maandag 11 april 2011

Mazzel

Een paar jaar geleden zijn M. en ik begonnen aan het Trekvogelpad, een lange afstandwandelroute van ruim 380 km die loopt van Bergen aan Zee naar Enschede. Het volgen van het pad is een zoveel jarenplan en dat is voor ons ook onderdeel van het genoegen. Het is een project waar we regelmatig op kunnen terugvallen als we eens lekker willen bewegen en genieten van de diversiteit van het Nederlandse landschap.
De laatste etappe liepen we in september en dus werd het wel weer eens tijd wat kilometers te maken. Omdat we op het traject inmiddels te ver van huis zitten om op een dag heen en weer te rijden en te wandelen maken we er een meerdaagse trip van. Dit weekend was door ons een aantal weken geleden aangemerkt als voorlopig enige mogelijkheid om het er van te nemen, vanwege het ontbreken van andere afspraken. Dat het verreweg het mooiste weekend van het jaar - tot nu toe - zou worden maakt ons tot enorme mazzelaars.
 Het lopen van een etappe is een logistieke operatie die een goede voorbereiding vereist. Het betreft immers geen rondwandeling en openbaar vervoer is over het algemeen goed geregeld in ons land, maar toch niet altijd op elke plek voor handen. We hebben voor ons vervoer van en naar de etappe een methode ontwikkeld die nog het meeste wegheeft van een alternatieve triatlon. Eerst rijden we met fietsen achterop de auto naar de geplande plek van aankomst. Dan fietsen we naar het beginpunt van de etappe, zetten daar de rijwielen neer en lopen vervolgens de etappe tot het eindpunt waar de auto staat. Met de auto halen we de fietsen weer op en zetten we koers naar onze overnachtingsplek. We vinden dit een vrij geniale opzet met slechts een groot minpunt. Dat is dat je van te voren moet bedenken hoever je precies wilt lopen. Dat is lastig, want de ene keer ben je nog lang niet moe als je bij het eindpunt bent en een andere keer loop je op je laatste benen, zoals de tweede dag dit weekend toen de route in werkelijkheid niet meer klopte met die in het boekje. Ouderwetse lopers als wij zijn doen we het nog steeds uitsluitend met routekaart en gezond verstand. Geen GPS, smartphones en andere moderne middelen. Maar een nieuwe druk aanschaffen kan misschien geen kwaad, het afgeschreven bibliotheekexemplaar dat we tot nu toe gebruiken stamt alweer uit 2003.

Al heel wat verschillende landschappen hebben we aan ons voorbij zien trekken. Van de duinen bij Bergen en Egmond, door het open polderlandschap bij de Beemster en Waterland, over de Oranjesluizen bij Amsterdam tot de statige landgoederen achter de Ankeveensche plassen nabij Hilversum. Daarna de bossen van de Utrechtse Heuvelrug, de kastelen in de omgeving van Amerongen en het zicht op de Neder Rijn (met het natuurreservaat De Blauwe Kamer) vanaf de Grebbeberg.
De afgelopen dagen was er een prachtig weerzien met de Veluwe. De route liep onder andere dwars door het park De Hoge Veluwe en we raakten opnieuw onder de indruk van de uitgestrektheid van het gebied.
De nog grotendeels kale bomen konden we bijna per uur groener zien worden, zo explosief werd de winter ingeruild voor het voorjaar. De niet aflatende vogelzang maakte het lentefeest compleet.

We waren geheel onbewust van het drama dat zich elders in het land voltrok. Daar hoorden we pas van in de auto op weg naar huis.

maandag 21 maart 2011

Boekenweek



Het is nooit erg druk langs de lijn op zondag 12.00 uur tijdens de thuiswedstrijd van het voetbalteam waar mijn zoons in spelen. Als er al mensen staan te kijken dan zijn het de bekende types die een familiaire dan wel affectieve band hebben met een van de thuisspelers. En er hangen ook altijd wel een of meer kleurrijke figuren rond zoals je die bij elke voetbalclub aantreft, de man op leeftijd die het liefst de hele zondag bij zijn club doorbrengt en de verstandelijk gehandicapte die met iedereen langs de lijn een praatje probeert aan te knopen. Ook de tegenstander wordt meestal op bescheiden schaal door wat getrouwen geëscorteerd.
De man die ik deze zondag langs het veld zie staan ken ik niet en ik vermoed dat hij met de tegenpartij is meegekomen. De nogal bonkige, stevige man van een jaar of 30 ziet er op het eerste gezicht uit als een normale toeschouwer. Maar hij heeft iets in zijn handen dat niet vanzelfsprekend hoort bij de uitdossing van een voetbalsupporter. Hij houdt een dik opengeslagen boek vast en staat langs de lijn te lezen. Af en toe kijkt hij even op van zijn lectuur en lijkt het of hij naar de wedstrijd kijkt, maar ik vraag me af of hij wel geïnteresseerd is in wat zich op het veld afspeelt, want er valt geen enkele af- of goedkeurende reactie of enige geestdrift bij hem te bespeuren. Omdat ik benieuwd ben wat hij staat te lezen begluur ik zijn boek zo onopvallend mogelijk. Het is een nogal beduimeld exemplaar waarvan de bladzijden wat opbollen. Zou hij het boek bij een vorig bezoek aan het voetbalveld in de regen hebben gelezen? Ik zie ook dat de tekst op de bladzijden in twee kolommen is verdeeld. Er zijn maar weinig boeken waarbij de bladspiegel er zo uit ziet en mijn vermoeden wordt bevestigd als ik iets door mijn knieën buig zodat ik de titel op het omslag kan lezen: het is inderdaad een bijbel. Wat beweegt iemand om al bijbellezend een voetbalwedstrijd bij te wonen? Moet hij het boekwerk voor een bepaalde tijd uit hebben? Compenseert hij zijn misschien als zondig beschouwde bezoek aan een voetbalwedstrijd op zondag door het daar ter plekke lezen van de heilige schrift? Of zal hij dadelijk tijdens de rust de troepen van geestelijk voedsel voorzien? Een ding is zeker, hij zit er zo te zien zelf totaal niet mee dat zijn verschijning op zijn zachtst gezegd bijzonder is. Hij leest stug door, zucht eens wat als hij van houding verandert en geeft geen krimp als er van het veld als gevolg van een botsing enige godslasterlijke kreten opklinken.
Als het rust is wandelt de man naar de wedstrijd die nog bezig is op een belendend veld om daar zijn leespartij voort te zetten. Hij is blijkbaar een passant en geen aanhanger van de tegenstander, want na de rust keert hij niet terug en verlies ik hem uit het oog. Ik denk niet dat de spelers op het veld de man met het boek bewust hebben gezien. Leesbevordering is mooi, maar of het ook werkt langs het voetbalveld?
De wedstrijd wordt wel door de thuisclub met 5-0 gewonnen.     

woensdag 9 maart 2011

Geduld

Het is nog geen lente merk ik als ik met een vriendin door de duinen loop. Ondanks enkele dagen zon, helaas schijnt hij vandaag wat minder uitbundig, voelt het nog zeer kil aan en de stevige wind helpt ook al niet. Ik wil het voorjaar heel graag ruiken, maar die typerende lentelucht komt niet in mijn neus. Op de fiets op weg naar mijn afspraak zie ik het al aan de bomen van die mooie laan in Vogelenzang: nog geen spoor van het tere blad dat over pakweg acht weken de weg het aanzien van een groene poort zal geven.


Een oefening in geduld, dat is de overgang van winter naar lente in Nederland. Je wilt zo graag dat het gaat gebeuren en soms lijkt het er op, maar dan blijkt er toch nog sprake van uitstel, zoals vandaag.

We genieten wel, mijn vriendin en ik. Van elkaars gezelschap, van de duinen en het bos, die in elk jaargetijde voor ons aantrekkelijk zijn en van de lunch in het eenvoudige, maar behaaglijk warme etablissement waar we na de wandeling neerstrijken. En hoewel de lente nog niet voelbaar is, zijn de voortekenen er al. Twee nieuwsgierige jonge reeën kruisen ons pad, een specht laat zijn gehamer horen en een dartel konijn steekt roekeloos het hele parkeerterrein over.















Fietsend naar huis vallen me ineens de bermen op, gevuld met ontelbare sneeuwklokjes. We hebben afgesproken om nog voor half mei weer een wandeling te doen, als het echt lente is. Nu rest ons geduld.   

vrijdag 25 februari 2011

Jurk

Of je kleurvoorkeur iets zegt over je persoonlijkheid weet ik niet, maar een feit is dat de meeste mensen wel een of twee lievelingskleuren hebben. Mijn lievelingskleur is blauw in verschillende tinten van turkoois tot diep donkerblauw. Wat me nu zo aantrekt in die kleur kan ik moeilijk benoemen, maar ik word er als door een magneet toe aangetrokken. Of het nu gaat om woninginrichting, kleding of plantenkeuze, acht van de tien keer kom ik na het winkelen thuis met iets blauws. Is mijn kleur niet in de mode - en dat was tot 2010 jarenlang het geval - dan geef ik beduidend minder geld uit aan mijn garderobe. Blauw is een koele kleur en wordt vaak met zakelijkheid geassocieerd. In de taal heeft blauw ook al geen goede pers, denk aan 'een blauwtje lopen', 'blauwe maandag', 'the blues hebben' en 'je blauw betalen'. Ik word desondanks, of misschien wel dankzij die vermeende eigenschappen juist altijd blij van blauw. Een veld , of indien niet voorhanden een schap in een tuincentrum, met echt blauwe bloemen zoals iris, gentiaan, of korenbloem, daar kunnen mijn ogen geen genoeg van krijgen.



De zoektocht gisteren naar een geschikte outfit voor mij als moeder van de bruidegom was eigenlijk een eitje. Voor de vorm heb ik een aantal jurken aangehad in een andere kleur. Het was alleen maar een bevestiging van wat ik eigenlijk al wist, en alras ook mijn assistentes, c.q. vriendin en aanstaande schoondochter, doorkregen. De beste match is toch blauw. En mooooi dat ie is! Ik kan bijna niet wachten tot het juni is.


Deze is ook mooi, maar mijn jurk ziet er iets anders uit...







  

dinsdag 15 februari 2011

Spreken is zilver

Okay, het is een twijfelachtige eer, maar er is een overeenkomst tussen mij en BN-ers als Frans Bauer, Jan Smit en - het is bijna niet te verteren - Gordon. Sinds een paar dagen ben ik namelijk mijn stem kwijt. Als ik praat klink ik als een bejaarde kraai. Bepaalde klanken komen niet langs mijn stembanden, zodat er af en toe een stukje ontbreekt in de zin die ik uit mijn keel probeer te krijgen. Het beste is natuurlijk om zo min mogelijk te praten, maar dat valt zelfs voor mij niet mee. Ik ben niet de grootste kletskous, maar er moet af en toe gecommuniceerd worden al is het alleen maar om collega's gerust te stellen dat er verder niet zoveel met me aan de hand is. "Zo die is behoorlijk depressief, dacht ik toen ik je aan de telefoon kreeg" zegt een collega tegen me in een kennelijke poging een goed gesprek te beginnen. "Ik vind juist dat ze zo kan gaan werken bij die 06-lijnen" oppert een ander opgewekt. Het is fijn als collega's zo met je meeleven.
Gaandeweg deze derde dag komt er steeds meer geluid uit mijn mond, maar tijdens het volleyballen durf ik bijna geen 'los' te roepen uit angst twijfel te zaaien bij mijn teamgenoten: riep ze nou wel of niet?   
Spreken is zilver, doch zwijgen is goud zegt het spreekwoord. Vaak blijkt het maar al te waar te zijn, maar ik wil er aan toevoegen dat zingen diamant is. Als ik in de auto naar huis zit doe ik geheel automatisch mijn mond open om mee te zingen met de muziek op de radio. Natuurlijk komt er geen geluid en geschrokken doe ik snel mijn kaken weer op elkaar. Helaas morgen niet naar het koor, dringt het tot me door, zingen is nu echt uit den boze. En dat voelt pas echt als een handicap. Qua zangtalent ben ik lichtjaren verwijderd van professioneel, maar ik begrijp nu hoe akelig het is om als zanger een tijdje niet te mogen zingen.
'Schrijf er maar een blog over' gaf een vriend me vandaag als suggestie mee. Dat was een goed en stem-veilig advies.

woensdag 9 februari 2011

Kwijt


Vrijdag
Nadat ik me heb aangekleed wil ik de finishing touch aanbrengen door mijn gouden halskettinkje om te doen. Het is een simpel, maar verfijnd sieraad dat ik geregeld om mijn nek heb. Ik tast in het doosje op de commodekast in de slaapkamer en kan het kettinkje niet vinden. Zelfs met behulp van ingeschakeld kunstlicht zie ik het verlangde voorwerp niet. Direct begint in mijn hoofd de vaste riedel voor als ik iets kwijt ben. Wanneer heb ik het kleinood voor het laatst gedragen en waar kan ik het daarna gelaten hebben? Ik heb werkelijk geen flauw benul. In de luttele tijd die ik nog heb voordat ik naar mijn werk moet zoek ik op diverse plaatsen in huis waar ik hoop het vermiste aan te treffen. Het levert niets op en de vrees begint post te vatten dat de ketting bij het laatste gebruik niet goed vast heeft gezeten, zodat ik hem ergens - maar waar- heb verloren. Ik krijg beelden op mijn netvlies van putten en goten waar mijn eigendom in is verdwenen, maar ook van wildvreemden die het gevonden sieraad nu zelf dragen, of, gezien de huidige goudprijs, het hebben ingeleverd om er een mooie prijs voor te krijgen. Om niets uit te sluiten kijk ik nog in de stofzuigerzak, waar ik wel een complete ballpoint tegenkom, maar geen ketting. Gek genoeg ben ik niet erg verdrietig dat ik een kostbaarheid kwijt ben, ik hecht doorgaans niet zo aan materiële zaken. De ketting heeft geen speciale emotionele waarde en is dus vervangbaar. Weet ik meteen wat ik aan M. kan vragen voor mijn verjaardag.
Wat me wel dwarzit is dat het onderwerp van mijn zoektocht zich ergens in het universum bevindt zonder dat ik weet waar en bij wie en wat ermee is gebeurd. En dat ik in de verste verte niet meer weet wanneer ik de ketting voor het laatste heb gedragen geeft me de rest van de dag ook een vervelend gevoel.

Zaterdag        
Vanwege een defect rolgordijn dat ter reparatie is afgevoerd naar de fabriek hangt er een geïmproviseerd gordijn in de slaapkamer. Hierdoor is het niet mogelijk het raam zodanig te openen dat ik een stofdoek kan uitslaan. Omdat de nachtkastjes bijna grijs zijn wil ik ze toch afstoffen en wijk ik voor het ledigen van de stofdoek uit naar de naastgelegen kamer waar het raam wel open kan. Deze kamer hebben we zes maanden geleden omgebouwd tot 'garderobekamer', een heel sjiek woord voor een vertrek waar zich een paar kledingkasten en een tot schoenenkast omgebouwde Lundia-kast bevinden en een passpiegel aan de muur hangt. Vanwege mijn moeizame verhouding tot huishoudelijke werkzaamheden had deze kamer nog geen stofdoek gezien en nu ik toch naast de schoenenkast mijn doek uitsla neem ik gelijk de kast even mee in mijn schoonmaakwoede. Hé, wat ligt daar op de derde plank van onder in perfecte camouflage, goud op licht grenen hout?

Nu moet ik alleen een ander verjaardagscadeau verzinnen.

zondag 6 februari 2011

Netwerk

Verschuifbaar front



Een maal per jaar is er een reünie van de leergang middenmanagement die ik een aantal jaren geleden heb afgerond. De groep van 25 vrouw/man is inmiddels wat kleiner geworden, maar de harde kern van circa 15 mensen komt dus nog jaarlijks bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en te kijken naar, of te discussiëren over, nieuwe ontwikkelingen in het bibliotheekvak.




 
Zo moet het niet

Afgelopen week waren we uitgenodigd door een studiegenote uit Weert om in Noord-Limburg de ervaringen met retail en een onbemande bibliotheek te komen bekijken. Na de ontvangst met de onvermijdelijke maar wel bijzonder lekkere vlaai kreeg iedereen de gelegenheid te vertellen over de hot items van haar of zijn bibliotheek en werksituatie. In veel verhalen schemeren ook persoonlijk lief en leed door, want voor een aantal collega's waren de achterliggende jaren beslist enerverend. Grote gemene deler in alle verhalen zijn de aankomende bezuinigingen, tot zelfs 25 % op de totale begroting. Goede tweede is de introductie van retail in velerlei vormen.
Na de Bourgondische lunch en een toelichting door de eigenaar van Puur Sang, die de inrichting en signing van de Noord-Limburgse bibliotheken heeft verzorgd, hebben we per mini-bus een excursie gemaakt langs drie kleine dorpsbibliotheken in Heythuysen, Roggel en Horn. Om de leefbaarheid in de kleine gemeenschappen (gemiddeld 4.000 inwoners) op peil te houden is de bibliotheekvoorziening in een andere vorm gegoten: kleiner van omvang en ondergebracht in een schoolgebouw. De voorzieningen zijn doelmatig, maar ook met oog voor detail ingericht. Het viel ons wel op dat het displayen, in het kader van de retail uitermate essentieel, nog niet op alle plekken op een aantrekkelijke manier wordt uitgevoerd. Dat vereist nog veel oefening en discipline.

Roggel, pieschuimstoeltjes in draaibaar meubel














Horn, onbemand



De laatste voorziening die we bezochten (Horn) is onbemand. De lener kan zich door middel van het scannen van zijn pas toegang verschaffen tot de bibliotheek. Maximaal twee maal per week komt een medewerker of vrijwilliger langs om materialen op te ruimen of nieuwe lezers in te schrijven. De vestiging is nog te kort open om te kunnen zeggen of de inwoners van Horn deze voorziening gaan omarmen.

Kaartlezer om deur te openen



Het was een leerzame, maar bovenal gezellige dag. Gelukkig was de treinreis terug lang genoeg om mijn kaken weer enigszins uit de lachstand te laten komen.