donderdag 28 maart 2013

Bouwmarkt

 "Ik begrijp nu waarom je al een tijdje geen blogbericht geschreven heb" zegt mijn zwager met een lach. M. en ik zitten een klein beetje uitgeblust aan tafel bij mijn zus en zwager. Heerlijk om na een dag klussen zo aan te kunnen schuiven voor het diner. Nee, ik heb geen last van een writersblock, maar wel van chronisch gebrek aan vrije tijd, althans de afgelopen weken.
Mijn vriendin, die een aantal weken samen met konijn bij ons ingewoond heeft, kreeg de sleutel van haar flat. Op zo'n moment treedt de dynamiek van een aanstaande verhuizing in werking. Er moet gemeten, gewikt, gewogen, gekocht en geklust worden. Uiteraard voegden M. en ik ons bij de helpers, want verhuizen is een rotklus en daar kun je alle hulp bij gebruiken. En zo brachten wij de weekenden in maart al doe-het-zelfend door.

Iedere amateurklusser die zo nu en dan een hamer, zaag, boor of schroevendraaier vasthoudt weet dat er bij zo'n karwei altijd wel een paar dingen mis gaat. Zo bleek bij het boren van een simpel gat het plafond van de flat te bestaan uit bordkarton. Navraag bij de woningcorporatie leverde het inzicht dat er een laag piepschuim is aangebracht onder het oorspronkelijke plafond, waar overheen een mooi stuclaagje was gelegd. Mooi ja, maar natuurlijk niet stevig genoeg om een flinke gordijnroede aan te bevestigen. Deze cosmetische oplossing van de verhuurder bezorgde ons vier dagen extra werk om toch de gordijnen zonder gevaar voor neerstorten hangend te krijgen. Het kostte M. vele hoofdbrekens en enige jaren van zijn leven om het voor elkaar te krijgen, maar het is gelukt.

Mijn rol in het geheel was vergelijkbaar met die van een operatieverpleegkundige: het aangeven van diverse gereedschappen, helpen met meten, en de derde en vierde hand bieden. Daarnaast deed ik dienst als uithuilschouder, moed-er-in-houder en successen-vierder, want na elke geslaagde gordijnklus stond ik er op dat we gedrieën een rondedansje maakten. Mijn vriendin voorzag ons, onder haar eigen klussen door, van eten en drinken en was de hemel te rijk met haar nieuwe onderkomen dat steeds mooier werd.

Het is nog niet klaar, maar de grootste uitdagingen zijn nu achter de rug. Al met al waren het dynamische weken waarin ik weer veel geleerd heb:
  • bij een verhuizing komt altijd meer kijken dan je denkt
  • klussen is 70 % denken en 30 % doen
  • M. en ik vormen een goed klusteam ("dat jullie geen ruzie krijgen vind ik echt knap") 
  • kant- en klaar gordijnen lijken makkelijk, maar zijn het niet.
  • woningcorporaties maken er soms een potje van.
  • er bestaan mega grote bouwmarkten met duizenden artikelen en toch hebben ze net dat ene wat je zoekt niet in huis
  • het is heel fijn dat bouwmarkten 's avonds en op zondag open zijn
  • mensen moeten minder spullen bewaren
  • maar jarenlang bewaarde mondkapjes komen soms van pas 
  • er bestaan schroeven met glijmiddel
  • er zit een goede Chinees in Amstelveen
  • hard werken wordt beloond




         

vrijdag 8 februari 2013

Zoekplaatje

Sommige klanten in de bibliotheek hebben wel eens moeite met wat ze aantreffen in een boek dat ze geleend hebben. In de meeste gevallen gaat het dan om het taalgebruik dat ze niet aanstaat. Toen ik bijna 30 jaar geleden begon in mijn eerste baan in een vestiging van de Amsterdamse Openbare Bibliotheek kwam ik al boeken tegen waarin onwelvoegelijke woorden of vloeken met pen waren doorgestreept.

Gisteren werd ik geconfronteerd met een klacht van een mevrouw. Ze had tegenover een collega haar ongenoegen geuit over een stripboek dat door haar kind was geleend. Volgens de klant stond op blz. 12 een afbeelding van een blote vrouw en alsof dat niet al ernstig genoeg was, had ze in het stripverhaal ook grof taalgebruik aangetroffen.

Deze serieuze beschuldigingen vroegen om een nader onderzoek. Bladzijde 12 van "Agent 212 : Ongelikte beren" werd  er op nageslagen. Bij de eerste aanblik van de betreffende pagina was er geen blote vrouw te bekennen.











Was de fantasie van deze klant op hol geslagen en zag ze dingen die er niet zijn?
Nogmaals speurde ik blz. 12 af, maar nu plaatje voor plaatje. En warempel, ik vond de blote vrouw in kwestie.

 

 
En ook het grove taalgebruik werd mij één bladzijde verder gewaar:
 
 
Het is duidelijk: dit stripverhaal is totaal ongeschikt voor de leeftijd waar het bij ingedeeld staat, 9- 12 jaar.


zaterdag 2 februari 2013

Welkom


"Ik heb twee vragen" zei mijn vriendin toen ik haar in de week voor Kerst aan de telefoon had. De eerste vraag ging over Tweede Kerstdag, dan zou ze te gast zijn bij ons. De tweede vraag luidde: "mag ik bij je komen wonen?" Door de manier waarop ze de vraag stelde, bijna tussen neus en lippen door, leek het alsof het om een alledaags verzoek ging. Zoiets als: "wil je me de boter even aangeven?" Maar alledaags is het allerminst als goede vrienden uit elkaar gaan en dat als gevolg daarvan met spoed gezocht moet worden naar nieuwe woonruimte.
Ik schrok niet van de vraag en hoefde ook niet na te denken wat mijn antwoord zou zijn. Ik had immers zelf al weken voor ons telefoongesprek tegen mijn vriendin gezegd, toen ze me vertelde dat ze ging scheiden, dat ze altijd bij ons terecht kon, mocht dat nodig zijn. Nu was het dus nodig en kon ik mijn belofte nakomen.

Gelukkig hadden we nog zes weken om de zolderkamer, die tot 2,5 jaar geleden werd bewoond door onze jongste zoon, om te toveren tot een aangenaam verblijf voor mijn vriendin. En die tijd hadden we wel nodig ook want die oude jongenskamer en de zolderoverloop stonden vol, heel erg vol. Met (jeugd)spullen van twee zoons, dozen en huisraad uit het oude huis van mijn ouders, en rommel die we zelf al veel te lang hadden bewaard. Marktplaats, het grof vuil en de kringloopwinkel werden meermalen bezocht, steevast onder het verzuchten van de mantra 'wat-bewaart-een-mens-toch-veel'. Van het één kwam het ander, want de spullen die we wel wilden bewaren moesten opgeslagen worden in de lage ruimten onder het schuine dak. En daar eerst plaats gemaakt worden door middel van het weggooien van nog meer overbodige ballast uit het verleden.
Op de zolderoverloop zette M. nog snel een stellage in elkaar waar al het rondslingerende gereedschap, behangrollen, verfpotten en dergelijke netjes opgeborgen kon worden.
Na het ruimen kwam het schoonmaken en als je dan toch bezig bent, waarom dan niet dat wandje met race-autobehang even een fris behangetje geven?        

Morgen is het zover, dan komt mijn vriendin bij ons wonen, totdat de woning die ze inmiddels heeft gereed is. Wij zijn er klaar voor. Nou bijna dan, alleen nog een plekje creëren voor het hok en de ren van Pluis, haar konijn. Ze zijn welkom.



.  

zondag 27 januari 2013

Toeslag


Belasting betalen, ik heb er geen moeite mee. Als ik mensen wel eens hoor spreken over 'de fiscus' als de inhalige rupsje-nooit-genoeg die er op uit is geld uit je zak te kloppen, kan ik enige ergernis niet onderdrukken. De fiscus, dat zijn wij. We profiteren tenslotte allemaal van het geld dat via diverse belastingen wordt geïnd. Zolang het belastingsysteem progressief is, dat wil zeggen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, én het principe geldt dat de gebruiker (vervuiler, zo je wilt) betaalt, zal je mij niet horen klagen. Wat dat betreft is het in Nederland aardig goed geregeld, dacht ik.

Wij vliegen niet vaak en daarom had ik me er nooit zo in verdiept, maar toen wij deze week een vlucht boekten voor onze vakantie zag ik in de bevestiging hoe de prijsopbouw van een vliegticket in elkaar steekt. Behalve de prijs van de vlucht zelf betaal je voor de volgende zaken:
  • luchthavenveiligheidstoeslag
  • passagiers-servicetoeslag
  • geluidsisolatietoeslag
  • bagagescreeningstoeslag
  • lokale overheidsbelasting   
  • instapbelasting
  • veiligheidstoeslag
  • administratiekosten
  • annuleringsverzekering
  • bagage
Al die toeslagen zullen vast nodig zijn om het vliegen mogelijk te maken, maar bij het begrip 'instapbelasting' gingen mijn wenkbrauwen wel even omhoog. Sinds ik de term heb gelezen vraag ik me af waarom je wel instapbelasting betaalt, maar geen uitstapbelasting. En ik begrijp iets beter waarom veel mensen een hekel hebben aan belasting betalen.
Daar overheen kwam het bericht dat deze week in de krant stond over multinationals die in ons land door allerlei slinkse fiscale constructies nauwelijks belasting betalen. Dit maakt de burger natuurlijk minder bereid wèl een steentje bij te dragen. Zeker als blijkt dat die bedrijven vertrouwelijke afspraken maken met de Belastingdienst.
Voor je het weet glijden we als land af en wordt het tijd voor een nieuwe slogan: "Belastingdienst, leuker kunnen we het niet maken, wel corrupter".   

zondag 13 januari 2013

Compliment

"Wat ben je toch goed in salades maken" zegt M. als hij zich verlekkerd over de bordjes buigt die klaarstaan voor het avondeten. "Het ziet er zo mooi uit, je zou er eigenlijk een foto van moeten maken" vervolgt hij, de daad bij het woord voegend.
Een lief compliment waar ik niet veel beter op weet te reageren dan het een beetje af te zwakken,  zo'n huzarenstuk is het immers niet.


Maar als ik de foto later bekijk, moet ik toegeven dat het er inderdaad appetijtelijk uit ziet. Dat we een nieuw servies hebben, werkt natuurlijk ook mee.


 
Het recept voor deze salade (voor 1 persoon):
  • leg een flinke hand veldsla op een bordje
  • toevoegen: fijn geseden stukjes bleekselderie (halve stengel), dunne reepjes puntpaprika en een kwart rijpe peer in stukjes
  • dressing van mosterd, olijfolie en citroen over de salade sprenkelen
  • als laatste wat verbrokkelde zachte geitenkaas en 2 vers gepelde walnoten toevoegen
Eet smakelijk!
 
 
 


woensdag 9 januari 2013

Bn'er

In mijn jeugd ben ik vijf keer verhuisd. Mijn ouders waren steeds op zoek naar de ideale woning. Het verkassen nam ik voor lief, in Amsterdam waar ik geboren ben en tot mijn twaalfde gewoond heb was het in die tijd, jaren zestig, niet ongewoon om regelmatig van woning te wisselen. Hoewel het niet leuk was om afscheid te moeten nemen van vriendinnetjes was het ook wel spannend en een beetje avontuurlijk om ergens anders opnieuw te beginnen. Net als dat ik het niet vreemd vond om geen neven en nichten te hebben - mijn ouders zijn allebei enig kind -, wist ik ook niet beter dan dat wij af en toe verhuisden. Met de eventuele tere kinderziel werd minder rekening gehouden dan nu: mijn zus en ik moesten een aantal keer wennen op een nieuwe school. Hoewel mijn vader en moeder zeer toegewijde ouders waren (en nog zijn) die het welzijn van hun dochters na aan de harten lag, werd, voor zover ik mij kan herinneren, niet gevraagd of wij wel wilden verhuizen.

Samen met mijn zus in 1971, een paar maanden voor de verhuizing naar H. 
Toen ik laatst tijdens het opruimen van de zolder een stapeltje brieven vond uit mijn tienertijd moest ik denken aan de verhuizing die de meeste impact had. Ik zat net twee maanden in de brugklas toen wij vertrokken uit Amsterdam om in H. te gaan wonen. Dat betekende dat ik terecht kwam op een nieuwe middelbare school in een nieuwe klas. Mijn beste vriendin en een paar klasgenoten die ik nog kende van de zesde klas lagere school liet ik achter. Bij gebrek aan facebook, twitter of chat schreven we elkaar brieven om contact te houden. Telefoneren was niet echt een optie want dan konden huisgenoten meeluisteren. In de brieven, helaas heb ik van de exemplaren die ik verstuurde geen kopieën, gaat het over al die zaken die bakvissen van 12, 13 jaar bezighouden, zoals school, huiswerk, cijfers, feestjes en verliefd zijn. En verliefd was ik, tot over mijn oren, op een jongen waarmee ik in de zesde klas van de lagere school had gezeten. Het was een hopeloze liefde, want onbereikbaar, zeker sinds de verhuizing.

Bij het herlezen van de correspondentie kwam ik in één van de brieven een naam tegen die me bekend voorkwam. Mijn vriendin vertelt in de brief dat ze in de klas gelukkig niet meer naast Hans Sibbel hoeft te zitten. Ik moet toen geweten hebben over wie ze het had omdat ik immers ook in die klas had gezeten. Hans Sibbel is bekend als cabaretier onder het alter ego Lebbis. Gaat het in deze brief over hem? Na enig speurwerk op internet en schoolbank.nl vind ik een klassenfoto waarop ik zowel mijn vroegere schoolvriendin als de cabaretier in jonge jaren herken. Nooit geweten dat ik in de klas heb gezeten met een Bn'er, al was het maar voor twee maanden.

Op die nieuwe middelbare school is het helemaal goed gekomen. Ik werd heel snel opgenomen in de klas en ik kreeg nieuwe vriendinnen. Met de vriendin uit Amsterdam bleef ik nog schrijven en af en toe logeerden we bij elkaar, maar na 2,5 jaar werd het contact steeds minder en stopte het uiteindelijk.

Mijn oudere zus had het minder getroffen in haar schoolcarrière. Door de verhuizingen heeft ze op drie verschillende middelbare scholen gezeten, niet allemaal tot haar genoegen destijds. Ze heeft daarentegen wel jarenlang in de klas gezeten bij een andere Bn'er, de presentator van 'All you need is love'. 

  

zondag 16 december 2012

Zwei Seelen

Twee weken geleden was journaliste, schrijfster en columniste Aaf Brandt Corstius te gast in de bibliotheek. Zij las voor uit haar werk en ze vertelde geanimeerd over de do's en don'ts van een column schrijven. Ze gaf talloze voorbeelden van onderwerpen waarover je met goed fatsoen geen column kan schrijven omdat het al te vaak 'behandeld' is door anderen. Ongetwijfeld valt het onderwerp van dit stukje daar ook onder, maar dat advies van de meester leg ik naast me neer, ik ben tenslotte maar een amateur.



"Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust". Dit citaat van Goethe uit zijn werk Faust drong zich aan me op toen ik aan het worstelen was met de verlichting voor de kerstboom. Twee stemmetjes dicteren mijn gemoed in aanloop naar Kerst, soms voert afkeer de boventoon, dan weer wint de hang naar gezelligheid en saamhorigheid.
Bij het uitzoeken, neerzetten en optuigen van de kerstboom (bomen in ons geval) vraag ik me ieder jaar af welke idioot het verzonnen heeft om een boom in huis te zetten en die te versieren met lichtjes en glimmers. Pas als ik het gevecht met de kerstlampjes heb gewonnen - en dat gebeurt niet altijd, vorig jaar heb ik in pure wanhoop een set lampjes weggegooid dat niet meer uit de kluwen te halen viel- hoor ik het andere stemmetje weer. Dat stemmetje zegt: het is toch wel gezellig in deze donkere tijd, zo'n boompje met lichtjes.


Er zijn meer bijverschijnselen aan Kerst waar ik me aan erger. Aan het uit Angelsaksische landen overgewaaide gedoe met een Kerstman en cadeautjes wil ik geen woorden vuil maken. De Amerikaanse versie daarvan is een slechte kopie van ons eigen traditionele Sinterklaasfeest: Santa Claus is niets anders dan een verbastering van Sinterklaas.
De zoete kerstliedjes (ook wel carols genoemd) waarin telkens opnieuw het kindeke, Maria, de os, de ezel en de drie wijzen met hun goud, wierook en mirre figureren (sommige staan op ons koorrepertoire), hangen me rond oktober al mijlenver de keel uit. En dan heb ik het nog niet over al die kerst-evergreens, elk jaar precies dezelfde, die de radio vanaf begin december op ons afvuurt.
Tijdschriften menen ons te moeten vertellen hoe je je huis moet inrichten om de juiste 'gezellige' kerstsfeer te krijgen. Dezelfde bladen scheppen een ideaalbeeld van een geweldig - zelf bereid - diner met louter vrolijke familie en/of vrienden en zetten ons daarmee aan om veel te veel eten en drinken in huis te halen, hierbij geholpen door de advertenties van grootgrutters en andere leveranciers van (luxe) goederen. Het Journaal meldt iedere Kerstavond opnieuw dat we dit jaar weer meer geld hebben uitgegeven aan Kerstmis. Dat menig thuiskok na het doen van de kerstboodschappen al een zenuwinzinking nabij is, laat staan na het al dan niet geslaagd bereiden van die toch wel ingewikkelde recepten, wordt buiten beschouwing gelaten.
Het sturen van kerstkaarten is ook zo'n mallotige traditie. Ik ben een voorstander van het versturen van kaartjes bij bijzondere gelegenheden of aanleidingen, al dan niet van feestelijke aard. Ook zelf ontvang ik graag een handgeschreven kaart met een speciaal voor mij geschreven tekst. Maar elkaar over en weer een kerstkaart sturen is een nietszeggende, tijdrovende gewoonte.

Wie bezorgd is dat ik de komende Kerstdagen mezelf verbijtend zal doorbrengen kan ik gerust- stellen. Zwei Seelen, weet je wel. Ik hou enorm van gezelligheid, van samenzijn met familie en vrienden onder het genot van lekker eten en drinken. De Kerstgedachte, vrede op aarde is een mooie gedachte, al komt er weinig van terecht. En er zijn ook mooie kerstliederen, luister hier maar naar.


Engelse vertaling:
There is silence around me in this peaceful winter night.
From the church down in the valley I can see the candlelight.
And I stopped for a moment in this winter paradise,
When I heard a choir singing through the darkness and the ice.
And the rays of lights behind the window's vaulted frames
Have united the souls in hope that something great is waiting.
And I know that those who have left us here had the same thoughts as I,
We're like flames in the darkness and stars up in the sky.

And I can see how they sparkle and they fade before my eyes
And the truth is coming closer, like a wonder in disguise.
We are caught here a moment like an imprint of a hand
On a old and frosted window or a footprint in the sand
For a while I'm eternal that's the only thing I know
I am here and we share our dreams about our destination.
It is cold out here and the snow is white, but I'm warm deep inside
I am warm cause I know that my faith will be my guide

Now there is silence around me, I have heard those words again
In a hymn of grace and glory, saying: nothing is in vain!
I can sing and believe it, let the message reach the sky.
Oh silent night, let your promise never die!
And I long for the others, it is peaceful in the church.
He was born for a purpose and that's why we're here together.
Holy night, I feel like a child inside, and believe he was sent.
So I'm lighting a candle each Sunday in Advent

Aaf Brandt Corstius gaf nog een advies voor columnisten dat ik wel opvolg: schrap je laatste zin en je zult zien dat het stukje beter wordt.
Ik hoop dat ze gelijk heeft. (Of had ik dit nu toch weg moeten laten?)