeeuwse weekend voltrekt zich verder zoals gebruikelijk, maar voor altijd heb ik de door het raam verdwijnende benen van O. op mijn netvlies.
Vandaag is Sinterklaas aangekomen in Nederland. Als hij nog een Piet tekort komt heb ik wel een tip voor hem.
zondag 30 oktober 2011
Rose is a rose is a rose
Elke keer als ik de vaas terug op tafel zet stop ik mijn neus in een van de rozen. Het gaat vanzelf, ik moet gewoon even ruiken. Het komt niet zo vaak voor dat rozen die niet meer aan de struik zitten zo lekker ruiken! Eigenlijk koop ik bijna nooit meer rozen, omdat ze dus niet geuren, maar ook omdat de kwaliteit steeds vaker te wensen overlaat. De knoppen komen niet uit, de kopjes gaan hangen, of de bloemblaadjes worden voortijdig bruin. Niets is zo armetierig als een bos (half) verlepte bloemen. Maar deze prachtige rode rozen zijn gelukkig een uitzondering. Ik kocht ze voor M. die deze week jarig was. En het leuke van bloemen geven aan je partner is, dat je er zelf ook van kan genieten. En dat doe ik dan ook met volle teugen.
Omdat ik de geur van de rozen niet mee kan sturen met dit stukje probeer ik hem in woorden te vangen, maar het lukt me niet. Ik kom niet veel verder dan: zoet, zomers, bloemig(wat een vondst!), fris. Het is natuurlijk ook de omgekeerde wereld: de geur van een roos te benoemen. De odeur van een roos of een andere bloem wordt juist gebruikt om aan te geven waar bijvoorbeeld een parfum naar ruikt, of het bouquet van een wijn. In mijn zoektocht naar het wezen van de geur van de roos stuit ik op Shakespeare die Julia tegen Romeo laat zeggen:
"What's in a name? that which we call a rose
By any other name would smell as sweet"
Hetgeen zoveel lijkt te betekenen als: wat iets (of iemand) is maakt uit, niet de naam van het beestje.
Het lijkt in tegenspraak met een ander citaat uit de literatuur, in het gedicht Sacred Emily van Gertrude Stein:
"Rose is a rose is a rose is a rose".
Met andere woorden: de dingen zijn zoals ze zijn.
Of ik van deze twee literaire grootheden veel wijzer ben geworden weet ik niet, maar laat ik het hier op houden: een roos ruikt als een roos en daarom noemen we het een roos en zelfs als we het anders noemen blijft de geur even heerlijk.
Ik geloof niet dat ik voor filosoof in de wieg gelegd ben.
zondag 23 oktober 2011
Koeien, vlaaien en terrassen
Als ik de foto's van het vorig weekend bekijk valt het me op dat er drie onderwerpen veelvuldig zijn vastgelegd. Wandelende vrouwen, koeien en zonnige terrasjes. Dat krijg je als je met een groep vriendinnen op pad bent in Zuid-Limburg en het is prachtig weer. Na een aantal jaren zonder weekend weg was het er eindelijk weer van gekomen. We kennen elkaar al een slordige 25 jaar en in die tijd zijn we bijna ieder jaar met elkaar weg geweest. Ooit begonnen we 's zomers met een week kamperen, zonder onze mannen, maar met de kinderen, die nog zeer jong waren. Het waren geweldige weken, maar je rustte er niet echt van uit. Het was af en toe meer een werkkamp, vooral als alle monden gevoed moesten worden. Maar de avonden waren voor ons, als eindelijk alle kinderen in bed lagen.
Later vonden we dat we er ook wel eens een weekendje op uit mochten met alleen de zorg voor onszelf. Dat was echt luxe: twee of drie dagen lang lekker doen waar we zin in hadden. We kozen een doel dat relatief dichtbij en betaalbaar was, van Antwerpen tot Zutphen en van Groningen tot Maastricht.
Inmiddels zijn drie van ons al oma en zitten we in een hele andere fase, waarin de lichamelijke ongemakken af en toe de dienst uitmaken. Het maakt voor de vriendschap en de lol die we hebben niet uit. Er is natuurlijk in ieders leven het nodige gebeurd in de afgelopen kwart eeuw en hoewel we de deur niet plat lopen bij elkaar wordt het lief en leed altijd gedeeld. Naar aanleiding van een film die we een keer gezien hebben over een groep vriendinnen is er zelfs een staande uitdrukking voor ontstaan. Degene die de afgelopen periode de meeste ellende heeft meegemaakt krijgt de spreekwoordelijke brownie als troost.

Hoewel we alle vijf gevormd zijn door de tweede feministische golf en we over veel politieke zaken dezelfde ideeën hebben zijn we toch verschillend genoeg, qua karakter en interesses, om voldoende gespreksstof te hebben. Onze gesprekken zijn doorgaans een aangename mix van luchtigheid, lol en ernst. En wie denkt dat zo'n vrouwenclubje garant staat voor gekonkel, jaloezie en intriges komt van een koude kermis thuis. Het is ons nog steeds niet gelukt om ruzie te krijgen. Heel saai inderdaad, maar bij ons werkt het nu eenmaal zo. Gekscherend hebben we wel eens zitten fantaseren over onze oude dag, als we alle vijf alleen zijn overgebleven (statistisch gezien niet ondenkbaar), om dan een soort bessencommune te vormen.
Eerst gaan we volgend jaar uitgebreid stilstaan bij ons 25-jarig jubileum als 'vrouwengroep'. We hebben al gebrainstormd wat we allemaal gaan doen in het weekend in 2012. Het thema wordt 'Health' en we weten ook al waar we naar toe gaan: het altijd swingende Zeeland. Komt die bessencommune toch wel ineens dichtbij. Nu ja, zolang er maar zonnige terrassen zijn en koeien natuurlijk, hoewel ik nog steeds niet weet waarom we steeds met die beesten op de foto moesten.
![]() |
| 1988 |
Later vonden we dat we er ook wel eens een weekendje op uit mochten met alleen de zorg voor onszelf. Dat was echt luxe: twee of drie dagen lang lekker doen waar we zin in hadden. We kozen een doel dat relatief dichtbij en betaalbaar was, van Antwerpen tot Zutphen en van Groningen tot Maastricht.
Inmiddels zijn drie van ons al oma en zitten we in een hele andere fase, waarin de lichamelijke ongemakken af en toe de dienst uitmaken. Het maakt voor de vriendschap en de lol die we hebben niet uit. Er is natuurlijk in ieders leven het nodige gebeurd in de afgelopen kwart eeuw en hoewel we de deur niet plat lopen bij elkaar wordt het lief en leed altijd gedeeld. Naar aanleiding van een film die we een keer gezien hebben over een groep vriendinnen is er zelfs een staande uitdrukking voor ontstaan. Degene die de afgelopen periode de meeste ellende heeft meegemaakt krijgt de spreekwoordelijke brownie als troost.
Hoewel we alle vijf gevormd zijn door de tweede feministische golf en we over veel politieke zaken dezelfde ideeën hebben zijn we toch verschillend genoeg, qua karakter en interesses, om voldoende gespreksstof te hebben. Onze gesprekken zijn doorgaans een aangename mix van luchtigheid, lol en ernst. En wie denkt dat zo'n vrouwenclubje garant staat voor gekonkel, jaloezie en intriges komt van een koude kermis thuis. Het is ons nog steeds niet gelukt om ruzie te krijgen. Heel saai inderdaad, maar bij ons werkt het nu eenmaal zo. Gekscherend hebben we wel eens zitten fantaseren over onze oude dag, als we alle vijf alleen zijn overgebleven (statistisch gezien niet ondenkbaar), om dan een soort bessencommune te vormen.
Eerst gaan we volgend jaar uitgebreid stilstaan bij ons 25-jarig jubileum als 'vrouwengroep'. We hebben al gebrainstormd wat we allemaal gaan doen in het weekend in 2012. Het thema wordt 'Health' en we weten ook al waar we naar toe gaan: het altijd swingende Zeeland. Komt die bessencommune toch wel ineens dichtbij. Nu ja, zolang er maar zonnige terrassen zijn en koeien natuurlijk, hoewel ik nog steeds niet weet waarom we steeds met die beesten op de foto moesten.
zondag 9 oktober 2011
Tartufo
Wat moet je berichten over een bezoek aan Rome? Alles is al over die stad geschreven, in veelal lyrische bewoordingen. De pracht van de kunst uit al die eeuwen, de rijkdom, de overvloed, de drukte, de parken, het verkeerslawaai, La Dolce Vita, het is allemaal even verpletterend. Op het netvlies verschijnen nog dagen lang, alsof het foto's zijn, allerlei beelden van gebouwen, opgravingen, fresco's, schilderijen, mozaïeken, obelisken, fonteinen, overvolle bussen en metro's en drommen mensen. Weer terug met beide benen in de Hollandse klei is wel even wennen. Wat is het dan leuk als een reisgenoot je een foto stuurt van een moment dat je je vooral bezighoudt met banale behoeften. Niets hogere kunst, maar wel de beste Tartufo van Rome bij Tre Scalini op het Piazza Navona.
Voor M. moet ik er bij vermelden dat hij ondanks deze calorieënbom toch nog anderhalve kilo is afgevallen in een krappe week Rome. Wat zo'n stad al niet met je doet.
Voor M. moet ik er bij vermelden dat hij ondanks deze calorieënbom toch nog anderhalve kilo is afgevallen in een krappe week Rome. Wat zo'n stad al niet met je doet.
woensdag 28 september 2011
Milieuheilige
Bij de drogist is een oude dame voor mij aan de beurt. Ze staat op het punt het product dat ze heeft uitgezocht af te rekenen als de verkoopster een verpakte zeepdispenser te voorschijn haalt. "De eerste 50 klanten van vandaag mag ik dit cadeau geven" zegt de vrouw achter de toonbank blijmoedig. "Het is een zeephouder met een batterijtje en u hoeft alleen maar uw handen eronder te houden, dan komt er vanzelf precies voldoende zeep uit om de handen te wassen". "Dat is dus zeer handig en hygiënisch" voegt ze er wervend aan toe. De oude dame kijkt eens naar de gulle gift, maar besluit hem niet aan te nemen. "Weet u", zegt ze vriendelijk maar beslist, "ik heb er geen plaats voor, ik hoef hem niet". "Jammer, nou dan wil die mevrouw achter u hem vast wel hebben" antwoordt de verkoopster monter en ze maakt een beweging met haar hoofd in mijn richting. Intussen wordt ik al geholpen door haar collega die juist het door mij bestelde artikel onder de toonbank vandaan haalt. Bij het afrekenen herhaalt zich het ritueel van even daarvoor en wordt mij het geschenk in het vooruitzicht gesteld. Helaas voor deze verkoopster zal ook ik het nutteloze voorwerp niet in ontvangst nemen. Ik leg haar uit dat ik er op tegen ben om apparaten op batterijen te gebruiken, die wat mij betreft overbodig zijn. Een zeepdispenser met een drukpompje voldoet prima en is net zo makkelijk en hygiënisch als een die door een milieubelastende batterij wordt aangedreven. De jonge verkoopster kijkt me niet begrijpend aan. Zou ze weten wat het gebruik van batterijen en milieuvervuiling met elkaar te maken hebben vraag ik met licht verontrust af. Om niet ondankbaar over te komen zeg ik haar dat ik het leuk vind om als klant een cadeautje te krijgen, maar dat ik niet begrijp waarom voor dit soort nutteloze producten wordt gekozen. "Tsja", zegt het meisje enigszins uit het veld geslagen,"daar kan ik ook niets aan doen". Nu ik toch al niet meer in aanmerking kom voor het etiket 'leukste klant van de ochtend', besluit ik mijn punt volledig af te ronden. Ik opper dat ze mijn bezwaar misschien kan doorgeven aan de verantwoordelijken. De verkoopster geeft geen sjoege meer op mijn laatste opmerking en is al bezig de artikelen in een plastic draagtasje te stoppen. Nu ga ik alweer haar goede bedoelingen dwarsbomen, want dat tasje wil ik ook al niet, ik heb immers een fietstas bij me.
Als ik de winkel uitloop vraag ik me af of ik nu een milieufanaticus ben. Nee, dat ben ik niet, volgens mij. Ik gebruik heus wel batterijen, ik rijd auto, over een paar dagen stap ik (voor het eerst sinds 12 jaar) weer in een vliegtuig en 's winters zet ik de verwarming een half graadje hoger als ik het koud heb. Maar ik erger me aan zogenaamd leuk bedoelde acties van reclame- en marketingjongens en -meisjes die proberen een product 'in de markt te zetten' waar de consument niet om gevraagd heeft. En als dat dan ook nog onnodig veel milieuschade veroorzaakt vind ik het nog irritanter.
Een ander voorbeeld hiervan kreeg ik een paar maanden geleden in de brievenbus. Een kartonnen kaart op A-4 formaat met een plastic hoesje er omheen. Op de kaart staat: 'Een kaartje van Unox omdat je het zo druk hebt'. Vouw je de kaart open dan krijg je de schrik van je leven, want er begint ineens een reclamedeuntje te spelen. Vervolgens vertelt een stem je dat je ondanks een druk leven toch een gezonde maaltijd (met groenten!) in een handomdraai op tafel kunt zetten dankzij Unox. Als aanmoediging zit er een coupon bij waarmee je 50 % korting krijgt op een Unox Soep in Zak.
Achterop de kaart vermeldt Unilever Nederland het volgende: 'Dit product bevat een batterij. Graag dit product bij gescheiden afval deponeren'. Aan alles is gedacht: de milieuorganisaties kunnen niet bij Unielever klagen over onzorgvuldigheid. Maar ik zit als goedwillende afvalscheider met een probleem. De kaart kan niet bij het oud papier en hij past ook niet in de batterijenbak.
Wat een verspilling voor 50 % korting.
Ik heb de kaart nog steeds liggen, omdat ik er nog niet toe ben gekomen hem bij de milieustraat te brengen. In hoeveel huishoudens zal hij tussen het normale afval terecht gekomen zijn?
Abonneren op:
Posts (Atom)




